31-01-13

Bezinning over de illusie van de macht

Roger Raveel is overleden. Ik hield van zijn werk.  Ik plaats hem in de rij van andere groten als James Ensor, Constant Permeke of Gust De Smet. Zonder Raveel is Vlaanderen wat armer geworden. Gelukkig hebben we nog zijn werk. Mijn vrouw en ik zijn het een tijd geleden nog gaan bekijken in het prachtige Roger Raveelmuseum in Machelen-aan-de-Leie, een landelijk dorp om verliefd op te worden. In de kromming van een glorieuze Leiearm  die Raveel  met heuse protestacties nog ooit voor projectontwikkeling behoedde, zie ik de grote schilder zo aan het werk.

Niet dat hij vooral Leiezichten schilderde. Als ik aan Raveel denk, zie ik simpele voorwerpen als een kat, een fiets, een flard wei of een  stuk paal, het silhouet van een man, een boom, de contouren van een dak. Ik zie een man met een pet naast of in vierkanten en abstracte lijnen of vlakken in felle kleuren. Ik zie voorwerpen uit de kunst springen, zoals een bedstijl, een kooi met een echte duif in, een stootkarretje. Ik zie openingen in kaders en spiegels.

Raveel is een geut expressionisme, een likje cobra, een soeplepel pop-art, een lijntje Mondriaan en veel koppig Machelen-aan-de-Leie, zijn geboortedorp dat hij zowat 91 jaar lang amper verlaten heeft. Het was zijn dierbare vriend Hugo Claus die Raveel tevergeefs aanspoorde om internationale naam en faam te gaan verwerven in New York. Maar Roger verkoos het atelier aan zijn Leie-arm, deed liever zijn goesting dan bewondering te wekken in den vreemde. Het zou wat zijn, de man met een pet op Times Square. Met de eigen stijl en opvattingen waarmee zijn werk is geschapen, wordt Raveel ongetwijfeld nog een man van de wereld.

In het Vlaams Parlement kan je ook naar een schitterende Raveel gaan kijken. Het ruimtelijk kunstwerk pronkt in de monumentale ruimte voor het bureau van voorzitter Jan Peumans. Met vierkantige doorkijk en bespiegelde zuilen, roodgeelblauw geschilderde planken,  de herinnering van een boom, een man zonder gezicht, een contour van een vrouw en natuurlijk de man met de pet.

Ik had gedacht dat op de homepagina van de website van het Vlaams Parlement uit eerbied voor de overleden Vlaamse Reus wel een foto van het werk of zijn schepper zou hebben geprijkt. Maar neen, in de kijker van de website fonkelt voorzitter Peumans naast de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen, Jan Briers, behoedzaam nog alsof hij postgevat heeft in het muurtje voor een vrije trap. Spijtig dat ze zich niet in de Bezinning over de illusie van de macht voor het bureau van de voorzitter hebben laten fotograferen.

21:58 Gepost door peter in Actualiteit, kunst | Permalink | Commentaren (0) | Tags: roger raveel, jan peumans, jan briers |  Facebook | | |

21-01-13

Ward en Gusta

Vanochtend op de trein las een bruin gepoeierde en platina geblondeerde vrouw naast me de Flair. Een artikel over mannelijke seksuele fantasieën droeg haar belangstelling weg. Ik las tussentitels als ‘wat uw man in bed wil maar niet durft te vragen’ en ‘stimuleer je man om over zijn fantasieën te praten’. Goede raad kan nooit kwaad, zou ik kunnen gedacht hebben, maar vreemd genoeg kwamen Ward en Gusta me voor ogen.

Dit bejaard echtpaar woont in een klein huisje in onze wijk. Ward en Gusta krijgen al enkele jaren regelmatig bijstand van mijn dochters.  In ruil voor wat zakgeld. Eerst was het mijn oudste die boodschappen deed voor de tachtigers.  Ward, een gepensioneerd mijnwerker, was niet goed meer te been en ondervond bijna voortdurend last met het vinden van zijn adem.  Gusta zorgde voor Ward, beredderde het huishouden en stuurde mijn oudste met een lijstje naar Delhaize, de beenhouwer, de bakker en de apotheker.  Toen ze nog geen zestien was, kreeg mijn oudste in de supermarkt wel eens de wind van voren.  ‘Iedereen kan zeggen dat die sigaretten voor de buurvrouw zijn.’

De verhalen over Ward en Gusta zoals ze verteld werden door mijn tieners waren altijd de moeite waard. Niet alleen omdat ze getuigen van die heerlijke, soms keiharde no-nonsense houding tegenover het leven waarin ik de vergane wereld van mijn overleden grootouders herken. Ook omdat ze door de bril van mijn kinderen een verwonderde glans krijgen. Hun eigen oma’s  (de opa’s zijn al enkele jaren overleden) zitten intussen wel op tram 7 (voor eentje staat tram 8 voor de deur), maar toch is er op een of andere manier nog een verschil. Voor tieners die hun boodschappen aan iedereen wereldwijd een scherm over wrijven of raken, hinkt de wonderlijk trage leefwereld van Ward en Gusta alleszins eeuwen achterop.

Gaandeweg hinkten Ward en Gusta niet enkel achterop in hun manier van praten over mensen, dingen en gebeurtenissen. Ook lichamelijk vertraagde het leven en werd het lastiger en hulpbehoevender. Zo’n dingen gaan geleidelijk, maar af en toe vernemen we via de dochters opvallende uitschieters. Zoals de abrupte mededeling dat Gusta haar haar niet meer zelf kan borstelen. Of de verbazing over het bestaan van pampers voor volwassenen.

Toen mijn oudste dochter op kot ging, nam mijn jongste haar taken tijdens de weekdagen over. Elke dag voor ze naar school fietst, haalt ze voor Ward zijn Laatste Nieuws uit de brievenbus.  De voorbije weken ging het met Gusta van kwaad naar erger. Ze had zo’n pijn dat ze niet meer kon koken.  En dat eten dat de warme maaltijdendienst van het OCMW brengt, is gewoon niet te vreten. Voortaan was het meer Ward dan Gusta die de deur kwam opendoen. De rollen leken omgedraaid: Ward zorgde voor Gusta.

Op zekere dag was Gusta weg.  Ze kon niet meer zelfstandig haar bed uit, zelfs met behulp van Ward ging het heel moeizaam.  Daarom was ze naar het ziekenhuis. Ward kon er niet over zwijgen en herhaalde telkens weer dat hij er niet gerust op was, want Gusta wachtte een zware operatie. Hij had vooral schrik dat Gusta nadien niet meer wakker zou worden.  Elke dag opnieuw vertelde hij over zijn ongerustheid aan mijn jongste die hem zijn krant bracht voor ze naar school fietst. Toen ze door de trage verteller drie dagen na elkaar te laat in de les was, kreeg ze een waarschuwing.

Mijn dochters stelden me vorige week voor om met Ward eens op ziekenbezoek te gaan. Dat deden we en onderweg in de auto voerde ik het meest uitgebreide gesprek met Ward ooit.  Over zijn werk als mijnwerker, een beroep uit vervlogen tijden. De meisjes op de achterbank zwegen en luisterden.

En het is een scène aan het ziekbed van Gusta die ik me herinner als ik de tussentitel ‘wat uw man in bed wil maar niet durft te vragen’ in de Flair naast me lees. Bij hun afscheid op de ziekenkamer wrijft Ward even over Gusta’s voeten die onder het beddenlaken omhoogsteken. ‘Ahwel waarom wrijft gij nu over mijn voeten’, vraagt Gusta op een licht verwijtende toon, terwijl ze ons sluiks achter haar loshangend wit haar aankijkt met een blik van kijk nu wat die ouwe malloot doet.  ‘Voorzichtig zijn hé’, maakt ze die toon daarna wat zachter. Ward mompelt iets onduidelijks vooraleer we hem terug in de rolstoel zetten en naar de uitgang rijden. ‘Dat was toch lief hé van Ward’, zal mijn jongste dochter de scène later becommentariëren. ‘Ja, dat was heel mooi’, antwoord ik.

Ergens tussen donderdagavond en vrijdagochtend was het Ward die niet meer wakker is geworden. Mijn jongste had Het Laatste Nieuws vrijdagochtend tussen de kruk van de voordeur geklemd toen er niemand kwam opendoen en was dan maar haastig naar school gefietst, uit schrik voor die strafstudie die er zat aan te komen als ze nog eens te laat was. Mijn oudste, die thuis aan het blokken was en de boodschappen zou doen, haalde er twee uur later de buren bij toen ze de krant aan de voordeur geklemd vond en Ward nog altijd niet kwam opendoen.

Vandaag moeten mijn kinderen voor het eerst niet meer langs het kleine huisje gaan om de krant uit de brievenbus te halen of boodschappen te doen. In het ziekenhuis herstelt Gusta van haar operatie. Haar wacht een ander leven, zonder die ouderwetse malloot die zoveel liefs kan zeggen door alleen maar over haar voeten te wrijven.   

14:27 Gepost door peter in Liefde | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook | | |

09-01-13

Een rondje Schueremans bashen

Hoe hypocriet de Wetstraat en de media toch kunnen zijn, zagen we deze week woensdag in een rondje Schueremans bashen in het Vlaams Parlement.

Zoals geweten heeft Herman Schueremans ontslag genomen als Vlaams volksvertegenwoordiger. De Schuur, die daarvoor een Life Time Achievement Award kreeg, staat vooral bekend als de man die Rock Werchter heeft grootgemaakt. Dat weet iedereen. Ook in het Vlaams Parlement.  Schueremans heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij voorrang gaf aan zijn werk in Werchter. Zoals Janssens voorrang gaf aan Antwerpen, De Wever voorrang geeft aan de N-VA (en nu ook aan Antwerpen), en Chokri aan Pukkelpop. Ook zij waren de voorbije jaren niet de actiefste parlemantairen.

Zoiets kan en mag immers. In een Parlement staat geen prikklok. Een volksvertegenwoordiger krijgt een mandaat van kiezers, die hem in het stemhokje kunnen straffen als hij tekortschiet door niet meer op hem te stemmen. En ze kunnen hem belonen, door hem meer voorkeurstemmen te geven. Een volksvertegenwoordiger controleert de regering en stemt wetten en moet daarom onafhankelijk kunnen zijn, een loon en een statuut krijgen dat hem die onafhankelijkheid toelaat. Elke volksvertegenwoordiger vervult dus zijn mandaat zoals hij dat wenst. En iedereen in het Vlaams Parlement weet al jaren hoe Schueremans zijn mandaat invult.

En toch heeft Herman zijn belang gehad in de politiek. Omdat hij als ondernemer in de culturele sector verduiveld goed weet welk beleid werkt en welk beleid niet werkt. Zoals hij bijvoorbeeld vorig jaar illustreerde bij het uitvaardigen door minister Schauvliege van de nieuwe geluidsnormen voor concerten, optredens, fuiven en in jeugdhuizen.

En Herman leverde ook een onschatbare politieke bijdrage omdat hij met zijn parler vrai in het politieke cultuurgewoel voor een heel apart geluid zorgde: hij bewees dat je ook in de creatieve culturele sector de hemel kunt bereiken zonder overheidssubsidies.  Hij ging daar prat op en kantte zich tegen oversubsidiëring, -reglementering en -inmenging, op alle terreinen. Patricia Ceysens omschreef de betekenis van Herman mooi: “hij bracht hoogwaardige muziekbeleving in het bereik van velen, zonder elitair te doen of platte commerce te bedrijven. Ik ben fier op Herman. Wie doet het hem na?”

En ja, ook ik erken dat hij in het Parlement niet het meest vlijtige bijtje was. Ik geef zelfs toe dat ik af en toe op hem heb gesakkerd en hij ook wel eens op mij. Dat laatste bewijst dat zijn politiek werk hem niet onverschillig liet. Ook vanochtend, bij zijn interview op Radio 1, waar hij uitgenodigd was om over die Life Time Achievement Award te praten, dacht ik: wat zegt hij nu? Het commissiewerk in het Parlement vergelijken met toogpraat in een café was niet zijn beste ingeving. Maar eerlijk, welke parlementslid, welke minister, welke journalist, welke kijker van Villa Politica heeft al niet eens hetzelfde gedacht? Veel vaker is een commissiedebat wel hoogstaand, en nog vaker bijzonder technisch voor leken.  Uiteindelijk zingt elk vogeltje zoals het gebekt is. In het Parlement zoals op café. Dat bewijst net dat het Parlement een spiegel van de samenleving is. Zoals het hoort in een goed functionerende democratie.

20:15 Gepost door peter in Muziek, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herman schueremans |  Facebook | | |