30-03-12

Een magneet voor gelukzoekers

Onlangs maakte Eurostat, de Europese dienst voor statistieken, bekend hoeveel mensen in 2011 in de hele Europese Unie (27 lidstaten) asiel hebben aangevraagd. Het waren er 301.000, een stijging met 40.000 tegenover 2010. Het hoogste aantal asielzoekers werd geregistreerd in Frankrijk, Duitsland en Italië. Als een van de kleine landen eindigde België toch vierde, met 31.900 asielzoekers.

België scoorde ook de vierde plaats in de relatieve rangschikking (aantal asielzoekers in verhouding tot de bevolking), logisch gesproken na andere landen met weinig inwoners als Malta, Luxemburg en Zweden. In 2011 werden in België 2.925 asielzoekers per miljoen inwoners geteld. Het gemiddelde voor de EU is 600 per miljoen inwoners. In onze buurlanden Nederland (875), Frankrijk (865), Duitsland (650) en het Verenigd Koninkrijk (425) is de instroom in verhouding tot het aantal inwoners vele malen kleiner. Die hoge cijfers voor België zijn onmogelijk nog normaal te noemen.

Vorig jaar, zo leert Eurostat nog, heeft België voor 19.825 asielaanvragen een beslissing genomen. Het ging in 14.750 gevallen om een afwijzing (74,4%).  Een afwijzing betekent nog niet een uitwijzing, zo zal inmiddels iedereen in België wel weten.  Op grond van de instroom aan asielzoekers blijkt ons land (opnieuw) een magneet voor gelukzoekers te zijn.

Ik bedoel dat niet smalend, ik heb het grootste begrip voor elk individu, voor elk gezin dat wil ontsnappen aan een onleefbare toekomst in een land waar geen werk is of waar je van werken amper kunt overleven, waar geen of nauwelijks sociale zekerheid bestaat, waar het onderwijs onbetaalbaar is of alleszins je kinderen niet voorbereidt op een betere toekomst. En dan zwijg ik nog over de echte redenen die asielzoekers kunnen hebben om hun land te ontvluchten: schendingen van mensenrechten, oorlog en geweld, dictatuur en vervolging omwille van meningen, geloof, seksuele aard, etc. Ik geef iedereen, alle ouders die kans zien om een uitzichtloze omgeving te ontvluchten naar een betere toekomst in wat vanuit hun perspectief een land van melk en honing lijkt, gelijk. Ik acht het waarschijnlijk dat ik in hun plaats hetzelfde zou doen.

Oorzaken

Dat België in sommige streken hoog staat aangeschreven als zo’n land van melk en honing, heeft verschillende oorzaken. De regularisatiegolf van 2009, die nieuwe gelukzoekers hoop geeft om na enkele jaren in de illegaliteit aan papieren te kunnen geraken. Het stopzetten van een effectief uitwijzingsbeleid. Filières die erin lukken snel en efficiënt grote aantallen gelukzoekers te verzetten (de drie grootste herkomstlanden van asielzoekers waren vorig jaar bijvoorbeeld Afghanistan, Rusland en Guinee). De vertrouwdheid van zo’n filières met enkele gaten in de wetgeving die het bijvoorbeeld mogelijk maken hier snel aan een uitkering te geraken.

En er is ook de hulp van binnenuit: een krachtige lobby van medestanders allerhande (politici en militanten van partijen met een sterke tiersmondistische reflex, OCMW-medewerkers, vzw’s specifiek voor vluchtelingenwerk, geëngageerde vrijwilligers en professionelen uit de brede integratiesector, breeddenkende studenten, publicisten, advocaten, artsen en gezondheidswerkers,… deze zuil zou eens in kaart moeten worden gebracht) neemt het niet enkel op voor asielzoekers maar ook voor arme sloebers uit nieuwe EU-lidstaten die van het vrij verkeer van personen genieten of voor illegalen en hongerstakers.  

De asielpoort is immers niet de enige waarlangs immigratiedruk op ons land wordt uitgeoefend. Asielzoekers zijn dankzij die asielaanvraag gekend en geregistreerd. Het aantal illegalen niet. Velen komen het land in zonder asiel aan te vragen. Of blijven in het land als hun aanvraag wordt afgewezen, zelfs als ze helemaal uitgeprocedeerd zijn leggen ze vaak een uitwijzingsbevel naast zich neer.

Een andere grote poort is de gezinsvorming en gezinshereniging. Het gaat jaarlijks om zo’n 30.000 nieuwkomers. Uit onderzoek blijkt dat nog steeds veel te veel vreemdelingen die bij ons verblijven of Belgen van bijvoorbeeld Marokkaanse of Turkse origine hun partner (en daaropvolgend zijn of haar familie) in het herkomstland halen. Door het huwelijk met een Belg kunnen deze nieuwkomers meteen ook Belg worden en verdwijnen ze uit de statistieken als vreemdeling. Deze volgmigratie heeft op de integratie het effect van een processie van Echternach.   

