05-06-13

De usp in een onderwijsakkoord

Wie zou vandaag niet in de schoenen willen staan van de bijna  400 zakenlui, academici, politici en journalisten die met prins Filip op handelsmissie zijn in de Verenigde Staten?

Normaal had Vlaams minister-president Kris Peeters, die tegelijk door het leven gaat als de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken (en van Economie en van Landbouw),  ook van de partij moeten zijn in het land van Disney en Astrid Bryan. De delegatieleden hebben aan de Amerikanen al mogen uitleggen waarom de leider van de belangrijkste Belgische deelstaat helaas verstek heeft moeten geven voor de forse handelsmissie naar de supermacht, de belangrijkste investeerder in Vlaanderen, een land waarnaar onze export in tien jaar tijd is verdubbeld tot 280 miljoen euro.

Eerder al hebben de delegatieleden de Amerikanen ongetwijfeld diets gemaakt dat de Vlaamse regering de grootste crisis uit haar geschiedenis meemaakte, over een cruciale aangelegenheid: de hervorming van het secundair onderwijs. Ze zullen hun Amerikaanse gesprekspartners hebben bezworen dat gelukkig alle betrokkenen de ernst van de situatie goed inschatten. Ook de minister-president van de Vlaamse regering, die daarom dus op het Martelaarsplein is gebleven.

Dankzij internet konden de Amerikanen de betrokken ministers, hun partijvoorzitters, topambtenaren en de hoogste verantwoordelijken van de onderwijsnetten de voorbije dagen af en aan zien rijden en verklaringen horen afleggen. Ze konden via digitale media zelfs een beeld krijgen van de tot het uiterste gespannen zenuwen rond de politieke onderhandelingstafel, bij de overuren makende journalisten en de analyses spuiende academici, in de leraarskamers bij debatterende leerkrachten en aan de schoolpoort bij hopende ouders. Het Vlaamse land beleefde turbulente tijden, hoorden de Amerikanen vertellen, en ze dachten aan hun burgeroorlog.

En dan, op de valreep voor een online te volgen parlementair debat, slaagt die ongelofelijk formidabele minister-president er toch zeker niet in een akkoord uit de brand te slepen voor deze allergrootste politieke crisis uit de Vlaamse geschiedenis! Proficiat Kris! Lang leve onze primus inter pares!

Van alle kanten overstromen vandaag de tevreden en opgeluchte reacties het internet.  Ga maar na wat een exploot: na uren-, wat zeg ik, dagenlange, wat zegt een zekere Pascal Smet, twintig jaar aanslepende onderhandelingen is de Vlaamse regering het erover eens dat, kort samengevat, de volgende Vlaamse regering, namelijk deze die zal aantreden na de verkiezingen van volgend jaar, de tijd krijgt tot 2016 om de knopen door te hakken over de hervorming waar het secundair onderwijs al jaren op wacht en waarvoor een nooit eerder gezien draagvlak bestaat. Met dien verstande dat de scholen die er dan nog altijd geen pap van lusten, niet hoeven mee te doen, ook Vlaanderen heeft tenslotte de vrijheid lief.

De Amerikanen zullen direct begrijpen waarom super-Kris wel wat belangrijkers te doen had dan met een prins naar de VS te vliegen.  Om Vlaanderen In Actie  te krijgen moest eerst die onderwijshervorming terug op de sporen staan.  Dankzij Kris is dit masterplan een unieke usp (unique selling proposition) voor de toekomst. Geen Amerikaan die er nog aan twijfelt dat Vlaanderen tegen 2020 de grootste Europese topregio is.

13-05-13

Wriemelende valkjes

Vanochtend moest ik een dringende boodschap doen in hartje Brussel. Bij het passeren van de Sint-Michielskathedraal zag ik een werfkeet langs de kant van de weg staan. Een oude man stapte er van zijn fiets en leek ingespannen door het venster van het houten hok te gluren.  Toen begreep ik het. De man keek gebiologeerd naar een nest wriemelende slechtvalkjes. Ik herinnerde me het bericht in de krant over de geboorte van de eerste valkjes van deze Brusselse lente, in hun nest hoog in een van de twee torens van de kathedraal.

Ornithologen van het Museum voor Natuurwetenschappen hebben twee camera’s geplaatst die beelden van het broeden, het uitkomen van de eieren, het leven op en rond het nest, tot het uitvliegen doorsturen naar de televisieschermen achter de vensters van de keet (en online op www.slechtvalken.be). Een prachtig spektakel, die vijf valkjes wriemelend vijftig meter boven hun toeschouwers.

De slechtvalk boert goed in Vlaanderen. In 1973 was de roofvogel officieel uitgestorven.  Vorig jaar werden er 105 jongen geteld, een recordjaar. De stad blijkt voor de slechtvalk, die enkel op vliegende prooien jaagt, een feestdis. Steden pakken tegenwoordig de overlast van stadsduiven diervriendelijk en kosteloos aan, door een slechtvalkkast te plaatsen. In Antwerpen alleen broedden 24 paren slechtvalken in kasten.

Met een kinderlijke verwondering op zijn gezicht draait de oude man zich om. ‘Hoe mooi he, die kleine valkjes’, lacht hij. Ja, beaam ik. Terug op weg naar mijn dringende afspraak bedenk ik dat de technologie ons de gelegenheid geeft om tot in het hart van onze hoofdstad te genieten van nooit zo efficiënt in beeld gebrachte natuurwonderen.  En dat terwijl  de mens met het verstrijken van de jaren nochtans overal de natuur verder terugdringt.

De slechtvalk is, zoals ook de kerkuil trouwens,  in Vlaanderen verrezen dankzij de nestkasten van Vogelbescherming Vlaanderen. De mens is niet langer meer enkel in het diepst van zijn gedachten een God. Hij werkt op een gezapig tempo verder aan de Apocalyps en schrijft tegelijk scheppingsverhalen die in geen kerk meer worden beluisterd. Gelukkig heeft hij voor het ene meer tijd nodig als voor het andere.

14-03-13

Franciscus, de revolutionair en de tegenpruttelaar

Sinds 13 maart is de poster die in mijn kantoormodule hangt verouderd. Op die poster staan afbeeldingen van de pausen die de rooms-katholieke kerk erkent, met hun wapenschild (vanaf Innocentius III), van Petrus tot Benedictus XVI.

Op city-trip in Rome kocht ik de poster enkele jaren geleden als een leuk hebbeding. Toen hij onlangs tussen een lang vergeten stapel papier terug opdook,  kreeg ik het idee om hem op te hangen op mijn kantoor. Als tegengewicht voor de talrijke posters en slogans die andere kantoormodules op deze gang in het Vlaams Parlement sieren. Posters en slogans over de dood van God, de achterlijkheid van godsdiensten of de domheid van gelovigen die de moed ontberen enkel op hun verstand en de wetenschap te betrouwen.

Van karakter ben ik namelijk nogal een tegenpruttelaar, zo houdt mijn vrouw me geregeld voor (en ik haar). Zij zal wel gelijk hebben (en ik ook). Uiteindelijk heeft elk menselijk samenwerkingsverband dat gesmeerd wil blijven lopen, tegenpruttelaars nodig die zijn werking voortdurend in vraag stellen.

In ongemakkelijke stilte hangt die poster inmiddels enkele maanden achter mijn rug veler ogen uit te steken. Terwijl ik niet eens meer geloof in God te geloven, laat staan in een met onfeilbaarheid omklede paus. En nu is er dus Franciscus die er niet meer op staat. Wat een vervelende tegenpruttelaar!

Nochtans kan ik er niet naast kijken. Franciscus van de Pampa moet nogal een kerel zijn. Hij is de eerste paus die niet uit Europa komt. Hij is de eerste jezuïet die bisschop van Rome wordt. Hij is bovendien (zo bewijst mijn poster toch nog zijn nut) de eerste sinds paus Lando in 913 die een nieuwe pausennaam koos.  Tenminste, als ik Johannes-Paulus I, van wie het pontificaat exact 33 dagen duurde, even buiten beschouwing laat.

Maar dan valt me nog iets op: van Lando is (volgens Wikipedia) haast niets bekend, behalve dan dat hij minder dan een jaar regeerde en vermoedelijk vermoord werd. Ook over de plotse dood van Johannes-Paulus I doen de wildste geruchten de ronde. Wat kort door de bocht gesneden kan je dus besluiten dat een paus die de voorbije 1100 jaar een nieuwe naam koos, nooit een voorspoedig leven was beschoren.

Maar wat een naam koos die Argentijn dan nog! Franciscus! Naar de wereldberoemde heilige uit Assisi die ongeveer drie eeuwen na de nagenoeg anonieme Lando het levenslicht zag. Zowat de grootste revolutionair uit de kerkgeschiedenis (na Jezus). Hij leefde als kluizenaar, herstelde kerkjes en bad. Hij groeide op als de verwende zoon van een rijke koopman en had de ambitie om de armste mens ter wereld te worden. Hij trok op het plein bij de bisschop de kleren uit die zijn vader hem had geschonken, hief de handen ten hemel en riep: ‘nu kan ik werkelijk zeggen, onze Vader in de hemel’. De bisschop dacht hetzelfde en sloeg snel zijn mantel om hem heen.

