26-01-12

Muyters en de oppositie

Philippe Muyters heeft dus de eerste motie van wantrouwen uit de geschiedenis van het Vlaams Parlement overleefd. De oppositie stond in haar blootje, ze heeft op de man gespeeld, kon de beschuldiging dat de minister heeft gelogen niet hard maken, kon op geen enkel moment aantonen dat Muyters ook maar ergens persoonlijk in de fout is gegaan. Er was geen smoking gun. Dat lees ik allemaal in de pers.

Was dat zo? Alleszins nodigt dit vrij unaniem oordeel bij de journalisten die de zaak hebben gevolgd, uit tot zelfreflectie. En dan zijn er, om het even alleen op het technische aspect van het politieke bedrijf in een parlement te hebben, fouten gemaakt waarvan het natuurlijk eenvoudiger is ze achteraf vast te stellen dan ze te voorspellen.

Het begin van de horrorfilm met happy end voor Muyters, situeert zich al in het weekend van de nieuwjaarsreceptie van N-VA. Muyters liet zich toen dribbelend over de dansvloer filmen. Beelden die blijven plakken, die getuigen van een euforische roes die zich langzaam meester maakt van de N-VA. Ik wed dat Muyters en met hem de hele N-VA-leiding zich de laatste week de pleuris geërgerd heeft aan die een paar keer teveel vertoonde beelden.

Maar de fout die Muyters beging, werd eerder dat weekend begaan: hij reageerde fout op het nieuws over een mail. Een mail waarin zijn woordvoerder aan een burger had geschreven dat de schuld voor het uitstel van de hervorming van de Belasting op Inverkeerstelling bij de oppositie lag, was in handen gevallen van Marino Keulen. Die was zo verontwaardigd dat hij over de zaak meteen een interpellatie aankondigde en dat een journalist liet weten. Die vroeg Muyters om een reactie. En wat lezen we? “Muyters blijft echter bij zijn waarheid”. En verder: “Het kabinet Muyters blijft rustig bij de kritiek van Keulen. ‘Het uitstel komt er omdat de oppositie hoorzittingen vroeg. Had ze dat niet gedaan, was de nieuwe BIV-regeling nu al ingevoerd”.  

Meteen rezen niet alleen bij de oppositie, maar ook bij de parlementsleden van de meerderheid die wisten hoe de vork werkelijk in de steel zit, de haren ten berge. Want iedereen in het Vlaams Parlement weet immers dat het uitstel voor de nieuwe BIV er enkel komt omdat de plannen van Muyters op tegenstand botsen bij zowat alle stakeholders, van de BBL tot de VAB/VTB, van de Serv, de Mina en de Mora tot de Raad van State. Waarop de regeringspartijen meteen op de rem gingen staan. Ook zij zagen de kans te schoon om de N-VA-minister met dat gepruts wat te beschadigen.

En ongelofelijk maar waar, Muyters beseft ook maandagochtend, als hij door de Ochtend op Radio 1 wordt ondervraagd over het mailtje, nog altijd niet dat een duidelijk en oprecht excuus de hele zaak zou terugbrengen tot een storm in een glas water. Hij blijft rond de pot draaien zonder een fout te erkennen, integendeel, hij blijft erbij dat de mail eigenlijk niet verkeerd geformuleerd is.

De zitting van de parlementscommissie waar Muyters moet antwoorden op de interpellatie van Keulen, twee dagen later, is memorabel. Omwille van de hoge woorden die de meerderheid in de mond neemt. Muyters’ partijgenoot Matthias Diependaele begint zijn uiteenzetting met de woorden: ‘wij willen niet recht praten wat krom is’. Maar vooral Bart Martens van S.PA fileert Muyters. Hij ziet parlementaire rechten en waarden op het spel staan, als het parlement, zoals de woordvoerder van Muyters in zijn mail had laten uitschijnen, gewoon moet slikken wat de regering al heeft beslist. Een citaat van Bart Martens uit het commissieverslag: “Als een parlement enkel dient om goed te keuren wat door een politbureau is afgesproken, komen we terecht in Noord-Koreaanse toestanden.”