Uit bovenstaande mag duidelijk zijn dat België aan een sneltempo en onomkeerbaar verkleurt.  Deze week zette De Standaard op haar voorpagina dat in Vlaanderen één op vier kinderen tussen 0 en 5 jaar van vreemde afkomst is. Massale immigratiegolven in een relatief korte tijdsspanne vormen enorme uitdagingen en leveren ook grote problemen op: problemen van vervreemding en verdringing, van gettovorming, van discriminatie en racisme,  integratieproblemen, capaciteits- en draagkrachtproblemen voor de welvaartsstaat waarin we leven.  Het beleid volgt een immigratiegolf slechts schoorvoetend. Gewoonlijk duurt het enkele jaren vooraleer het de overheid lukt zich af te stellen op nieuwe, dringende actie vragende maatschappelijke ontwikkelingen.

Verschillende visies

Vooral de Vlaamse overheid leverde de voorbije jaren inspanningen die door de Franstalige overheden tot nog toe nagelaten werden, gewoon omdat zij anders tegen de zaak aankijken.  Als lid van de internationale francofonie heeft Franstalig België al wat immigratievarkentjes in een assimilatiebad gewassen: de massale immigratie van enkele honderdduizenden Vlamingen in de bloeitijd van de Waalse industriële centra liet in Wallonië vandaag weinig meer Vlaamse sporen overeind dan de familienamen. Sedert het ontstaan van het officieel Franstalige België werd ook de Vlaamse meerderheid in de hoofdstad Brussel in minder dan 200 jaar een (weliswaar beschermde) nog steeds slinkende minderheid.  Voor Franstaligen stond integratie lange tijd gelijk aan assimilatie en verfransing in die superieur gewaande taal en cultuur. Met de recente immigratiegolven lukt dit niet zo goed meer. Het Frans verliest er de jongste jaren ook steeds verder terrein.

In Vlaanderen domineert, ook om historische redenen, een andere visie op immigratie. Vlaanderen heeft  een beleid in de steigers gezet dat  gericht is op integratie. Zij het alvast uitgaand van een premisse die normaliter enkel  onafhankelijke staten aankleven:  nieuwe groepen inwijkelingen moeten bereid zijn de lingua franca van het grondgebied aan te leren en zelfredzaam worden.  Om historische redenen staan de bescherming van het Nederlandstalig karakter van Vlaanderen  (in het bijzonder in de Vlaamse Rand rond Brussel en langsheen de taalgrens) en het overeind houden van het Nederlands in Brussel al lang hoog op de Vlaamse politieke agenda.  Weinig sectoren boomden de voorbije jaren zo als die van de Nederlandse taallessen voor anderstaligen.

Enkele voorbeelden van Vlaams integratiebeleid dat de jongste jaren gestalte kreeg :  decretale regels om alle kinderen gelijke onderwijskansen te waarborgen (dankzij de liberale onderwijsminister Marleen Vanderpoorten), maatregelen om nieuwkomers in te werken op de arbeidsmarkt, de taalbereidheid in de sociale huisvesting, de inspanningen om de leefbaarheid van concentratiewijken te verbeteren en het samenleven in diversiteit, eerst in de steden maar stilaan ook in de kleinste dorpen, te vergemakkelijken.

Maar de basispijler van dit beleid is het gestructureerde,  gedecentraliseerde en kosteloze  inburgerings- en integratiebeleid. De beleidssteen die de loop van de rivier heeft gewijzigd,  door de verplichte toepassing op nieuwkomers van buiten de EU en op wie zich via gezinsvorming en gezinshereniging met een Belg permanent in Vlaanderen vestigt, werd door minister Marino Keulen gelegd.  Ook EU-onderdanen hebben recht op zo’n gratis inburgering. België herbergt immers met Brussel de hoofdstad van de EU en de Navo-zetel en trekt daardoor ook heel wat bemiddelde EU-onderdanen aan die zich hier tijdelijk of permanent vestigen.

Tussen haakjes: in Brussel bracht de som van deze al jaren durende legale en illegale immigratie via de verschillende poorten, zowel van buiten als van binnen de EU, recent een ware bevolkingsexplosie aan het licht. Die zorgt niet enkel meer voor diversiteits- en samenlevingsproblemen maar voor problemen op alle denkbare terreinen binnen de hoofdstedelijke regio en, zo wordt met de dag duidelijker, door de verhuizing van toenemende aantallen bewoners van vreemde origine uit Brussel naar de brede Rand, ook tot ver daarbuiten.

Onvoldoende resultaten

Doet Vlaanderen genoeg? Levert dit beleid resultaten op? Onvoldoende.  Statistieken wijzen op het tegendeel, recente nieuwsfeiten waren evenzovele alarmkreten.  Het beleid van vandaag is onvoldoende opgewassen tegen de kracht waarmee de ongecontroleerde immigratie op Vlaanderen inbeukt. Uit statistieken blijkt dat achterstandskenmerken niet weggewerkt geraken. Het Loonkloofrapport reveleerde dat slechts vier op tien inwoners met de nationaliteit van een land buiten de EU werken. Dit cijfer is de voorbije jaren nog gezakt in plaats van gestegen. Nog problematischer is dat bij de vrouwelijke vreemdelingen slechts 26 procent een job heeft.

