12-06-12

Schrik van de moslims? (2)

De Kamer beleefde vorige week hoogdagen met tien actuele vragen over hetzelfde onderwerp: onze opruiende en geweld predikende vriend Fouad en zijn volgelingen van Sharia4Belgium. De persbanken zaten vol, journalisten, fotografen en cameramensen verdrongen elkaar om maar niets te missen. Bij de politici, hun medewerkers en woordvoerders stroomde de adrenaline. De politiek donderde vorige donderdag iets harder dan op de normale donderdagen dat Villa Politica het parlementair theater uit de Kamer in de huiskamers brengt. Tussen haakjes: de onvolprezen Linda De Win van Villa Politica zorgt op woensdag voor hetzelfde effect in het Vlaams Parlement. Daar haalden de stand up comedians onder de politici vorige week zelfs De Tijd met hun running gags over Uplace.

Vorige week woonde ik in het Vlaams Parlement een hoorzitting bij die ik persoonlijk maatschappelijk minstens even relevant vond als de nog altijd durende mediahysterie rond Belkacem. Maar er zat maar één journalist in de zaal, ik kan me dus vergissen. Het betrof een hoorzitting in de commissie Onderwijs, in het kader van een voorstel van resolutie van de meerderheidsparlementsleden Ludo Sannen (SP.A), Ward Kennes (CD&V) en Kris Van Dijck (N-VA) betreffende de inrichting van een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen. Akkoord, het gaat maar om een resolutie, als ze goedgekeurd wordt zal het nog lang duren vooraleer die academische opleiding daadwerkelijk boven de doopvont wordt gehouden. Waarom die opleiding toch hoogdringend is, daarover wil ik het hebben.

Dreiging van een expansieve islam?

Als eerste spreker op de hoorzitting gaf Meryem Kanmaz een overzicht van de islamitische aanwezigheid in Vlaanderen. Ze stelde zichzelf voor als inhoudelijk expert van vzw Mana, het Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen. Kanmaz is doctor in de sociale wetenschappen en was ook een tijdje redactrice bij De Standaard. De gelovige moslims maken op dit moment 5 procent van de Belgische bevolking uit, vertelde ze. Ze zijn met 500.000, na de katholieken de godsdienst met de meeste gelovigen. Ze komen vooral uit Marokko (200.000) en Turkije (130.000). Van dat half miljoen woont 40% in het Vlaams gewest, 40% in het Brussels (waar ze 20% van de bevolking uitmaken) en 20% in het Waals.

Terwijl ik Kanmaz deze cijfers hoorde debiteren, dacht ik terug aan een interview dat begin juni in De Morgen verscheen. Wouter Verschelden, de hoofdredacteur van die krant, trad er in een twistgesprek met de bekende filosoof Etienne Vermeersch. Het onderwerp van het interview was de vraag of we er wijs aan doen de burka (en nikab) te verbieden. Verschelden was zo ongeveer de eerste journalist in Vlaanderen die zich tegen het burka-verbod heeft afgezet, en hij stuitte daarvoor op protest van onder meer Vermeersch en Dirk Verhofstadt. Niets beters dus dan een interview om de zaak even uit te klaren.

Het was de eerste zin van Vermeersch uit het interview die terug door mijn hoofd schoot: ‘We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen’. De islam is inderdaad een groeigodsdienst in België, via inwijking maar ook via bekering. Vlaanderen zal tot grote frustratie van ongelovige intellectuelen als Vermeersch nog lang veel gelovigen onder zijn burgers tellen.

Kanmaz wees erop dat de officiële erkenning van de islamitische eredienst in ons land al van 1974 dateert. Maar lokale moskeeën, in het jargon islamitische geloofsgemeenschappen, werden in Vlaanderen pas voor het eerst erkend in 2007, onder toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld). Aan die erkenning hangt ook financiële ondersteuning vast: van infrastructuursubsidies tot de betaling van de wedde van de imam als de bedienaar van de eredienst, zoals dat historisch was gegroeid met de katholieke parochies, de kerkfabrieken en priesters. Met de erkenning van moskeeën koesterde de Vlaamse overheid grote verwachtingen. De moskeeën moesten hedendaagse, moderne en professionele gebedshuizen worden en zich eindelijk eens ontpoppen als pleisterplekken waar moslims verder konden integreren in onze westerse samenleving. Naast criteria in verband met (brand-)veiligheid en bedrijfsvoering moet een moskee (zoals alle lokale geloofsgemeenschappen van wettelijk erkende religies) ook het Nederlands als voertaal aanvaarden (behalve waar de islamitische liturgie het anders voorschrijft) en er mogen geen extremistische standpunten worden ingenomen of criminele activiteiten plaatsvinden (de Staatsveiligheid maakt daar een rapport over). En nieuwe import-imams zouden een inburgeringscursus moeten volgen, Nederlands leren dus en de Vlaamse samenleving met haar normen en waarden leren kennen. Inclusief het setje liberale grondrechten en vrijheden (zoals vrije meningsuiting, pluralisme, gelijkheid van man en vrouw of non-discriminatie,…).

Ik ben geen moskeeganger maar meen wel dat de erkenning van moskeeën ertoe bijdraagt dat zij een overwegend constructieve rol spelen bij de integratie van de moslims in de westerse cultuur. Belangrijker is echter dat een meerderheid van moslims zelf bereid is inspanningen te leveren tot een grotere integratie en openheid naar niet-moslims toe (en vice versa natuurlijk). En daarvoor zijn ook andere sleutelfiguren dan imams van cruciaal belang, zoals de leerkrachten islamitische godsdienst of alternatieve religieuze leiders.

Manazine

De lectuur van het recentste nummer van Manazine, het blad van de hierboven al aangehaalde Mana vzw, dat handelt over ‘islamitisch leiderschap’, heeft me opgebeurd. Van de pagina’s spat de wil van moslim(-leider)s om deel uit te kunnen maken van onze westerse samenleving, met al haar rechten en plichten, verantwoordelijkheden en vrijheden, jawel, zeker en vast. De nood bij de gelovigen van de tweede en derde generatie aan leermeesters die hen begeleiden om een goede moslim te blijven in een overwegend niet-islamitische omgeving, is groot. In de moskee vinden ze die leermeesters te weinig. Het zou me te ver leiden dieper in te gaan op de verschillende manieren waarop de verschillende strekkingen van de moskeeën in Vlaanderen op dit moment hun imams rekruteren. Een rode draad is wel dat de huidige imams, heel vaak geïmporteerd uit het land van herkomst, in veel gevallen de taal niet spreken van hun gelovigen (letterlijk én figuurlijk) en niet vertrouwd zijn met hun leefwereld.

Veel jonge moslims gaan daarom zelf op zoek naar alternatieve kanalen voor de antwoorden op hun geloofsvragen. En ze vinden ook alternatieve religieuze leiders. Dat kunnen islamleerkrachten zijn, of geestelijke leiders die zich buiten de muren van de moskee manifesteren. Via het internet hebben die nieuwe religieuze leiders ook vanuit het buitenland invloed. Manazine stelt enkele van die alternatieve leiders voor, zoals de Nederlander Mohammed Cheppih, die ervan droomt dat de moslims via participatie, integratie en liberaal burgerschap in Nederland tot poldermoslims zullen uitgroeien, of de Zwitser Tariq Ramadan, die de Europese moslims voorhoudt zich aan de wet van het land te houden en die de multipele identiteiten van moslims door hun religie, door hun band met het land van herkomst en door hun nieuwe nationaliteit als een verrijking voor Europa omschrijft.

Het blad geeft ook veel ruimte aan de Turkse Gülenbeweging rond prediker, schrijver en denker Fethullah Gülen. Bert Anciaux (SP.A) vat in Manazine de man en zijn beweging samen in de kernwoorden interculturaliteit, radicale democratie, gemeenschapszin en een erg humane islamovertuiging. Anciaux besluit dat Gülen oprecht gelooft ‘in democratie, maatschappelijk engagement en onwrikbaar respect voor mensenrechten en het daarbij horende actief pluralisme. Als diepgelovige moslim vindt hij in zijn geloof alle kracht en waarden om zich complexloos in een democratische, open samenleving te enten, meer nog te engageren. Dat hij daarbij armoede en onwetendheid als grootste vijanden beschouwt, siert hem.’

De Gülenbeweging is vandaag de snelst groeiende binnen de Turkse gemeenschap. De Lucernacolleges horen bvb bij deze beweging, die in België uitgebouwd werd als Federatie van Actieve Verenigingen van België (Fedactio), met een uitgebreide achterban van vrouwenverenigingen tot zakenmensen en ondernemers. Positief is tot slot dat deze beweging zich dankzij een leerstoel aan de KU Leuven (onder de academische supervisie van Johan Leman) in het academische landschap heeft gewaagd met onderzoek naar interculturaliteit.

Koranverzen bij een epilepsie-aanval

Vanuit de Vlaamse moslimwereld is er dus heel wat in beweging dat veel minder de media haalt dan de gevaarlijke provocateurs van Sharia4Belgium. Donderdagnamiddag staat op de agenda van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de bespreking en stemming over de resolutie waarover ik het in het begin van deze blog had. Het stuk dat de enige aanwezige journalist op de hoorzitting hierover schreef, verscheen het afgelopen weekend in de Standaard onder de titel ‘En toen begon hij koranverzen te reciteren’.

Auteur Joël De Ceulaer leidde een reportage over islamleraars in met enkele primeurs over incidenten in het Vlaams gemeenschapsonderwijs in Brussel. Het ging over islamleraars die koranverzen opdreunden bij een epilepsie-aanval in plaats van gepaste hulp te bieden, en een islamleerkracht die aan zijn directeur vertelde dat hij homoseksuele leerlingen naar de imam zou verwijzen voor een duiveluitdrijving. Kortom, met zo’n incidenten is het niet zo moeilijk om het beeld te boetseren dat de kwaliteit van de huidige generatie islamleraars te wensen overlaat. Die grote nood aan goede islamleraars bleek ook uit de getuigenissen tijdens de hoorzitting, zij het minder tot de verbeelding sprekend dan de primeurs van De Standaard. En daarvoor heb je dus eerst een academische richting islamitische godsdienstwetenschappen nodig, waaruit je onder meer universitaire islamleerkrachten kunt rekruteren die als geboren en getogen moslim tegelijk uit de Vlaamse klei zijn getrokken.

Ik hoop dat het debat over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen deze week wat meer pers naar de banken lokt dan vorige week. Maar ik weet dat die kans klein is: op donderdag jaagt Linda De Win de Kamer weer op. Misschien nog altijd met een zekere Fouad in een glansrol.

De commentaren zijn gesloten.