12-07-12

Meerderheid bevalt dan toch van miserietaks

Het gebeurt dat een minister, soms zelfs een hele regering, het glas heft na de goedkeuring van een wet of decreet door het parlement. Ik verwacht niet dat de Vlaamse regering, of minister-president Peeters of zijn vakminister van Financiën Muyters, gevierd zullen hebben dat het decreet dat het verdeelrecht verhoogt, een belasting die beter bekendstaat als de miserie- of scheidingstaks, werd goedgekeurd. De verdeeltaks is de belasting die moet worden betaald wanneer een onroerend goed wordt verdeeld, bijvoorbeeld wanneer bij een scheiding een van de partners de gezinswoning wil overkopen.

Van in het begin verzette de oppositie in het Vlaams Parlement zich bijzonder hardnekkig tegen de plannen om (meer dan) dubbel zoveel geld te kloppen uit de zakken van partners en hun kinderen die door een mislukte relatie in de miserie en vaak ook in de armoede verzeilen. Ik heb over de scheidingstaks al geblogd en zal hier niet in herhaling vallen. En voor wie nog meer wil weten: de creativiteit van Peeters II om munt te slaan uit een vaak voorkomende vorm van menselijke ellende is dankzij hoorzittingen die het Vlaams Parlement aan het thema heeft gewijd, ook in de parlementaire annalen beter en duidelijker blootgelegd dan in de media.

Waarom houdt een nochtans democratisch gelegitimeerde regering dan toch vast aan haar plan?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit partijen die beweren het op te nemen voor maatschappelijke emancipatie van kansarmen en minderbedeelden, voor gezins- en christelijke waarden of voor de kracht van een verandering die Vlaanderens toekomst roze en welvarend zou kleuren?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die zich voldoende sociaal en geëngageerd vinden om op straat te komen voor een Afghaanse minderjarige die wordt uitgewezen?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die in een vorige legislatuur een voorstel hebben ingediend om die verdeeltaks net af te schaffen in plaats van (meer dan) te verdubbelen?
Waarom doet een meerderheid dat, die bestaat uit mensen die daarmee regelrecht ingaan tegen hun partijprogramma?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit ministers, gesteund door intelligente volksvertegenwoordigers, die maar al te goed weten (en indien niet: de Raad van State heeft hun gewaarschuwd) dat hun decreet door de discriminatie tussen gehuwden en feitelijk samenwonenden en voor scheidende koppels met gehandicapte kinderen de toets van het Grondwettelijk Hof wellicht niet zal doorstaan?

Ik schreef het al eerder: omdat een gat in de begroting moet gevuld worden.
Sterker nog, omdat de opbrengst van deze perverse scheidingstaks nodig is om de huisvrede op het Martelaarsplein af te kopen met een kindpremie voor de ene, een kinderzender voor de andere en een extra kindercreche voor de derde.
Omdat de regering met die belastingverhoging dacht makkelijk te kunnen wegkomen, want veel mensen die straks die hogere scheidingstaks zullen moeten betalen, weten dat vandaag nog niet omdat de ellende van een echtscheiding hen nog niet als een koude douche is overvallen.
Omdat een bond van toekomstige echtgescheidenen nog niet bestaat.
En omdat een regering die al van haar eedaflegging geteisterd wordt door geruzie en verdeeldheid, op den duur enkel nog uit therapeutische hardnekkigheid bij elkaar blijft en de eensgezindheid enkel nog met de karwats door het Parlement krijgt gejaagd.

En dat bedroevend spektakel viel het huis te beurt waar de vertegenwoordigers van het Vlaamse volk vergaderden, een dag na de viering van de feestdag van dat volk. “De meerderheid liet de kritiek over zich heen rollen en toonde zich bijzonder spaarzaam met commentaar en weerwerk”, noteerde de verslaggever van Belga neutraal en tegelijk veelzeggend.

Bevoegd minister Muyters beklemtoonde dat de nieuwe verdeeltaks nodig is om de begroting van 2012 in evenwicht te houden. Minister-president Peeters zei slechts dat hij alles al eens had gezegd. Vice-minister-president Lieten, die het decreet mee had ondertekende, zei niets en lachte schaapachtig. Van de “Socialistische Partij Anders” verwaardigde zich zelfs niemand tijdens het plenaire debat om, al was het maar met een zin, een woord, een letter, het woord te vragen om namens de kiezers te spreken die ze in het Vlaams Parlement toch heet te vertegenwoordigen.
Geheel in navolging van de tsjeventaal waarvoor haar partij wel eens over de hekel wordt gehaald, legde een CD&V-vertegenwoordigster de schuld voor de zwijgkracht waarin de meerderheid zich had veranderd zelfs bij de oppositie, die het had aangedurfd om zich zo hard tegen de nieuwe belastingverhoging te verzetten, dat de discussie in de bevoegde commissie wel een half jaar had aangesleept, een tijdsspanne waarin alles, echt waar, al eens was gezegd, zodat nu enkel nog een duw op het stemknopje in de plenaire vergadering nodig was.

Maar zelfs die minimale beweging kreeg de meerderheid niet georchestreerd. Te weinig parlementsleden van de meerderheid waren opgedaagd om het vereiste aantal te bereiken voor een correcte stemming. De oppositie verliet het halfrond, het was tenslotte niet haar idee om mensen met een belastingverhoging van 150 procent nog wat dieper in de miserie te storten, en parlementsvoorzitter Peumans zag zich genoodzaakt de vergadering een uur te schorsen, zodat wat spijbelende vertegenwoordigers van het volk gevorderd konden worden om hun mandaat dringend te komen invullen.

Open Vld-fractievoorzitter Sas van Rouveroij had zijn betoog even voordien besloten met de bede de verhoging van het verdeelrecht te vervangen door de afschaffing ervan. “Als u dit niet doet, is dit een dag van schaamte”, besloot hij. Het was op 12 juli 2012 in Vlaanderen een dag van schaamte. Voor de Vlaamse ministers, voor de Vlaamse meerderheidspartijen en voor hun Vlaamse volksvertegenwoordigers.

03-07-12

De vernielde hoop van Timboektoe

Wat is er niet allemaal slechter en lelijker geworden sedert 1999! Neem nu Timboektoe.

Deze mythische woestijnstad in Mali is vandaag het slachtoffer van de islamistische groepering Ansar Dine. Met militaire precisie vernielen deze fundamentalistische moslims het karakteristieke culturele erfgoed van Timboektoe. Ansar Dine beweert dat de islamitische wetgeving bepaalt dat graven niet langer mogen zijn dan vijftien centimeter, leer ik uit De Tijd. Daarom maakt Ansar Dine unieke graven en mausolea wat beter met de grond gelijk. Timboektoe is (zoals Brugge) Unesco-werelderfgoed, sedert 1988. En omdat de burgeroorlog die sedert enkele maanden in Mali woedt de behartigers van werelderfgoed zorgen baarde, erkende de Unesco Timboektoe vorige week nog als “bedreigd werelderfgoed”. Het maakte blijkbaar weinig indruk. Of de actie van Unesco zorgde net voor wat meer ijver bij de afbraakwerkers.

Toppunt is dat Timboektoe, vermoedelijk in de 12de eeuw gesticht door de Toearegs, niet enkel een historisch handelsknooppunt en pleisterplaats was voor woestijnkaravanen, maar ook het centrum voor de verspreiding van de islam in Afrika. De stad met zijn typische lemen constructies telt prachtige moskeeën uit de vijftiende en zestiende eeuw en bracht in de zestiende en zeventiende eeuw toonaangevende islamitische geleerden voort.

Wat heeft dit dan te maken met 1999?

In de jaren negentig was het Afrikaanse Mali een baken van hoop in Afrika. Het land was onder de leiding van president Alpha Oumar Konare de motor van een coalitie van zestien West-Afrikaanse landen die ijverden voor ontwapening – de regio was toen vergeven van naar schatting 15 miljoen “kleine wapens” zoals men kalasjnivkovs of FAL-geweren omschrijft. Uit mijn militaire dienst weet ik nog dat je met zo’n Belgische FAL van FN op 200 meter iemands arm los van zijn lijf knalt. Konare sloot een vredesakkoord met opstandige Toearegs in het noorden van Mali, hij stelde een gedragscode in tussen leger en civiele maatschappij in Mali en hij voerde actieve diplomatieke strijd tegen het ronselen van kindsoldaten.

Bij het vredesakkoord met de Toearegs in ’95 werden in Timboektoe in plaats van mausolea en moskeeën nog drieduizend lichte wapens feestelijk in de as gelegd. Dit vreugdevuur werd jarenlang herdacht. Maar vooral met het “Mali-moratorium” sprak Konare tot de verbeelding. Tot in België. Daar was op dat moment een zekere Réginald Moreels als staatssecretaris bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking. Deze merkwaardige man die ik hoogacht, is niet in één zin te portretteren. Laat me volstaan te melden dat de voormalige Arts zonder Grenzen, bezield was van pacifisme, van ontwapening voor ontwikkeling, zoals Konare, die er als president op stond de Belgische staatssecretaris lange tijd in audiëntie te ontvangen.

Voor een blitzbezoek in het kader van dit “Mali-moratorium” trok Moreels einde maart 1999 naar Timboektoe. Met mij als buitenland-journalist van De Standaard in zijn zog. Zoals tientallen ministers en ambassadeurs plantte Moreels in Timboektoe een vredesboom in wat een vredesbos moest worden. Wat zou er nog van overschieten?

Zoals het een westerse messias betaamt, had Moreels een cheque mee van omgerekend een half miljoen euro. Voor projecten die in de praktijk van ontwapening naar ontwikkeling moesten leiden. Welke resultaten zouden die projecten opgeleverd hebben?

De tegenkrachten oorlog en vernieling blijken deze dagen alleszins weer sterker. De hoop op een betere wereld die op het eind van vorige eeuw hoog opflakkerde in La Flamme de la Paix in Timboektoe en bloeide in het vredesbos in de woestijn is gevlucht voor puinhopen, barbarij en kogels van FN-geweren.