14-11-12

Het Brussels Gewest telt nog 77.000 autochtone inwoners!

Dat kan niet! Dat is onmogelijk! Het lijkt ongelofelijk, maar het staat wel impliciet in de beleidsbrief van minister Geert Bourgeois (N-VA) over Inburgering en Integratie. Ik verwees er vorige week al naar (Heel Vlaanderen is de Vlaamse Rand geworden).

Wat staat er expliciet in die beleidsbrief van Bourgeois? Een tabel getiteld Belgen met vreemde herkomst en vreemdelingen in het Vlaams en Brussels Gewest op 1/1/2011. De tabel geeft een overzicht van de doelgroep van het Vlaams integratiebeleid. Bourgeois erkent dat de cijfers niet geheel sluitend zijn, maar stelt toch dat minstens 14,6% van de inwoners in het Vlaams Gewest een vreemde herkomst heeft. In het Brussels gewest loopt dit op tot meer dan 60%.

De tabel geeft in enkele kolommen bijkomende informatie: aantal inwoners, aantal inwoners van vreemde herkomst (gedefinieerd op basis van de oudste nationaliteit van de persoon, en voor wie nog thuis woont de oudste nationaliteit van de moeder), aantal vreemdelingen, in absolute aantallen en percentages. De tabel leert dat het Brussels Gewest 1,118 miljoen inwoners telt, waarvan 688.677 (61,6%) van vreemde herkomst en 351.877 (31,5%) vreemdelingen (niet-Belgen dus, vooral uit EU-lidstaten). En impliciet leert een eenvoudig rekensommetje dan dat er nog 77.644 (6,9%) Belgen van autochtone origine in het Brussels gewest wonen.

O ja, voor ik het vergeet: er leven in Brussel ook duizenden studenten. En natuurlijk werken er op weekdagen enkele honderdduizenden pendelaars. Al die mensen (en de toeristen en bezoekers) bevolken een stad die op barsten staat en overloopt, tot Aalst, Mechelen en Leuven. Al die mensen van Brussel, binnen Brussel en buiten Brussel, houden van die stad en ergeren zich er tegelijk aan.

Over de bevolkingsexplosie van Brussel wordt al geruime tijd nagedacht. Sven Gatz schreef er bijvoorbeeld als politiek testament (samen met Luckas Van Der Taelen) de parlementaire conceptnota Vlaanderen in het Brussel van de toekomst. Brussel in het Vlaanderen van de toekomst over. Ik wil twee ideeën aan het debat toevoegen. Ze zijn controversieel, op korte termijn politiek onhaalbaar en heel misschien revolutionair. Wat ook geldt voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Mijn inspiratie haalde ik uit een hoorzitting die enkele weken geleden in het Vlaams Parlement plaatsvond met de professoren André Loeckx, Chris Kesteloot en Stijn Oosterlynck. Ze zijn de spilfiguren in een werkgroep die van de visietekst Naar een nieuwe gemeenschappelijkheid voor Brussel is bevallen.

De auteurs zoeken in die tekst o.m. naar manieren om stadsgebruikers van buiten de grenzen van de stad financieel te laten bijdragen aan het bestuur, in ruil voor politieke medezeggenschap. Een kanjer van een taboe: van grenzen, grendels en gegarandeerde vertegenwoordigingen, van alarmbellen, pariteiten, bijzondere meerderheden en evenwichten. Maar het is een feit dat Brussel, zoals alle steden, omgeven wordt door een rand, waardoor automatisch de politieke vraag rijst of de stad diensten kan verhalen op gebruikers die niet in de stad wonen. Want de stad is voor de randbewoners vaak de hoer die ze nodig hebben en verstoten, die ze haten en beminnen, maar die ze niet willen betalen.

