21-12-12

Geeft de school nog uitzicht op een betere toekomst?

Het was weer een tijd geleden dat ik nog eens iets gehoord had van Marleen Van Ouytsel, een voormalig collega die ik erg waardeer. Vandaag lees ik van haar een sterke opinie in De Standaard. Marleen heeft haar halve leven besteed aan het onderwijs, aan integratie en stedenbeleid. Als bezig bijtje met een tomeloze energie is ze de voorbije jaren ook met allerlei vrijwilligers- en basiswerk bezig in Antwerpen. Ze richtte er in 2000 de vzw Meters & Peters op, die de Antwerpse Zomerschool Nederlands organiseert. Dat is een originele vorm van vakantie-onderwijs voor kinderen van 6 tot 12. Het doel is leerlingen die thuis geen Nederlands spreken in een ongedwongen en speelse vakantiesfeer de taal waarin ze hun toekomst zullen uitbouwen, beter helpen verwerven. De Zomerschool van Antwerpen kreeg intussen elders navolging en ontving heel wat prijzen.

Marleen verwijst in Een kind is geen breekijzer voor asiel (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF...) naar haar ervaring op de Zomerschool. Ze klaagt de selectieve verontwaardiging aan van de onderwijskoepels over het uitwijzen van minderjarige schoolplichtige kinderen die hier illegaal verblijven: “Tijdens de algemene regularisatiecampagne van 2009 kregen we in die Zomerschool malafide heerschappen over de vloer die kinderen bij bosjes wilden inschrijven. Zij bleken de ouders, vaak nog zelf niet in België, te hebben voorgespiegeld dat ze op een snelle manier in ons land geregulariseerd kunnen worden als ze hun kinderen alvast laten inschrijven in een school. Kinderen worden dus gebruikt voor een regularisatie. Het wordt tijd dat we de toename van het aantal niet-begeleide minderjarige asielzoekers ook eens in die optiek bekijken.”

Een controversieel standpunt? Ik ken Marleen voldoende om te weten dat ze zo’n uitspraken niet zomaar doet. Ze stelt ook het recht op onderwijs voor illegale kinderen niet ter discussie. Ze weet dat immigratie nog jaren ons deel zal blijven. Ze heeft meegeleefd met honderden verhalen van vluchtelingen. Ze begrijpt ook de frustratie van leerkrachten en directies als een lege stoel in een klas achterblijft na de uitwijzing van een leerling die voor veel klasgenootjes gewoon een vriendje was.

“Maar het helpt te beseffen dat de tijd die deze leerling op een Vlaamse bank werd onderwezen”, stelt Marleen, “nooit verloren tijd is geweest. De investering in de opleiding van een kind dat het land moet verlaten, is nooit vergeefs. Zoals het leren niet stopt als de schoolbel rinkelt. Het leren is grenzeloos, in tijd en in ruimte. Het recht op onderwijs is universeel, het verhuist mee met het kind.”

En ze betreurt dat onderwijskoepels en burgemeesters zich niet meer zorgen maken over het falen van het onderwijs in onze steden om de talenten van hun leerlingen tot ontplooiing te brengen. In haar stad Antwerpen verlaat één op vijf jongens de school zonder diploma of beroepskwalificatie. En ze geeft nog andere alarmerende cijfers over de Scheldestad, cijfers die vergelijkbaar zijn in andere centrumsteden in Vlaanderen: schoolse achterstand in secundair onderwijs: 22%, schoolse achterstand in beroepssecundair onderwijs Antwerpen: 78%. Dat laatste cijfer betekent dus dat wie voor een BSO-richting kiest om later een knelpuntberoep als lasser of metser te kunnen uitoefenen, in een omgeving terechtkomt waar van de vijf leerlingen er vier eerder al iets anders hebben geprobeerd of in hun schoolloopbaan minstens één jaar zijn blijven zitten.

Vandaag lees ik in Het Belang van Limburg dat er in Lommel 1.200 deelnemers worden verwacht voor een mars tegen de mogelijke uitwijzing van een gezin van Afghaans-Iraanse origine met drie jonge kinderen. Een middelbare school, de directie de leerkrachten en de leerlingen zetten zich achter het initiatief. Burgemeester Peter Vanvelthoven (SP.A) is solidair.

In haar opinie vraagt Marleen zich af wanneer burgemeesters, onderwijskoepels, leerlingen, studenten en hun ouders ook eens op straat komen om onderwijshervormingen te eisen. Inderdaad. We vergeten te vaak dat Vlaanderen zijn welvaart voor een groot deel te danken heeft aan de kwaliteit van zijn onderwijs. Daar loopt zowaar een Vlaamse grondstroom: dat je met mindere startkansen op onze schoolbanken dankzij flink je best doen toch een mooie toekomst kunt uitbouwen. Maar op ons onderwijs, op een van die funderingen van onze welvaart, zit veel betonrot.

Vandaag staat ook onze minister-president in Het Laatste Nieuws. Voor Kris Peeters mag 2012 snel afgelopen zijn. Hij die Vlaanderen zo graag “in actie” ziet, moet immers terugkijken op recordcijfers inzake faillissementen en werkloosheid, met de sluiting van Ford als spectaculair dieptepunt. Peeters heeft nochtans alles uit de kast gehaald, bezweert hij, maar ja, wat wil je, budgettaire krapte, economische crisis. Ik hoor hem denken, Vlaanderen heeft het spijtig genoeg allemaal zelf niet in handen, want anders…, dan zou je pas vuurwerk zien.

Maar dat gaat niet op voor het onderwijs. Dat heeft Vlaanderen wel zelf in handen. Helemaal. De Vlaamse regering van Kris Peeters kan er een echte prioriteit van maken als ze dat maar wil. Misschien wacht de regering om in actie te schieten tot er een betoging komt? Een mars tegen het betonrot in het onderwijs? Tegen statistieken waarachter honderdduizenden jongeren schuilgaan, die aantonen dat onze scholen aan wie kansarm is, steeds minder vaak een uitweg bieden naar een beter leven.

De commentaren zijn gesloten.