28-09-12

Laat Peeters leraars (mee) betalen voor nieuwe scholen?

Dat Kris Peeters geen heldere communicator is, heeft hij lang verborgen kunnen houden maar nu begint het stilaan door te sijpelen. Soms doet hij het met opzet, vage bewoordingen gebruiken om zijn eigenlijke bedoelingen te verbergen. Neem nu de passus in de Septemberverklaring van maandag over de “inspanning” die de regering aan “onze ambtenaren en personeelsleden” vraagt: “We hebben een menu van mogelijke generieke maatregelen samengesteld om de personeelskosten te drukken met één procent, en willen hierover met de vakorganisaties onderhandelen. Het doel is de Vlaamse overheid nog slagkrachtiger te maken”. Geef toe, dit is een mistig plan. Bovendien getuigt het niet van daadkracht. En het doel dat de regering er zogezegd mee nastreeft, was volgens mij hilarisch. De vakbonden vinden het onaanvaardbaar.

Later op de dag trok de mist over de “inspanning” van Peeters wat op, bij de voorstelling door minister Philippe Muyters van het document waar wat meer aandacht aan de getalletjes van de begroting wordt geschonken. De inspanning van 100 miljoen euro is ongeveer 1% van “de door de Vlaamse overheid betaalde of gesubsidieerde lonen”. Muyters zelf liet toen als eerste verstaan dat de besparing een doelgroep voor ogen heeft van ambtenaren van de Vlaamse administratie, personeel van De Lijn, de VDAB, de VRT en het onderwijs.

Deze doelgroep telt zowat 200.000 mensen, onder wie 150.000 leraars. Van de loonmassa van die mensen wil de regering Peeters dus één procent afromen om “een structurele besparing” (dixit Geert Bourgeois) te realiseren van 100 miljoen. Per kop berekend komt dit neer op 500 euro per jaar, want het is geen eenmalige maatregel. Als je het zo berekent zou je dat bedrag, naar analogie met de afgeschafte jobkorting van de vorige regering, kunnen omschrijven als de jobtaks van Peeters II voor wie de eer geniet ambtenaar, leerkracht of personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid te zijn.

Maar even niet te snel van stapel lopen. De regering laat de vakbonden immers kiezen uit een menu, dat weliswaar 100 miljoen moet opleveren, maar ook kan bestaan uit minder personeel in plaats van minder loon. En in het debat kreeg de oppositie nog meer duidelijkheid over het menu: het bevat ook de aanpassing van het stelsel van ziekteverloven, het opschorten van de toekenning van functioneringstoeslagen, de vertraging in de toekenning van promoties en anciënniteitsverhogingen en de aanpassing van de salarisschalen. Een indexsprong, verbeterde Ingrid Lieten Kris Peeters, zit niét in het menu.

En toen spoot Peeters opnieuw mist over de doelgroep, door te verklaren dat minder personeel in het onderwijs hem niet aangewezen lijkt. Wil hij de leerkrachten enkel op dat punt ontzien, of ook op de andere delen van het menu? We tasten na een hele week van media-aandacht en een volle dag parlementair debat nog altijd in het duister.

Even terug naar de septemberverklaring. Voor het onderwijs had de minister-president opvallend gunstige en lovende woorden. Enkele voorbeelden: er is in ruimte voorzien “om een CAO onderwijs te onderhandelen”, er komt “een meer flexibel personeelsbeleid, met meer kansen voor beginnende leerkrachten” en terwijl overal werkingsmiddelen worden bevroren en beleidsuitbreiding in de koelkast gaat, trekt de regering 30 miljoen uit voor de scholenbouw. Dat laatste met de nodige poeha gelanceerde bedrag bleek ’s anderendaags volgens Vlaanderens belangrijkste onderwijsschepen, Robert Voorhamme (SP.A), al veel te weinig: Antwerpen alleen heeft 42 miljoen nodig om tegen 1 september volgend jaar plaats te bieden aan 3.400 leerlingen extra. De wierook (volgens Peeters zijn leerkrachten “gidsen voor het leven”) en de opgeklopte verwachtingen staan natuurlijk haaks op het plan om ook de leerkrachten te betrekken bij de sanering op de loonmassa van “ambtenaren en personeelsleden” en verklaren waarom Peeters eerst met opzet vaag communiceerde en de leraars niet meteen bij de doelgroep van de sanering heeft vermeld.

Áls de regering Peeters II de leerkrachten tóch mee betrekt in een soort jobtaks om aan 100 miljoen te geraken, zou ze bij de 150.000 leerkrachten liefst 75 miljoen ophalen. Een pak meer dan het dubbele dus dan ze uittrekt om veel te weinig in scholenbouw te investeren.

Ik herhaal, zover zijn we natuurlijk nog lang niet. Immers: het menu wordt onderhandeld met de vakbonden. Gelukkig “toont de Vlaamse regering zich een betrouwbare partner”, zei Peeters op het einde van zijn Septemberverklaring. Check! En minister van Onderwijs Pascal Smet, die tijdens het parlementair debat plots onwel werd, wensen we een snel herstel. Werk aan de winkel!

14:40 Gepost door peter in Actualiteit, onderwijs, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

27-09-12

Een ontmoeting op de trein

Reizen met de trein levert mij vaak inspirerende ontmoetingen op.  Zoals op de trein uit Nederland die ik uitzonderlijk nam in Mechelen om 7.21 u. Ondanks het vroege uur zat hij tjokvol. Ik weet niet goed waarom, maar iets spoorde me aan om me er niet bij neer te leggen te moeten rechtstaan. Ik wandelde twee lange wagons door zonder een leeg zitplaatsje te vinden, maar op de allerlaatste rij van de laatste wagon had ik toch succes. De vriendelijke oude dame die er aan het raam zat, leek me op te wachten. Nog voor ik iets kon vragen, zette ze het kleine zwarte koffertje dat de lege zetel naast het gangpad blokkeerde, voor haar eigen benen, die ze nu niet meer kon strekken.

De vriendelijke oude dame was opmerkelijk uitgedost. Ze droeg ouderwetse zwarte schoenen die evengoed aan mannenvoeten hadden kunnen zitten. Daar bovenop rustte de zoom van een diep zwart habijt. Op haar hoofd en tot diep over haar schouders was een zwarte hoofddoek gedrapeerd, afgebiesd met een wit boordje. Toen ik me naast haar had neer gevleid, was in het profiel naast me maar een heel klein stukje gezicht achter de witte rand te zien, met de helft van een ouwe neus en een vredige glimlach.

Een nonnetje! Hoe lang was het geleden dat ik nog zo dicht in de nabijheid was geweest van een vertegenwoordiger van deze althans in het straatbeeld nagenoeg uitgestorven beroepscategorie, in vol ornaat dan nog?

Zuster Odilia en zuster Hadewijch werkten zich vanuit de diepte van mijn geheugen naar boven. De eerste bemoederde me als kleuter in de kleuterklas, de tweede onderwees me in de Sint-Lambertusschool in Nossegem. Van de kleuterjuf herinner ik me alleen dat ze dik, rood en hartstochtelijk vriendelijk was. En verduiveld goed poppenkast kon spelen. Van de tweede weet ik nog dat ze vel over been was, maar wat kon ze vertellen, met die fonkelende karbonkels van ogen die in mijn jonge hoofd een eeuwigdurende belangstelling voor de boeiende geschiedenis van Vlaanderen hebben gewekt. De twee zusters waren al niet meer zo jong toen, ik hoop voor hen dat ze intussen in de hemel zijn.

En nu zit ik hier weer naast zo’n exemplaar met een vredige glimlach op het gelaat. Zou ze gelukkig zijn, vraag ik me af. Hoeveel jaren geleden heeft ze ervoor gekozen haar leven te wijden aan Onze Lieve Heer? Was dat leven tot nog toe bevredigend? Of beklaagt ze zich haar keuze? En doorstaat ze de gevolgen van die levensbepalende keuze in de hoop, in het geloof straks naast Jezus in de hemel te mogen vertoeven? Lukt het haar nog, haar leven lang geven om na haar dood te krijgen?

Mijn God, denk ik, hoe ver verwijderd van hier ligt die wereld waarin jonge vrouwen en mannen zo’n keuze maakten? Een keuze voor een sober leven in armoede, in seksuele onthouding, in blinde gehoorzaamheid, in een gemeenschap van gelijkgestemden, in het teken van een God wiens bestaan niet berust op bewijs maar op geloof? Een leven lang!

Hoe moeilijk hebben mensen het vandaag om zich aan keuzen te houden die in de jeugdjaren van het nonnetje nog voor eeuwenlang levensbepalend leken te zijn, zoals een religieuze roeping, of evengoed de keuze van een partner? Hoe moeilijk vallen mij al de keuzen van elke dag: het roken van één of twee sigaretten laten? In plaats van de auto toch eens de fiets nemen om naar het station te rijden, anderhalve kilometer verder?

Voorbij Vilvoorde diept het oude, vriendelijke nonnetje uit een of andere habijtzak een mapje op waarin haar ticket zit.  Zoals dat tegenwoordig gaat, gesponsord met reclame langs de binnenkant. Weelderig lui zie ik een naakte vrouw haar wulpse vormen aanprijzen, met op de voorgrond een flesje parfum (ik heb niet op de naam van het parfum gelet). Wat een stijlbreuk. Wat zou het nonnetje nu denken? Of zou ze het model niet eens hebben opgemerkt? Die kans is groot.

Ik hoop ineens dat ze in haar leven heel veel gekregen heeft. Dat ze veel liefde heeft mogen ontvangen van de mensen rond haar heen. Haar vredig gezicht in dat afschrikwekkend zwarte kraaienpakje verdient dat.

In Brussel-Noord moet ze afstappen. Ik haast me voorkomend recht te staan en mijn hart wil haar nog een heel prettige dag toewensen. Maar ik kom niet verder dan een zo vriendelijk mogelijke glimlach. En daar heb ik meteen spijt van als ik haar over het perron zie schuifelen, met als metgezel dat doofstomme zwarte koffertje, gehoorzaam en gedienstig haar eindbestemming tegemoet.

15:26 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

25-09-12

Is 4 één TVeel?

Meer dan een kwarteeuw geleden maakte een van mijn medestudenten een licentiaatsverhandeling met als titel “Profiel van de niet-televisiekijker”. Ons televisielandschap zag er toen helemaal anders uit dan vandaag. Televisie was in Vlaanderen synoniem met de openbare omroep, de BRT. Commerciële of thema-zenders waren er nog niet. De eerste, VTM, zag in 1989 het levenslicht. Regionale tv-omroepen bestonden evenmin. Over computers hadden we op het departement Communicatiewetenschap al gehoord, het waren reusachtige machines waar je ponskaarten moest insteken. De personal computer (pc) bestond nog niet. Dus ook niet het internet met al zijn mediatoepassingen van vandaag.

We keken wel veel naar de Nederlandse televisie en veel vaker dan vandaag naar Franstalige, Engelse of zelfs Duitse zenders. De kleurentelevisie was al enkele jaren ingeburgerd en teletekst stond in zijn kinderschoenen. En toch waren er op dat moment, in dat magische 1984 van Big Brother, al zoveel mensen die bewust geen televisie wilden kijken om een studentje communicatiewetenschap ertoe te brengen daar zijn eindverhandeling aan te wijden.

Als er vandaag nog iemand de niet-televisiekijker wil bestuderen, stel ik me graag kandidaat als proefpersoon.