Brussel heeft als Vlaamse, Belgische en Europese hoofdstad natuurlijk héél véél kosten. De stad krijgt daar ook speciale middelen voor, maar komt niettemin niet toe (tenminste: de gewestbegroting is nog altijd deficitair). De redenen daarvoor zijn velerlei maar hier irrelevant. Hoe dan ook dragen de niet-Brusselaars vandaag al op verschillende manieren bij aan de financiering van Brussel. Waarom zouden niet-bewoners, die allemaal tegelijk in kleine of grote mate stadsgebruikers zijn of voordelen van de stad genieten, in ruil voor een nader te objectiveren bijdrage ook geen medezeggenschap mogen hebben in het beleid van de stad?

Schrik niet, Brusselaars! Het omgekeerde gebeurt nu ook al tot op zekere hoogte: het Vlaams Parlement reserveert zes gewaarborgde zetels voor Vlaamse politici uit Brussel. Ze verpersoonlijken de band met Brussel nietwaar. Ze mogen zich alleen niet moeien met de Vlaamse gewestaangelegenheden (zoals mobiliteit en ruimtelijke ordening) en mogen alleen mee beslissen over de gemeenschapsbevoegdheden (zoals onderwijs en cultuur). Dat vind ik een verouderde en achterhaalde regeling. Waarom zouden de Vlaamse verkozenen uit Brussel hun zeg niet mogen hebben over de verkeersproblematiek op de Brusselse Ring, die hoofdzakelijk in het Vlaams Gewest ligt? Laat dus om te beginnen de Brusselaars in het Vlaams Parlement maar mee beslissen over gewestaangelegenheden.

En waarom geen volksvertegenwoordigers vanuit het Vlaams Gewest afvaardigen in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad? En vanuit Waals-Brabant in de Brusselse Gewestraad? En waarom laten we niet enkele Brusselse gewestparlementsleden toe in het Vlaams Parlement en de Waalse gewestraad? De dialoog en de samenwerking tussen het Brussels Gewest en het Vlaams (en Waals) Gewest zouden meteen permanent op de politieke agenda worden geplaatst. De Brusselse vertegenwoordigers uit Vlaanderen zouden hun kiezers in Vlaanderen een genuanceerd beeld geven over Brussel, werken aan wat ergert en hindert. En omgekeerd zouden de Brusselse parlementsleden hetzelfde doen voor hun kiezers in Brussel.

Het debat zou knetteren, maar men zou met meer kans op succes zowel de Brusselaar als de pendelaar absurditeiten besparen als de geplande drie shoppingcentra langs de rand of onmogelijke geluidsnormen voor de luchthaven die zowel de stad als de rand nodig heeft. En ja, Vlaanderen zou de impact van het uitdeinende Brussel erkennen maar die ook beter kunnen controleren en remediëren. En Brussel zou misschien beter begrepen en vanzelfsprekender gesteund worden door het ommeland.

Het tweede idee uit de visietekst betreft het onderwijs. Iedereen weet dat de bevolkingstoename ertoe leidt dat de onderwijscapaciteit in Brussel drastisch en dringend moet worden uitgebreid. En dat de kwaliteit van het onderwijs tegelijk moet verbeteren, dat er vormingen moeten komen die al dat jong geweld meer kansen bieden om gekwalificeerd de school te verlaten, zodat ze makkelijker aan een job en een toekomst geraken.

Waarom sluiten de Vlaamse Gemeenschap en de Franse (en de Cocof in Brussel) hiervoor geen nieuw Schoolpact af? Met een betere afstemming van eindtermen op competenties die maatschappelijk en economisch inzetbaar zijn en op meertaligheid, stellen de auteurs voor. Hoe makkelijk zou het niet worden om de territorialiteit in België als vanzelfsprekend te respecteren, als alle Brusselse scholen volop drie- of viertaligen zouden afleveren, maar minimaal tweetaligen Nederlands en Frans, die daardoor meteen ook toegang krijgen tot de hele arbeidsmarkt in België? Wat een mooi voorbeeld voor Europa, te realiseren in de Europese hoofdstad! Of is dat echt een droom?

