20-06-12

Wagonautisten op wereldvluchtelingendag

Een wagonautist. Dat ben ik, volgens mijn oudste dochter. Ze pendelt mee naar Brussel, met de vroege trein van 7:02 u. Ze zwoegt op de laatste examenweek van haar eerste bachelor.  Gedurende de vijftig minuten die we samen sporen leest ze nog driftig nota’s en samenvattingen na.

Ja, ik geef het toe, ik ben een wagonautist. Ik hou ervan elke ochtend in dezelfde wagon op te stappen. Ik kijk uit naar de mensen die er al zitten, die ik herken maar, een uitzondering daargelaten, niet ken. Ik kijk uit naar en ik kijk uit voor mensen die op de volgende haltes van de boemelende P-trein naar Brussel opstappen. Sommige mensen die ik niet ken heb ik namelijk liever niet in mijn buurt. Ik heb geleerd hoe je tot op zekere hoogte mensen ertoe kunt brengen niét naast je of rechtover je te komen zitten.

Andere mensen heb ik wel graag in mijn buurt. Ik tracht dan verwelkomend en gastvrij over te komen, leg mijn tas onder mijn bank in plaats van naast me, hou mijn knieën tegen de zetelrand geklemd om zo weinig mogelijk beenruimte in te nemen.

Doorgaans lees ik op de trein een boek. Als ik praters rond me heb zitten die me uit mijn concentratie brengen, zet ik een dikke hoofdtelefoon op en luister ik onder het lezen naar mijn favoriete muziek. Soms luister ik wel noodgedwongen of belangstellend naar een conversatie of een telefoongesprek tussen onbekenden.

Zo leer ik de onbekenden kennen. Zoals de onaantrekkelijke vriendelijke vrouw die haar elke ochtend ongeborstelde en toch zo mooie vriendin vertelt dat ze een weekend gaat shoppen in Londen. De steelse trots waarmee het lelijke meisje de maandag daarop naar haar glanzende, exclusieve sandalen in krokodillenleer met een hoge hak gluurt.

De vervelendste medepassagiers zijn de oudere man die het nieuws van de dag voordien lijzig nakauwt voor zijn zwijgende jonge collega met oorbel en baseballpet en de vrouw van middelbare leeftijd die wel elke dag haar collega en de omzittenden verveelt met klachten over haar man die de verwachtingen weer niet heeft ingelost. Ik kan ze helaas niet steeds vermijden.

Mijn dochter fluistert dat ze zich niet kan concentreren met die babbelkonten achter ons.  ‘Zet je hoofdtelefoon op’, raad ik haar aan. Misschien is ze ook wel een wagonautist, denk ik. Ik zwijg erover, ze moet zich kunnen concentreren. Wat later in Brussel-Centraal wens ik haar veel geluk met het examen.

Aan de uitgang waar Brussel-Centraal elke ochtend de pendelaars uitbraakt als water dat kolkend bergop vloeit, stopt een vrouw me een kaartje in de handen. ‘Niemand vlucht uit vrije wil’, staat erop geschreven. ‘Vluchtelingen laten alles en iedereen achter om te ontsnappen aan geweld. Niet uit opportunisme, maar om te overleven.’ Het is wereld-vluchtelingendag. Wat mag een mens zich toch gelukkig prijzen als hij ongestoord de wagonautist kan uithangen.

15:36 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vluchtelingen, pendelaars |  Facebook | | |

Schrik van de moslims? (3)

Op de hoorzitting over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen kwam ook een zekere Abdul Shattour aan het woord. Hetgeen deze islamleraar in Limburg in de parlementscommissie vertelde, was verbazend. Van de ongeveer 300 leerkrachten islamitische godsdienst die Vlaanderen vandaag telt, hebben er maar 6 à 7 een universitair diploma, zei hij. Enkelen hebben een universitair diploma, bijvoorbeeld van de universiteit van Kaïro, dat bij ons niet erkend is.  Vlaanderen heeft volgens Shattour meer nood aan goed opgeleide leerkrachten dan aan imams. En ja, heeft hij geen punt: is het eerlijk dat Vlaamse leerlingen zedenleer of katholieke godsdienst wel goed opgeleide leerkrachten hebben en moslimleerlingen voor hun islamitisch levensbeschouwelijk vak niet? 