Eerlijk, ik vind het aanbod in Vlaanderen teveel van het goede (en al zeker dat we 3 tv-zenders met belastinggeld moeten bekostigen). Ik denk niet dat mijn mening iets te maken heeft met 4, al is de hype over de woestijnvis-tv (ook in de kranten, waar de van de tv afgeleide berichtgeving de voorbije jaren eveneens is geëxplodeerd) wel de aanleiding om de stoom eens af te laten. Wel televisieslaven, ik haak af, gebukt onder de overvloed.

Er zijn tegenwoordig toch digicorders om de overvloed te kanaliseren, hoor ik u denken. Juist ja. Maar die digicorder verhoogt volgens mijn wedervaren ook de stress. Ik ben tegen stress. Stress mag, moet zelfs af en toe, maar dan liefst op het werk, en ook daar nog zo weinig mogelijk. Bij mijn huisgenoten stel ik deze dagen meer en meer tv-stress vast. Teveel TV’s maken hen (en daardoor ook mij) het leven moeilijker. Elke dag moeten ze levensgrote keuzes maken, over welk kookprogramma ze rechtstreeks kijken en welke tienerserie uitgesteld. En dan moeten ze nadenken, overleggen, onderhandelen, ruziën en compromissen sluiten over wanneer ze juist uitgesteld zullen kijken zonder het tegenwoordig kijken van iemand anders te storen. Die keuzes leveren veel conflictstof op (en niet alleen opnameconflicten!).

Toch is de digicorder een vooruitgang. Het grote voordeel van die zwarte bak is dat hij toelaat weloverwogen uitgesteld te kijken, comfortabeler dan in real time, omdat je de ergerlijke reclame kunt doorspoelen. Geef toe, wie kijkt nu voor zijn plezier naar reclame? Niemand toch (behalve misschien reclamemakers van allerlei pluimage, en die zijn er natuurlijk met de jaren ook steeds meer)! De commerciële zenders zullen het niet graag horen, maar zo is het.

Nu geef ik ridderlijk toe, géén televisie in huis hebben of er niet naar kijken is vandaag sociaal ondenkbaar geworden en voor mij ook professioneel onmogelijk. Dus ben ik een trouwe kijker van nieuwsprogramma’s en politieke duiding op tv. Daar heb je tegenwoordig ook al meer dan de handen mee vol, maar gelukkig ben ik al sinds mijn jeugd nieuwsverslaafd. En af en toe kijk ik ook eens (mee) naar een goede serie, documentaire, film of voetbalmatch. Maar eigenlijk van langsom minder. Net nu er van langsom meer op die buis is. En net nu de buis in huis concurrentie heeft gekregen van een stuk of wat andere schermen waarop digitale content kan worden gekeken. Vaak zonder er content van te worden.

20:46 Gepost door peter in Actualiteit, media, televisie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

20-09-12

Vijftig tinten en altijd iets

De jonge vrouw die rechtover me zat te lezen op de trein van 7 u 02 droeg een gele Jack Wolfskin-jas, een sjaal met felle kleuren, een donkerblauwe jeans en lage fuck me-laarsjes. Ze droeg haar haar in een paardenstaart en had op de zetel naast haar een goedgevulde rugzak staan. Ze was niet bepaald een schoonheid maar ook niet lelijk. Er straalde een lastig te definiëren aantrekkingskracht van haar af. De schittering van haar jeugd, zo vroeg op de morgen op een trein vol werkvolk dat nog niet naar het zweet stonk? Of het zichtbare, ingetogen plezier waarmee ze aan het lezen was?  Glurend over de rand van mijn eigen boek kon ik een flard van de titel lezen: Fifty shades of… Het verwonderde me dat zo’n jong ding een Engels boek aan het lezen was.

Enkele stations verder stapte een vrouw op van middelbare leeftijd of daaromtrent, tegenwoordig moet je voorzichtig zijn met het schatten van vrouwenleeftijden. Ze had mooi halflang geblondeerd haar. De trein was inmiddels al veel voller en het meisje met de gele jas nam de rugzak van de zetel weg en zette hem tussen haar benen. De blonde vrouw nam dankbaar de vrijgekomen plaats in. Ze droeg een witlederen getailleerd jasje met daaronder ook een jeansbroek. Vanuit de gunstige positie waarin ik me bevond, was het eenvoudig vast te stellen dat in vergelijking met die van het meisje haar benen, billen en heupen heel wat omvangrijker waren. Ze zag er nochtans uit alsof ze vroeger ook zo slank was. Ze haalde een boek uit haar handtas en begon te lezen. Vijftig tinten grijs. Het trof me dat deze vrouw een boek las dat ze, toen ze zo jong was als haar buurmeisje, op de trein wellicht niet had durven bovenhalen.

Ik betrapte de blik van herkenning in de ogen van het meisje toen ze bemerkte dat haar buurvrouw hetzelfde boek aan het lezen was, weliswaar in het Nederlands. Ze tuurde zelfs ingespannen op het opengeslagen boek, vermoedelijk om uit te vissen waar de vrouw naast haar net in het verhaal zat. In Vilvoorde stapte het jonge ding spijtig genoeg af.

De blonde vrouw las onbewogen verder. Ik bedoel maar:  haar gezicht waarop wel al wat rimpels waren verschenen, vertoonde geen spoor van leesgenot, niet eens een lichte trilling van emotie in de rimpel aan haar mondhoek. Zou dat te maken hebben met de leeftijd, vroeg ik me af. Worden mensen van middelbare leeftijd minder makkelijk geraakt door wat ze lezen, of hebben ze geleerd de emoties die neergeschreven zinnen soms kunnen teweegbrengen niet in hun lichaamstaal te laten doorschemeren? Of zat de vrouw gewoon in een vervelend hoofdstuk?

Ik droomde weg bij de mooie zonsopgang boven de weiden waar nog mist over hing als een deken. De debuutroman die op mijn schoot lag, bevat niet zoveel seks als de vijftig tinten. Ik had het boek gekozen omdat het redelijk welwillend was onthaald. Het is getiteld Altijd iets en speelt zich af in Vlaanderen. De korte hoofdstukjes lezen vlot weg. Maar wereldliteratuur of een spannende pageturner  is het niet. De achterflap omschrijft het debuut als Groenten uit Balen, the next generation, en inderdaad, het verhaal is in Vlaamse klei geworteld.

Auteur Joachim Pohlmann heeft net als ik pol&soc gedaan aan de KUL. Maar naast mijn bijna vijftig tinten grijs is hij een heel stuk jonger. En hij werkt in Brussel als speechschrijver voor Bart De Wever. Vandaar het welwillend onthaal? In alle geval, een dikke proficiat voor de auteur, om zo jong te worden uitgegeven. Misschien schrijft hij ooit wel een prachtig boek over vijftig tinten van iets, dat jonge en minder jonge vrouwen in vuur en vlam zet, literaire prijzen verzamelt en nog beter verkoopt dan Het regime van Bart De Wever.   

13-09-12

Een duivels avondje

Met gemiddeld  1.136.121 kijkers voor België-Kroatië en een piek van 1.367.215 aan het einde van de wedstrijd, hebben de Rode Duivels hun hoogste kijkscore behaald sinds 14 november 2001. Toen won België met 0-1 van Tsjechië en plaatsten de Duivels zich voor het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea. Dat lees ik in Het Laatste Nieuws.

Met zeven stuks van de dinsdagavond-vrienden bevond ik me bij het meer dan een miljoen supporters. Aan de voordeur van de Winnie, de jongste dinsdagavond-vriend bij wie we hadden afgesproken, hing een groot wit papier met deze boodschap: Rode Duivels-fans langs achter, Kroatië-fans hiernaast bellen en wachten tot er opengedaan wordt. De sfeer zat erin. Voor alle duidelijkheid: zoals verder zal blijken is het geen toeval dat de bijnaam Winnie niet afkomstig is van die oude gewezen zuurpruim van die nog oudere Nelson Mandela, het is gewoon een afkorting van de familienaam Winnelinckx.

De Winnie had dankzij de beamer van de scouts waarover hij waakt, zijn huiskamer tot home cinema omgetoverd. Het rijtje mini-schoenen aan het tuinraam en de plastic bakken speelgoed (was het lego of playmobil?) waarop de beamer perfect gericht klaarstaat, wekken weemoedige herinneringen aan de tijd dat mijn jongvolwassen dochters kleuters waren. Waar is de tijd? Gelukkig helpt dan meestal een goudgele Duvel.

Het nationaal volkslied. Natuurlijk zingt niemand mee. Zelfs prins Filip niet. Premier Di Rupo bazelt wat, in het Nederlands of het Frans, dat is niet duidelijk maar we hebben een vermoeden. Eerste pass van Gillet. De mist in. Ik bedenk een running gag die na enkele keren overgenomen wordt. Telkens Gillet in de buurt van de bal komt, of zelfs dreigt te komen, lever ik kritiek op de Anderlecht-speler. Ik ben namelijk supporter van Club Brugge, een ploeg die (net als alle andere ploegen van de Jupiler League op Anderlecht na) niemand op het veld heeft staan om aan te moedigen. Wel een ex-speler: Perisic. Geen wonder dat hij na zes minuten scoorde. Ik geef het toe, spijtig genoeg voor Kroatië.

De Winnie, die er zoals gewoonlijk in is geslaagd zich naast mij te wurmen, krijgt het van mij op zijn heupen. Daarvoor doe ik het immers. ‘Wanneer gaat gij eens ophouden met uw negatieve opmerkingen?’ De jongste dinsdagavond-vriend is namelijk een echte Rode Duivelsfan. Met duimspijkers hangt er een poster van de nationale ploeg op een deur in zijn living. Echt waar. Hij leeft mee met de duivelsuitdagingen, iets waarvan ik alleen maar heb gehoord.

Het is bijna half time. België krijgt in de 46ste minuut of zo een allerlaatste hoekschop. De bal wordt uit het strafschopgebied weggewerkt. Daar vlamt een Rode Duivel hem in de rebound recht in de winkelhaak. Gillet! Gejuich! Wereldgoal!

Wat een afgang. Gelukkig zorgt in de rust een filmpje met premier Di Rupo in de hoofdrol voor welkome afleiding. Achternagelopen door een raadselachtige lange rijzige man in een lange grijze jas die ook al naast hem zat op de tribune, en die niemand kent, in tegenstelling tot de partner van Kompany, neemt de premier een bain de foule. Rode Rode Duivelsfans omstuwen hem. ‘De nationale ploeg is heel, heel belangrijk voor ons land’, zegt Di Rupo glunderend. Iemand zet hem een knalgeel petje op zijn hoofd met daarop:  I am a rockstar. De dinsdagavond-vrienden schateren. ‘Ik dacht even dat er opstond: Vlaanderen onafhankelijk!’, zeg ik. ‘Eerst in 2014 naar Brazilië’, antwoordt iemand.

’s Anderendaags merk ik op facebook een post van de Winnie: een foto van een plateau lege Duvel-, Hopus-, Primus- en Chimay-flesjes. En de boodschap: ‘de Gillet-fanclub heeft genoten’. Vind ik leuk.

21:15 Gepost door peter in Actualiteit, sport, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rode duivels, kroatië, gillet, di rupo |  Facebook | | |

06-09-12

Smet: enerveren in plaats van realiseren

Nog meer dan voorgaande jaren was Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) tijdens de eerste schoolweek te zien, te horen en te lezen. Hij bracht (voor zover ik dat kon traceren) schoolbezoeken in Deinze, Zemst, Antwerpen-Noord, Arendonk en Geel.  Ongetwijfeld volgt nog een zwik terrein- en studiobezoeken als de aula’s van onze hogescholen en universiteiten terug opengaan.  Het lijkt erop dat de Brusselse minister een grenzeloze belangstelling opbrengt voor wat leerlingen, studenten, leerkrachten of directies bezighoudt. Vergis u niet. Hij stelt zich in steden en gemeenten vooral op als mobiele socialistische verkiezingsaffiche.

Dit moet de eerste minister van Onderwijs zijn die zoveel lawaai maakt en zo weinig klaar krijgt. Hij wordt wel eens geprezen omdat hij op het Duracell-konijn lijkt, met zijn hyperkinetische, voluntaristische en impulsieve karakter. Maar dat karakter heeft niets te maken met de belangrijkste eigenschap van het Duracell-konijn zoals ik me het herinner uit de reclamespotjes:  langer dan de andere konijntjes driftig met het kopje zwaaien en op een trommeltje slaan, zonder verder te bewegen. Wat Smet nu al drie schooljaren volhoudt.

Overdreven, denkt u. Ja, ik geef het toe: de minister krijgt af en toe wel iets klaar. Vorig jaar slaagde hij er bijvoorbeeld tijdig in om voldoende containerklassen te laten bouwen, om alle leerlingen in Vlaanderen onder een schooldak te krijgen. Maar dat let niet dat het wachten blijft op resultaten bij de grote uitdagingen waar hij voor staat.

Zo kan het toch niet de bedoeling zijn onze kinderen tot in de eeuwigheid school te laten lopen in containers?  Uit zijn vele interviews leerden we deze week dat hij de opdracht om de fenomenale achterstand weg te werken in de scholenbouw (de kostprijs voor de bouwdossiers die liggen te wachten bedraagt over alle onderwijsnetten samen een kleine € 5 miljard), nu al doorschuift naar de volgende regering.  Hij is wel bereid in de tijd die hem rest ‘de lijnen uitzetten’. Ja, zo is het wel gemakkelijk.

Het al jaren dreigende tekort aan leerkrachten vormt nog zo’n uitdaging. Smet trommelde enkele ideetjes rond over zij-instromers die hij wil toelaten anciënniteitsjaren mee te nemen en over jonge leerkrachten die sneller een contract van onbepaalde duur zullen krijgen. Voornemens en ideetjes alweer,  geen realisaties.  Opvallend minder wijdverspreid in de media pikten we nog ergens op dat de dringende maatregelen die hij had aangekondigd voor het buitengewoon onderwijs,  weer  worden uitgesteld. Tja, spijtig, van de lessen Latijn en de toekomst van het ASO liggen blijkbaar meer mensen wakker dan van al die types in het BUSO.

De derde werf is inderdaad de hervorming van het secundair onderwijs, waarover Smet voor het reces ideeën wereldkundig maakte, die meteen werden neergesabeld, met opmerkelijke wellust zelfs door een coalitiepartner. In de media maakte hij zich de voorbije dagen echter alweer sterk: het debat wordt de komende maanden afgerond, en dan ‘kan ik slagen in wat mijn voorgangers de laatste 20 jaar niet is gelukt’.  Als ik zoiets lees, komen mijn stekels recht. Grootspraak is in de politiek vaak de snelste weg naar mislukking, wist Steve Stevaert al met zijn bekende boutade over wie op jacht gaat met de fanfare op kop.

En dan is er nog het laatste monster waarover Smet veel spreekt maar dat nog niemand heeft gezien: het loopbaanpact. Ook daarvan zegt hij al enkele jaren met de regelmaat van de klok dat hij er druk mee bezig is, dit keer achter de schermen om de slaagkansen niet te verkwanselen. Maar evengoed zonder merkbaar resultaat. Nu roffelt de konijnentrom dat het pact er komt eind dit jaar, begin volgend jaar. Eerst zien.

Het wordt dus een cruciaal schooljaar voor minister Smet.  Zal hij in staat zijn op even kordate manier te beslissen als aan te kondigen? Zal hij daarbij de regering mee krijgen?  Ik betwijfel het.  En al zeker als ik lees dat de minister zich ‘niet kan indenken dat een regeringspartner niet wil investeren in onderwijs’. Regeringspartners reageren meestal gecrispeerd als anderen hun via de media komen vertellen wat ze moeten denken, doen en laten. Het is dus maar de vraag of de Vlaamse coalitiepartners Smet nog iets gunnen.  

Bovendien: hoeveel macht heeft de SP.A na 14 oktober nog in de Vlaamse regering? En misschien bovenal: hoe zwaar weegt Smet nog in zijn eigen partij? Willen zijn collega’s Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche dat Duracell-konijn uit Brussel de macht en de middelen (vooropgesteld dat die nog voorhanden zijn) toeschuiven om hem een goed rapport te laten halen, indien het voor iedereen in de SP.A binnenkort wel eens sauve qui peut zou kunnen worden? Hebben Van den Bossche, bijvoorbeeld met de inhaaloperatie in de sociale huisvesting, en Lieten, bijvoorbeeld met het uitgavenpad inzake wetenschappelijk onderzoek, niet ook nog hun katjes te geselen?  

De geweldige media-week van Pascal Smet heeft mij alvast iets duidelijk gemaakt. Dat de Brusselse minister, ondanks het brokkenparcours uit zijn politiek verleden, nog niet geleerd heeft dat te lang alleen blijven trommelen iedereen op de zenuwen werkt.

 

21:11 Gepost door peter in Actualiteit, media, onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pascal smet, vlaamse regering, sp.a |  Facebook | | |

04-09-12

Septemberstress

Er zijn zo van die dagen. Jij hoort niet wat ik zeg, zei mijn zus eerst. En een dag later zei mijn vrouw het ook nog eens. Ze hebben gelijk, vaak, de vrouwen in mijn omgeving. Ik kan geconcentreerd het journaal op tv volgen, helemaal verdiept zitten in een boek of achter de pc en letterlijk onbereikbaar nabij zijn. Zo ben ik nu eenmaal, luidt al jaren mijn excuus.

En als je me hoort, luister je niet, voegde mijn vrouw er op de koop aan toe. Ik kon, na bijna 20 jaar huwelijk geconditioneerd, het vervolg zelf aanvullen, in gedachten: en als je luistert, onthou je niet wat ik heb gezegd. En als je hebt onthouden wat ik zei, begrijp je het niet.

Het was gisteren de eerste schooldag. Ik weet wat de achterliggende onvrede was. En moest ik het nog niet hebben geweten, het werd me meteen toegeschreeuwd, wellicht om zeker te zijn dat ik het zou horen, toen ik thuis kwam: geen belletje, geen sms-je. Lap, ik heb weer eens te weinig aandacht gegeven, meende ik voorzichtig te begrijpen.  Voor mijn wederhelft was het ook de eerste schooldag. Ik antwoordde impulsief en defensief:  ja zeg, jij hebt toch ook niet gebeld of gesmst, het was ook mijn eerste werkdag.

 Wel, ik kan je verzekeren, dat was een goed fout antwoord. Terwijl ik aan het strijken ben – wellicht was dat geen toeval – vertel ik mijn wedervaren aan mijn dochter die haar boeken kaft. Papa, heb jij misschien een midlife crisis of zo, vraagt ze. Dat denk ik niet, antwoord ik, ik dacht dat ik die al achter me had. Maar zeker weet ik dat niet. Wat weet een man nog zeker, deze dagen?

Ik zet mijn ipod op. Die staat permanent op shuffle, dus ik heb het er echt niet om gedaan. Ik hoor Green Day zingen: wake me up when september ends.

13:42 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |