11-05-12

De spruiten van Geert Bourgeois stinken niet

De Vlaamse minister van Inburgering Geert Bourgeois ligt onder vuur, zo staat te lezen in de media, met zijn starterskit voor nieuwe volgmigranten. Hij is die deze week gaan voorstellen in Marokko. De kit bevat (volgens de pers) een checklist voor papieren die nodig zijn, een dvd met getuigenissen, een woordenboek en een brochure. Het zijn vooral de vele grappige (volgens sommigen beledigende) zinnetjes en voorbeeldjes over Vlamingen die de pennen doen vloeien.

Heel wat politieke tegenstrevers van Bourgeois of van zijn partij genieten ervan om de minister uit te lachen voor zijn bloemkool met witte saus, zijn paraplu die je hier elke dag nodig kunt hebben of het onverwacht bezoek dat onwelkom is. Tot op zekere hoogte is dat inderdaad allemaal erg vermakelijk. En zelfs integratie-bevorderlijk: het kan nooit kwaad dat de gewoonten, normen en zeden van de Vlamingen (en de nieuwe Vlamingen) door Vlamingen én nieuwe Vlamingen in vraag en ter discussie worden gesteld.

Humor is daarvoor een goede geleider: uiteindelijk gaat het in veel van de in de pers geciteerde voorbeelden om karikaturen van de Vlaming, die het voordeel van de bevattelijkheid genieten en, ja, er zit meestal wel een grond van waarheid in: Vlamingen hebben enkele traditionele groentebereidingen als bloemkool in witte saus (die je lust of niet), een paraplu is zeker de voorbije weken een handig ding en heel wat Vlamingen leven nu eenmaal zeer georganiseerd en planmatig, zodat de bel die onverwacht gaat, in veel gezinnen wel eens gevolgd wordt door een vloek of een zucht.

Sommige reacties op het werkstuk van Bourgeois (of is het van de Koning Boudewijnstichting?) zijn vileiner. Een columnist kon zich niet bedwingen om er een collaboratiefiguur als Verschaeve en het Ubervolk bij te halen. Anderen vinden dat de brochure van de minister wemelt van de vooroordelen, over Vlamingen én over allochtonen. Beschamend, belachelijk, bullshit, koloniaal, stigmatiserend,… het kan niet op.

Mijn wedervaren als medewerker van de voorganger van Bourgeois, Marino Keulen (Open Vld), heeft me geleerd dat het voor een politicus niet eenvoudig is in de communicatie over inburgering en integratie concreet te zijn en tegelijk geen controverse op te roepen. De antwoorden op vragen als wat inburgering en integratie inhouden, met welke verschillen in cultuur vaak ongeletterde volgmigranten uit rurale streken in Vlaanderen zullen worden geconfronteerd, hoe de overheid van nieuwkomers verwacht dat zij omgaan met rechten en plichten, met de regels en de wetten die bij ons van toepassing zijn, wat er nodig is om “het samenleven in diversiteit” in Vlaanderen mogelijk te maken, … geven meestal aanleiding tot discussie en debat.

De vraag of de spruitjes van Geert Bourgeois stinken of niet, is naast de kwestie. Veel relevanter vind ik het vast te stellen dat deze N-VA-minister van Inburgering met zijn starterskit aangeeft óók (net als zijn voorganger) te beseffen dat volgmigratie nog een hele tijd voor een belangrijke instroom zal zorgen, omdat het een mensenrecht is. Maar die volgmigratie kan om twee redenen maar beter wat aan banden worden gelegd.

Alleen: dat is een federale bevoegdheid. Gelukkig rijpt op het federale niveau nu ook bij Franstalige partijen de gedachte dat die poort van volgmigratie best wat dichter wordt gemetst. Omdat massale volgmigratie van laaggeschoolden niet in het belang is van onze Belgische samenleving, die de jongste jaren en via verschillende poorten een sterke instroom van legale en illegale en veelal laaggeschoolde nieuwkomers van buiten en van binnen de EU kent. Die instroom naar steden en dorpen in Vlaanderen, Wallonië en in heel Brussel zorgt voor samenlevingsproblemen in bepaalde wijken en voor uitdagingen op het vlak van capaciteit en financies inzake onderwijs, inburgering, beroepsopleiding, OCMW’s, sociale huisvesting,…

Maar een rem op de huwelijksmigratie is vooral in het belang van de ongeletterde en kansarme aspirant-migranten. Daarom is het positief dat ze tenminste een algemeen (en natuurlijk onvolkomen en zelfs karikaturaal) beeld krijgen van de toekomstige uitdagingen en hindernissen die hen in hun nieuwe thuisland wachten. Een inburgeringsinitiatief in het land van oorsprong zelf, naar Nederlands voorbeeld, ware wellicht beter geweest maar bleek in het huidige institutionele België nog geen haalbare kaart. Vandaar dus maar de starterskit, niet als uitwas van een bekrompen nationalisme, maar als een poging tot realpolitiek die alleszins beter is dan bij de pakken blijven zitten en schimpen.

De commentaren zijn gesloten.