Tegelijk doen zich grote capaciteits- en andere problemen voor.  Dat is in Vlaanderen vooral duidelijk in het onderwijs: we hebben scholen en leerkrachten te weinig en ontzettend veel jongeren (vooral van vreemde origine) verlaten de school zonder diploma. In Brussel is de toestand van het Nederlands onderwijs dramatisch, die van het Franstalig onderwijs zo mogelijk nog erger. Werkloosheid en kansarmoede zijn vooral in onze grootste steden schering en inslag, met schrikbarende aantallen mensen van allochtone origine die beroep doen op een leefloon.  Met vaak overlast, crimineel of ander niet aanvaardbaar gedrag als homobashing, of het lastig vallen van vrouwen en meisjes die zich niet sluieren of te “onzedig” zijn uitgedost. Met gevangenissen die vol zitten met misdadigers van allochtone origine.

De media belichten bepaalde van die uitwassen misschien in overdreven mate.  De aandacht die een in de ogen van vele moslims onbetekenende splintergroep als Sharia4Belgium bijvoorbeeld krijgt, voedt de vrees bij een bepaalde autochtone publieke opinie voor een islam op Europese veroveringstocht.  Ook nieuwsberichten over homobashing of over een fanatiek debat over (voor of tegen) de hoofddoek creëren de perceptie dat een groeiende minderheid zich niet wil integreren maar de wet wil dicteren. Dat de baas van de staatsveiligheid het nodig vond publiek te maken dat hij de salafistische sharia4belgium wil verbieden, bevestigt het beeld dat alle moslims te vrezen zijn, hoe terecht de vrees ook is die hij uitte n.a.v. de terreur van de moslimextremist van Algerijnse origine Mohammed Merah, dat de salafisten (minder dan 0,2% van de moslims in België) de grootste bedreiging vormen voor de democratie in West-Europa.  Het helpt de strijd tegen racisme en discriminatie niet.

Diepe kloof

Het is evident dat de grote instroom van migranten in België en dus ook in Vlaanderen mede zijn verklaring vindt in de versnippering van de bevoegdheden over asiel-, migratie- en inburgeringspolitiek in ons land. Daarbovenop hebben de verschillende visies van de Vlaamse en de meeste Franstalige politieke partijen (PS, CDH, Ecolo), de totstandkoming van een kordaat, snel en coherent beleid op federaal vlak jarenlang  parten gespeeld. Tekenend is dat in een periode van lopende zaken in het federaal parlement verstrengingen werden doorgevoerd van de regels op de gezinshereniging, die onder een met volle bevoegdheid besturende regering voorheen politiek onhaalbaar waren.

Hoe diep de kloof tussen deze Franstalige partijen en de Vlaamse is, werd geïllustreerd door de bemoeienis van een PS-senator aan boord van een vliegtuig met de uitwijzing van een illegaal naar Marokko.  De Vlamingen zullen niet licht vergeten dat de eerste Franstalige premier van het land sinds decennia  in eerste instantie weigerde afstand te nemen van zijn partijgenote.  Pas toen bekend raakte dat de senator het opgenomen had voor een beroepsmisdadiger die al 16 jaar illegaal in België verbleef, in die periode 42 keer was opgepakt onder acht verschillende valse namen en 20 bevelschriften om het grondgebied te verlaten naast zich had neergelegd, werd Di Rupo bereid gevonden een persmededeling uit te sturen waarin hij beklemtoonde “dat er met uiterst strenge hand moet opgetreden worden tegen misdadigers die illegaal in ons land verblijven en voor wie geen plaats is in België”.  

Maar ondanks aandringen van de Vlaamse partijen in de Kamer, slaagde hij erin met geen woord over zijn partijgenote te reppen. Dat uit de sociale media intussen blijkt hoe PS-senator Fatiha Saïdi in Franstalig België glorieert als verzetsheldin voor de Franstalige verdraagzaamheid en tegen het Vlaamse racisme, illustreert nog eens de afgrond die vele Vlamingen en vele Franstaligen in België tussen elkaar voelen gapen. Maar de aangelegenheid illustreert evengoed het gebrek aan inzicht bij de leidende Franstalige politieke klasse dat ze met die houding het land nog verder uit elkaar aan het drijven is.

Draagkracht

Hoewel dit ook in Vlaamse politieke partijen nog als een taboe geldt, kunnen we niet lang meer de ogen blijven sluiten voor de Europese vergelijkingen, binnenlandse statistieken en de toenemende alarmkreten over capaciteitsproblemen in tal van sectoren die aantonen dat de draagkracht van de Belgische en Vlaamse samenleving voor een immigratie aan dit tempo overschreden is.

Net als de gezondmaking van de publieke financiën, de hervorming van onze federatie of de terugdringing van het overheidsbeslag, hoort de federale regering ook het dalen van de immigratiecijfers naar het niveau van het Europees gemiddelde te beschouwen als een absolute prioriteit. Het asiel- en immigratiebeleid is voor de Vlaamse partijen die de gok hebben gewaagd om als Vlaamse minderheid in de regering van de Franstalige PS-premier te stappen, evengoed als de drie andere een thema waarop in 2014 effectieve resultaten moeten kunnen worden voorgelegd als ze niet het risico willen lopen verder gekannibaliseerd te worden.  

Gelukkig heeft de leiding van Open Vld dit ingezien. Door de portefeuille van asiel en migratie op te eisen en aan de liberale Maggie De Block toe te vertrouwen, heeft de partij tot 2014 de tijd om een betekenisvolle kentering in het asiel- en migratiebeleid te bewerkstelligen. Deze week keurde de ministerraad alvast haar ambitieuze plan goed waarmee op een structurele wijze de instroom van asielzoekers moet dalen en de uitstroom moet stijgen.

