28-01-10

Laffe Peumans en moedige De Crem

Zou ik eens een stukje schrijven over hoe laf ik het vind dat de voorzitter van het Vlaams Parlement zijn republikeinse overtuiging en vooral anti-Belgische sentimenten laat voorgaan op zijn ambtelijke plicht om de democratische instelling die hij voorzit te vertegenwoordigen op de receptie van de zogenaamde gestelde lichamen in een paleis van een ondemocratische instelling?

Of zou ik eens een stukje schrijven over hoe moedig ik het vind van een minister om ons leger grondig te herstructureren, zonder zich daarbij te laten beïnvloeden door argumenten betreffende de geschiedenis, de paraatheid, de taalrol, de legerplaats, of de operationele inzet van de eenheden, waarvan de militairen zelfs tot in het verre Afghanistan, op missie in opdracht van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie van vrije westerse democratiën, beperkingen krijgen opgelegd aan grondwettelijke vrijheden?

10:57 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

25-01-10

Congo controverse

Er is wat controverse ontstaan over enkele uitspraken van Europees commissaris Karel De Gucht over de ontmoeting van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere, met de president van Congo, Joseph Kabila. De Gucht is de voorganger van Vanackere. Van zijn Congo-politiek onthield de publieke opinie vooral dat De Gucht er niet voor terugdeinsde Kabila in Kinshasa de waarheid te vertellen over mensenrechtenschendingen, bloedvergieten, wanbestuur en corruptie.

 

De Gucht staat bekend voor zijn parler vrai. Hij is om die reden een graag geziene gast bij de media. Hij heeft altijd gelijk, of hij heeft toch minstens altijd een punt. Sommigen zeggen wel eens dat De Gucht in bepaalde kwesties te vroeg gelijk had en het pas later ook heeft gekregen. Voor bepaalde controverses is het overigens nog altijd wachten op het gelijk van De Gucht. Kortom, terwijl De Gucht altijd een punt heeft, is timing niet altijd zijn sterkste punt. De geschiedenis van de toekomst zal moeten uitwijzen of de Congo-aanpak van De Gucht dan wel die van Vanackere de meest adequate was.

 

Congo is een staat in verval. Een tijdje geleden las ik “Bloedrivier”, het relaas van journalist Tim Butcher over zijn remake van de reis van Stanley naar en langs de Congostroom. Je zou denken dat de wereld erop verbeterd is sedert de avontuurlijke onderneming van de grote ontdekkingsreiziger-journalist in 1870. Maar niet zo in Congo, waarvan oppervlakten groter dan Vlaanderen nog altijd feitelijk onbereikbaar zijn voor de buitenwereld.

 

Congo is een staat in oorlog. Een oorlog waarvan we er, tot vorige week, van uitgingen dat er meer dan 5 miljoen doden waren gevallen. Bovendien werd er op grote schaal verkracht, verminkt, geplunderd, gebrandschat. Maar vorige week werd het dodental gehalveerd. Het blijft natuurlijk enorm hoog. Wat me daarbij opvalt, is dat die oorlog jarenlang veel minder media-aandacht kreeg dan de aardbeving in Haïti de voorbije dagen, om maar eens wat te noemen.

 

Het verschil zit in de overvloedige beschikbaarheid van televisiebeelden over de aardbeving in het straatarme Haïti en het ontstellende gebrek aan televisiebeelden over het duistere en onbereikbare hart van Afrika. Om een begin te maken met het stoppen van gruwels, schandalen, bloedvergieten, moeten ze eerst goed zichtbaar voor zoveel mogelijk mensen worden uitgestald, liefst live. Het is een cynische voorwaarde tot verandering. 

 

Met zijn uitspraken nodigt De Gucht de media opnieuw uit de toestand van Congo weer wat nader onder de loupe te nemen. Vooral daarom zie ik er een nut van in. En zo brengen ze misschien zijn historisch toekomstig gelijk ook in deze wat dichterbij.

15:16 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

21-01-10

Een pintje is hier een primus

Als Haachtenaar hoor je primus te drinken. En hoor je Stella te verafschuwen. Nu meer dan ooit is dat het geval. De manier waarop AB InBev in Leuven een herstructurering tracht door te voeren terwijl de gigant reusachtige winsten maakt, vindt geen genade bij de publieke opinie, laat staan bij de bierdrinkers, laat staan in Haacht en omstreken, waar dat kleine broertje van de Stella al jaren in de schaduw van de grote broer overleeft.

Ik ben opgegroeid in de schaduw van de Primus Haacht Brouwerij. Om 12 u en op de andere uren van de brouwerij-shifts wedijverden de klokkentoren van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Gedurige-Bijstand-kerk en de stoomfluit om de aandacht van het gehucht Haacht-Station. Ik zat in de klas met zonen en dochters van mannen die in de brouwerij werkten. De Brigands, de scoutsvereniging waar we allemaal bij waren, mocht als lokaal een oude brouwerijwoning gebruiken. Veel jongens gingen in de brouwerij hun eerste vakantiejob doen. Het was een stuk van ons, die Primus, een stuk om trots op te zijn.

Voor mij, en ik vermoed voor nog heel wat andere gemeentenaren, was Stella niet enkel slecht omdat Primus van Haacht was. Dat had ook te maken de grote eigenaar van de Stella, ook een dorpsgenoot. Eén met een eeuwenlange traditie zelfs: de adellijke familie de Spoelberch. Een grootgrondbezitter met een reusachtig domein dat langs de vaart Leuven-Mechelen ligt en met zijn poortgebouw bijna de Sint-Hubertuskerk van de Haachtse deelgemeente Wespelaar binnenvalt.

Als kind maakte ik kampen en boomhutten in dat domein, sloeg ik op de vlucht voor de boswachter, ging ik vogels kijken door de verrekijker, exploreerde ik de ijskelders, besloop ik de familievilla’s verspreid over het domein, onderzocht ik er de avonturige bezienswaardigheden zoals de vervallen orangerie of een gammele brug over vijvers. Het arboretum van het domein geniet enige faam en op het internet vind je zelfs sporen van een “vzw stichting arboretum wespelaar” terug, met een Engelstalige website.

En dat stoort me nu, zie. Zo’n familie die volgens het weekblad Humo de rijkste is van het land. Zo’n familie met een kleine de. Zo’n familie met praalgraven op het kerkhof van Wespelaar waar ook mijn vader ligt. Zo’n graaf waar je als jeugdleider in het Frans moest gaan smeken aan de poort om met je welpen of jongverkenners een bosspel in zijn ondoordringbaar bos te mogen spelen. Zo’n graaf met een gigantisch domein, amper toegankelijk voor het publiek. Met open monumentendag, ja, in een publicatie van een heemkundige kring, ja.

En dan is er nog het verhaal van de moord op het domein, dat de gemeente verkilde. Ik vind er weinig van terug op de encyclopdie van tegenwoordig, het internet, en doe dus een beroep op mijn geheugen. In mijn herinnering werd er _ in het begin van de jaren negentig? _ een twaalfjarig meisje gewurgd met een elektriciteitskabel aangetroffen. Ze zou haar plechtige communie doen in Tildonk, nog een deelgemeente van Haacht waaraan het domein paalt. De dader, een nazaat van de graaf, werd aangehouden, schuldig bevonden, ontoerekeningsvatbaar verklaard, zou al lang terug op vrije voeten zijn. Op internet ontdekte ik wel dat twee senatoren naar Noblesse Oblige en dit misdrijf verwezen in een “wetsvoorstel tot opheffing van diverse bepalingen inzake de adel” van 15 januari 2002.

In Haacht smaakt de Stella dus even goed als de verbrandingsoven. Waarvan de volksmond er gerust op is dat hij er niet zal komen. Omdat de graaf er tegen is, naar verluidt.

 

 

15:55 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook | | |

20-01-10

1Para ontbinden?

 

 

Pieter De Crem is vorige week ingegaan op de vraag om de kazernes van Aarlen en Bastenaken in weerwil van zijn oorspronkelijk hervormingsplan waaraan geen komma zou veranderd worden, toch open te houden. De minister van Landsverdediging zwichtte volgens eigen verklaringen voor de historische waarde van Bastenaken, van waar de Amerikaanse generaal Arthur Mc Auliffe, de bevelhebber van de 101st Airborne Division, in 1944 het geallieerde bevel voerde tegen het Duitse Ardennenoffensief.

 

Voor de historische waarde van de Belgische troepen die deelnamen aan dit Ardennenoffensief, heeft de minister niet het minste begrip. Hun eenheid, het 1ste bataljon Para, dat zich op het moment van de beslissing ver van huis op operatie in Afghanistan bevindt, wordt ontbonden. Hun kazerne, de als monument beschermde Citadel van Diest, gaat dicht.

 

De wortels van 1 Para liggen bij het Belgisch SAS-eskadron dat meevocht in het Von Rundstedt-offensief in de Belgische Ardennen. Het Belgisch eskadron maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog onder leiding van Eddy Blondeel, deel uit van de Britse SAS (Special Air Service) Brigade. De parachutisten namen deel aan operaties in Frankrijk, België en Nederland. Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste geallieerde eenheid die voet op Belgische grond zette.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werden de Belgische SAS-parachutisten de ruggengraat van het 1ste bataljon Parachutisten, dat in 1953 zijn intrek neemt in de Citadel van Diest. Het 1ste Para nam de rode muts en het kenteken van de SAS over, het gevleugelde zwaard met de leuze ‘who dares wins’. Om die historische redenen wordt 1 Para het moederbataljon van de Belgische paracommando’s genoemd.

 

Terwijl De Crem officieel begrip toont voor de historische waarde van een kelder van waar een Amerikaans generaal de geallieerde troepen commandeerde, blijft hij vasthouden aan zijn beslissing om de moedereenheid te ontbinden die de tradities en symbolen bewaart van de Belgische soldaten die in Bastenaken mee hebben gevochten voor de bevrijding van Europa van het nazisme. Moest ik oudstrijder zijn, ik zou me diep beledigd voelen.

 

Er zijn nochtans alternatieven voor het begraven van 1Para, zelfs indien er een van de drie bataljons van de paracommando’s moet sneuvelen, en het afstoten van de Citadel. Dat beschermd monument binnen de stadskern van Diest is er trouwens niet zo slecht aan toe als De Crem het voorstelde in de commissie Landsverdediging. Volgens de bronnen in de kazerne loog De Crem daar het Parlement voor over tal van zogenaamde mankementen aan het kwartier. Een bezoek van de commissie Landsverdediging aan Diest zou al veel ophelderen. Bovendien biedt het nabijgelegen Trainingscentrum voor Parachutisten in Schaffen vele mogelijkheden tot gezamenlijk gebruik door 1 Para.

 

Een herbestemming van de Citadel is niet evident, door de bescherming als monument. Maar wat let de Vlaamse en de federale overheid om rond de tafel te gaan zitten? Het moet mits wat goede wil, logistieke en legistieke creativiteit mogelijk zijn om de enige citadel die Vlaanderen nog telt in stand te houden, ze in een ruime mate toegankelijk te maken voor het publiek, bijvoorbeeld via de uitbouw van het Pegasusmuseum over de geschiedenis van de parachutisten dat er nu reeds is ondergebracht, en het gebouw dienst te laten blijven doen als de thuis van het moederbataljon van onze para’s. Samenwerkingsfederalisme, heet zoiets sinds kort.

21:47 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |