24-03-12

Matterhorn, zoveel meer dan een oorlogsroman

Soms lees ik eens een boek waarbij ik zucht, ijdel als de mens die ik ben, ik wou dat ik het geschreven had, zo mooi. Ik lees veel, maar dat gevoel heb ik slechts een paar keer per jaar. Ik had het bijvoorbeeld niet met Bittere bloemen van Jeroen Brouwers, nochtans een van mijn geliefkoosde auteurs, wel met Matterhorn van de Amerikaanse Vietnamveteraan Karl Marlantes.

Ik was een beetje te jong om me de Vietnamoorlog zelf nog te herinneren. Maar als ik er nu op terugkijk werd ik al tijdens mijn tienerjaren gebiologeerd door de verwerking ervan in de VS en eigenlijk in de hele vrije westerse wereld.  Twee Amerikaanse films uit 1978 fungeerden als de trigger.

De eerste, we gingen hem op een zonnige zondagnamiddag met de scouts zien in de lokale filmzaal Studio 2000, was Coming Home. Vandaag herinner ik me vooral de indruk die een seksscène op mijn puberale ik naliet, waarin de nog piepjonge Jane Fonda het met een Vietnamveteraan in een rolstoel deed (voor alle duidelijkheid: de rolstoel stond naast het bed).  Van dat zalige jaar ‘78 dateert ook de vijfvoudige oscar-winnaar The Deer Hunter, met Robert De Niro en de revelatie Meryl Streep, terechte oscar voor beste bijrol.  Deze films gingen over van alles, maar toch ook over wat een oorlog een soldaat die er levend uitkomt, kan aandoen. Later grepen andere grote Vietnamfilms als Apocalypse now (1979), Platoon (1986) of Full Metal Jacket (1987) me bij de keel.   

Veteraan Karl Marlantes heeft grote waardering voor die films. Maar naar zijn smaak vat geen van hen voldoende de realiteit waarin het gros van de Amerikaanse Vietnamstrijders in terecht kwam. Die realiteit verwerkte en beschreef hij meer dan dertig jaar lang tot de roman waarvoor hij jaren geen uitgever vond, totdat Vietnam in het moeras van het Amerikaans geheugen was gezonken.  De titel verwijst naar een fictieve heuvel in Vietnam, het strijdtoneel waarin de Bravo Compagnie van een bataljon Mariniers vecht en waar haar ziel teloorgaat.  Matterhorn  kluisterde me door zijn gelaagde, krachtige, realistische en fictieve, ontluisterende en respectvolle waarheid meer dan 550 bladzijden lang even versmachtend aan mijn zetel als die oude films.

Marlantes dompelt je onder in een infanteriecompagnie van einde jaren zestig. Hij beantwoordt de vragen over soldaten in oorlog die ik mij ook stel of heb gesteld, tijdens mijn militaire dienst in vredestijd: waaraan denk je als je met volledige bewapening en bepakking zit te wachten op de helikopter die je met honderd procent zekerheid naar een punt brengt waar andere mensen je het leven zullen trachten te benemen? Hoe komt een marinier erbij om, achter een veilige dekking gelegen, toch recht te kruipen en open en bloot het infernale spervuur tegemoet te rennen dat uit de in te nemen vijandelijke stelling djakkert? Wat doet het een mens als zijn maatje naast hem in de schuttersput een voltreffer in het gelaat krijgt? Hoe hou je het vol in een omsingeling, dagen aan een stuk zonder voedsel, water of slaap, met een wond aan je hoofd die je zicht tot één oog beperkt en granaatscherven in je been? Hoe moeilijk valt een 20-jarige onderluitenant de beslissing welke van zijn twee gewonde pelotonsgenoten te ver heen is om het laatste infuus toegediend te krijgen?

