13-10-11

N-VA blijft

 

Vanmorgen hoorde ik Jan Callebaut op Radio 1 uitleggen waarom het nieuws dat N-VA in de Vlaamse regering blijft, ondanks haar forse kritiek op het Vlinderakkoord, zo belangrijk is: de partij wil zich verder profileren als beleidspartij. Dat klopt natuurlijk. Maar het is niet het hele verhaal.

 

Het Vlaams Blok, van wie N-VA nu het electoraat aan het oppeuzelen is (nog zo’n 8% te gaan volgens de laatste peiling), werd door het cordon sanitaire sinds haar electorale doorbraak eind de jaren tachtig altijd in de oppositie gehouden. Door het cordon maar ook door eigen foute strategische keuzen bleef het een partij van schreeuwers aan de zijlijn. Met het N-VA-alternatief op rechts lijkt ze daar nu ten onder te zullen gaan. Onder meer uit de fouten van  het VB heeft Bart De Wever geleerd.

 

Om in de Vlaamse regering te kunnen blijven zitten, moest de voorzitter van N-VA in het Vlaams Parlement wel toegeven dat het Vlinderakkoord niet strijdig is met de Octopusnota uit het Vlaams regeerakkoord. Wat impliceert dat de balans van het Vlinderakkoord dus eigenlijk niet zo slecht is als sommige N-VA’ers over onderdelen ervan hadden uitgeroepen.

 

Het Vlinderakkoord kwam er omdat N-VA de onderhandelingstafel had afgewezen. Toen ging een zucht van verlichting door Franstalig België. De Franstalige partijen rond de tafel stelden zich plots begripsvoller en coulanter op tegenover de Vlaamse partijen die al ja of ja maar hadden gezegd vóór het neen van N-VA. Het fijne van wie daar toen wie rolde, moet nog ontrafeld worden.

 

Maar de afwezigheid van N-VA maakte het paradoxaal genoeg ook makkelijker voor de kleinere Vlaamse partijen rond de tafel. Ze beseften dat ze enkel mochten instemmen met een compromis dat de bandbreedte van de nota die De Wever zelf had opgesteld, niet flagrant mocht overschrijden. Ze moesten ervoor zorgen dat het compromis in mainstream Vlaanderen (het niet uiterst rechtse of separatistische electoraat) verkoopbaar zou blijven.

 

De maximale consolidatie van die kiezers uit mainstream Vlaanderen is meteen ook de reden waarom N-VA in de Vlaamse regering blijft. Deze kiezers vroegen bij de jongste verkiezingen geen Vlaamse staat maar een minimum aan respect voor de Vlamingen en voor wat Vlaanderen al jaren verlangt: een deftig bestuur in hun regio en dus ook in hun land België, want het een ging eigenlijk al jaren niet goed meer zonder het ander.

 

De Vlaamse regering blijft inmiddels nog altijd de regering waar je als partij die beleid wil voeren, beter in zit dan niet. In vergelijking met de federale regering heeft Vlaanderen, zoals we met de jongste septemberverklaring hebben gezien, nog altijd ruimte voor cadeautjes. De Vlaamse bevoegdheden lenen zich ook veel beter dan de federale voor een politiek van weldoenerschap (zoals subsidies uitdelen aan verenigingen, bedrijven en instellingen, geld steken in dingen die echt onze toekomst bepalen zoals onderwijs, onderzoek, kinderen, dingen verhelpen of verbeteren die de mensen echt ergeren zoals slechte wegen, gevaar in het verkeer, files, sociaal zijn voor wie kansarm is via een gamma van instrumenten als sociale woningen, renovatiepremies, maar ook de hele enorm groeiende welzijnssector).

 

Het Vlaamse weldoenerschap van het Martelaarsplein maakt de mensen duidelijk wat de politiek vermag te verwezenlijken, ook al lukt het niet altijd zo goed om de wensen van iedereen te verzoenen. Het Martelaarsplein gelijkt in die zin meer op een Dorpsstraat dan op de Wetstraat. En iedereen die aan gemeentepolitiek doet, weet: in de gemeentepolitiek zit je beter in het college dan in de oppositie.

 

Voor de uitbouw en consolidatie van N-VA als grootste Vlaamse politieke factor is de aanwezigheid in de Vlaamse regering om nog andere redenen handig. Besturen is een vaardigheid waarvoor je mensen met kennis van zaken nodig hebt, bekwame krachten die het klappen van de politieke zweep kennen en loyaal zijn. Alle partijen en zeker snelgroeiers als N-VA proberen niet enkel politieke talenten aan te trekken, ze moeten ze ook kunnen houden, laten kiemen en ontbolsteren. Een ministerieel kabinet is daar een uitstekende kweekvijver voor, in alle beleidspartijen zie je dat trouwens enkele jaren later aan de parlementaire fracties.

