27-03-12

Over de scheidingstaks, fervente democraten en de noodzaak van belastingen

‘Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. (…) Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. Die financiële component (…) wordt nog eens verzwaard door de belasting van 1 procent registratierechten die wordt geheven bij een verdeling van onroerende goederen.’

Met deze woorden lichtten zes Vlaams volksvertegenwoordigers van CD&V in februari 2004 een voorstel van decreet toe waarmee ze het zogenaamde verdeelrecht wilden hervormen. Eigenlijk haalden ze hun mosterd in een brochure waarmee het toenmalige kartel Sp.a-Spirit zichzelf als “Ideeënfabriek” in de markt trachtte te zetten. Onder de titel ‘Geen extra belastingen op je huis als je uit elkaar gaat’ noemde de toenmalige voorzitter van Sp.a dit verdeelrecht ‘een belasting op tegenspoed. Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. Zelfs de meest  fervente democraat, overtuigd van de noodzaak van belastingen, slaat dan aan het twijfelen.’ (Knack, 4 februari 2004)

De CD&V-parlementsleden konden het daar toen slechts mee eens zijn. Daarom stelden ze in hun voorstel van decreet voor om het tarief bij de verdeling van onroerende goederen naar aanleiding van een echtscheiding, te wijzigen van 1% naar 0%.

Vandaag ligt in het Vlaams Parlement over dit onderwerp het “Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten” ter bespreking. De inhoud ervan is in één zin samen te vatten: de Vlaamse regering van CD&V, Sp.a en N-VA  brengt het verdeelrecht van 1% naar 2%. Zelfs al bent u de meest fervente democraat, twijfel niet aan uw ogen of verstandelijke vermogens, die 2 is geen tikfout voor 0.

Al bij het debat over de begrotingscontrole van februari was immers duidelijk dat de Vlaamse regering met deze verdubbeling van het verdeelrecht een bijkomende belasting oplegt waarvoor ze al dit jaar op 30 miljoen euro nieuwe inkomsten rekent. Om begrijpelijke redenen waren minister-president Kris Peeters noch minister van Financiën Philippe Muyters in het parlementair debat erg spraakzaam over deze belastingverhoging. Peeters verstopte zijn uitleg in een jargon waar weinig parlementsleden en journalisten in thuis zijn. Hij verdedigde de maatregel “als een verdere modernisering van de registratierechten in de brede betekenis”.

Het verdeelrecht is een belasting die inderdaad niet enkel wordt toegepast wanneer onroerend goed moet worden verdeeld bij een echtscheiding. De belasting is ook verschuldigd wanneer na een erfenis een van de erfgenamen het onroerend goed, bijvoorbeeld het ouderlijk huis, wenst te behouden. Tenslotte moet verdeelrecht worden betaald wanneer een onroerend goed uit een vennootschap wordt onttrokken.  Vooral in de eerste twee gevallen, bij echtscheiding en bij erfenis, voelen veel getroffenen het aan zoals CD&V en Sp.a-Spirit dit in 2004 erkenden, alsof de overheid hen in het gezicht spuwt.

Het ontwerp van decreet dat deze week wordt besproken en dat de verdubbeling van het verdeelrecht invoert, bevat niet eens een algemene toelichting. Dat zou wel eens een primeur kunnen zijn. Verschillende anciens kunnen zich niet herinneren dat een regeringsontwerp ooit in het Vlaams Parlement is ingediend zonder toelichting.

U begrijpt ongetwijfeld waarom de regering liefst zo weinig mogelijk woorden vuil maakt aan deze belastingverhoging:  CD&V en socialisten pakken immers uit met een verdubbeling in plaats van een afschaffing van de scheidingstaks. Ze doen krek het tegenovergestelde van wat ze hadden voorgesteld. De Vlaamse regering schaamt zich daarvoor, schaamt zich diep, maar heeft toch beslist zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk schade over die schaamte heen te stappen en over te gaan tot de orde van de dag.

Want waar moet de regering anders die 30 miljoen bijeen sprokkelen? En bij wie kan Peeters II makkelijker 30 miljoen, op kruissnelheid zelfs 40 miljoen euro inpikken dan bij mensen (ter attentie van N-VA: in overwegende mate wellicht hardwerkende Vlamingen die de Vlaamse regering eerder al de jobkorting heeft afgepakt) die daar op het moment van de gênante beslissing nog over in het ongewisse zijn?  

En al de gescheidenen die nog dit jaar worden gepluimd om die dertig miljoen extra inkomsten in de Vlaamse schatkist te krijgen, hebben als het zover is wel wat anders aan hun hoofd. Dat leert bijvoorbeeld een andere passage uit de Toelichting van het oude voorstel van decreet van CD&V: ‘Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. Op allerlei terreinen moeten er oplossingen worden gevonden: de administratieve rompslomp moet gebeuren, kinderen, ouders, familie en vrienden moeten worden ingelicht, verhuisplannen moeten worden gemaakt, enzovoort.’

Inderdaad, enzovoort.

15:01 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.