Twee wegen leiden vandaag naar een loopbaan als islamleerkracht. Een opleiding op bachelorniveau kan vandaag aan verschillende instellingen als de Erasmushogeschool Brussel of Groep T Leuven. De tweede weg loopt via een examen bij de Moslimexecutieve.

Die Moslimexecutieve is volgens Shattour dringend aan hervorming toe. ‘De verkiezingen van de moslimraad verlopen volgens islamitische culturen en passen niet in de traditie van vrije verkiezingen in onze democratie’, zegt Shattour. ‘De Moslimexecutieve telt bijvoorbeeld mensen die dag en nacht in een moskee verblijven en niet vertrouwd zijn met de buitenwereld, de normen en waarden in de samenleving, laat staan de taal die er gesproken wordt’, klaagt hij. ‘Hoe kan zo iemand de opdracht uitvoeren waarvoor hij verkozen is, namelijk deel uitmaken van de spreekbuis van de moslims in België met de politieke overheden?’

De islamleraar heeft nog wat uitspraken in petto die je niet vaak van een moslim hoort. Hij bepleit moskeeën met een preek in het Nederlands en de samenvatting in het Arabisch (in het beste geval is het nu omgekeerd).  Hij ijvert voor een Europese, zelfs  Vlaamse islam. Hij zegt dat gemengde huwelijken het beste glijmiddel voor integratie vormen. Hij hekelt de huidige inspecties voor het islamonderricht, waarin Marokkaanse islamleerkrachten Marokkaanse inspecteurs kunnen vragen, en Turkse leerkrachten Turkse inspecteurs. Hij onthult dat bepaalde inspecteurs in het actuele islamonderricht amper het Nederlands machtig zijn.

Ook in de reportage van Joël De Ceulaer in De Standaard van 2 juni staat de directeur van het Koninklijk Atheneum Anderlecht aan de klaagmuur: ‘De pas afgestudeerde islamleerkrachten lijken mij inderdaad fanatieker’, wordt hij geciteerd. Deze directeur krijgt bijval van de algemeen directeur van de Scholengroep Brussel. Hij hamert erop dat zijn jongens en meisjes geïntegreerd moeten raken via het onderwijs. En dat gaat verder dan de hoofddoek op het hoofd, een debat dat in Brussel niet meer leeft. ‘Maar de dingen die sommige islamleerkrachten verkondigen zijn nog veel erger dan die hoofddoek, ze gaan om wat er in je hoofd zit. Daarom ben ik vragende partij voor een degelijke opleiding islamitische godsdienstwetenschappen.’

In het artikel van Joël De Ceulaer komt ook minister van Onderwijs Pascal Smet aan het woord. Volgens hem komt de islamopleiding aan de hoge onderwijsinstellingen er vanaf 2014. Er komt bovendien een nieuw decreet op de inspectie van levensbeschouwelijke vakken, dat tot meer inspecteurs islam moet leiden. En Smet onderzoekt tenslotte of er geen algemene competenties moeten komen voor leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. De aanvaarding van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou daarvan dan deel kunnen uitmaken.

De stemming over de resolutie van Ludo Sannen e.a. moest vorige donderdag uitgesteld worden. Het Vlaams Belang begon te filibusteren. De partij tracht de jongste weken haar blazoen van anti-islampartij op te poetsen met het verstoren van een halal barbecue op een lagere school, met een affichecampagne en met parlementaire tussenkomsten waarmee ze meteen ook aantoont dat ze nog altijd discrimineert en grondwettelijke vrijheden zoals de godsdienstvrijheid niet aanvaardt.

Gisteren stond in De Morgen dat minister van Binnenlandse Zaken Milquet klaar is met haar anti-Sharia4Belgiumwet. Deze nieuwe wet om private milities te verbieden zou vrijdag op de ministerraad komen. 

Gisteren  ook keurde de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de resolutie van Sannen e.a.  goed. Ook oppositiepartijen Groen (Elisabeth Meuleman) en Open Vld (Khadija Zamouri) stemden mee, na het aanvaarden van hun amendementen door de meerderheid. Alleen het Vlaams Belang stemde tegen.

15:34 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

18-06-12

En dat op heilige grond

 

‘Wat een verzameling oude zakken’, zuchtte ik met het eerste glas cava in mijn handen. ‘Ja, wat had je dan gedacht’, lacht iemand, ‘je bent hier wel op de verjaardagsfuif van zeven vijftigers hoor!’ Dat is het natuurlijk: die vijftigers van vandaag gedragen zich alsof ze de jeugd nog altijd in pacht hebben, alleen zien sommigen onder hen er niet langer zo uit.

 

De muziek was alleszins fantastisch: lekker ouderwets. De oude liedjes woelen verre herinneringen op. Plots krijg ik het warm van de eerste gitaarklanken van ‘Like a rolling stone’ van Dylan, mijn absolute idool. Veel toehoorders kennen de klassieker en, ongelofelijk maar waar, enkele rijpere dames wagen zich al op de houten dansvloer terwijl het nog niet eens helemaal donker is. Ik niet. Ik heb het veel te druk met praten. ‘En pinten drinken’, voegt mijn vrouw daar in die typisch vrouwelijke verwijtende toon aan toe.

 

De vriend die me als een van de feestvarkens heeft uitgenodigd geeft wat uitleg bij de unieke locatie van de feesttent met aanpalende frituur, pizza-bar, shelters, toiletcaravan en partytenten voor wie even een rustig gesprek wil voeren – vijftigers zijn wat luxe gewend. ‘Hier vonden de eerste edities van Rock Werchter plaats’, weet hij. Hier is een uitgestrekt weidelandschap met wat canadabossen buiten de dorpskom van Werchter, waar mijn vriend opgegroeid is. ‘Was jij daar dan bij’, vraag ik. Mijn herinneringen over Werchter gaan ook vele jaren terug, maar ze vinden hun oorsprong wel uitsluitend op de grond waar het festival tot heden de geschiedenis schrijft waarvan ooit mijn dochters verhalen zullen vertellen.

 

Ik herinner me van op Don Bosco wel hoe sommige klasgenoten, vooral van Werchter en Rotselaar, vertelden over die eerste jaren, toen Rock Werchter nog het Rock & Blues Festival Werchter heette. Kaarten kon je toen in Haacht bij café Claude kopen. Maar mijn ouders vonden me nog te jong (ik ben een jaar jonger als mijn Werchterse vriend). Ik moest wachten tot ik 17 was. Niet omdat de tocht van vier kilometer van Haacht-Station naar Werchter lang en gevaarlijk was, denk ik, maar vooral omdat ze me nog te groen vonden om te kunnen weerstaan aan de vele verboden verlokkingen die naar verluidt op een festival de jeugd bedierven.

 

Ineens realiseer ik me dat de mensen die in levende lijve in Werchter vóór het podium (toen was er nog maar één) de geboorte van het festival hebben meegemaakt en het gaandeweg mee hebben zien groeien tot een van de beste en succesvolste festivals ter wereld, vandaag tot de generatie van de vijftigers behoren. Met Rock Werchter identificeren ze zich een beetje alsof ze in de kraamkamer persoonlijk geassisteerd hebben bij de bevalling van een wonderkind. En daarom bevind ik me op dit moment haast op een heilige grond.

 

‘Ik heb hier voor het eerst Talking Heads gezien’, roept mijn vriend boven het oorstrelende ‘The healer’ van John Lee Hooker. Terwijl de duisternis valt en de kleurrijke spots voor verlichting zorgen loopt de tent voller met zilvergrijze en wijkende kapsels en glimmende schedels die nu veel andere vrienden van vroeger teisteren. Het werk, de kinderen, de politiek, de hoor-jij-nog-iets-van…-vragen passeren de revue. Op een bepaald moment sta ik met een flesje jupiler en een glas primus in één hand en een sigaret in de andere. Ik denk, straks moet ik toch ook eens een watertje drinken.

 

Tot mijn verbazing zie ik de moeder van een vriendin van mijn dochter binnenkomen, zij werd blijkbaar uitgenodigd door een ander feestvarken. Aan de lichtjes in haar ogen merk je wel dat ook zij vanavond het feestbeest wil uithangen. ‘Eigenlijk vind ik dit leuker dan een trouwfeest’, verklapt ze me. In het begin van de avond gingen de rokers nog netjes buitenstaan. Hoe later het wordt, hoe minder rokers zich schromen om binnen in de tent hun stinkstok op te steken. Ik doe gretig mee, het is lang geleden dat ik op één avond nog zoveel tabak verbrand heb.

 

Net als ik een cola heb besteld, zegt de vriend met een bob die me thuis zou afzetten dat het tijd is om te vertrekken. We delen de cola en ik volg hen door de tent naar buiten. ‘The passenger’ van Iggy Pop schalt door de boxen. Straf, denk ik, nooit eerder ben ik op een fuif weggegaan zonder hierop te dansen. Op de dansvloer zie ik een voormalige klasgenote zwierig zwaaien. Een wonderlijke flits van herkenning: zij danst nog net als vroeger. Zij wel, ja.

 

19:45 Gepost door peter in Muziek, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rock werchter, dylan, john lee hooker, iggy pop |  Facebook | | |

12-06-12

Schrik van de moslims? (2)

De Kamer beleefde vorige week hoogdagen met tien actuele vragen over hetzelfde onderwerp: onze opruiende en geweld predikende vriend Fouad en zijn volgelingen van Sharia4Belgium. De persbanken zaten vol, journalisten, fotografen en cameramensen verdrongen elkaar om maar niets te missen. Bij de politici, hun medewerkers en woordvoerders stroomde de adrenaline. De politiek donderde vorige donderdag iets harder dan op de normale donderdagen dat Villa Politica het parlementair theater uit de Kamer in de huiskamers brengt. Tussen haakjes: de onvolprezen Linda De Win van Villa Politica zorgt op woensdag voor hetzelfde effect in het Vlaams Parlement. Daar haalden de stand up comedians onder de politici vorige week zelfs De Tijd met hun running gags over Uplace.

Vorige week woonde ik in het Vlaams Parlement een hoorzitting bij die ik persoonlijk maatschappelijk minstens even relevant vond als de nog altijd durende mediahysterie rond Belkacem. Maar er zat maar één journalist in de zaal, ik kan me dus vergissen. Het betrof een hoorzitting in de commissie Onderwijs, in het kader van een voorstel van resolutie van de meerderheidsparlementsleden Ludo Sannen (SP.A), Ward Kennes (CD&V) en Kris Van Dijck (N-VA) betreffende de inrichting van een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen. Akkoord, het gaat maar om een resolutie, als ze goedgekeurd wordt zal het nog lang duren vooraleer die academische opleiding daadwerkelijk boven de doopvont wordt gehouden. Waarom die opleiding toch hoogdringend is, daarover wil ik het hebben.

Dreiging van een expansieve islam?

Als eerste spreker op de hoorzitting gaf Meryem Kanmaz een overzicht van de islamitische aanwezigheid in Vlaanderen. Ze stelde zichzelf voor als inhoudelijk expert van vzw Mana, het Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen. Kanmaz is doctor in de sociale wetenschappen en was ook een tijdje redactrice bij De Standaard. De gelovige moslims maken op dit moment 5 procent van de Belgische bevolking uit, vertelde ze. Ze zijn met 500.000, na de katholieken de godsdienst met de meeste gelovigen. Ze komen vooral uit Marokko (200.000) en Turkije (130.000). Van dat half miljoen woont 40% in het Vlaams gewest, 40% in het Brussels (waar ze 20% van de bevolking uitmaken) en 20% in het Waals.

Terwijl ik Kanmaz deze cijfers hoorde debiteren, dacht ik terug aan een interview dat begin juni in De Morgen verscheen. Wouter Verschelden, de hoofdredacteur van die krant, trad er in een twistgesprek met de bekende filosoof Etienne Vermeersch. Het onderwerp van het interview was de vraag of we er wijs aan doen de burka (en nikab) te verbieden. Verschelden was zo ongeveer de eerste journalist in Vlaanderen die zich tegen het burka-verbod heeft afgezet, en hij stuitte daarvoor op protest van onder meer Vermeersch en Dirk Verhofstadt. Niets beters dus dan een interview om de zaak even uit te klaren.

Het was de eerste zin van Vermeersch uit het interview die terug door mijn hoofd schoot: ‘We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen’. De islam is inderdaad een groeigodsdienst in België, via inwijking maar ook via bekering. Vlaanderen zal tot grote frustratie van ongelovige intellectuelen als Vermeersch nog lang veel gelovigen onder zijn burgers tellen.

Kanmaz wees erop dat de officiële erkenning van de islamitische eredienst in ons land al van 1974 dateert. Maar lokale moskeeën, in het jargon islamitische geloofsgemeenschappen, werden in Vlaanderen pas voor het eerst erkend in 2007, onder toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld). Aan die erkenning hangt ook financiële ondersteuning vast: van infrastructuursubsidies tot de betaling van de wedde van de imam als de bedienaar van de eredienst, zoals dat historisch was gegroeid met de katholieke parochies, de kerkfabrieken en priesters. Met de erkenning van moskeeën koesterde de Vlaamse overheid grote verwachtingen. De moskeeën moesten hedendaagse, moderne en professionele gebedshuizen worden en zich eindelijk eens ontpoppen als pleisterplekken waar moslims verder konden integreren in onze westerse samenleving. Naast criteria in verband met (brand-)veiligheid en bedrijfsvoering moet een moskee (zoals alle lokale geloofsgemeenschappen van wettelijk erkende religies) ook het Nederlands als voertaal aanvaarden (behalve waar de islamitische liturgie het anders voorschrijft) en er mogen geen extremistische standpunten worden ingenomen of criminele activiteiten plaatsvinden (de Staatsveiligheid maakt daar een rapport over). En nieuwe import-imams zouden een inburgeringscursus moeten volgen, Nederlands leren dus en de Vlaamse samenleving met haar normen en waarden leren kennen. Inclusief het setje liberale grondrechten en vrijheden (zoals vrije meningsuiting, pluralisme, gelijkheid van man en vrouw of non-discriminatie,…).

Ik ben geen moskeeganger maar meen wel dat de erkenning van moskeeën ertoe bijdraagt dat zij een overwegend constructieve rol spelen bij de integratie van de moslims in de westerse cultuur. Belangrijker is echter dat een meerderheid van moslims zelf bereid is inspanningen te leveren tot een grotere integratie en openheid naar niet-moslims toe (en vice versa natuurlijk). En daarvoor zijn ook andere sleutelfiguren dan imams van cruciaal belang, zoals de leerkrachten islamitische godsdienst of alternatieve religieuze leiders.

Manazine

De lectuur van het recentste nummer van Manazine, het blad van de hierboven al aangehaalde Mana vzw, dat handelt over ‘islamitisch leiderschap’, heeft me opgebeurd. Van de pagina’s spat de wil van moslim(-leider)s om deel uit te kunnen maken van onze westerse samenleving, met al haar rechten en plichten, verantwoordelijkheden en vrijheden, jawel, zeker en vast. De nood bij de gelovigen van de tweede en derde generatie aan leermeesters die hen begeleiden om een goede moslim te blijven in een overwegend niet-islamitische omgeving, is groot. In de moskee vinden ze die leermeesters te weinig. Het zou me te ver leiden dieper in te gaan op de verschillende manieren waarop de verschillende strekkingen van de moskeeën in Vlaanderen op dit moment hun imams rekruteren. Een rode draad is wel dat de huidige imams, heel vaak geïmporteerd uit het land van herkomst, in veel gevallen de taal niet spreken van hun gelovigen (letterlijk én figuurlijk) en niet vertrouwd zijn met hun leefwereld.

Veel jonge moslims gaan daarom zelf op zoek naar alternatieve kanalen voor de antwoorden op hun geloofsvragen. En ze vinden ook alternatieve religieuze leiders. Dat kunnen islamleerkrachten zijn, of geestelijke leiders die zich buiten de muren van de moskee manifesteren. Via het internet hebben die nieuwe religieuze leiders ook vanuit het buitenland invloed. Manazine stelt enkele van die alternatieve leiders voor, zoals de Nederlander Mohammed Cheppih, die ervan droomt dat de moslims via participatie, integratie en liberaal burgerschap in Nederland tot poldermoslims zullen uitgroeien, of de Zwitser Tariq Ramadan, die de Europese moslims voorhoudt zich aan de wet van het land te houden en die de multipele identiteiten van moslims door hun religie, door hun band met het land van herkomst en door hun nieuwe nationaliteit als een verrijking voor Europa omschrijft.

Het blad geeft ook veel ruimte aan de Turkse Gülenbeweging rond prediker, schrijver en denker Fethullah Gülen. Bert Anciaux (SP.A) vat in Manazine de man en zijn beweging samen in de kernwoorden interculturaliteit, radicale democratie, gemeenschapszin en een erg humane islamovertuiging. Anciaux besluit dat Gülen oprecht gelooft ‘in democratie, maatschappelijk engagement en onwrikbaar respect voor mensenrechten en het daarbij horende actief pluralisme. Als diepgelovige moslim vindt hij in zijn geloof alle kracht en waarden om zich complexloos in een democratische, open samenleving te enten, meer nog te engageren. Dat hij daarbij armoede en onwetendheid als grootste vijanden beschouwt, siert hem.’

De Gülenbeweging is vandaag de snelst groeiende binnen de Turkse gemeenschap. De Lucernacolleges horen bvb bij deze beweging, die in België uitgebouwd werd als Federatie van Actieve Verenigingen van België (Fedactio), met een uitgebreide achterban van vrouwenverenigingen tot zakenmensen en ondernemers. Positief is tot slot dat deze beweging zich dankzij een leerstoel aan de KU Leuven (onder de academische supervisie van Johan Leman) in het academische landschap heeft gewaagd met onderzoek naar interculturaliteit.

Koranverzen bij een epilepsie-aanval

Vanuit de Vlaamse moslimwereld is er dus heel wat in beweging dat veel minder de media haalt dan de gevaarlijke provocateurs van Sharia4Belgium. Donderdagnamiddag staat op de agenda van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de bespreking en stemming over de resolutie waarover ik het in het begin van deze blog had. Het stuk dat de enige aanwezige journalist op de hoorzitting hierover schreef, verscheen het afgelopen weekend in de Standaard onder de titel ‘En toen begon hij koranverzen te reciteren’.

Auteur Joël De Ceulaer leidde een reportage over islamleraars in met enkele primeurs over incidenten in het Vlaams gemeenschapsonderwijs in Brussel. Het ging over islamleraars die koranverzen opdreunden bij een epilepsie-aanval in plaats van gepaste hulp te bieden, en een islamleerkracht die aan zijn directeur vertelde dat hij homoseksuele leerlingen naar de imam zou verwijzen voor een duiveluitdrijving. Kortom, met zo’n incidenten is het niet zo moeilijk om het beeld te boetseren dat de kwaliteit van de huidige generatie islamleraars te wensen overlaat. Die grote nood aan goede islamleraars bleek ook uit de getuigenissen tijdens de hoorzitting, zij het minder tot de verbeelding sprekend dan de primeurs van De Standaard. En daarvoor heb je dus eerst een academische richting islamitische godsdienstwetenschappen nodig, waaruit je onder meer universitaire islamleerkrachten kunt rekruteren die als geboren en getogen moslim tegelijk uit de Vlaamse klei zijn getrokken.

Ik hoop dat het debat over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen deze week wat meer pers naar de banken lokt dan vorige week. Maar ik weet dat die kans klein is: op donderdag jaagt Linda De Win de Kamer weer op. Misschien nog altijd met een zekere Fouad in een glansrol.

10-06-12

Schrik van de moslims?

Het was de VRT die met de primeur kwam: Fouad Belkacem is bij hem thuis opgepakt. Voor wie net van mars komt: Fouad is het gezicht van de radicale moslimbeweging Sharia4Belgium. Hij was in België al eens veroordeeld, wegens het aanzetten tot haat tegen niet-moslims. Er lopen nog onderzoeken tegen hem en hij was ook in Marokko al veroordeeld.

Belkacem wordt beschouwd als de aanstoker van de rellen van vorige week in Sint-Jans-Molenbeek. Die rellen volgden op de arrestatie van een weerspannige vrouw in nikab, een kledingstuk waarmee je je in ons land niet in het openbaar mag vertonen omdat het je gezicht zo extreem bedekt dat het je onherkenbaar maakt. De vrouw in kwestie diende later klacht in tegen de politie. Ze beschuldigt de politiemannen ervan haar slagen en verwondingen te hebben toegediend en haar eerbaarheid te hebben aangerand.

Een van de collega’s waarmee ik ’s middags naar het VRT-journaal keek, zei bij het fragment over de arrestatie van Fouad meteen: ‘terecht’. Ik dacht: is dat zo? Is er voldoende grond?

Deze week struikelden politici , deskundigen en journalisten over elkaar in hun haast om Sharia4Belgium te veroordelen. Gisteren haalde premier Elio Di Rupo de voorpagina van Het Laatste Nieuws onder de kop: ‘Ook Di Rupo wil Shariah4Belgium verbieden’. Eerder deze week al viseerde minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet de organisatie. De SP.A was de minister voor: ze diende meteen een oud wetsvoorstel opnieuw in om ondemocratische groeperingen zoals Sharia4Belgium, maar ook neonazisten als Blood & Honour, te verbieden.

Bart De Wever vond natuurlijk al twee dagen geleden dat het allemaal al veel te lang duurt. De ministers Milquet en haar collega van Justitie Annemie Turtelboom moesten hun positief injunctierecht gebruiken om Belkacem achter slot en grendel te stoppen, zei de N-VA-voorzitter. De Wever heeft het al eens aan de stok gehad met enkele van die ‘gevaarlijke zotten’ die bij Sharia4Belgium zitten. ‘Bescherm mij voor deze gek’, luidde de kop in De Standaard.

En dan krijg ik Het Laatste Nieuws onder ogen. Op de voorpagina prijkt, in volle glorie met sensuele lippen, een wipneusje en ogen als een gazelle, omrand door een keurige zwarte coupe carré maar met strepen over het zwart-witte gezicht alsof het een ingescande paspoortfoto betreft, dat nikab-meisje zonder sluier. Zou ze toestemming hebben gegeven voor de publicatie, vraag ik me af. Het zou me verwonderen. En indien niet, hoe zou ze zich voelen bij het zien van de foto? En zou er een discussie ontstaan zoals met de publicatie van de foto’s van de slachtoffertjes van het dramatische busongeval in Zwitserland?

Ook de weinige omgevende tekstregels rond de foto op de voorpagina zijn om van te snoepen. De foto blijkt afkomstig uit Le Soir Magazine. De 24-jarige bekeerlinge militeert niet alleen voor Sharia4Belgium maar opereert ook als één van de minnaressen van die gevaarlijke Fouad. De nikab doet ze niet enkel uit om met hem te slapen, maar ook om te gaan werken (ze werkt dus!). Ze kleedt zich dan om in het busje dat haar komt ophalen, vertelt een buurman die bovendien weet dat ze eronder een bloesje en jeans draagt. De journalist stelt de lezers tenslotte gerust dat ze voordien niet bekendstond bij het gerecht. Maar haar moeder wel, als prostituee.

Als van links tot rechts, van boven tot onder en van de eerste tot de vierde macht eenzelfde ijver en daadkracht aan de dag wordt gelegd, krijg ik een ongemakkelijk gevoel. Argwaan bekruipt me bij zoveel exposure in de media, doortastendheid bij politie en gerecht en stoere taal in de Wetstraat. Gelukkig luiden er in onze media nog andere klokken, weliswaar op enkele opiniepagina’s, en zijn er ook politici die kanttekeningen plaatsen.

Volgens Belga verklaarde Turtelboom dat alles in het werk zal worden gesteld om een sterk dossier op te stellen tegen Fouad Belkacem, zodat zijn Belgische nationaliteit kan worden afgenomen en dat door België ingegaan kan worden op de Marokkaanse vraag om de man uit te leveren. Mijn aanvankelijke twijfel of de aanhouding terecht was, smolt weg. De minister vroeg zich ook af of een verbod op de organisatie wel zo’n goed idee is en ze wees erop dat de huidige wetgeving al ver gaat.

In De Standaard vindt Guillaume Van der Stighelen, de bekende ex-reclameman, het verbieden van Sharia4Belgium of een burka geen goed idee. Volgens hem moeten er regels zijn voor een leefbare samenleving, en moet de overheid optreden tegen groeperingen of klederdrachten die die regels overtreden. Ja Guillaume, denk ik, dat is ook makkelijker in een opiniestuk geschreven dan gedaan.

In De Morgen pleit Ayfer Erkul, een buitenlandredactrice van wie de naam een allochtone origine doet vermoeden, voor een kritische, niet hysterische houding tegenover Sharia4Belgium. Laat die clowns zeggen wat ze willen, zolang dat binnen de grenzen van de wet valt. Gaan ze daarover, voor de rechter ermee. Erkul wijst erop dat de overgrote meerderheid van moslims die Sharia4Belgium-kerels en -kerelinnen niet lust. Ze haalt een diepreligieuze en conservatieve moslim uit Brussel aan, die gekke Fouad en zijn volgelingen een bende zotten noemt, die niets van de islam hebben begrepen.

Ik voel me niet geroepen om dit te beamen of te ontkennen. Maar ik vrees dat Erful met haar conclusie wel eens gelijk kan hebben: ‘zolang die zotte Fouad in de spotlichten blijft, kunnen hij en Sharia4Belgium doen waar ze het best in zijn: de islamofobie in het land nog eens goed oppoken.’ En dat zou even contraproductief zijn als Fouad ongemoeid laten.