 

Bovendien zijn er volgend jaar gemeenteverkiezingen. Ook daarvoor is de Vlaamse regering nuttig. Geert Bourgeois mag die verkiezingen in Vlaanderen als minister van Binnenlands Bestuur organiseren. Hij zal er ongetwijfeld mee in de kijker lopen. Elke woordvoerder weet verder dat je makkelijker in de media komt als je partij ministers telt. Dat is evident. De slimsten slagen er à la Crevits ook nog in om alleen met positieve en constructieve verhaaltjes op tv te verschijnen.

 

Minder algemeen geweten is dat ministers ook voor het lokale en middenkader van een partij van onschatbare waarde zijn. Ministers zijn per dag makkelijk zestien uur of langer in het getouw. In tegenstelling tot wat Jan Publiek denkt, werken ze niet enkel voor het algemeen belang, maar ook voor het belang van hun partij. De Vlaamse ministers gaan weldoend en vriendelijk de Vlaamse dorpen en steden rond. Ze plaatsen hier een woordje bij een receptie, knippen daar een lintje door, zetten tussendoor mensen in de bloemetjes of overhandigen lachend een cheque. ’s Avonds spreken ze een serviceclub toe bij een deftig diner of treden ze op als publiekstrekker voor een net opgerichte partij-afdeling. Ze verzamelen goodwill bij de plaatselijke stakeholders, opiniemakers en partijmandatarissen. Ze krijgen meer volk op de been dan parlementairen. Ze maken de lokale militanten enthousiast. Ze zorgen voor uitstraling ten voordele van de partij in heel de wijk, buurt, dorp of stad, met nog wat afstraling in de lokale media bovenop.

 

En dan is er nog een reden waarom de keuze van N-VA om te blijven zitten in de Vlaamse regering niet zo dwaas is. Ze werd in het debat in het Vlaams Parlement aangevoerd door Filip De Winter: zo kan N-VA in Vlaanderen als regeringspartner intern wat oppositie voeren. De partij kan coalitiepartners wat irriteren, spektakel gegarandeerd, door overal wat lastig te doen. Bijvoorbeeld over een bijdrage in de sanering van het geheel van de staatsfinanciën kan N-VA zich blijven opstellen als de waakhond van een nu al gedateerd regeerakkoord uit 2009, want België en Europa hebben de jongste maanden op financieel-economisch vlak eigenlijk zoiets als een copernicaanse hervorming ondergaan, zij het niet in de zin van het Vlaams regeerakkoord.

 

Als de regering Di Rupo ooit het levenslicht ziet, kunnen de machtige  N-VA-fracties in het federale parlement als grootste oppositiepartij keihard van leer trekken tegen al wie in een tot grote soberheid en besparingen gedwongen meerderheid maar de kleinste vinger opheft naar de hardwerkende Vlaming. Neen, wie gedacht had dat alleen het afsluiten van een communautair akkoord N-VA de wind uit de zeilen zou nemen, stopt beter nog even met dromen.

 

14:20 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

10-10-11

Over liberalisme en nationalisme

De opinie “Liberalen gruwen van nationalisme” van mijn partijgenoot Mathias De Clercq, die op 10 oktober gepubliceerd werd in De Standaard, heeft me onaangenaam getroffen. De vrije tribune van het Open Vld-kamerlid was een reactie op een opiniebijdrage van N-VA-voorzitter Bart De Wever op 8 oktober in dezelfde krant. Wat ik van die laatste bijdrage heb onthouden, is dat Bart De Wever het zou betreuren indien de karikatuur die sommige liberalen vandaag van het nationalisme maken, het partijpolitiek liberalisme en het nationalisme in Vlaanderen op een ideologische ramkoers zou brengen.

 

De titel boven het artikel van Mathias De Clercq bevestigt de ramkoers. Ofschoon het jonge liberale boegbeeld uit Gent er de grootste filosofen en auteurs bijroept als Immanuel Kant, Paul Cliteur, Fernando Savater, Amartya Sen, Mario Vargas Llosa of György Konrad (hij dropt ongeveer één naam per alinea), slaagt hij er niet in de karikatuur van het nationalisme te overstijgen. “Het liberalisme sluit de mens niet op in één identiteit of één gemeenschap zoals nationalisten doen”, schrijft De Clercq. Nationalisten leggen een identiteit op aan anderen, terwijl liberalen daar net van gruwen. De liberaal is er echter gerust op. “Mensen zullen steeds meer inzien dat het discours van N-VA gericht is op het verdelen van de samenleving in ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Nationalisten opteren finaal voor het ‘eigen volk eerst’, en dat staat haaks op het liberale mens- en wereldbeeld.” En hij besluit: “Nationalisme is een gif dat de rede verlamt en gevoelens van afkeer voor de andere stimuleert. Liberalisme staat dus wel degelijk haaks op nationalisme.”

 

Ik heb grote bewondering voor Mathias De Clercq. Het is niet makkelijk om als kleinzoon van een grote liberale staatsman een eigen politieke familienaam te verwerven. En al zeker niet in Oost-Vlaanderen. Uit al wat Mathias doet en schrijft, lijkt een enorm engagement naar voren te springen, een oprechte gedrevenheid, de roekeloze passie van een kruisvaarder, de onstuitbare bekeringsdrift van een jezuïet, het vrome geloof van een broeder. Politici die vanuit zo’n edele beweegredenen het mandaat van hun kiezers invullen, verdienen respect.

 

Het toeval wil dat ik inzake liberalisme en nationalisme tot een andere conclusie kom. Niet op grond van de geciteerde auteurs, die ik nochtans allen heel erg waardeer, de meesten omdat ik ze zelf heb verslonden, de anderen omdat ik ze ken uit de geschriften van een ander alom gerespecteerd liberaal kompas, Dirk Verhofstadt.

 

Mijn eigen verblijf in nationalistische kringen heeft me de nationalistische medemens anders leren kennen dan Mathias De Clercq hem gelooft te kennen. Van het einde van de jaren tachtig tot halverwege de jaren negentig werkte ik voor het Vlaams-nationaal weekblad WIJ, het krantje van de Volksunie. Ik heb daar linkse en rechtse nationalisten leren kennen, vrijzinnige en katholieke, progressieve en conservatieve, open geesten en ja, ook bekrompen geesten, diehards en romantische dromers. Ik heb er zwart en wit leren kennen, begrijpen en respecteren.

 

Ik heb vastgesteld hoe de lokroep van de Partij van de Burger van Guy Verhofstadt onweerstaanbaar was voor vele vrienden en kennissen die tot vandaag actief zijn in Open Vld, omdat de burgerdemocratie van Verhofstadt het liberalisme opnieuw verzoenbaar maakte met een verdraagzaam en volks nationalisme. Ik draag nu al een jaar of tien zelf een liberale stempel. Ik ben zelfs bestuurslid in een lokale afdeling van Open Vld. Maar ik bewaar evengoed nog altijd mooie herinneringen aan VU’ers die vandaag N-VA’er zijn. In de zowat 18-jarige broer van Bruno, de professor die de geschiedenis van de Vlaamse collaboratie uit de hagiografie heeft bevrijd, herkende ik destijds niet de raspoliticus Bart De Wever die vandaag als “nationaal-liberaal” het hele Vlaamse politieke landschap van uiterst tot centrumrechts in zijn voortbestaan bedreigt.

 

Volgens Mathias De Clercq pleiten liberalen voor individualisme, dat hij fundamenteel tegengesteld noemt aan nationalisme en omschrijft als het recht op zelfbeschikking: dat elke man en elke vrouw zelf mag beslissen over zijn of haar leven, of en met wie men trouwt, of men kinderen wil, welk beroep men kiest, waar men gaat wonen, met wie men vriendschap sluit. Ik ben ook voor zelfbeschikking.

 

Maar ik zie rond me veel mensen die niet de middelen of de gelegenheid hebben om hun leven te kunnen bepalen; die kinderen willen en er toch geen krijgen; die geen keuze hadden over een huwelijk, of niet met wie; die al blij zijn dat ze werk hebben maar hun werk niet hebben gekozen… Voor die mensen probeer ik mededogen op te brengen. Uit mededogen kan je engagement puren, in tal van vormen. Mensen met engagement voor andere mensen kunnen zich organiseren, actie voeren. Zo ontstaan kringen van solidariteit, zo ontstaat een kostbaar weefsel, gemeenschap.

 

Mededogen lijkt me een edeler grondslag voor politiek engagement dan individualisme. Daarmee zeg ik niet dat dit laatste niet tot gemeenschap kan leiden. Zoals de plichtenleer ‘Du kannst, denn du sollst’ van Kant. Maar als ik me een gemeenschap tracht voor te stellen die uit individualisme voortspruit, komen me taferelen voor de geest van woedende aandeelhouders van Fortis. Toegegeven, vandaag geen al te beste vergelijking.       

16:29 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |