23-04-10

De draad van Linda De Win

Hieronder plaats ik een tekst die mijn gewezen collega Boudewijn Vanpeteghem heeft geschreven, over het mediacircus van Villa Politica, gisteren 22 april in de kamer:

De draad van Linda De Win    

 

Chaos in het parlement. Verschillende redacties sturen het nieuws de wereld in. Live. Alleen vertellen ze er niet bij dat het de perslui zelf zijn die de chaos veroorzaken en organiseren. En politici geven voor de micro’s en camera’s elk hun waarheid, die onderling zo sterk verschilt dat niemand nog weet wat echt is gebeurd.

 

De sfeer van de grote dagen. De adrenaline stroomt snel in de aderen van politici en journalisten. Verscheidene van hen gaan in overdrive. Het samenspel van hen die we gekozen hebben om de staatszaken voor ons te regelen en zij die ons daarover moeten inlichten, doet de democratie geen goed. Het geeft steeds meer kijkers en luisteraars een naar gevoelen.

 

Het werk van Linda De Win, frontvrouw van Villa Politica, kan daar als voorbeeld van worden beschouwd. Het heeft aanvankelijk iets sympathieks dat de journaliste, die klein van gestalte is, zich overal tussenwringt. Ze slaagt erin om de politici die er toe doen en niet toe doen, er is zendtijd te vullen, voor haar camera te halen.

 

Gaandeweg gaat haar optreden irriteren. Ze wordt zelf het voorwerp van een reportage onder de titel: de draad van Linda De Win, op www.deredactie.be. Het is niet goed als dat met journalisten gebeurd. Net zoals het niet goed is om een politieke crisis te behandelen als een soap en er een slechte thriller van te maken.

 

Het spektakel verplaatst zich in de vooravond naar de studio’s van radio en televisie. Toppolitici en mindere goden aan het politieke firmament komen er elkaar tegen in de schminkkamers van televisiezenders. Opiniemakers van diverse pluimage zijn er ook. Het tempo van de speciale journaals ligt hoog. Politici vertellen hun verhaal en vertrekken dan spoorslags naar hun zoveelste mediaoptreden.

 

Elk kent zijn tekst uit het hoofd en debiteert die waar het maar kan. Een journalist verwondert er zich over dat MR-voorzitter Didier Reynders al de hele dag hetzelfde vertelt. Wat had die dan verwacht?

 

Weinigen zullen de bladzijden en bladzijden crisisbijlagen van de kranten gelezen krijgen. En de aandacht van de persgilde is alweer afgeleid. Hij verschuift zich naar seksuele misbruiken in de Kerk. Een bisschop neemt ontslag. Het mediacircus verplaatst zijn tenten.

 

10:35 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

01-04-10

Waarom 1 Para echt moet verdwijnen

 

Het eerste bataljon parachutisten wordt ontbonden en de als monument beschermde Citadel van Diest wordt verkocht. Het zijn beslissingen van defensieminister Pieter De Crem. Als voornaamste redenen haalde hij aan dat de Citadel niet langer beantwoordt aan de hedendaagse eisen die mogen gesteld worden aan een militair kwartier, aan de dringende zware restauratie- en renovatiekosten, en aan het gebrek aan paracommando’s in het Belgisch leger, waardoor er sowieso één van de drie bestaande bataljons ontbonden moet worden.

 

Woensdag bracht de kamercommissie Landsverdediging een bezoek aan enkele kazernes die door het besparingsplan  worden getroffen. Het bezoek kwam er dankzij de inspanningen van de verdedigers van de Citadel. Zij ontkennen de hoge kosten voor renovatie en restauratie en beweren stellig dat de Citadel wel nog bruikbaar is als kazerne voor een paracommando-eenheid. Ze bleken gelijk te hebben. Commissievoorzitter Ludwig Vandenhove kwam tot die vaststelling en noemde de argumentatie over kostprijs en bruikbaarheid van de Citadel vals (Belang van Limburg, 1/4).

 

Toch blijft de beslissing volgens generaal Charles-Henri Delcour, de chef defensie, gehandhaafd. ‘We hebben te weinig para’s voor drie bataljons. Dus maken we er twee van’. Daar heeft de generaal een punt. Al jarenlang ondervinden de paracommando’s grote moeilijkheden om hun getalsterkte op peil te houden, in alle bataljons overigens. En dat wordt alleen maar erger: 3 Para organiseert eind april een speciale jobdag met 181 vacatures.

 

Men kan zich afvragen of het dan niet langer mogelijk is om jongeren warm te maken voor een avontuurlijk bestaan als paracommando. Is het wel voldoende geprobeerd? Of is de jeugd van tegenwoordig niet meer uit voldoende sterk en taai hout gesneden? Ook jaren geleden, toen er nog militaire dienstplicht bestond, was het geen sinecure om de gelederen van de para’s op peil te houden.

 

Er dringt zich een andere vraag op: hebben we in de nieuwe, kleinere krijgsmacht en met de gewijzigde geopolitieke omstandigheden nog wel drie paracommando bataljons nodig? Evident, ben ik geneigd te zeggen, want de para’s zijn de meest flexibele, snel ontplooibare en overal inzetbare gevechtstroepen waarover we beschikken. Tenzij het Belgisch leger minder wil vechten natuurlijk. Vandaar volgt de vraag: wíllen we in de nieuwe geopolitieke omstandigheden nog drie zo’n bataljons klaarhouden voor de meest risicovolle opdrachten denkbaar in dat gewijzigde kader, namelijk een internationaal verband (Navo, VN) ver van huis, zoals vandaag in Afghanistan?

 

Of willen we ons wat meer bukken? Zeg maar plastisch, liever transportcapaciteit leveren dan kanonnenvlees? Als je maar twee paracommando bataljons hebt, kunnen er maar twee ingezet worden in de internationale operaties waaraan België sowieso zijn steentje moét bijdragen. Er valt iets voor te zeggen dat je dan beter twee goed uitgeruste bataljons hebt dan drie halve. Maar toch, het blijft wringen.

 

Maandag 29 maart vond op de markt van Diest een steunbetoging voor 1 Para plaats, met volgens de pers zo’n 150 deelnemers (een dikke 200 als je die in de belendende cafés erbij telt). Ik was heel blij onder hen ook kolonel Luc Marchal te herkennen, die als kapitein CO is geweest van de 13de Cie van 1Para. Later was Marchal de VN-sectorcommandant voor Kigali tijdens de Rwandese genocide. Toen in de Rwandese hoofdstad op 7 april 1994 tien Belgische commando’s uit Flawinne beestachtig vermoord werden, ijverde België voor het terugtrekken van de gehele VN-vredesmacht waarvan het Belgisch bataljon de steunpilaar was. Dat lukte de toenmalige Belgische regering-Dehaene ook. Luc Marchal vertrok met de laatste Belgen uit Rwanda op 19 april, nadat hij drie keer geweigerd had om op het vliegtuig te stappen. Hij vreesde dat na het vertrek van de blauwhelmen het bloedbad echt zou uitbreken, en de geschiedenis geeft hem gelijk.

 

Ik heb de grootste bewondering voor de moed van Marchal, die terug uit Rwanda voor het Krijgshof werd gedaagd alsof hij verantwoordelijk was voor de dood van de para’s en de genocide die aan 800.000 mensen het leven heeft gekost. Er was een Rwanda-commissie in de Senaat voor nodig om de fouten van de toenmalige legerleiding en operatieverantwoordelijken bloot te leggen en vooral de abjecte politieke desertie van de toenmalige regering en de internationale gemeenschap aan de kaak te stellen. De kans dat zo’n traumatische ervaring opnieuw ons land en zijn leiders zou verontrusten, is kleiner met twee paracommandobataljons dan met drie. Wie niet moedig is, gaat bij brand liefst achter de brandweerwagen staan. 

 

Rest de vraag waarom 1 Para moet sneuvelen. Ik vrees dat het antwoord simpel is: het is een tweetalig bataljon, gevestigd in het Vlaamse Diest. Als 1 Para verdwijnt, houdt het leger een Nederlandstalig bataljon over in Tielen en een Franstalig in Flawinne, netjes verdeeld dus.

 

  

14:39 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | | |