25-06-13

Einde van het verhaal, beste lezer. Hier toch.

De boodschap die je leest, is het laatste bericht op deze blog. Ik ben aan een nieuw verhaal begonnen, op een andere plaats, waar het lezen van mijn stukjes hopelijk aangenamer is:   http://peterdejaegher.wordpress.com/

Je vindt er blogs van op deze bladzijden terug, die ik persoonlijk om een of andere reden de moeite waard vond. En twee nieuwe, nog nergens anders gepubliceerde teksten uit mijn oude doos, met foto’s: een gelegenheidstoespraak voor de 70ste verjaardag van mijn moeder op 28 december 2008 en een speechke voor de 18de verjaardag van onze oudste dochter Winke op 25 februari 2012. Wie op die data in het archief zoekt, kan ze op mijn wordpress-blog lezen.

Ik heb ook een al wat oudere blog die veel mooie reacties heeft geoogst, overgeplaatst naar ikvertel.nl, een Nederlandse site voor korte verhaaltjes, die elk kwartaal een prijsje uitdeelt aan de mooiste, of degene met de meeste waardering/reacties: http://www.ikvertel.nl/tableaux/index.php?intromenu=1&...

 

Ik hoop dat je me volgt.

15:47 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

21-06-13

Aanrijding met een persoon

Lang voor de wekker ging, haalde vanochtend niet het gejubel van de vogels om het aanbreken van de dag maar het luide geruis van de regen me uit mijn slaap. Toen kon ik nog niet weten dat omstreeks dezelfde tijd enkele kilometers verder richting Brussel iemand anders ontwaakte en besliste dat het leven lang genoeg had geduurd.

In het station van Mechelen zou ik over deze anonieme mens voor het eerst horen. De treinbegeleider riep er om dat een aanrijding met een persoon ongeveer één kilometer voor het station van Vilvoorde een onbepaalde vertraging veroorzaakte.  Ongeveer een kwartier later zette uit Mechelen de eerste stampvolle trein richting Brussel zich in beweging.

Stapvoets reed hij voorbij de plaats van het ongeval. Rechtstaand tussen de banken was het eerste dat ik van de veroorzaker van de vertraging zag een witte sportschoen, eenzaam op het spoor. Beneden aan het spoortalud spotte ik in een afgelegen straat enkele ramptoeristen en een politiecombi. Flink wat meters verder op het andere spoor stond de trein die de drager van de schoen had aangereden stil. Een functionaris met een oranje veiligheidshesje aan was tussen de twee sporen een opdracht aan het uitvoeren waarnaar ik het raden had. Vele seconden later passeerden we de locomotief. Geen resterende sporen meer van de aanrijding. Enkele meters vóór de trein had iemand in de dikke spoorkeien een minuscuul rood vaantje geplant. Eens daar voorbij, versnelde mijn trein, om korte tijd later weer te vertragen bij het binnenrijden van Vilvoorde.

Volgens de in de media op dat moment aangehaalde woordvoerder van Infrabel had het incident voor vertragingen gezorgd die konden oplopen tot een kwartier. De vertraging die de borden bij aankomst in Brussel-Centraal in rode cijfers markeerden, gaven een versie die voor de treinreizigers veel minder gunstig uitviel.

Dat de aanrijding van de betrokken persoon tot zijn of haar dood had geleid en dat het om een wanhoopsdaad ging, zoals iedereen op de trein meteen had verondersteld, was op het moment dat ik dit post nog niet bekendgemaakt.  Maar dat leid ik af uit enkele bijkomende berichten in de online-pers. Radiomaker Koen Fillet zou getwitterd hebben dat gevoelige reizigers op volgende manier waren gewaarschuwd door de NMBS:  "Zo dadelijk zullen wij de plaats van een ongeval voorbijrijden. Mogen wij u vragen uw blik af te wenden? Dankuwel".  Ook andere reizigers lieten weten dat het lichaam niet afgedekt was en dat voorbijgangers daardoor alles konden zien wat er gebeurd was. Ik niet dus.

De belangrijkste vragen die ik me bij dergelijke naar verluidt steeds vaker voorkomende persoonsaanrijdingen op het spoor stel, bleven onbeantwoord, zoals gewoonlijk: wat heeft het aangereden slachtoffer ertoe aangezet op het spoor post te vatten? Hoe lang zou hij of zij dat plan al hebben gekoesterd? Waarom voerde hij of zij het net vandaag uit, op een dag dat de hemel al overliep van tranen? Voor wie allemaal stort met zijn of haar dood vandaag de wereld in? En hoeveel reizigers die gehinderd door zijn of haar wanhoopsdaad later op hun werk aankwamen, stelden zich die vragen? God mag het weten, de media vertellen het niet.

16:30 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

16-06-13

Suske en Wiske voor Het Paradijs

Om naar Venetië te gaan, moet je vroeg opstaan. Toch als je vanuit Charleroi vertrekt, met Ryan Air. De nuttige vlucht gaat om 6.40 u. Opstaan rond 4 u, beslissen we, om enige marge te houden. Nu ja, een koppel is maar één jaar in zijn leven twintig jaar getrouwd. Dan heb je er wel een pijnlijke wekker voor over als je naar zo’n droombestemming kan. Zeker als je nog een twintig jaar oude belofte moet inlossen.

Rond tien uur staan we dus al op de Piazzale Roma. En even later genieten we vanop een vaporetto op het Canal Grande van alle die schitterende palazzi waar we niet zullen verblijven. Ons hotel ligt op Lido, een eiland als een gedachtestreepje op de grens van de lagune. We hopen op goed weer, begin mei, dan kunnen we nog van het zonnetje genieten op het strand. We leveren onze handbagage (Ryan Air weet je wel) af, keuren de kamer goed en tijgen terug naar de Dogenstad. Op het San Marco-plein begint het te regenen. Dan maar eerst het Dogenpaleis bezoeken. Zestien euro inkom, zuchten we, exclusief telefoongids. Neen, mevrouw, die lerarenkaart geeft je hier geen korting. Toch vinden we het Dogenpaleis achteraf die zestien euro waard. We voelen ons Suske en Wiske in bewondering voor Het Paradijs van Tintoretto in die fenomenale Sala del Maggior Consiglio.

Terug op het plein waar de duiven schuilen voor de regen, besluit Greet een regencape te kopen. Een jongen die er Indisch uitziet vraagt 6 euro voor de luchtdicht opgevouwen exemplaren waarmee hij leurt.  Ik moet zo’n ding niet, maar ik moet amper bedanken of hij laat de prijs al zakken tot 2 euro. Greet geeft hem met een royaal gebaar toch 4 euro. Ik lijk wel een pmd-zak, zegt ze als ze zich in de lichtblauwe plastieken jas heeft gehuld. Maar je blijft wel droog, antwoord ik. Ik zie dat ze zich jeunt en dat maakt me blij.

In een hippe ijssalon proberen we een bellini bij een spelletje Regenwormen. Ik win royaal maar Greet vindt dat niet erg. Rijk en gelukkig kijken we om ons heen.  Wat regen houdt ons niet tegen! De volgende ochtend schijnt de zon on-Belgisch warm in onze nek, in een snel motorjacht naar Murano, het glaseiland. De boot kost evenveel als de zon en de gereputeerde glasblazerij waar we op afkoersen. De toeristen mogen er vanop tribunes de meester-glasblazers fotograferen. Het veel te lelijke glazen blaaswerk in de veel te ruime verkoopzalen achter het atelier is veel te duur. Greet verkiest voor weinig geld een hangertje in een winkeltje met een onverstaanbaar schattig glasblazertje in een vettige overall en een aardige dochter die de vreemde talen spreekt en grossiert in glimlachjes als ze de cadeautjes inpakt. Ze vinden het beiden hemels dat we naast de deur niets en in hun zaak iets kopen. Met een Spritz-aperitief genieten we van op een terras aan de Riva Longa van de boten en het water dat het kanaal naast ons en de planken onder onze voeten bevloeit.

Wat een stad, bezongen door grote kunstenaars zoals Ernest Hemingway, die trouwe klant was in de wie weet wel net om die reden volgens de reisgidsen nog altijd florerende Harry’s Bar, op een boogscheut van het San Marco-plein aan het Canal Grande. We struinen door de steegjes en over de bruggen, met een parcours voor ogen dat ik met veel moeite op de kaart terugvind. Met klokkentorens als oriëntatiepunten steken we bruggetjes over en flaneren we langs pleintjes die zich onverwacht openvouwen met een kerkje en wat trattoria’s of osteria’s. We eten in een osteria waar de gondeliers aan de toog snel een pint komen pakken.  We ontdekken in een volksbuurt op vijf minuten wandelen van de boothalte Fondamente Nuovo een trattoria waar we meteen voor de avond reserveren. Zonder onze naam te moeten opgeven, want de mama zal ons wel herkennen, zegt ze. We varen naar het Isola di San Giorgio Maggiore en reppen ons de campanile op met magistraal uitzicht op de stad en de lagune. Door de zoeker van de camera zien we elkaar genieten, drie dagen lang, nooit alleen.

In tegenstelling tot het publieke strand op Lido zijn we Harry’s Bar helaas vergeten aan te doen. Terug thuis rep ik me om Hemingway’s Over de rivier en onder de bomen (de originele titel was  Across the river and into the trees), zijn roman over een eendenjacht in Triëste waarin het hoofdpersonage, een net 51-jarige kolonel die het aan zijn hart heeft, herinneringen ophaalt aan het weekend dat hij in Venetië doorbracht met zijn 18-jarige geliefde gravinnetje. In het boek blijven die twee elkaar zo vaak zeggen hoe graag ze elkaar zien dat het op de duur gezeur wordt. Omdat zo’n liefde nu eenmaal onmogelijk kan blijven duren, bezwijkt de kolonel finaal aan een hartaanval. Gewoonlijk vind ik het boek beter dan de film maar, beste Ernest, het echte Venetië was beter dan jouw roman. Wij hebben elkaar in die romantische omgeving dan ook niet een keer moeten zeggen dat we van elkaar houden. Dat zagen we.

12-06-13

De fotoshoot

Een uur en een half liefst hadden ze uitgetrokken voor de fotoshoot. Tja, er moest toch een foto op de uitnodiging voor onze fuif! Allemaal vonden ze het een geweldig idee om de shoot in uniform te doen. Ik weet niet meer wie het idee had geopperd. Dus stonden we daar met z’n achten, zes van ’73 en twee van ’63, om ons te laten fotograferen.  Aan het  uitgespeelde lokaal dan nog dat zo oud is dat ik het, samen met de andere witte abraham, als enige nog mee had helpen bouwen.  

Van de acht vormen er twee een koppel. Ze hebben hun vier kinderen meegebracht. De kroost keek verwonderd toe hoe die grote mensen gek deden alsof ze terug op kamp mochten. De vier doorwinterde moeders kwekten opnieuw als de meisjes die ik groot heb zien worden. Twee van de mannen zie ik nog voor me, een eeuwigheid geleden onder mijn hoede in de horde. Nu lummelen er twee rijpe vaders onwennig in hun korte broek.   

Allemaal, mezelf uitgezonderd, hebben ze botinnen aangeregen, enkele meisjes weliswaar zonder de Noorse sokken die daar bij horen en dat is geen gezicht. Twee vrouwen in een spannend gidsenrokje. Eentje in een witte lange broek. Maar die moest zich nog omkleden. Na al die jaren maakte ze zich er nog altijd druk over dat we haar onderbroek zouden kunnen zien.  Achter de deur van een auto dan maar. Afgeschermd van de vrienden maar niet van de openbare weg.

‘Een witte van de Zeeman?’

‘Nee, een vleeskleurige.’

En ze vroeg zich natuurlijk ook af of haar gat niet te dik zou zijn voor die rok. Zoals iedereen al op voorhand had gezien, pasten de billen er nog altijd in. Om plezant te doen was er dan wat discussie over de vraag of haar borsten nu dikker of magerder waren geworden. Ik wilde vragen of we ze eens mochten zien maar ik beet op het laatste nippertje op mijn lippen. De humor is er met de jaren niet fijner op geworden maar brengt nog altijd lachspieren in beweging.

Ook de fotograaf was opgewekt en toeschietelijk zoals buitenstaanders dat bij een nieuwe liefde graag zien. Hij fotografeerde ons geduldig op een vieze sofa voor dat verkrotte lokaal, tussen de struiken (‘oei pas op voor de netels!’) en in wankel evenwicht op een muurtje van zowat anderhalve meter waarop iemand angstig roept ‘oei zo hoog!’ Als we daar staan te balanceren trekt een dochter die het beu is toeschouwer te moeten zijn bij een spelletje van grote mensen haar zusje bij het haar. Het kind weent luid. Het meisje op de muur wordt terug moeder en vergeet haar hoogtevrees.

Een van de veertigers klimt in een boom. Nog voor ik besef dat we daar met z’n achten toch niet allemaal in kunnen, laat ik me kennen. Ik klim hem fluks achterna en ga nog hoger postvatten. ‘Kijk daar, dat is natuurlijk een Dejaegher’, zegt de man in korte broek onder me. Hij heeft gelijk, ik kan het nog altijd niet laten. Maar ik wist niet dat het in de familie zat.

De fotograaf heeft inmiddels tientallen foto’s getrokken. Genoeg. Zijn vriendin opent een tas waarin ik schmink en toiletgerief had vermoed. Pintjes! Wat een goed idee. Snel opdrinken, het anderhalf uur is bijna om en een van de dochters zaagt dat de Kampioenen al begonnen zijn. Als we terug naar de auto’s lopen legt de vrouw met de vleeskleurige onderbroek haar hand op mijn arm. ‘Of ik over de fotoshoot geen blog wil schrijven?’

‘Ben je wel zeker dat jij daar in wil voorkomen?’

‘Oh, ik kan wel tegen een stootje hoor!’

‘Ja, maar toch ga ik het niet doen. Er is hier toch niks bijzonders gebeurd.’

En nu denk ik daar dus anders over. We hebben ons reuze geamuseerd. En het beste moet nog komen.

20:01 Gepost door peter in vriendschap, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

05-06-13

De usp in een onderwijsakkoord

Wie zou vandaag niet in de schoenen willen staan van de bijna  400 zakenlui, academici, politici en journalisten die met prins Filip op handelsmissie zijn in de Verenigde Staten?

Normaal had Vlaams minister-president Kris Peeters, die tegelijk door het leven gaat als de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken (en van Economie en van Landbouw),  ook van de partij moeten zijn in het land van Disney en Astrid Bryan. De delegatieleden hebben aan de Amerikanen al mogen uitleggen waarom de leider van de belangrijkste Belgische deelstaat helaas verstek heeft moeten geven voor de forse handelsmissie naar de supermacht, de belangrijkste investeerder in Vlaanderen, een land waarnaar onze export in tien jaar tijd is verdubbeld tot 280 miljoen euro.

Eerder al hebben de delegatieleden de Amerikanen ongetwijfeld diets gemaakt dat de Vlaamse regering de grootste crisis uit haar geschiedenis meemaakte, over een cruciale aangelegenheid: de hervorming van het secundair onderwijs. Ze zullen hun Amerikaanse gesprekspartners hebben bezworen dat gelukkig alle betrokkenen de ernst van de situatie goed inschatten. Ook de minister-president van de Vlaamse regering, die daarom dus op het Martelaarsplein is gebleven.

Dankzij internet konden de Amerikanen de betrokken ministers, hun partijvoorzitters, topambtenaren en de hoogste verantwoordelijken van de onderwijsnetten de voorbije dagen af en aan zien rijden en verklaringen horen afleggen. Ze konden via digitale media zelfs een beeld krijgen van de tot het uiterste gespannen zenuwen rond de politieke onderhandelingstafel, bij de overuren makende journalisten en de analyses spuiende academici, in de leraarskamers bij debatterende leerkrachten en aan de schoolpoort bij hopende ouders. Het Vlaamse land beleefde turbulente tijden, hoorden de Amerikanen vertellen, en ze dachten aan hun burgeroorlog.

En dan, op de valreep voor een online te volgen parlementair debat, slaagt die ongelofelijk formidabele minister-president er toch zeker niet in een akkoord uit de brand te slepen voor deze allergrootste politieke crisis uit de Vlaamse geschiedenis! Proficiat Kris! Lang leve onze primus inter pares!

Van alle kanten overstromen vandaag de tevreden en opgeluchte reacties het internet.  Ga maar na wat een exploot: na uren-, wat zeg ik, dagenlange, wat zegt een zekere Pascal Smet, twintig jaar aanslepende onderhandelingen is de Vlaamse regering het erover eens dat, kort samengevat, de volgende Vlaamse regering, namelijk deze die zal aantreden na de verkiezingen van volgend jaar, de tijd krijgt tot 2016 om de knopen door te hakken over de hervorming waar het secundair onderwijs al jaren op wacht en waarvoor een nooit eerder gezien draagvlak bestaat. Met dien verstande dat de scholen die er dan nog altijd geen pap van lusten, niet hoeven mee te doen, ook Vlaanderen heeft tenslotte de vrijheid lief.

De Amerikanen zullen direct begrijpen waarom super-Kris wel wat belangrijkers te doen had dan met een prins naar de VS te vliegen.  Om Vlaanderen In Actie  te krijgen moest eerst die onderwijshervorming terug op de sporen staan.  Dankzij Kris is dit masterplan een unieke usp (unique selling proposition) voor de toekomst. Geen Amerikaan die er nog aan twijfelt dat Vlaanderen tegen 2020 de grootste Europese topregio is.