Ten tijde van die paus met het eerste wapenschild, Innocentius III, trok Franciscus mee op kruistocht om Jeruzalem van de Moren te bevrijden. Maar in plaats van de moslims te bevechten, ging hij onder hen en met hen leven, zonder wapens. Zelfs zonder drift, vrij uitzonderlijk in die tijd, om hen te bekeren. Franciscus wilde vrede. Hij overleefde zijn vredeswil in het land van de Moren en reeg verder de straffe stoten aaneen.

Ik leerde de grote dierenvriend Franciscus van Assisi goed kennen in mijn welpentijd. Wie meer wil weten over die wonderlijke heilige zal de komende uren in de media wel over de verhalen struikelen. De nieuwe Franciscus van de Pampa heeft iedereen nieuwsgierig gemaakt naar de oude.

Maar ook naar de lotgevallen van de nieuwe. Hoe lang houdt hij het vol? Wil hij een echte revolutionair zijn of blijft hij niet meer dan een bescheiden tegenpruttelaar, zoals er in elk menselijk samenwerkingsverband thuishoren? Dat laatste is in de Kerk misschien al genoeg revolutionair.

15:51 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franciscus, paus |  Facebook | | |

01-03-13

Arco en de Jacht op het Verloren Schaap (*)

Hoe lang duurt het nog vooraleer het ACW zijn naam verandert? Gisteren dacht ik aan de Herald of Free Enterprise.  Woensdag 6 maart is het exact 26 jaar geleden dat de boot bij het uitvaren van Zeebrugge in 90 seconden kapseisde.  Het schip, met in grote witte letters op de rode scheepswanden de naam Townsend Thoresen, was vertrokken met geopende boegdeur. De boeggolf spoelde het autodek in.  Een week later bevoer geen enkele vaartuig met de naam Townsend Thoresen nog de Noordzee.  Het gehavende ACW zal weliswaar niet in 90 seconden kapseizen, maar zet nu toch al wekenlang de auto’s en passagiers aan boord onder het boegwater.

De Tijd (28/2) onthulde dat de staatsbank Belfius, de opvolger van het gezonken Dexia, vier miljoen per jaar betaalt aan het ACW om de reputatie van de bank niet te schaden en haar leden niet op te roepen om hun spaargeld naar een andere bank te verhuizen.

Waarom zou een beweging die gegrondvest is op de idealen van de christelijke arbeidersbeweging zich laten betalen om geen kritische bemerkingen te formuleren over een bank? Waarom zou zij haar bereidheid verkopen om haar leden niet het advies te geven hun spaargeld bij een bepaalde bank weg te halen? Het antwoord is simpel. Omdat het ACW zelf in zo’n slechte papieren zit, dat het zichzelf vandaag in de eerste plaats omschrijft als een bedrijf in moeilijkheden.

En waarom zat het ACW ook alweer in slechte papieren? Omdat haar financiële poot, Arco, niet meer of niet minder uit winstbejag gestruikeld is over te grote beleggingsrisico’s en nu in vereffening is.

Maar wat had de financiële poot van een christelijke arbeidersbeweging juist te maken met Belfius? Dat is een lang verhaal. Het begint met een coöperatieve spaarkas van die christelijke arbeidersbeweging die bank werd. Die bank wilde een nog grotere bank zijn en transformeerde zich tot een financiële poot. En die poot verloor in haar ijver om de beweging vooruit te helpen helaas de voeling met de motieven om in beweging te komen. Daardoor zag die poot er geen graten in samen te werken met een grote bank als Dexia. Zo werd die poot verleid om mee te spelen in een spiraal van financiële risico’s die uiteindelijk helaas een foute gok bleken.  Dexia ging failliet, maar verrees opnieuw als Belfius omdat de overheid er een massa geleend geld in stak dat later wel mee door onze kinderen zal worden afbetaald.

En hoe komt er dan spaargeld van ACW’ers bij Belfius? Omdat circa 800.000 mensen in de loop van de voorbije kwarteeuw op een of andere manier aan een klein coöperatief aandeel zijn geraakt van wat uitgegroeid is tot de financiële poot van het ACW. Die aandelen, maximaal één per gezinslid, werden verkocht als spaarproducten voor de lange termijn, een appeltje voor de dorst zeg maar, met een interessante rente. Je kan er immers niet echt in beleggen, je kan ze ook niet verkopen als de koers, zoals bij een beursgenoteerd aandeel, plots geweldig interessant zou worden. Je kan ze zelfs niet van de hand doen op het moment dat je dat geld opnieuw nodig hebt. In mijn geval is zo’n aandeel volgens de laatste verrekening (2011) een kleine € 3.000 waard. Veel Arco-spaarders-coöperanten hebben naast hun coöperatief aandeel ook nog andere spaarrekeningen. En die zitten nu, net als verzekeringen bijvoorbeeld,  vaak bij Belfius.