Het zijn de woorden uit de meerderheid die Muyters voor het eerst aanzetten tot excuses. De woorden brengen ook de Open Vld-vertegenwoordigers in de commissie ertoe het wapen van de motie van wantrouwen in stelling te brengen. Fractieleider Sas van Rouveroij vraagt de schorsing van de vergadering om met de fractievoorzitters van LDD en Groen te overleggen. Ze besluiten samen een motie van wantrouwen in te dienen. De drie oppositiepartijen hadden al vorig jaar het voordeel ingezien van gezamenlijke initiatieven, toen ze een persconferentie gaven om de “destructieve meerderheid” aan te klagen.

Het resultaat van de gezamenlijke motie van wantrouwen was dat elke fractie zijn eigen slechte ervaringen met Muyters in herinnering wilde brengen. Het beeld dook op van een druppel die de emmer doet overlopen. Hoewel de druppel de grootste concentratie aan  kamerbrede verontwaardiging verzamelde, vulden drie waterdragende fracties een gracht van oude koeien als de whereabouts van Wickmayer, de sluiting van de handbalschool in Hasselt, een lijst van geblokkeerde kredieten bij de budgetcontrole van 2010, een klachtenbrief van het Rekenhof, procedurefouten bij de belegging in commercial paper van de Gemeentelijke Holding, ... allemaal op zich feiten die parlementaire acties met grof kaliber verdragen, maar door de verstreken tijd de indruk wekten van een heksenjacht.

En tot overmaat van ramp kwam via Lode Vereeck, de fractievoorzitter van LDD, een raspaard in het Parlement die vaak indruk maakt met zijn inhoudelijke beslagenheid maar vaker nog met zijn acteertalent, eloquentie en aanleg voor cabaret, een tweede mail aan het licht. In dit bericht legde een kabinetsmedewerker van Muyters min of meer zwanzend aan een partijgenoot in het Vlaams Parlement uit dat Muyters wel eens zou kunnen “gelogenJ” hebben. Een mail die, zo bleek alras, was doorgesluisd door een ontslagen op wraak beluste N-VA-medewerker met een kwalijke reputatie. Een mail waartegen Muyters zich wel op een geloofwaardige wijze wist te verdedigen. Case closed.

Stond de oppositie nu in haar blootje? Dat is te sterk. Ze heeft wel de kans gemist om te focussen op een buikgevoel dat al langer leeft in het Parlement. Ook Bart Martens wees er in de commissiezitting op: “de regering is nog altijd de uitvoerende macht. Het is niet het parlement dat uitvoert wat de regering opdraagt. Dat zeg ik niet enkel naar aanleiding van dit geval”. Martens verwees naar het materialendecreet, het groenestroomdecreet, het decreet over I-Cleantech, allemaal regeringsontwerpen die door het Parlement flink bijgeschaafd werden.

Het Parlement wil gerespecteerd worden. Het misselijke gevoel dat de uitvoerende macht hierin tekortschiet, werd onder Peeters II al door tal van volksvertegenwoordigers uitgebraakt, en was lang niet enkel op Muyters gericht: of wat te denken van de minister van Media die haar visienota liever in het VRT-infotainment voorstelt dan in de mediacommissie? Of erger nog, van de minister-president die het bestaat de verdediging van de begroting van zijn regering van op een berg in Peru in plaats van op de regeringsbank op te volgen.

Een parlementaire reflex kweek je door een socialisatieproces. En dat eindigt, zo herinner ik me uit de cursus Sociologie van mijn oude professor Karel Dobbelaere, met de internalisatie of verinnerlijking. Weinig door de wol geverfde parlementsleden zullen tegenspreken dat Muyters in de regering Peeters II lang niet de enige is wie het aan een verinnerlijkte parlementaire reflex mangelt.

12:15 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.