Een tweede laag gidst je in de formele en informele militaire cultuur. De formele cultuur van honderden regels en reglementen, die het bijvoorbeeld verbieden om de kneedbare springstof C4 te gebruiken om een kop koffie op te warmen, of die voor officieren een in de rimboe nutteloos pistool voorschrijft in plaats van een automatisch M16-geweer. En de informele cultuur, waarin de formele regels permanent worden overtreden, waar een soldaat leert in te zien dat luisteren naar de anciens een betere manier is om in leven te blijven dan de theorie van de basisopleiding.

Je hoort de hogere officieren konkelen om goede rapporten of een onderscheiding te halen, een promotiekans te benutten. Je ziet hoe het hoger niveau het lager manipuleert als een structuur zonder mensen erin.  Onderaan is een pelotonscommandant slechts het toestel dat veertig geweren, enkele mitrailleurs en mortieren aanstuurt, zoals een zeldzame vrouw in het boek, een verpleegster op een hospitaalschip, de gewonde  en dus defecte hoofdfiguur Waino Mellas omschrijft.  Je ziet Mellas evolueren van een onervaren, idealistische en ambitieuze onderluitenant naar een officier die kritisch, cynisch en opstandig wordt, en zich op het einde nog slechts inspant om zoveel mogelijk van zijn manschappen levend uit het dodelijk efficiënt toestel te slepen dat de Vietnamese jungle-oorlog voor de mariniers was.

Marlantes maakt de vele kafkaïaanse toestanden rond de heuvel begrijpelijk en menselijk. Wat het nut is van een mystery tour, waarin enkele vrienden zich los van de wereld drinken in een zuippartij, gewoon omdat de gelegenheid zich op een bepaald moment nu eenmaal voordoet, en zelfs een nieuwe risicovolle opdracht die de ochtend nadien wacht niemand bezwaart.  Boeiend blijven net zo goed de vele bladzijden over de besmuikte demarches van Mellas bij officieren en onderofficieren buiten en in zijn peloton om reglementair niet bestaande problemen op te lossen die het leven bedreigen van mensen waarvoor een officier zich ondanks zijn persoonlijke voor- of afkeur verantwoordelijk voelt. Zoals de manier waarop Mellas tracht een racistische, uitstekende onderofficier overgeplaatst te krijgen omdat hij heeft vernomen dat enkele zwarten ’s nachts een handgranaat in zijn tent willen gooien.

Nieuw in de Vietnam-cultuur is bij Marlantes inderdaad een ruime aandacht voor het samenleven van zwarten en blanken in het Marinekorps. Open en bloot schrijft hij pakkende passages over het racisme dat wezenlijk in de rangen leefde, maar evengoed over het georganiseerde  verzet ertegen van de zwarte soldaten. Eens buiten het strijdgewoel trokken zij zich terug in een zwarte subcultuur met eigen muziek, taal en rituelen, tot en met een ingewikkelde vuist-tegen-vuist-begroeting. En ook met eigen formele en informele regels, inclusief manipulaties en concurrentie om het leiderschap of cynici die uit winstbejag criminele activiteiten verkocht kregen als idealisme.

Finaal biedt Matterhorn een prisma waarmee je naar het wezen van de mens kijkt: de pure, ongecontroleerde, ongesocialiseerde en onopgevoede oermens die in elke soldaat in het heetst van de strijd schuilt, als er geen wetten, regels of conventies hem afremmen, nu eens in de gedaante van een God die oordeelt over leven en dood, ’s anderendaags misschien als angsthaas die het letterlijk in zijn broek doet.  Toch overwint in de Vietnamoorlog die Marlantes oproept, finaal de vriendschap. En het mededogen. Het mededogen dat de mens kenmerkt, zelfs in de meest primaire omstandigheden, en net in die omstandigheden van de andere zoogdieren onderscheidt. Het geschenk van het mededogen hebben de oudstrijders van deze smerige Amerikaanse verloren oorlog, meer dan veertig jaar na datum, nog onvoldoende gekregen.  Marlantes geeft het zijn lezers overvloedig en niet overdreven. En voor de veteranen is zijn roman een eerbetoon.

 

KARL MARLANTES, Matterhorn. Uitg. Meulenhoff, 576 blz, € 22,95.   

08:19 Gepost door peter in literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.