10-10-11

Over liberalisme en nationalisme

De opinie “Liberalen gruwen van nationalisme” van mijn partijgenoot Mathias De Clercq, die op 10 oktober gepubliceerd werd in De Standaard, heeft me onaangenaam getroffen. De vrije tribune van het Open Vld-kamerlid was een reactie op een opiniebijdrage van N-VA-voorzitter Bart De Wever op 8 oktober in dezelfde krant. Wat ik van die laatste bijdrage heb onthouden, is dat Bart De Wever het zou betreuren indien de karikatuur die sommige liberalen vandaag van het nationalisme maken, het partijpolitiek liberalisme en het nationalisme in Vlaanderen op een ideologische ramkoers zou brengen.

 

De titel boven het artikel van Mathias De Clercq bevestigt de ramkoers. Ofschoon het jonge liberale boegbeeld uit Gent er de grootste filosofen en auteurs bijroept als Immanuel Kant, Paul Cliteur, Fernando Savater, Amartya Sen, Mario Vargas Llosa of György Konrad (hij dropt ongeveer één naam per alinea), slaagt hij er niet in de karikatuur van het nationalisme te overstijgen. “Het liberalisme sluit de mens niet op in één identiteit of één gemeenschap zoals nationalisten doen”, schrijft De Clercq. Nationalisten leggen een identiteit op aan anderen, terwijl liberalen daar net van gruwen. De liberaal is er echter gerust op. “Mensen zullen steeds meer inzien dat het discours van N-VA gericht is op het verdelen van de samenleving in ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Nationalisten opteren finaal voor het ‘eigen volk eerst’, en dat staat haaks op het liberale mens- en wereldbeeld.” En hij besluit: “Nationalisme is een gif dat de rede verlamt en gevoelens van afkeer voor de andere stimuleert. Liberalisme staat dus wel degelijk haaks op nationalisme.”

 

Ik heb grote bewondering voor Mathias De Clercq. Het is niet makkelijk om als kleinzoon van een grote liberale staatsman een eigen politieke familienaam te verwerven. En al zeker niet in Oost-Vlaanderen. Uit al wat Mathias doet en schrijft, lijkt een enorm engagement naar voren te springen, een oprechte gedrevenheid, de roekeloze passie van een kruisvaarder, de onstuitbare bekeringsdrift van een jezuïet, het vrome geloof van een broeder. Politici die vanuit zo’n edele beweegredenen het mandaat van hun kiezers invullen, verdienen respect.

 

Het toeval wil dat ik inzake liberalisme en nationalisme tot een andere conclusie kom. Niet op grond van de geciteerde auteurs, die ik nochtans allen heel erg waardeer, de meesten omdat ik ze zelf heb verslonden, de anderen omdat ik ze ken uit de geschriften van een ander alom gerespecteerd liberaal kompas, Dirk Verhofstadt.

 

Mijn eigen verblijf in nationalistische kringen heeft me de nationalistische medemens anders leren kennen dan Mathias De Clercq hem gelooft te kennen. Van het einde van de jaren tachtig tot halverwege de jaren negentig werkte ik voor het Vlaams-nationaal weekblad WIJ, het krantje van de Volksunie. Ik heb daar linkse en rechtse nationalisten leren kennen, vrijzinnige en katholieke, progressieve en conservatieve, open geesten en ja, ook bekrompen geesten, diehards en romantische dromers. Ik heb er zwart en wit leren kennen, begrijpen en respecteren.

 

Ik heb vastgesteld hoe de lokroep van de Partij van de Burger van Guy Verhofstadt onweerstaanbaar was voor vele vrienden en kennissen die tot vandaag actief zijn in Open Vld, omdat de burgerdemocratie van Verhofstadt het liberalisme opnieuw verzoenbaar maakte met een verdraagzaam en volks nationalisme. Ik draag nu al een jaar of tien zelf een liberale stempel. Ik ben zelfs bestuurslid in een lokale afdeling van Open Vld. Maar ik bewaar evengoed nog altijd mooie herinneringen aan VU’ers die vandaag N-VA’er zijn. In de zowat 18-jarige broer van Bruno, de professor die de geschiedenis van de Vlaamse collaboratie uit de hagiografie heeft bevrijd, herkende ik destijds niet de raspoliticus Bart De Wever die vandaag als “nationaal-liberaal” het hele Vlaamse politieke landschap van uiterst tot centrumrechts in zijn voortbestaan bedreigt.

 

Volgens Mathias De Clercq pleiten liberalen voor individualisme, dat hij fundamenteel tegengesteld noemt aan nationalisme en omschrijft als het recht op zelfbeschikking: dat elke man en elke vrouw zelf mag beslissen over zijn of haar leven, of en met wie men trouwt, of men kinderen wil, welk beroep men kiest, waar men gaat wonen, met wie men vriendschap sluit. Ik ben ook voor zelfbeschikking.

 

Maar ik zie rond me veel mensen die niet de middelen of de gelegenheid hebben om hun leven te kunnen bepalen; die kinderen willen en er toch geen krijgen; die geen keuze hadden over een huwelijk, of niet met wie; die al blij zijn dat ze werk hebben maar hun werk niet hebben gekozen… Voor die mensen probeer ik mededogen op te brengen. Uit mededogen kan je engagement puren, in tal van vormen. Mensen met engagement voor andere mensen kunnen zich organiseren, actie voeren. Zo ontstaan kringen van solidariteit, zo ontstaat een kostbaar weefsel, gemeenschap.

 

Mededogen lijkt me een edeler grondslag voor politiek engagement dan individualisme. Daarmee zeg ik niet dat dit laatste niet tot gemeenschap kan leiden. Zoals de plichtenleer ‘Du kannst, denn du sollst’ van Kant. Maar als ik me een gemeenschap tracht voor te stellen die uit individualisme voortspruit, komen me taferelen voor de geest van woedende aandeelhouders van Fortis. Toegegeven, vandaag geen al te beste vergelijking.       

16:29 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.