Tegen racisme

Vlaanderen zal de komende jaren verder moeten leren leven met een immigratiegolf die zich in heel Europa voordoet.  Vlaanderen kan niet homogeen Vlaams blijven zoals het ook al lang niet meer homogeen katholiek is, maar zal nog diverser en kleurrijker worden dan vandaag. Veel Vlamingen zijn hiervan nog altijd niet doordrongen.  Ze beschouwen de intrede van de diverse samenleving als een omkeerbaar verschijnsel dat we eerst nog een tijdje zullen moeten uitzweten.

Deze week vertelde een bestuurder van een huisvestingsmaatschappij me dat autochtone kandidaat-huurders meer en meer bezwaar maken tegen de toewijzing van een woning in een straat waar al veel allochtonen wonen. Of dat autochtonen die in een sociale woning tussen veel allochtonen wonen, om een verhuizing naar een “witte wijk” verzoeken.  De bestuurder, niet meer van de jongste, krabde zich al in het haar bij de problemen die hij voorspelt eens “de vreemden ook een beroep zullen willen doen op onze rusthuizen”.

De Vlaamse overheid en de Vlaamse politici staan aan de vooravond van lokale verkiezingen. Ze hebben nog een grote sensibliseringsopdracht te volbrengen en een actieve strijd tegen racisme en discriminatie te voeren.  En daarnaast zit er in Vlaanderen niets anders op dan dat de Vlaamse regering op alle terreinen meer capaciteit, daadkracht en middelen opbrengt om van de nieuwkomers nieuwe Vlamingen te maken, die Nederlands spreken, een diploma halen, een job uitoefenen en aangemoedigd worden om mee te doen met hun buren, collega’s, vrienden en kennissen aan de Vlaamse gemeenschap. 

14:05 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

27-03-12

Over de scheidingstaks, fervente democraten en de noodzaak van belastingen

‘Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. (…) Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. Die financiële component (…) wordt nog eens verzwaard door de belasting van 1 procent registratierechten die wordt geheven bij een verdeling van onroerende goederen.’

Met deze woorden lichtten zes Vlaams volksvertegenwoordigers van CD&V in februari 2004 een voorstel van decreet toe waarmee ze het zogenaamde verdeelrecht wilden hervormen. Eigenlijk haalden ze hun mosterd in een brochure waarmee het toenmalige kartel Sp.a-Spirit zichzelf als “Ideeënfabriek” in de markt trachtte te zetten. Onder de titel ‘Geen extra belastingen op je huis als je uit elkaar gaat’ noemde de toenmalige voorzitter van Sp.a dit verdeelrecht ‘een belasting op tegenspoed. Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. Zelfs de meest  fervente democraat, overtuigd van de noodzaak van belastingen, slaat dan aan het twijfelen.’ (Knack, 4 februari 2004)

De CD&V-parlementsleden konden het daar toen slechts mee eens zijn. Daarom stelden ze in hun voorstel van decreet voor om het tarief bij de verdeling van onroerende goederen naar aanleiding van een echtscheiding, te wijzigen van 1% naar 0%.

Vandaag ligt in het Vlaams Parlement over dit onderwerp het “Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten” ter bespreking. De inhoud ervan is in één zin samen te vatten: de Vlaamse regering van CD&V, Sp.a en N-VA  brengt het verdeelrecht van 1% naar 2%. Zelfs al bent u de meest fervente democraat, twijfel niet aan uw ogen of verstandelijke vermogens, die 2 is geen tikfout voor 0.

Al bij het debat over de begrotingscontrole van februari was immers duidelijk dat de Vlaamse regering met deze verdubbeling van het verdeelrecht een bijkomende belasting oplegt waarvoor ze al dit jaar op 30 miljoen euro nieuwe inkomsten rekent. Om begrijpelijke redenen waren minister-president Kris Peeters noch minister van Financiën Philippe Muyters in het parlementair debat erg spraakzaam over deze belastingverhoging. Peeters verstopte zijn uitleg in een jargon waar weinig parlementsleden en journalisten in thuis zijn. Hij verdedigde de maatregel “als een verdere modernisering van de registratierechten in de brede betekenis”.

Het verdeelrecht is een belasting die inderdaad niet enkel wordt toegepast wanneer onroerend goed moet worden verdeeld bij een echtscheiding. De belasting is ook verschuldigd wanneer na een erfenis een van de erfgenamen het onroerend goed, bijvoorbeeld het ouderlijk huis, wenst te behouden. Tenslotte moet verdeelrecht worden betaald wanneer een onroerend goed uit een vennootschap wordt onttrokken.  Vooral in de eerste twee gevallen, bij echtscheiding en bij erfenis, voelen veel getroffenen het aan zoals CD&V en Sp.a-Spirit dit in 2004 erkenden, alsof de overheid hen in het gezicht spuwt.

Het ontwerp van decreet dat deze week wordt besproken en dat de verdubbeling van het verdeelrecht invoert, bevat niet eens een algemene toelichting. Dat zou wel eens een primeur kunnen zijn. Verschillende anciens kunnen zich niet herinneren dat een regeringsontwerp ooit in het Vlaams Parlement is ingediend zonder toelichting.

U begrijpt ongetwijfeld waarom de regering liefst zo weinig mogelijk woorden vuil maakt aan deze belastingverhoging:  CD&V en socialisten pakken immers uit met een verdubbeling in plaats van een afschaffing van de scheidingstaks. Ze doen krek het tegenovergestelde van wat ze hadden voorgesteld. De Vlaamse regering schaamt zich daarvoor, schaamt zich diep, maar heeft toch beslist zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk schade over die schaamte heen te stappen en over te gaan tot de orde van de dag.

Want waar moet de regering anders die 30 miljoen bijeen sprokkelen? En bij wie kan Peeters II makkelijker 30 miljoen, op kruissnelheid zelfs 40 miljoen euro inpikken dan bij mensen (ter attentie van N-VA: in overwegende mate wellicht hardwerkende Vlamingen die de Vlaamse regering eerder al de jobkorting heeft afgepakt) die daar op het moment van de gênante beslissing nog over in het ongewisse zijn?  

En al de gescheidenen die nog dit jaar worden gepluimd om die dertig miljoen extra inkomsten in de Vlaamse schatkist te krijgen, hebben als het zover is wel wat anders aan hun hoofd. Dat leert bijvoorbeeld een andere passage uit de Toelichting van het oude voorstel van decreet van CD&V: ‘Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. Op allerlei terreinen moeten er oplossingen worden gevonden: de administratieve rompslomp moet gebeuren, kinderen, ouders, familie en vrienden moeten worden ingelicht, verhuisplannen moeten worden gemaakt, enzovoort.’

Inderdaad, enzovoort.

15:01 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

24-03-12

Matterhorn, zoveel meer dan een oorlogsroman

Soms lees ik eens een boek waarbij ik zucht, ijdel als de mens die ik ben, ik wou dat ik het geschreven had, zo mooi. Ik lees veel, maar dat gevoel heb ik slechts een paar keer per jaar. Ik had het bijvoorbeeld niet met Bittere bloemen van Jeroen Brouwers, nochtans een van mijn geliefkoosde auteurs, wel met Matterhorn van de Amerikaanse Vietnamveteraan Karl Marlantes.

Ik was een beetje te jong om me de Vietnamoorlog zelf nog te herinneren. Maar als ik er nu op terugkijk werd ik al tijdens mijn tienerjaren gebiologeerd door de verwerking ervan in de VS en eigenlijk in de hele vrije westerse wereld.  Twee Amerikaanse films uit 1978 fungeerden als de trigger.

De eerste, we gingen hem op een zonnige zondagnamiddag met de scouts zien in de lokale filmzaal Studio 2000, was Coming Home. Vandaag herinner ik me vooral de indruk die een seksscène op mijn puberale ik naliet, waarin de nog piepjonge Jane Fonda het met een Vietnamveteraan in een rolstoel deed (voor alle duidelijkheid: de rolstoel stond naast het bed).  Van dat zalige jaar ‘78 dateert ook de vijfvoudige oscar-winnaar The Deer Hunter, met Robert De Niro en de revelatie Meryl Streep, terechte oscar voor beste bijrol.  Deze films gingen over van alles, maar toch ook over wat een oorlog een soldaat die er levend uitkomt, kan aandoen. Later grepen andere grote Vietnamfilms als Apocalypse now (1979), Platoon (1986) of Full Metal Jacket (1987) me bij de keel.   

Veteraan Karl Marlantes heeft grote waardering voor die films. Maar naar zijn smaak vat geen van hen voldoende de realiteit waarin het gros van de Amerikaanse Vietnamstrijders in terecht kwam. Die realiteit verwerkte en beschreef hij meer dan dertig jaar lang tot de roman waarvoor hij jaren geen uitgever vond, totdat Vietnam in het moeras van het Amerikaans geheugen was gezonken.  De titel verwijst naar een fictieve heuvel in Vietnam, het strijdtoneel waarin de Bravo Compagnie van een bataljon Mariniers vecht en waar haar ziel teloorgaat.  Matterhorn  kluisterde me door zijn gelaagde, krachtige, realistische en fictieve, ontluisterende en respectvolle waarheid meer dan 550 bladzijden lang even versmachtend aan mijn zetel als die oude films.

Marlantes dompelt je onder in een infanteriecompagnie van einde jaren zestig. Hij beantwoordt de vragen over soldaten in oorlog die ik mij ook stel of heb gesteld, tijdens mijn militaire dienst in vredestijd: waaraan denk je als je met volledige bewapening en bepakking zit te wachten op de helikopter die je met honderd procent zekerheid naar een punt brengt waar andere mensen je het leven zullen trachten te benemen? Hoe komt een marinier erbij om, achter een veilige dekking gelegen, toch recht te kruipen en open en bloot het infernale spervuur tegemoet te rennen dat uit de in te nemen vijandelijke stelling djakkert? Wat doet het een mens als zijn maatje naast hem in de schuttersput een voltreffer in het gelaat krijgt? Hoe hou je het vol in een omsingeling, dagen aan een stuk zonder voedsel, water of slaap, met een wond aan je hoofd die je zicht tot één oog beperkt en granaatscherven in je been? Hoe moeilijk valt een 20-jarige onderluitenant de beslissing welke van zijn twee gewonde pelotonsgenoten te ver heen is om het laatste infuus toegediend te krijgen?

Een tweede laag gidst je in de formele en informele militaire cultuur. De formele cultuur van honderden regels en reglementen, die het bijvoorbeeld verbieden om de kneedbare springstof C4 te gebruiken om een kop koffie op te warmen, of die voor officieren een in de rimboe nutteloos pistool voorschrijft in plaats van een automatisch M16-geweer. En de informele cultuur, waarin de formele regels permanent worden overtreden, waar een soldaat leert in te zien dat luisteren naar de anciens een betere manier is om in leven te blijven dan de theorie van de basisopleiding.

Je hoort de hogere officieren konkelen om goede rapporten of een onderscheiding te halen, een promotiekans te benutten. Je ziet hoe het hoger niveau het lager manipuleert als een structuur zonder mensen erin.  Onderaan is een pelotonscommandant slechts het toestel dat veertig geweren, enkele mitrailleurs en mortieren aanstuurt, zoals een zeldzame vrouw in het boek, een verpleegster op een hospitaalschip, de gewonde  en dus defecte hoofdfiguur Waino Mellas omschrijft.  Je ziet Mellas evolueren van een onervaren, idealistische en ambitieuze onderluitenant naar een officier die kritisch, cynisch en opstandig wordt, en zich op het einde nog slechts inspant om zoveel mogelijk van zijn manschappen levend uit het dodelijk efficiënt toestel te slepen dat de Vietnamese jungle-oorlog voor de mariniers was.

Marlantes maakt de vele kafkaïaanse toestanden rond de heuvel begrijpelijk en menselijk. Wat het nut is van een mystery tour, waarin enkele vrienden zich los van de wereld drinken in een zuippartij, gewoon omdat de gelegenheid zich op een bepaald moment nu eenmaal voordoet, en zelfs een nieuwe risicovolle opdracht die de ochtend nadien wacht niemand bezwaart.  Boeiend blijven net zo goed de vele bladzijden over de besmuikte demarches van Mellas bij officieren en onderofficieren buiten en in zijn peloton om reglementair niet bestaande problemen op te lossen die het leven bedreigen van mensen waarvoor een officier zich ondanks zijn persoonlijke voor- of afkeur verantwoordelijk voelt. Zoals de manier waarop Mellas tracht een racistische, uitstekende onderofficier overgeplaatst te krijgen omdat hij heeft vernomen dat enkele zwarten ’s nachts een handgranaat in zijn tent willen gooien.

Nieuw in de Vietnam-cultuur is bij Marlantes inderdaad een ruime aandacht voor het samenleven van zwarten en blanken in het Marinekorps. Open en bloot schrijft hij pakkende passages over het racisme dat wezenlijk in de rangen leefde, maar evengoed over het georganiseerde  verzet ertegen van de zwarte soldaten. Eens buiten het strijdgewoel trokken zij zich terug in een zwarte subcultuur met eigen muziek, taal en rituelen, tot en met een ingewikkelde vuist-tegen-vuist-begroeting. En ook met eigen formele en informele regels, inclusief manipulaties en concurrentie om het leiderschap of cynici die uit winstbejag criminele activiteiten verkocht kregen als idealisme.

Finaal biedt Matterhorn een prisma waarmee je naar het wezen van de mens kijkt: de pure, ongecontroleerde, ongesocialiseerde en onopgevoede oermens die in elke soldaat in het heetst van de strijd schuilt, als er geen wetten, regels of conventies hem afremmen, nu eens in de gedaante van een God die oordeelt over leven en dood, ’s anderendaags misschien als angsthaas die het letterlijk in zijn broek doet.  Toch overwint in de Vietnamoorlog die Marlantes oproept, finaal de vriendschap. En het mededogen. Het mededogen dat de mens kenmerkt, zelfs in de meest primaire omstandigheden, en net in die omstandigheden van de andere zoogdieren onderscheidt. Het geschenk van het mededogen hebben de oudstrijders van deze smerige Amerikaanse verloren oorlog, meer dan veertig jaar na datum, nog onvoldoende gekregen.  Marlantes geeft het zijn lezers overvloedig en niet overdreven. En voor de veteranen is zijn roman een eerbetoon.

 

KARL MARLANTES, Matterhorn. Uitg. Meulenhoff, 576 blz, € 22,95.   

08:19 Gepost door peter in literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

09-03-12

Bulgaarse bouwvakkers

Ik weet het wel, bij de liberalen is “optimism a moral duty”. Toch kan ik me niet onttrekken aan een gevoel van onbehagen in deze tijden van financieel-economische crisis, crisis van de euro, globalisering en vrij verkeer van mensen en goederen.  Gisteren die reportage gezien op Terzake over Belgische transportfirma’s die Slowaakse vrachtwagenchauffeurs inhuren omdat die veel goedkoper zijn dan hun Belgische collega’s? Het is volslagen wettelijk.

Een tijdje geleden stuurde een voormalige collega me een brief door waarin een koppelaar ervaren Bulgaarse bouwvakkers aanprijst aan Vlaamse bouwbedrijven, “om uw vacatures op een gezonde, concurrentiële manier te helpen invullen”, met name aan 17 euro per uur all in.

Bij ons rekenen bouwbedrijven hun klanten voor de best geschoolde schrijnwerkers bijvoorbeeld uurlonen van 48 euro aan. Van die lonen houden de arbeiders zelf slechts 25 tot 30 procent over. Het brutoloon dat een ongeschoolde bouwarbeider zelf ontvangt bedraagt 12,5 euro per uur. Daarvan houdt hij (of zij) netto zowat de helft over, zonder extra’s als vakantiegeld, bijzondere premies of maaltijdcheques.    

Volgens de koppelaar zijn Bulgaarse arbeiders gekend voor hun uitmuntende werklust, hun goede opleiding en juiste spirit. Hij weet ook dat Bulgaren graag overuren maken. De briefschrijver  meldt verder dat de Confederatie Bouw gratis advies geeft over zijn voorstel en contracten. Want “het spreekt vanzelf dat alles verloopt conform de Europese en Belgische wetgeving ter zake.” Het slot van de brief wil ik u ook niet onthouden: “Bulgaarse arbeiders staan klaar voor u! Bent u klaar voor Bulgaarse arbeiders?”

Onbehagen dus. Misschien ben ik wel niet klaar voor Bulgaarse arbeiders  als die in ons Europa van vrij verkeer van goederen en personen voor dumpingprijzen het personeelsbestand van onze bouwsector zouden domineren. En Slowaken dat van onze transportsector. En andere niet-Belgen onze onderhoudssector en zorgsector. En nu we bezig zijn: is het toegestaan te betreuren dat Vlaamse industriële bedrijven verhuizen naar lageloonlanden?

De concurrentie is immers Europees, zelfs mondiaal. Wat wil je daartegen doen? En je hoort ook wel eens zeggen dat de Belgen geen zwaar of vuil werk meer willen doen. En dat we hier al veel te lang boven onze stand leven. Ik prijs me gelukkig dat ik geen zwaar of vuil werk hoef te doen. En voor u het vraagt, ja hoor, ik ben zeker bereid om langer te werken!

Maar dan moet ik toch weer denken aan de nieuwsberichten over het leven van gewone mensen vandaag in Spanje, Griekenland of Ierland, bakermatten van de Europese cultuur die zoveel Vlamingen jarenlang als toeristen hebben mogen verwelkomen.

Onbehagen, ja. Zijn dat die verenigde staten van Europa die we willen? Waar blijft het Europese politieke antwoord dat hoop geeft? En wie geraakt verder dan slagzinnen?

12:12 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

06-03-12

Mijn Herald of Free Speech

Ecolo heeft een nieuw voorzittersduo.  Een van de twee is geen onbekende: Olivier Deleuze. Ik had bewondering voor de man met de walrussnor, toen hij nog directeur was van Greenpeace België. Ach, dat onverzettelijk principiële, het david-achtige karakter van die Greenpeacers! Ik heb een zwak voor mensen (en politici) die hun idealen najagen zoals Don Quichote de windmolens, of zoals de misleide oostfronters die zelfs nog na de val van Stalingrad begin februari 1943, geloofden een zelfstandig Vlaanderen dichterbij te kunnen vechten vanuit Oekraïne. 

Mijn vlees is zwakker en mijn geloof vervloog ook met de jaren. Toen ik Deleuze lang geleden heb geïnterviewd in dat chaotische hoofdkwartier met de regenboogkleuren achter het Brussels Noordstation, stoorde het  me wel dat hij geen Nederlands sprak. Maar hij verontschuldigde zich daarvoor, wat in de jaren tachtig voor een Franstalige al een prestatie was. En als politicus heeft Deleuze wel zijn best gedaan om Nederlands te leren.

Maar Olivier Deleuze heeft me gisteren ontzettend ontgoocheld omdat hij weigerde aan de tafel van Reyers Laat te blijven zitten als Reddy De Mey mee zou aanschuiven. Nu is Reddy De Mey ook een van mijn jeugdhelden. Ik herinner me levend de beelden van Reddy, met de Herald of Free Enterprise op de achtergrond. Nog vorig weekend moest ik eraan denken, toen ik in het Londense Science Museum plots die maquette zag van het rode roll on roll off-schip met die grote letters Townsend Thoresen op. Vijfentwintig jaar geleden, ik was net afgezwaaid bij het leger, zonk het schip van 80.000 ton in negentig seconden, bij het uitvaren van de haven met een open boegdeur.

Reddy stond die rampzalige dagen pal voor de toenmalige BRT. De echte reporter waar ik naar opkeek. Hij had bovendien zijn eigen stijl, die een zekere ijdelheid verried: Reddy liet zich terwijl hij interviews afnam graag filmen met de camera op zijn achterhoofd. Dat was nieuw toen, de journalist bij een interview mee in beeld brengen. In sommige televisie-interviews van tegenwoordig, niet in het minst wanneer het over kunst gaat, lijkt het beeld meer gevuld met een journalist-poseur dan met het nieuws dat in beeld wordt gebracht.

Olivier Deleuze wilde niet met Reddy aan tafel omdat die lid is van het Vlaams Belang. “En ik weiger aan tafel te zitten met personen die hun steun verlenen aan een ondemocratische partij”, zegde Deleuze en weg was hij. Nu meen ik me inderdaad te herinneren dat Reddy op een stormachtige dag lid is geworden van Vlaams Belang. Maar wie weet dat, buiten politiek geobsedeerden zoals ik en enkele beter geïnformeerde Oostendenaren?

Er was nog van alles aan de hand met Reddy, herinner ik me. Hij werd ontslagen door de BRT “onder meer omdat hij te graag in beeld verscheen tijdens zijn reportages”, beweert Wikipedia. Hij geraakte wat aan lager wal, had het thuis niet onder de markt met een vrouw die werkloos, alzheimerpatiënt en alcoholiste was en haalde niet meer met zijn reportages maar met zijn echtelijke problemen de media. Hij zou bij Vlaams Belang zijn beland in het zog van Jurgen Verstrepen, meldt de online encyclopedie. 

En op de kap van deze voormalige journalist wil Deleuze zijn heilige principes botvieren.  Niet praten dus met iemand die komt vertellen over een ramp van een kwarteeuw geleden omdat hij een ondemocratische partij steunt. My God, zou mijn dochter hierover zuchten. Reddy De Mey wordt mijn Herald of Free Speech. Arme groenen.

10:59 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

01-03-12

Er bestaat geen bond voor gepluimde gescheidenen

Blijkbaar was er een partij in de Vlaamse regering die eiste dat er ook verse inkomsten, nieuwe belastingen dus, werden gevonden om het gat in de begroting te vullen. Ik zie de ministers daar zitten, in hun brede lederen zetels in het zaaltje van de ministerraad op het Martelaarsplein, slurpend van een kopje verse koffie: wie heeft een idee? Eerst komen bij elke partij de taboes bovendrijven. Hoe lang de palaver duurde, weten we niet, maar hij leverde wel een pracht van een nieuwe belasting op. Minister-president Kris Peeters kondigde bijna fier aan dat op jaarbasis 40 miljoen bijkomende inkomsten zullen binnenstromen door de taks op het verdeelrecht, een registratierecht dat moet worden betaald om uit onverdeeldheid te treden, te verdubbelen, van 1 procent tot 2 procent.

 

Het lijkt peanuts, maar ik vind dat deze prachtige nieuwe belasting, verkocht als "een verdere modernisering van de registratierechten in de brede betekenis", getuigt van een ontstellend gebrek aan consideratie, aan mededogen zelfs. Want de Vlaamse regering treft er voornamelijk en keihard een doelgroep mee waarvan ze maar al te goed weet dat ze zwak is en nauwelijks georganiseerde belangenverdedigers telt: koppels die uit elkaar gaan en gedwongen worden om hun huis te verkopen.

 

Door de verhoging van het verdeelrecht met één procent berooft de Vlaamse regering mensen die zich al in moeilijke omstandigheden bevinden, in de meeste gevallen van meer dan een maandloon. Reken even mee: een gemiddelde woning in Vlaanderen is al snel 250.000 euro waard. De verhoging van het verdeelrecht met één procent kost wie het moet betalen dus 2.500 euro extra.

 

Ik ken niemand die gescheiden is en die daar niet onder geleden heeft: verdriet, gevoelens van mislukking, woede, frustratie, ongeluk. De Vlaamse regering voegt daar nu een extra financiële straf aan toe als er een huis verkocht moet worden. Een huis waarvan ze op de aankoopprijs eerst al eens 10 procent registratierechten heeft geïnd.

 

Kris Peeters trachtte de maatregel in het Vlaams Parlement te verdedigen door te wijzen op "het te grote verschil tussen het algemene overdrachtrecht van 10% (bij de aankoop van het huis) en het bijzondere overdrachtrecht dat het verdeelrecht is", dat daarom dus van 1 naar 2% wordt gebracht. Twee procent is toch nog heel wat minder dan 10 procent? En bovendien ontvangen de verkopers toch de verkoopwaarde van hun woning? Ik ruik veel macchiavellisme in die nieuwe belasting.

 

Ik ben niet gespecialiseerd in het onderwerp, maar een snelle zoekopdracht op internet levert massaal de wetenschappelijke bewijzen en schrijnende getuigenissen dat echtscheiding de kans op armoede verhoogt. Twee voorbeelden: de Universiteit Antwerpen toonde aan dat gescheiden moeders met jonge kinderen meer in de armoede belanden dan het gemiddelde gezin. Een Nederlands onderzoek stelt dat in 16 procent van de gevallen het inkomen na een scheiding onder de armoedegrens zakt, terwijl van de stabiele echtparen in een jaar maar twee procent arm wordt.

 

De Vlaamse regering telt naar het schijnt ook een minister die bevoegd is voor Armoedebestrijding. Het is dezelfde minister die bevoegd is voor Media. Was ze misschien te gepreoccupeerd bezig met het afschermen van een taboe, de oprichting van haar derde net voor de VRT? Vlamingen in de Wetstraat noemen de VRT wel eens het enige Vlaamse medium met de macht om politici te maken en te kraken. Een bond voor gepluimde gescheidenen hebben we nog geen acties horen aankondigen. De kinderen van gescheiden jonge moeders zullen misschien wat minder brood hebben, ze krijgen wel een fonkelnieuwe kinderzender.

10:49 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | | |