21-03-13

Waarom subsidieert Kris Peeters de Wereldwinkel wel en de Aldi niet?

‘Stop de tsunami aan parlementaire vragen’ en ’70 dagen opzoekwerk voor één vraag, dat is toch niet meer ernstig’. Dit zijn twee krantenkoppen (de eerste uit De Standaard, de tweede uit Het Nieuwsblad) van deze week. De alarmkreten komen van de Vlaamse opperambtenaar, Dirk Van Melkebeke. Hij heeft gelijk. En tegelijk nagelt hij de Vlaamse ambtenaren en de Vlaamse overheid aan de schandpaal.

Hij heeft gelijk omdat de cijfers aantonen dat het aantal schriftelijke vragen die Vlaamse volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement stellen, alsmaar toeneemt. Voor alle duidelijkheid: het zijn de ambtenaren uit de administraties die deze vragen moeten beantwoorden. Twee jaar geleden moesten ze er 5.111 beantwoorden. Vorig parlementair jaar stond de teller op 6.668. En dit jaar stevenen de volksvertegenwoordigers af op een nieuw record. Deze week zaten ze al aan 3.900 vragen, dat zijn er al 300 meer dan vorig jaar op hetzelfde tijdstip.

Volgens Van Melkebeke is de verklaring simpel: de kranten rangschikken parlementsleden volgens hun ijver en inzet. Het aantal schriftelijke vragen dat ze stellen, is dan een criterium. In het licht van de verkiezingen van 2014 vreest Van Melkebeke daarom het ergste. De topambtenaar dringt er bij de media op aan om onze politici niet langer te klasseren op basis van kwantitatieve gegevens.

Terecht. Temeer daar het meestal niet eens de politici zelf zijn die de vele schriftelijke vragen (en vragen om uitleg, interpellaties) opstellen waar ze hun handtekening onder plaatsen. Dat doen hun medewerkers. Of de studiedienst. En bij de CD&V wellicht ook het ACW en de Boerenbond. Hetzelfde gebeurt overigens met voorstellen van decreten, resoluties of moties. Er doen zelfs geruchten de ronde dat Christian Van Thillo zich bezighoudt met het schrijven van hem goedgunstige decreten.

Maar Van Melkebeke zet het Vlaams overheidsapparaat ook voor schut. Het verhaal van die 70 dagen opzoekwerk om een schriftelijke vraag te beantwoorden, noem ik een schande. Ik schrijf dat omdat ik weet over welke vraag het gaat: een parlementslid stelde aan alle (9) Vlaamse ministers dezelfde vraag: hoeveel subsidies reikt u uit en aan wie? Kan je je voorstellen dat de administraties die zo’n eenvoudige en voor de hand liggende vraag voor hun minister moeten beantwoorden, daar zeventig dagen opzoekwerk voor nodig hebben?

Want de vraagsteller wil eigenlijk gewoon weten naar welke organisaties van buiten de Vlaamse overheid zelf welk deel van de Vlaamse koek schuift die de Vlaamse regering met belastinggeld heeft gebakken. Voor zo’n basisgegeven over het functioneren van haar organisatie heeft de Vlaamse regering dus geen computerprogramma klaar dat met een druk op de knop op elk gewenst moment het resultaat monitort. Neen, een ambtenaar is daar bijna een derde van zijn jaarlijkse arbeidsdagen mee zoet.

Voor alle duidelijkheid: die subsidiebedragen per organisatie zijn niet opgenomen in de jaarlijkse begroting (welke uitgaven zijn er gepland?) of rekeningen (welke uitgaven zijn er effectief gebeurd?) die de Vlaamse regering ter controle indient bij het Vlaams Parlement. Zo’n informatie moet een volksvertegenwoordiger dus via een schriftelijke vraag verzamelen.

Van Melkebeke werpt ook nog op of al die vragen wel nuttig zijn. Wel, neem nu de vraag van 70 dagen. Uit de antwoorden leerde ik dat minister Smet vanuit zijn bevoegdheid voor Brusselse aangelegenheden een festival subsidieert waarmee Oostende de zomer in danst. En dat minister Bourgeois met een toelage voor een zeepkistenrace in Linkebeek het Vlaams karakter van de Rand versterkt.

En ik kwam te weten dat minister-president Kris Peeters wel subsidies veil heeft voor het personeel van de Wereldwinkel in Tielt, maar niet voor dat van de plaatselijke Aldi. Zo kom ik bij de titel boven deze blog: pas als je de feiten kent, kan je op zoek naar de oorzaken en verklaringen. Als je weet waarom Peeters het personeel van de Wereldwinkel wel en dat van de Aldi niet subsidieert, kan in een democratie het debat beginnen.

19:00 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

14-03-13

Franciscus, de revolutionair en de tegenpruttelaar

Sinds 13 maart is de poster die in mijn kantoormodule hangt verouderd. Op die poster staan afbeeldingen van de pausen die de rooms-katholieke kerk erkent, met hun wapenschild (vanaf Innocentius III), van Petrus tot Benedictus XVI.

Op city-trip in Rome kocht ik de poster enkele jaren geleden als een leuk hebbeding. Toen hij onlangs tussen een lang vergeten stapel papier terug opdook,  kreeg ik het idee om hem op te hangen op mijn kantoor. Als tegengewicht voor de talrijke posters en slogans die andere kantoormodules op deze gang in het Vlaams Parlement sieren. Posters en slogans over de dood van God, de achterlijkheid van godsdiensten of de domheid van gelovigen die de moed ontberen enkel op hun verstand en de wetenschap te betrouwen.

Van karakter ben ik namelijk nogal een tegenpruttelaar, zo houdt mijn vrouw me geregeld voor (en ik haar). Zij zal wel gelijk hebben (en ik ook). Uiteindelijk heeft elk menselijk samenwerkingsverband dat gesmeerd wil blijven lopen, tegenpruttelaars nodig die zijn werking voortdurend in vraag stellen.

In ongemakkelijke stilte hangt die poster inmiddels enkele maanden achter mijn rug veler ogen uit te steken. Terwijl ik niet eens meer geloof in God te geloven, laat staan in een met onfeilbaarheid omklede paus. En nu is er dus Franciscus die er niet meer op staat. Wat een vervelende tegenpruttelaar!

Nochtans kan ik er niet naast kijken. Franciscus van de Pampa moet nogal een kerel zijn. Hij is de eerste paus die niet uit Europa komt. Hij is de eerste jezuïet die bisschop van Rome wordt. Hij is bovendien (zo bewijst mijn poster toch nog zijn nut) de eerste sinds paus Lando in 913 die een nieuwe pausennaam koos.  Tenminste, als ik Johannes-Paulus I, van wie het pontificaat exact 33 dagen duurde, even buiten beschouwing laat.

Maar dan valt me nog iets op: van Lando is (volgens Wikipedia) haast niets bekend, behalve dan dat hij minder dan een jaar regeerde en vermoedelijk vermoord werd. Ook over de plotse dood van Johannes-Paulus I doen de wildste geruchten de ronde. Wat kort door de bocht gesneden kan je dus besluiten dat een paus die de voorbije 1100 jaar een nieuwe naam koos, nooit een voorspoedig leven was beschoren.

Maar wat een naam koos die Argentijn dan nog! Franciscus! Naar de wereldberoemde heilige uit Assisi die ongeveer drie eeuwen na de nagenoeg anonieme Lando het levenslicht zag. Zowat de grootste revolutionair uit de kerkgeschiedenis (na Jezus). Hij leefde als kluizenaar, herstelde kerkjes en bad. Hij groeide op als de verwende zoon van een rijke koopman en had de ambitie om de armste mens ter wereld te worden. Hij trok op het plein bij de bisschop de kleren uit die zijn vader hem had geschonken, hief de handen ten hemel en riep: ‘nu kan ik werkelijk zeggen, onze Vader in de hemel’. De bisschop dacht hetzelfde en sloeg snel zijn mantel om hem heen.

Ten tijde van die paus met het eerste wapenschild, Innocentius III, trok Franciscus mee op kruistocht om Jeruzalem van de Moren te bevrijden. Maar in plaats van de moslims te bevechten, ging hij onder hen en met hen leven, zonder wapens. Zelfs zonder drift, vrij uitzonderlijk in die tijd, om hen te bekeren. Franciscus wilde vrede. Hij overleefde zijn vredeswil in het land van de Moren en reeg verder de straffe stoten aaneen.

Ik leerde de grote dierenvriend Franciscus van Assisi goed kennen in mijn welpentijd. Wie meer wil weten over die wonderlijke heilige zal de komende uren in de media wel over de verhalen struikelen. De nieuwe Franciscus van de Pampa heeft iedereen nieuwsgierig gemaakt naar de oude.

Maar ook naar de lotgevallen van de nieuwe. Hoe lang houdt hij het vol? Wil hij een echte revolutionair zijn of blijft hij niet meer dan een bescheiden tegenpruttelaar, zoals er in elk menselijk samenwerkingsverband thuishoren? Dat laatste is in de Kerk misschien al genoeg revolutionair.

15:51 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franciscus, paus |  Facebook | | |

01-03-13

Arco en de Jacht op het Verloren Schaap (*)

Hoe lang duurt het nog vooraleer het ACW zijn naam verandert? Gisteren dacht ik aan de Herald of Free Enterprise.  Woensdag 6 maart is het exact 26 jaar geleden dat de boot bij het uitvaren van Zeebrugge in 90 seconden kapseisde.  Het schip, met in grote witte letters op de rode scheepswanden de naam Townsend Thoresen, was vertrokken met geopende boegdeur. De boeggolf spoelde het autodek in.  Een week later bevoer geen enkele vaartuig met de naam Townsend Thoresen nog de Noordzee.  Het gehavende ACW zal weliswaar niet in 90 seconden kapseizen, maar zet nu toch al wekenlang de auto’s en passagiers aan boord onder het boegwater.

De Tijd (28/2) onthulde dat de staatsbank Belfius, de opvolger van het gezonken Dexia, vier miljoen per jaar betaalt aan het ACW om de reputatie van de bank niet te schaden en haar leden niet op te roepen om hun spaargeld naar een andere bank te verhuizen.

Waarom zou een beweging die gegrondvest is op de idealen van de christelijke arbeidersbeweging zich laten betalen om geen kritische bemerkingen te formuleren over een bank? Waarom zou zij haar bereidheid verkopen om haar leden niet het advies te geven hun spaargeld bij een bepaalde bank weg te halen? Het antwoord is simpel. Omdat het ACW zelf in zo’n slechte papieren zit, dat het zichzelf vandaag in de eerste plaats omschrijft als een bedrijf in moeilijkheden.

En waarom zat het ACW ook alweer in slechte papieren? Omdat haar financiële poot, Arco, niet meer of niet minder uit winstbejag gestruikeld is over te grote beleggingsrisico’s en nu in vereffening is.

Maar wat had de financiële poot van een christelijke arbeidersbeweging juist te maken met Belfius? Dat is een lang verhaal. Het begint met een coöperatieve spaarkas van die christelijke arbeidersbeweging die bank werd. Die bank wilde een nog grotere bank zijn en transformeerde zich tot een financiële poot. En die poot verloor in haar ijver om de beweging vooruit te helpen helaas de voeling met de motieven om in beweging te komen. Daardoor zag die poot er geen graten in samen te werken met een grote bank als Dexia. Zo werd die poot verleid om mee te spelen in een spiraal van financiële risico’s die uiteindelijk helaas een foute gok bleken.  Dexia ging failliet, maar verrees opnieuw als Belfius omdat de overheid er een massa geleend geld in stak dat later wel mee door onze kinderen zal worden afbetaald.

En hoe komt er dan spaargeld van ACW’ers bij Belfius? Omdat circa 800.000 mensen in de loop van de voorbije kwarteeuw op een of andere manier aan een klein coöperatief aandeel zijn geraakt van wat uitgegroeid is tot de financiële poot van het ACW. Die aandelen, maximaal één per gezinslid, werden verkocht als spaarproducten voor de lange termijn, een appeltje voor de dorst zeg maar, met een interessante rente. Je kan er immers niet echt in beleggen, je kan ze ook niet verkopen als de koers, zoals bij een beursgenoteerd aandeel, plots geweldig interessant zou worden. Je kan ze zelfs niet van de hand doen op het moment dat je dat geld opnieuw nodig hebt. In mijn geval is zo’n aandeel volgens de laatste verrekening (2011) een kleine € 3.000 waard. Veel Arco-spaarders-coöperanten hebben naast hun coöperatief aandeel ook nog andere spaarrekeningen. En die zitten nu, net als verzekeringen bijvoorbeeld,  vaak bij Belfius.

En waarom zouden die 800.000 mensen die ooit een aandeel van de financiële poot van het ACW in bezit kregen, er dan aan denken hun ander spaargeld bij Belfius weg te halen? Om deze vraag te beantwoorden, is wat psychologisch inzicht nodig. Eerst en vooral ziet het er meer en meer naar uit dat deze spaarders hun appeltje voor de dorst van Arco kwijt zijn. De regerende meerderheid heeft nochtans beslist om de Arco-coöperanten een staatsgarantie als spaarders te verstrekken, die op de gewone aandeelhouders van Dexia bijvoorbeeld niet van toepassing is. Tot grote woede en frustratie van deze gedupeerde en evengoed bedrogen beleggers. Meer en meer lijkt het erop dat die staatsgarantie wettelijk geen stand zal houden. De Raad van State en Europa lieten dit al verstaan.

Het is dus logisch dat de 800.000 Arco-coöperanten nu ook beginnen vrezen dat de garantie een vodje papier is en dat ze hun spaargeld kwijt zijn.  In een gezin van vier kan dit om ongeveer € 12.000 gaan. De meesten van die gedupeerden zijn gewone werknemers die een band hadden of hebben met het ACW of een van de vele aanverwante organisaties die de voorbije decennia de Vlaamse gemeenschap op zoveel terreinen kleurden. Deze gewone mensen moeten echt wel heel lang werken om € 12.000 te kunnen sparen. Zij kunnen met het eventuele verlies van dat geld niet lachen. De lange onzekerheid, in deze crisisjaren dan nog, is een bijkomende kwelling. 

Het ACW, zijn deelorganisaties, de bij het ACW aansluitende politieke partij CD&V en de staatsbank Belfius moeten ook met die onzekerheid door het leven. Bovendien vrezen zij de woede van de Arco-spaarders.  Wie die woede wil meten, leest er maar eens de fora van gedupeerde Arco-spaarders op internet op na. Vandaag is Belfius waarschijnlijk al vele Arco-klanten kwijt.  Waarom zou een Arco-klant zo’n kakelverse staatsbank waar hij geen enkele voeling mee heeft bedanken met zijn trouw? En wat zal dat worden de dag dat het doek definitief valt over de staatswaarborg voor de Arco-spaarders?

Gelukkig, zo moeten ze bij Belfius denken, kon het ACW tenminste al afgekocht worden om de toorn bij haar leden niet verder op te poken. Maar de boodschap dat de huidige ACW-leiding zich daartoe heeft geleend in een commerciële deal die niet bekend had mogen worden, werd door de Arco-spaarders meteen opgepikt. Ze ruiken de angst.

Sedert de N-VA de aanval op het ACW heeft geopend, ziet CD&V zich in de verdediging gedrongen. Ook bij de CD&V-leden zijn er veel Arco-gedupeerden woest op het ACW, dat niet enkel hun vertrouwen heeft beschaamd maar ook hun eergevoel over hun eerlijk engagement. Is dat die beweging waarvoor zij zich hebben ingezet?

Maar de aanval op het ACW door de N-VA lijkt net iets teveel op de Jacht op het Verloren Arco-Schaap. Niet voor niets zei De Wever na het ontbinden van alle duivels tegen het ACW door zijn kamerleden Jan Jambon en Peter Dedecker dat die aanval niets afdoet aan het feit dat wat hem betreft de Arco-gedupeerden vergoed moeten worden.

CD&V sloeg in een kramp. De partij moet uit al haar poriën het ACW bijspringen. Zogezegd om de ware ziel van het christendemocratisch middenveld eer te bewijzen in deze moeilijke tijden, schreef Kris Peeters een brief aan de tienduizenden vrijwilligers. In werkelijkheid zet CD&V haar grootste kanon in om het ACW-electoraat niet verder te verliezen.

Overigens kwam de aanval van N-VA op het ACW niet zomaar in de nieuwsluwe krokusvakantie uit de lucht vallen. Er gaat een jaarwende aan vooraf die de partij van Bart De Wever heel wat stof tot nadenken gaf. De numero uno van CD&V trapte toen de campagne voor de verkiezingen van 2014 op gang met interviews waarin hij afstand nam van de N-VA. Kris Peeters liet optekenen dat hij na 2014 niét voor een nieuwe staatshervorming gaat om, schouder aan schouder met De Wever, de confederale omwenteling na te jagen.  Lees: geen communautaire campagne. De copernicaanse dromen van Peeters heten vandaag opeens al genoeg gerealiseerd. De implementatie van de zesde staatshervorming als opdracht voor 2014-2019 klinkt al voldoende ambitieus als programma. En desnoods, als het echt niet anders gaat, maar u begrijpt dat het natuurlijk zeer vroeg is om daar nu al over te speculeren, sluit Peeters niet langer helemaal uit dat hij, indien hij wordt gevraagd om zijn verantwoordelijkheid op te nemen vanzelfsprekend, dat programma misschien wel uitvoert als… wel ja, als federaal premier (shit, nu staat de vloek toch op papier).

De boodschap werd overal gecapteerd. De Franstaligen wisten meteen dat ze in de federale regering maar beter kunnen meewerken aan de uitvoering van die zesde staatshervorming. Dan kunnen ze een nieuwe communautaire campagne vermijden die de N-VA een thuisvoordeel en dus hen zelf enkel een groter probleem geeft. 

En in Antwerpen dacht Bart De Wever, hallo kroket, ik sta er dus moederziel alleen voor. No mercy, besloot de burgemeester wellicht, de jacht is open op iedereen en alles om N-VA in 2014 zo’n sterk mogelijke uitgangspositie te bezorgen. Rechts is al haast helemaal leeggegeten. Even naar links kijken dus, daar valt misschien nog wat te rapen. Om te beginnen de Verloren Arco-Schapen. En kijk eens naar de peiling van La Libre vorige week?  CD&V verliest 2,4% en wordt na de SP.A de derde partij van Vlaanderen. En N-VA? De partij wint 3,6% en klimt terug tot 39%.

(*) Dit is geen bespreking van de roman De Jacht op het Verloren Schaap van Haruki Murakami, een van mijn favoriete auteurs, maar een blog over de problemen van het ACW, de woede van de Arco-spaarders en de jacht op hun stemmen bij de verkiezingen van 2014, die volop woedt. En voor wie dit onderwerp betreurt, misschien schrijf ik ooit nog wel iets over Murakami’s Jacht, of over Norwegian Wood of 1q84.

20:15 Gepost door peter in Actualiteit, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kris peeters, acw, arco, belfius, dexia |  Facebook | | |