25-09-12

Is 4 één TVeel?

Meer dan een kwarteeuw geleden maakte een van mijn medestudenten een licentiaatsverhandeling met als titel “Profiel van de niet-televisiekijker”. Ons televisielandschap zag er toen helemaal anders uit dan vandaag. Televisie was in Vlaanderen synoniem met de openbare omroep, de BRT. Commerciële of thema-zenders waren er nog niet. De eerste, VTM, zag in 1989 het levenslicht. Regionale tv-omroepen bestonden evenmin. Over computers hadden we op het departement Communicatiewetenschap al gehoord, het waren reusachtige machines waar je ponskaarten moest insteken. De personal computer (pc) bestond nog niet. Dus ook niet het internet met al zijn mediatoepassingen van vandaag.

We keken wel veel naar de Nederlandse televisie en veel vaker dan vandaag naar Franstalige, Engelse of zelfs Duitse zenders. De kleurentelevisie was al enkele jaren ingeburgerd en teletekst stond in zijn kinderschoenen. En toch waren er op dat moment, in dat magische 1984 van Big Brother, al zoveel mensen die bewust geen televisie wilden kijken om een studentje communicatiewetenschap ertoe te brengen daar zijn eindverhandeling aan te wijden.

Als er vandaag nog iemand de niet-televisiekijker wil bestuderen, stel ik me graag kandidaat als proefpersoon.

Eerlijk, ik vind het aanbod in Vlaanderen teveel van het goede (en al zeker dat we 3 tv-zenders met belastinggeld moeten bekostigen). Ik denk niet dat mijn mening iets te maken heeft met 4, al is de hype over de woestijnvis-tv (ook in de kranten, waar de van de tv afgeleide berichtgeving de voorbije jaren eveneens is geëxplodeerd) wel de aanleiding om de stoom eens af te laten. Wel televisieslaven, ik haak af, gebukt onder de overvloed.

Er zijn tegenwoordig toch digicorders om de overvloed te kanaliseren, hoor ik u denken. Juist ja. Maar die digicorder verhoogt volgens mijn wedervaren ook de stress. Ik ben tegen stress. Stress mag, moet zelfs af en toe, maar dan liefst op het werk, en ook daar nog zo weinig mogelijk. Bij mijn huisgenoten stel ik deze dagen meer en meer tv-stress vast. Teveel TV’s maken hen (en daardoor ook mij) het leven moeilijker. Elke dag moeten ze levensgrote keuzes maken, over welk kookprogramma ze rechtstreeks kijken en welke tienerserie uitgesteld. En dan moeten ze nadenken, overleggen, onderhandelen, ruziën en compromissen sluiten over wanneer ze juist uitgesteld zullen kijken zonder het tegenwoordig kijken van iemand anders te storen. Die keuzes leveren veel conflictstof op (en niet alleen opnameconflicten!).

Toch is de digicorder een vooruitgang. Het grote voordeel van die zwarte bak is dat hij toelaat weloverwogen uitgesteld te kijken, comfortabeler dan in real time, omdat je de ergerlijke reclame kunt doorspoelen. Geef toe, wie kijkt nu voor zijn plezier naar reclame? Niemand toch (behalve misschien reclamemakers van allerlei pluimage, en die zijn er natuurlijk met de jaren ook steeds meer)! De commerciële zenders zullen het niet graag horen, maar zo is het.

Nu geef ik ridderlijk toe, géén televisie in huis hebben of er niet naar kijken is vandaag sociaal ondenkbaar geworden en voor mij ook professioneel onmogelijk. Dus ben ik een trouwe kijker van nieuwsprogramma’s en politieke duiding op tv. Daar heb je tegenwoordig ook al meer dan de handen mee vol, maar gelukkig ben ik al sinds mijn jeugd nieuwsverslaafd. En af en toe kijk ik ook eens (mee) naar een goede serie, documentaire, film of voetbalmatch. Maar eigenlijk van langsom minder. Net nu er van langsom meer op die buis is. En net nu de buis in huis concurrentie heeft gekregen van een stuk of wat andere schermen waarop digitale content kan worden gekeken. Vaak zonder er content van te worden.

20:46 Gepost door peter in Actualiteit, media, televisie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.