En waarom zouden die 800.000 mensen die ooit een aandeel van de financiële poot van het ACW in bezit kregen, er dan aan denken hun ander spaargeld bij Belfius weg te halen? Om deze vraag te beantwoorden, is wat psychologisch inzicht nodig. Eerst en vooral ziet het er meer en meer naar uit dat deze spaarders hun appeltje voor de dorst van Arco kwijt zijn. De regerende meerderheid heeft nochtans beslist om de Arco-coöperanten een staatsgarantie als spaarders te verstrekken, die op de gewone aandeelhouders van Dexia bijvoorbeeld niet van toepassing is. Tot grote woede en frustratie van deze gedupeerde en evengoed bedrogen beleggers. Meer en meer lijkt het erop dat die staatsgarantie wettelijk geen stand zal houden. De Raad van State en Europa lieten dit al verstaan.

Het is dus logisch dat de 800.000 Arco-coöperanten nu ook beginnen vrezen dat de garantie een vodje papier is en dat ze hun spaargeld kwijt zijn.  In een gezin van vier kan dit om ongeveer € 12.000 gaan. De meesten van die gedupeerden zijn gewone werknemers die een band hadden of hebben met het ACW of een van de vele aanverwante organisaties die de voorbije decennia de Vlaamse gemeenschap op zoveel terreinen kleurden. Deze gewone mensen moeten echt wel heel lang werken om € 12.000 te kunnen sparen. Zij kunnen met het eventuele verlies van dat geld niet lachen. De lange onzekerheid, in deze crisisjaren dan nog, is een bijkomende kwelling. 

Het ACW, zijn deelorganisaties, de bij het ACW aansluitende politieke partij CD&V en de staatsbank Belfius moeten ook met die onzekerheid door het leven. Bovendien vrezen zij de woede van de Arco-spaarders.  Wie die woede wil meten, leest er maar eens de fora van gedupeerde Arco-spaarders op internet op na. Vandaag is Belfius waarschijnlijk al vele Arco-klanten kwijt.  Waarom zou een Arco-klant zo’n kakelverse staatsbank waar hij geen enkele voeling mee heeft bedanken met zijn trouw? En wat zal dat worden de dag dat het doek definitief valt over de staatswaarborg voor de Arco-spaarders?

Gelukkig, zo moeten ze bij Belfius denken, kon het ACW tenminste al afgekocht worden om de toorn bij haar leden niet verder op te poken. Maar de boodschap dat de huidige ACW-leiding zich daartoe heeft geleend in een commerciële deal die niet bekend had mogen worden, werd door de Arco-spaarders meteen opgepikt. Ze ruiken de angst.

Sedert de N-VA de aanval op het ACW heeft geopend, ziet CD&V zich in de verdediging gedrongen. Ook bij de CD&V-leden zijn er veel Arco-gedupeerden woest op het ACW, dat niet enkel hun vertrouwen heeft beschaamd maar ook hun eergevoel over hun eerlijk engagement. Is dat die beweging waarvoor zij zich hebben ingezet?

Maar de aanval op het ACW door de N-VA lijkt net iets teveel op de Jacht op het Verloren Arco-Schaap. Niet voor niets zei De Wever na het ontbinden van alle duivels tegen het ACW door zijn kamerleden Jan Jambon en Peter Dedecker dat die aanval niets afdoet aan het feit dat wat hem betreft de Arco-gedupeerden vergoed moeten worden.

CD&V sloeg in een kramp. De partij moet uit al haar poriën het ACW bijspringen. Zogezegd om de ware ziel van het christendemocratisch middenveld eer te bewijzen in deze moeilijke tijden, schreef Kris Peeters een brief aan de tienduizenden vrijwilligers. In werkelijkheid zet CD&V haar grootste kanon in om het ACW-electoraat niet verder te verliezen.

Overigens kwam de aanval van N-VA op het ACW niet zomaar in de nieuwsluwe krokusvakantie uit de lucht vallen. Er gaat een jaarwende aan vooraf die de partij van Bart De Wever heel wat stof tot nadenken gaf. De numero uno van CD&V trapte toen de campagne voor de verkiezingen van 2014 op gang met interviews waarin hij afstand nam van de N-VA. Kris Peeters liet optekenen dat hij na 2014 niét voor een nieuwe staatshervorming gaat om, schouder aan schouder met De Wever, de confederale omwenteling na te jagen.  Lees: geen communautaire campagne. De copernicaanse dromen van Peeters heten vandaag opeens al genoeg gerealiseerd. De implementatie van de zesde staatshervorming als opdracht voor 2014-2019 klinkt al voldoende ambitieus als programma. En desnoods, als het echt niet anders gaat, maar u begrijpt dat het natuurlijk zeer vroeg is om daar nu al over te speculeren, sluit Peeters niet langer helemaal uit dat hij, indien hij wordt gevraagd om zijn verantwoordelijkheid op te nemen vanzelfsprekend, dat programma misschien wel uitvoert als… wel ja, als federaal premier (shit, nu staat de vloek toch op papier).

De boodschap werd overal gecapteerd. De Franstaligen wisten meteen dat ze in de federale regering maar beter kunnen meewerken aan de uitvoering van die zesde staatshervorming. Dan kunnen ze een nieuwe communautaire campagne vermijden die de N-VA een thuisvoordeel en dus hen zelf enkel een groter probleem geeft. 

En in Antwerpen dacht Bart De Wever, hallo kroket, ik sta er dus moederziel alleen voor. No mercy, besloot de burgemeester wellicht, de jacht is open op iedereen en alles om N-VA in 2014 zo’n sterk mogelijke uitgangspositie te bezorgen. Rechts is al haast helemaal leeggegeten. Even naar links kijken dus, daar valt misschien nog wat te rapen. Om te beginnen de Verloren Arco-Schapen. En kijk eens naar de peiling van La Libre vorige week?  CD&V verliest 2,4% en wordt na de SP.A de derde partij van Vlaanderen. En N-VA? De partij wint 3,6% en klimt terug tot 39%.

(*) Dit is geen bespreking van de roman De Jacht op het Verloren Schaap van Haruki Murakami, een van mijn favoriete auteurs, maar een blog over de problemen van het ACW, de woede van de Arco-spaarders en de jacht op hun stemmen bij de verkiezingen van 2014, die volop woedt. En voor wie dit onderwerp betreurt, misschien schrijf ik ooit nog wel iets over Murakami’s Jacht, of over Norwegian Wood of 1q84.

20:15 Gepost door peter in Actualiteit, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kris peeters, acw, arco, belfius, dexia |  Facebook | | |

28-02-13

Integratiedebat: van blanke vlucht tot gekleurde jobs

Enkele dagen geleden stond in De Morgen een reportage onder de titel Blanken vluchten weg uit Londen. Tussen 2001 en 2011 verlieten ruim 600.000 Londenaren de stad. Vlak voor de jaarwisseling was het nieuws over het Kanaal: op grond van de tienjaarlijkse volkstelling bleek Londen niet langer een meerderheid aan ‘Witte Britten’ te tellen. En daarmee rondde de City als eerste westerse hoofdstad deze kaap, merkte een demograaf in de Financial Times op. Op Brussel na dan, voegde hij daar aan toe, dat als ‘ambassade-hoofdstad’ een speciaal geval is.

Inderdaad, Brussel, of liever, het Brussels hoofdstedelijk gewest, is een speciaal geval. In het Brussels gewest, leert wat opzoekingswerk, is al meer dan 60 procent van de inwoners vreemdeling of van vreemde herkomst (ter vergelijking: in Antwerpen is bijna vier op tien inwoners van vreemde origine, in Gent een kwart). Brussel kent ook een stadsvlucht, zowel van autochtone Belgen als van allochtone inwoners naar de brede randgebieden buiten het stadscarcan, en tegelijk een immigratiegolf die sterker is dan de emigratie. Vreemd genoeg kan ik me het nieuws over het overschrijden van de kaap van 50% niet-witte Belgen in de hoofdstad van ons land niet herinneren. Voor de beleidsverantwoordelijken was het waarschijnlijk zoiets als een drol op het voetpad: wie hem ziet liggen, loopt eromheen. By the way, zoals Boris Johnson, de populaire burgemeester van Londen.

In de Engelse pers die we daar via internet snel eens op screenden, worden verschillende verklaringen gegeven voor de blanke vlucht. Die zijn vergelijkbaar met verklaringen voor stadsvlucht die zich evengoed voordoen in Brussel of in andere westerse (groot)steden: ruimtegebrek, drukte, veiligheid, gezondheid, problemen op de woningmarkt, tekort aan scholen en speelruimte voor de kinderen, etc. Maar uit meer doorgedreven analyse blijkt de stadsvlucht in Londen vooral de autochtone Engelsen in zijn ban te hebben. En dan duikt in linkse middens al snel het woord racisme op.

We zouden het liever met wat meer nuance samenlevingsproblemen noemen. Samenleven in diversiteit vergt kennis en vaardigheden, wederzijds respect en oefening. Van nieuwkomers en geboren en getogen inwoners. Ook in Londen stelt men vast dat dit niet zo evident is. Het Verenigd Koninkrijk heeft nochtans veel meer ervaring met immigratie, net als met het opleggen van zijn wil natuurlijk. Het land heeft ook al veel langer dan ons land regelgeving inzake burgerschap en integratie.

In Vlaanderen wordt, met vallen en opstaan weliswaar, al anderhalf decennium een beleid gevoerd gericht op integratie, het samenleven in diversiteit. Goedbedoeld, onbezoldigd, gegroeid uit een middenveld van geëngageerde vrijwilligers waar zelfs Kris Peeters deze week de lof van zong. Aan die integratie werd later inburgering toegevoegd, hoewel die er eigenlijk aan voorafgaat. Inburgering is er specifiek op gericht om nieuwkomers wegwijs te maken in de samenleving waarin ze zinnens zijn hun toekomst uit te bouwen. Dit beleid ging in Vlaanderen van start in 2003. Voorzichtig, met rechten en pampers.

Vanaf 2006 moésten nieuwkomers in het hele Vlaamse Gewest cursussen gaan volgen, Nederlands en maatschappelijke oriëntatie. Na de rechten volgden de plichten. In het Vlaams Parlement ligt inmiddels alweer een integratiedecreet ter bespreking dat de inburgering en de integratie op elkaar afstemt. Dat hervormingsdecreet kan, als de meerderheid die er voorstander van is de stap ook effectief durft te zetten, misschien ook echte tests en een grotere kennis van het Nederlands opleggen aan nieuwkomers. Na de rechten en de plichten moeten er straks ook resultaten zijn.

De ingewikkelde Belgische staatsstructuur en Franstalige politieke onwil hebben onze meest diverse en enige kosmopolitische grootstad Brussel een achterstand van vele jaren bezorgd inzake integratie en inburgering. Vanuit de Vlaamse gemeenschap kan de verplichte inburgering in het Brussels hoofdstedelijk gebied niet worden ingevoerd. Zelfs het Vlaams beleid bestaat er nog slechts uit rechten. En dit werd en wordt vaak vanuit de stadhuizen van de 19 Brusselse gemeenten tegengewerkt. Vanuit de Franse gemeenschap, die daartoe de Franstalige gemeenschapscommissie in Brussel (Cocof) machtigde, wordt er geen met Vlaanderen vergelijkbaar integratie- en inburgeringsbeleid gevoerd.

Maar sinds kort lijken aan Franstalige zijde de geesten voor een verplichte inburgering toch te rijpen. Halverwege vorig jaar meldde De Standaard (18/6/2012) dat de Franstaligen in Brussel bereid zijn met de Vlamingen afspraken te maken over de integratie van migranten. Open Vld en CDH dachten daar een Brussels kader voor uit, dat onder meer in Franse en Nederlandse taallessen voorziet.

Het wordt hoog tijd dat in onze hoofdstad, de poort voor één derde van alle migranten die naar België komen, met een effectief inburgeringsbeleid wordt gestart. Beide gemeenschappen kunnen het zelfs verplichtend maken voor nieuwkomers (van buiten de EU) via de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie.

Hoe en wanneer dit alles in de praktijk zal worden gebracht, is nog koffiedik kijken. Politiek zal er pas vaart achter komen na de verkiezingen van 2014. Maar het Vlaams Parlement zou in zijn nieuw integratiedecreet wel de opening kunnen laten om een Brusselse regeling na 2014 mee gestalte te geven.

Het zou goed zijn mochten de inburgeraars in Brussel ervoor kunnen kiezen om een gelijkaardig inburgeringstraject te volgen als in Aalst, in Vilvoorde of Mechelen. Omdat veel nieuwkomers in Brussel later doorstromen naar Vlaamse gemeenten. En omdat in de Vlaamse Rand werkvolk te kort is terwijl Brussel kreunt onder de werkloosheid.

Toegegeven, Vlaanderen en Brussel leveren al inspanningen om de vacatures voor laaggeschoold personeel en knelpuntberoepen in de luchthavenregio in te vullen met Brusselse werklozen. Een van de grote problemen blijft echter dat veel Brusselse werklozen geen Nederlands begrijpen of spreken. Als een inburgeringstraject hen daarbij op weg zou kunnen zetten, als ze de moeite doen om een woordje Nederlands te leren en als ze met werken hun kost willen verdienen, zijn ze overal in de Vlaamse gemeenschap welkom.

De Vlaamse gemeenschap zal in ruil dan wel meer moeten investeren in Brussel. Als nieuwkomers in Brussel de moeite doen om voor een Vlaams inburgeringstraject te kiezen, moet er op de Vlaamse buurtschool of kinderopvang ook een plaatsje zijn voor hun kinderen.

16:27 Gepost door peter in Actualiteit, Brussel, integratie, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

31-01-13

Bezinning over de illusie van de macht

Roger Raveel is overleden. Ik hield van zijn werk.  Ik plaats hem in de rij van andere groten als James Ensor, Constant Permeke of Gust De Smet. Zonder Raveel is Vlaanderen wat armer geworden. Gelukkig hebben we nog zijn werk. Mijn vrouw en ik zijn het een tijd geleden nog gaan bekijken in het prachtige Roger Raveelmuseum in Machelen-aan-de-Leie, een landelijk dorp om verliefd op te worden. In de kromming van een glorieuze Leiearm  die Raveel  met heuse protestacties nog ooit voor projectontwikkeling behoedde, zie ik de grote schilder zo aan het werk.

Niet dat hij vooral Leiezichten schilderde. Als ik aan Raveel denk, zie ik simpele voorwerpen als een kat, een fiets, een flard wei of een  stuk paal, het silhouet van een man, een boom, de contouren van een dak. Ik zie een man met een pet naast of in vierkanten en abstracte lijnen of vlakken in felle kleuren. Ik zie voorwerpen uit de kunst springen, zoals een bedstijl, een kooi met een echte duif in, een stootkarretje. Ik zie openingen in kaders en spiegels.

Raveel is een geut expressionisme, een likje cobra, een soeplepel pop-art, een lijntje Mondriaan en veel koppig Machelen-aan-de-Leie, zijn geboortedorp dat hij zowat 91 jaar lang amper verlaten heeft. Het was zijn dierbare vriend Hugo Claus die Raveel tevergeefs aanspoorde om internationale naam en faam te gaan verwerven in New York. Maar Roger verkoos het atelier aan zijn Leie-arm, deed liever zijn goesting dan bewondering te wekken in den vreemde. Het zou wat zijn, de man met een pet op Times Square. Met de eigen stijl en opvattingen waarmee zijn werk is geschapen, wordt Raveel ongetwijfeld nog een man van de wereld.

In het Vlaams Parlement kan je ook naar een schitterende Raveel gaan kijken. Het ruimtelijk kunstwerk pronkt in de monumentale ruimte voor het bureau van voorzitter Jan Peumans. Met vierkantige doorkijk en bespiegelde zuilen, roodgeelblauw geschilderde planken,  de herinnering van een boom, een man zonder gezicht, een contour van een vrouw en natuurlijk de man met de pet.

Ik had gedacht dat op de homepagina van de website van het Vlaams Parlement uit eerbied voor de overleden Vlaamse Reus wel een foto van het werk of zijn schepper zou hebben geprijkt. Maar neen, in de kijker van de website fonkelt voorzitter Peumans naast de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen, Jan Briers, behoedzaam nog alsof hij postgevat heeft in het muurtje voor een vrije trap. Spijtig dat ze zich niet in de Bezinning over de illusie van de macht voor het bureau van de voorzitter hebben laten fotograferen.

21:58 Gepost door peter in Actualiteit, kunst | Permalink | Commentaren (0) | Tags: roger raveel, jan peumans, jan briers |  Facebook | | |

21-12-12

Geeft de school nog uitzicht op een betere toekomst?

Het was weer een tijd geleden dat ik nog eens iets gehoord had van Marleen Van Ouytsel, een voormalig collega die ik erg waardeer. Vandaag lees ik van haar een sterke opinie in De Standaard. Marleen heeft haar halve leven besteed aan het onderwijs, aan integratie en stedenbeleid. Als bezig bijtje met een tomeloze energie is ze de voorbije jaren ook met allerlei vrijwilligers- en basiswerk bezig in Antwerpen. Ze richtte er in 2000 de vzw Meters & Peters op, die de Antwerpse Zomerschool Nederlands organiseert. Dat is een originele vorm van vakantie-onderwijs voor kinderen van 6 tot 12. Het doel is leerlingen die thuis geen Nederlands spreken in een ongedwongen en speelse vakantiesfeer de taal waarin ze hun toekomst zullen uitbouwen, beter helpen verwerven. De Zomerschool van Antwerpen kreeg intussen elders navolging en ontving heel wat prijzen.

Marleen verwijst in Een kind is geen breekijzer voor asiel (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF...) naar haar ervaring op de Zomerschool. Ze klaagt de selectieve verontwaardiging aan van de onderwijskoepels over het uitwijzen van minderjarige schoolplichtige kinderen die hier illegaal verblijven: “Tijdens de algemene regularisatiecampagne van 2009 kregen we in die Zomerschool malafide heerschappen over de vloer die kinderen bij bosjes wilden inschrijven. Zij bleken de ouders, vaak nog zelf niet in België, te hebben voorgespiegeld dat ze op een snelle manier in ons land geregulariseerd kunnen worden als ze hun kinderen alvast laten inschrijven in een school. Kinderen worden dus gebruikt voor een regularisatie. Het wordt tijd dat we de toename van het aantal niet-begeleide minderjarige asielzoekers ook eens in die optiek bekijken.”

Een controversieel standpunt? Ik ken Marleen voldoende om te weten dat ze zo’n uitspraken niet zomaar doet. Ze stelt ook het recht op onderwijs voor illegale kinderen niet ter discussie. Ze weet dat immigratie nog jaren ons deel zal blijven. Ze heeft meegeleefd met honderden verhalen van vluchtelingen. Ze begrijpt ook de frustratie van leerkrachten en directies als een lege stoel in een klas achterblijft na de uitwijzing van een leerling die voor veel klasgenootjes gewoon een vriendje was.

“Maar het helpt te beseffen dat de tijd die deze leerling op een Vlaamse bank werd onderwezen”, stelt Marleen, “nooit verloren tijd is geweest. De investering in de opleiding van een kind dat het land moet verlaten, is nooit vergeefs. Zoals het leren niet stopt als de schoolbel rinkelt. Het leren is grenzeloos, in tijd en in ruimte. Het recht op onderwijs is universeel, het verhuist mee met het kind.”

En ze betreurt dat onderwijskoepels en burgemeesters zich niet meer zorgen maken over het falen van het onderwijs in onze steden om de talenten van hun leerlingen tot ontplooiing te brengen. In haar stad Antwerpen verlaat één op vijf jongens de school zonder diploma of beroepskwalificatie. En ze geeft nog andere alarmerende cijfers over de Scheldestad, cijfers die vergelijkbaar zijn in andere centrumsteden in Vlaanderen: schoolse achterstand in secundair onderwijs: 22%, schoolse achterstand in beroepssecundair onderwijs Antwerpen: 78%. Dat laatste cijfer betekent dus dat wie voor een BSO-richting kiest om later een knelpuntberoep als lasser of metser te kunnen uitoefenen, in een omgeving terechtkomt waar van de vijf leerlingen er vier eerder al iets anders hebben geprobeerd of in hun schoolloopbaan minstens één jaar zijn blijven zitten.

Vandaag lees ik in Het Belang van Limburg dat er in Lommel 1.200 deelnemers worden verwacht voor een mars tegen de mogelijke uitwijzing van een gezin van Afghaans-Iraanse origine met drie jonge kinderen. Een middelbare school, de directie de leerkrachten en de leerlingen zetten zich achter het initiatief. Burgemeester Peter Vanvelthoven (SP.A) is solidair.

In haar opinie vraagt Marleen zich af wanneer burgemeesters, onderwijskoepels, leerlingen, studenten en hun ouders ook eens op straat komen om onderwijshervormingen te eisen. Inderdaad. We vergeten te vaak dat Vlaanderen zijn welvaart voor een groot deel te danken heeft aan de kwaliteit van zijn onderwijs. Daar loopt zowaar een Vlaamse grondstroom: dat je met mindere startkansen op onze schoolbanken dankzij flink je best doen toch een mooie toekomst kunt uitbouwen. Maar op ons onderwijs, op een van die funderingen van onze welvaart, zit veel betonrot.

Vandaag staat ook onze minister-president in Het Laatste Nieuws. Voor Kris Peeters mag 2012 snel afgelopen zijn. Hij die Vlaanderen zo graag “in actie” ziet, moet immers terugkijken op recordcijfers inzake faillissementen en werkloosheid, met de sluiting van Ford als spectaculair dieptepunt. Peeters heeft nochtans alles uit de kast gehaald, bezweert hij, maar ja, wat wil je, budgettaire krapte, economische crisis. Ik hoor hem denken, Vlaanderen heeft het spijtig genoeg allemaal zelf niet in handen, want anders…, dan zou je pas vuurwerk zien.

Maar dat gaat niet op voor het onderwijs. Dat heeft Vlaanderen wel zelf in handen. Helemaal. De Vlaamse regering van Kris Peeters kan er een echte prioriteit van maken als ze dat maar wil. Misschien wacht de regering om in actie te schieten tot er een betoging komt? Een mars tegen het betonrot in het onderwijs? Tegen statistieken waarachter honderdduizenden jongeren schuilgaan, die aantonen dat onze scholen aan wie kansarm is, steeds minder vaak een uitweg bieden naar een beter leven.