06-11-12

Heel Vlaanderen is Vlaamse Rand geworden

Op 7 november bespreekt de bevoegde commissie in het Vlaams Parlement de beleidsbrief 2012-13 ‘Vlaamse Rand’. De Vlaamse Rand is het gebied rond Brussel waar jaarlijks de Gordel doorheen fietst. Zoals de Gordel is het beleid in de Vlaamse Rand aan een grondige hertekening toe.  Met een klein beetje overdrijving kan je immers stellen dat vandaag heel Vlaanderen Vlaamse Rand is geworden.

Een rapport van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (De Vlaamse Rand: socio-economisch profiel en een blik op het Vlaams karakter) schudde politiek Vlaanderen in mei 2009 wakker: een nieuwe immigratiegolf zorgt voor een bevolkingsexplosie in het Brussels Gewest, die op haar beurt voor inwijkingsgolven zorgt, niet enkel in de klassieke Vlaamse Rand van negentien gemeenten rond dat Brussels gewest,  maar ook ver daarbuiten, van Aalst over Mechelen tot Leuven, inmiddels het ‘Brussel buiten Brussel’ genaamd.  De nieuwe inwijking is veelkleurig en veeltalig.  In navolging van de verfransing van vorige eeuw, maakte een nieuw woord zijn intrede: ontnederlandsing.

Het regeerakkoord van Peeters II dat na de verkiezingen van 2009 tot stand kwam, de beleidsnota van de nieuwe minister voor de Vlaamse Rand, N-VA’er Geert Bourgeois, en diens opeenvolgende beleidsbrieven erkenden de grote uitdagingen, maar staken tot mijn ontgoocheling verder de kop in het zand.  

Er kwamen geen nieuwe maatregelen, buiten de verderzetting van de pas gestarte inburgering en het al uitgeleefde Vlaamse Rand-beleid van de jaren negentig van vorige eeuw.

Al van ver in de vorige eeuw waarschuwden Vlaamsgezinde politici van buiten Brussel voor de Brusselse olievlek. De Vlaamse Rand rond Brussel, onze Vlaamse hoofdstad maar ook een institutioneel stevig vastgeriemd gewest van negentien gemeenten waarvan er enkelen strikt genomen tegelijk tot de grootste steden van de Vlaamse Gemeenschap behoren, moest beschermd worden tegen die overlopende olie-mensen uit Brussel.

De groene gordel rond Brussel hoorde groen te blijven. Het gezapige breugeliaanse platteland mocht niet ten prooi vallen aan de stad. De autochtone bewoners kregen goedkopere grond om niet te worden verdreven door rijke Franstalige bourgeois die de rust van het groen zochten. Het Nederlands, in de meeste gevallen slechts officieel de taal van de autochtonen, moest hoog gehouden, beschermd, gerespecteerd, gepromoot en gelukkig uiteindelijk ook aangeleerd worden. Kortom, het beleid om het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand te bewaren en verstevigen werd uitgerold.

De nieuwe immigratiegolf en de problemen die ze veroorzaakt, is helemaal anders dan de verfransende olie uit Brussel waartegen destijds het Randbeleid werd ontwikkeld.  Die nieuwe immigratiegolf wordt sinds enkele jaren binnen beheersbare oevers gedwongen door de verplichte inburgering voor nieuwkomers die minister Marino Keulen vorige regeerperiode pionierde. En door een integratiebeleid, dat weliswaar dringend gecibleerder en gestructureerder moet, maar ook daaraan wordt inmiddels gewerkt.  

Inburgering betekent Nederlands leren, een cursus maatschappelijke oriëntatie volgen (praktische zaken maar ook normen en waarden), een job zoeken of een geschikte opleiding vinden. En gelijktijdig en nog lang daarna volgt het integreren, een opdracht voor de nieuwe én voor de oude Vlamingen, waarin het onderwijs een cruciale omgevingsfactor vormt. Omdat de nieuwe Vlamingen de kans krijgen om samen met hun kinderen spelenderwijs Nederlands te leren,  en omdat de oude dankzij de nieuwe vriendjes van hun kinderen sneller openstaan voor de diverse wereld die in steden en gemeenten oprukt.

Schepenen van Vlaamse Zaken of Vlaams Karakter heeft Vlaanderen vandaag niet meer nodig, Schepenen van Onthaal en Integratie des te meer.  Zelfs in de Rand. Vermits heel Vlaanderen vandaag Vlaamse Rand lijkt, kan het budget om het Vlaams karakter van de Rand te versterken, worden overgedragen naar de budgetten voor onderwijs, voor beroepsopleiding, voor onthaal en integratie.

Met uitzondering van het budget voor de gemeenschapscentra in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel. Die centra moeten nog altijd in de plaats treden van onwillige gemeentebesturen. De in het oud België verstokte tweetalige Franstaligen die er de plak zwaaien, kunnen zich niet neerleggen bij het feit dat Vlaanderen een deelstaat is.  Ze menen dat ze immuun zijn voor Vlaamse regels. Sterker nog,  omdat ze blijven dromen van een Bruxelles à papa menen ze ook hun niet-Nederlandstalige inwoners te moeten onttrekken aan de regels van de Vlaamse overheid. Maar daardoor ontzeggen ze hen ook kansen op een groter welzijn, op emancipatie, op ontplooiing in een steeds diverser en meertaliger Vlaanderen.

Enkele burgemeesters bleven daarom een hele gemeentelijke legislatuur terecht onbenoemd. Intussen is de stad en de wereld (urbi et orbi) fundamenteel veranderd. In het Brussels gewest leven, volgens heel recente gegevens van de Studiedienst van de Vlaamse Regering waarnaar minister Geert Bourgeois verwijst in zijn beleidsbrief Inburgering,  meer dan 1 miljoen inwoners (93,1%) die vreemdeling (dus niet-Belg) of Belg van vreemde herkomst zijn, naast een kleine 78.000 Belgen van autochtone afkomst.

PS Net op het moment dat deze bijdrage klaar was, bereikte me een persbericht van minister Bourgeois, getiteld: ‘Bourgeois lanceert leidraad voor een goed Vlaams beleid’. Daarin maakt de minister bekend dat hij de recent verkozen mandatarissen in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand een pocket toestuurt om hen te ondersteunen bij het werken aan het Nederlandstalig karakter.  Nil novi sub soli.

15:46 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

De commentaren zijn gesloten.