Brussel zuigt, stoot en trekt aan zijn Rand, aan Vlaanderen. De mensen van de Rand vervloeken Brussel op dagen dat het spoor staakt. Ze vrezen Brussel in de donkere uren van de nacht of als de tv weer slecht nieuws over de stad brengt. En ze gooien achteloos hun peuken op straat, onderweg van en naar het Centraal Station.

Maar op andere dagen houden ze zielsveel van de stad zonder het zelf te beseffen. Ze staan in volle bewondering voor een doek van Permeke. Ze stralen van trots als oosterse toeristen het lichtspel op de Grote Markt fotograferen. Na een nu eens goed verteerbare file genieten ze van de keuze en keur op het Autosalon. Ze juichen in het Astridpark als Mbokani tegen Zenith Sint-Petersburg scoort. Ze schuifelen reikhalzend naar solden in de Nieuwstraat. Ze pochen tegen de buren over het Braziliaans restaurantje dat ze ontdekt hebben in die toch wel gezellige buurt aan het Sint-Gillis-Voorplein. Ze degusteren, consumeren en kijken zich de ogen uit de kop op de kerstmarkt.

Welk gat zou Vlaanderen zijn zonder Brussel? Op welke ramp zou Brussel afstevenen zonder Vlaanderen?

16:09 Gepost door peter in Actualiteit, integratie, politiek | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | | |

09-11-12

Goeiemorgen meneer, wij zijn van 11.11.11 en…

Het is weer zo ver: ik maak me op om een koude novemberochtend te spenderen aan het bedelen om geld van mijn dorpsgenoten  voor ontwikkelingssamenwerking, euro’s  van mensen die ik ken voor mensen in een ver land die niemand kent. Eerlijk gezegd, er zijn leukere dingen om in je vrije tijd te doen.  Toch draag ik dat kruisje, nu toch al ettelijke jaren na elkaar, op vraag van de gangmaker die tegelijk mijn schoonbroer is. Dat maakt die berg wat makkelijker te beklimmen.  Ik kijk er ook naar uit om Hein weer terug te zien, die knorrige oude vriend die het contact heeft laten uitdoven, op dat jaarlijkse rituele weerzien ter ere van de Derde Wereld na.

Nog vorige week zat ik op een vervelende bestuursvergadering wat te smiespelen met een buurvrouw die ik graag heb. Ik herinner me niet meer hoe we op dat onderwerp kwamen, maar ze bekende dat ze redelijk rechts is en dus bijvoorbeeld niets wil geven aan de Derde Wereld. Toen ik haar onvergeeflijk streng aankeek en opbiechtte dat ik elk jaar mee geld inzamel voor 11.11.11, trachtte ze zich eruit te redden door te zeggen dat ze wel doneert aan de Vierde Wereld, bijvoorbeeld door in Delhaize zo’n voedselpakket te kopen. Ze moest eens weten hoe vaak ik dat excuus al heb gehoord.

Na afloop van een andere vergadering vroeg iemand me wat ik dacht van de besparingen die alweer de ontwikkelingssamenwerking boven het hoofd hangen. Kan je niet helpen om een manier te bedenken waarop we die kunnen vermijden, vroeg ze. Maar mijn creativiteit schoot op dat moment spijtig genoeg te kort, zoals vaak wanneer er onverhoeds  en dringend een beroep wordt op gedaan.

In een opiniebijdrage in de krant De Standaard erkent zelfs een tiental derdewereld-organisaties dat ze “uiteraard” begrijpen dat ontwikkelingssamenwerking een steentje moet bijdragen als er bespaard moet worden in de begroting. Ze schuiven twee bedenkingen naar voren: dat de bevolking van het zuiden geen tweemaal de dupe kan zijn van de crisis in het noorden. Ontwikkelingssamenwerking heeft vorig jaar al een onevenredig groot deel van de besparingen gedragen. En dat het niet kan dat nagenoeg de volledige Belgische humanitaire hulp zou drooggelegd worden.

Inderdaad: het is grote crisis in België, in Europa. Nog steeds onversaagd zoekt onze federale regering  verder naar manieren en miljarden om het strenge begrotingspad te volgen dat de Europese Unie haar lidstaten oplegt. Maar. We hebben het hier nog altijd veel beter dan die mensen in het zuiden. Die mensen waarvan we in tal van verklaringen en verdragen in theorie erkennen en belijden dat ze stuk voor stuk dezelfde individuele fundamentele rechten hebben en vrijheden genieten als wij.

Die theoretische erkenning en herhaaldelijke belijdenis vergen wat mij betreft ook enig praktisch gevolg. Onder de vorm van solidariteit en samenwerking via overheden en niet-gouvernementele organisaties.  En ook onder de vorm van mijn persoonlijke bijdrage, hoe gering ook, een persoonlijke moeite, zoals dit tekstje schrijven, of zoals een uur of twee de straten van het dorp afschuimen om te bedelen.  

Te bedelen?  Dat is wellicht een te sterk woord. Beter is: geld in te zamelen en mensen te overtuigen voor dat goede doel. En bij het horen van de voorspelbare excuses te bedenken en te voelen hoeveel beter dat is dan te moeten bedelen om te overleven.    

12:06 Gepost door peter in Actualiteit, ontwikkelingssamenwerking | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 11.11.11 |  Facebook | | |

06-11-12

Heel Vlaanderen is Vlaamse Rand geworden

Op 7 november bespreekt de bevoegde commissie in het Vlaams Parlement de beleidsbrief 2012-13 ‘Vlaamse Rand’. De Vlaamse Rand is het gebied rond Brussel waar jaarlijks de Gordel doorheen fietst. Zoals de Gordel is het beleid in de Vlaamse Rand aan een grondige hertekening toe.  Met een klein beetje overdrijving kan je immers stellen dat vandaag heel Vlaanderen Vlaamse Rand is geworden.

Een rapport van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (De Vlaamse Rand: socio-economisch profiel en een blik op het Vlaams karakter) schudde politiek Vlaanderen in mei 2009 wakker: een nieuwe immigratiegolf zorgt voor een bevolkingsexplosie in het Brussels Gewest, die op haar beurt voor inwijkingsgolven zorgt, niet enkel in de klassieke Vlaamse Rand van negentien gemeenten rond dat Brussels gewest,  maar ook ver daarbuiten, van Aalst over Mechelen tot Leuven, inmiddels het ‘Brussel buiten Brussel’ genaamd.  De nieuwe inwijking is veelkleurig en veeltalig.  In navolging van de verfransing van vorige eeuw, maakte een nieuw woord zijn intrede: ontnederlandsing.

Het regeerakkoord van Peeters II dat na de verkiezingen van 2009 tot stand kwam, de beleidsnota van de nieuwe minister voor de Vlaamse Rand, N-VA’er Geert Bourgeois, en diens opeenvolgende beleidsbrieven erkenden de grote uitdagingen, maar staken tot mijn ontgoocheling verder de kop in het zand.  

Er kwamen geen nieuwe maatregelen, buiten de verderzetting van de pas gestarte inburgering en het al uitgeleefde Vlaamse Rand-beleid van de jaren negentig van vorige eeuw.

Al van ver in de vorige eeuw waarschuwden Vlaamsgezinde politici van buiten Brussel voor de Brusselse olievlek. De Vlaamse Rand rond Brussel, onze Vlaamse hoofdstad maar ook een institutioneel stevig vastgeriemd gewest van negentien gemeenten waarvan er enkelen strikt genomen tegelijk tot de grootste steden van de Vlaamse Gemeenschap behoren, moest beschermd worden tegen die overlopende olie-mensen uit Brussel.

De groene gordel rond Brussel hoorde groen te blijven. Het gezapige breugeliaanse platteland mocht niet ten prooi vallen aan de stad. De autochtone bewoners kregen goedkopere grond om niet te worden verdreven door rijke Franstalige bourgeois die de rust van het groen zochten. Het Nederlands, in de meeste gevallen slechts officieel de taal van de autochtonen, moest hoog gehouden, beschermd, gerespecteerd, gepromoot en gelukkig uiteindelijk ook aangeleerd worden. Kortom, het beleid om het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand te bewaren en verstevigen werd uitgerold.

De nieuwe immigratiegolf en de problemen die ze veroorzaakt, is helemaal anders dan de verfransende olie uit Brussel waartegen destijds het Randbeleid werd ontwikkeld.  Die nieuwe immigratiegolf wordt sinds enkele jaren binnen beheersbare oevers gedwongen door de verplichte inburgering voor nieuwkomers die minister Marino Keulen vorige regeerperiode pionierde. En door een integratiebeleid, dat weliswaar dringend gecibleerder en gestructureerder moet, maar ook daaraan wordt inmiddels gewerkt.  

Inburgering betekent Nederlands leren, een cursus maatschappelijke oriëntatie volgen (praktische zaken maar ook normen en waarden), een job zoeken of een geschikte opleiding vinden. En gelijktijdig en nog lang daarna volgt het integreren, een opdracht voor de nieuwe én voor de oude Vlamingen, waarin het onderwijs een cruciale omgevingsfactor vormt. Omdat de nieuwe Vlamingen de kans krijgen om samen met hun kinderen spelenderwijs Nederlands te leren,  en omdat de oude dankzij de nieuwe vriendjes van hun kinderen sneller openstaan voor de diverse wereld die in steden en gemeenten oprukt.

Schepenen van Vlaamse Zaken of Vlaams Karakter heeft Vlaanderen vandaag niet meer nodig, Schepenen van Onthaal en Integratie des te meer.  Zelfs in de Rand. Vermits heel Vlaanderen vandaag Vlaamse Rand lijkt, kan het budget om het Vlaams karakter van de Rand te versterken, worden overgedragen naar de budgetten voor onderwijs, voor beroepsopleiding, voor onthaal en integratie.

Met uitzondering van het budget voor de gemeenschapscentra in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel. Die centra moeten nog altijd in de plaats treden van onwillige gemeentebesturen. De in het oud België verstokte tweetalige Franstaligen die er de plak zwaaien, kunnen zich niet neerleggen bij het feit dat Vlaanderen een deelstaat is.  Ze menen dat ze immuun zijn voor Vlaamse regels. Sterker nog,  omdat ze blijven dromen van een Bruxelles à papa menen ze ook hun niet-Nederlandstalige inwoners te moeten onttrekken aan de regels van de Vlaamse overheid. Maar daardoor ontzeggen ze hen ook kansen op een groter welzijn, op emancipatie, op ontplooiing in een steeds diverser en meertaliger Vlaanderen.

Enkele burgemeesters bleven daarom een hele gemeentelijke legislatuur terecht onbenoemd. Intussen is de stad en de wereld (urbi et orbi) fundamenteel veranderd. In het Brussels gewest leven, volgens heel recente gegevens van de Studiedienst van de Vlaamse Regering waarnaar minister Geert Bourgeois verwijst in zijn beleidsbrief Inburgering,  meer dan 1 miljoen inwoners (93,1%) die vreemdeling (dus niet-Belg) of Belg van vreemde herkomst zijn, naast een kleine 78.000 Belgen van autochtone afkomst.

PS Net op het moment dat deze bijdrage klaar was, bereikte me een persbericht van minister Bourgeois, getiteld: ‘Bourgeois lanceert leidraad voor een goed Vlaams beleid’. Daarin maakt de minister bekend dat hij de recent verkozen mandatarissen in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand een pocket toestuurt om hen te ondersteunen bij het werken aan het Nederlandstalig karakter.  Nil novi sub soli.

15:46 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

02-11-12

Stilte rond Arco

Aan de oppervlakte is het stil rond Arco, de financiële poot van de christelijke arbeidersbeweging die in de poel van Dexia roemloos verzonken op de bodem ligt. Onder de oppervlakte woeden gevaarlijke kolken die ook de wereld buiten de poel grote financiële, politieke en maatschappelijke schade kunnen berokkenen.

Enkele dagen geleden kreeg ik een berichtje van een vrouw die me liet weten dat er nu een facebookpagina bestaat onder de naam: ARCOPAR: geef ons beloofde geld terug.  Ze heeft mijn persoonlijk verhaal van 4 mei over Arco gelezen op de blogs op www.dewereldmorgen.be of op http://peterdejaegher.skynetblogs.be. Geïnteresseerden kunnen die blogs herlezen indien ze het droevig verhaal van de Arco-spaarders-vennoten niet kennen. De vrouw roept me op lid te worden van de groep, wat ik prompt gedaan heb. De groep telt op dit moment nog maar 428 leden. Een schijntje van de naar schatting 800.000 coöperanten van Arco die er volgens de media zijn.

Het loont de moeite om de verhalen en boodschappen te lezen die de leden op die pagina hebben gepost. Mensen die zich bedrogen voelen door hun bank, door hun vakbond, door hun partij. Mensen die kwaad zijn en bezorgd. Mensen voor wie het heus een verschil maakt of ze die paar duizenden euro’s spaargeld (al konden die met meerdere gezinsleden als vennoot wel flink boven de tienduizend euro klimmen) kwijt zullen zijn of niet. Mensen die daarover nu al meer dan een jaar in onzekerheid vertoeven (mijn laatste uittreksel dateert van 1 april 2011). Die volgens verklaringen van de vereffenaars in het beste geval nog twee tot drie jaar zullen moeten wachten op een terugbetaling door de garantieregeling, als die dan tenminste niet vernietigd is door Europa of de Raad van State.

Mensen die zich radeloos voelen, hulpeloos en vermalen. Boven die pagina zie je hun profielfoto’s, een staalkaart van Vlaanderen: vrouwen die er opgewekt met hun kinderen op staan, fiere vaders met een pet of met een baby, ernstige mensen, grappenmakers, oud en jong. Ze voelen zich beroofd, niet door kwaadwillige, misdadige of vijandige organisaties of mensen van wie ze zoiets konden vrezen of verwachten, maar door instanties in wie ze een leven lang meenden alle vertrouwen te mogen hebben.

Sedert 4 mei hebben zich in het dossier van Arco eigenlijk geen nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. De zoekterm Arco invoeren in de persdatabank Mediargus levert nochtans tientallen hits op. We leren bijvoorbeeld uit De Tijd dat de Nationale Bank de regering had gewaarschuwd dat Europa wel eens bezwaren zou kunnen hebben tegen de waarborgregeling voor Arco die te elfder ure was uitgevaardigd. We lezen in tal van media dat Europa intussen nog altijd die waarborgregeling aan het onderzoeken is. In zijn woord vooraf schrijft een vooraanstaand Knack-journalist, die intussen in een journalistiek maquis ondergedoken lijkt, dat de CD&V, ‘door de ACW –holding Arco in de heilloze redding van Dexia te betrekken, haar belangrijkste steunbeer, de christelijke arbeidersbeweging, in de grootst mogelijke verlegenheid heeft gebracht’.

Op de website van het ACW verneem je niets meer over het standpunt van de beweging in de hele saga. Het lijkt wel of sedert Arco in vereffening is gegaan, de christelijke arbeidersbeweging niet langer nog iets te maken wil hebben met het onzekere lot dat het spaargeld van honderdduizenden spaarders-vennoten uit haar zuil boven het hoofd hangt.

Wie meer wil weten over het ontbindingsproces van Arco, moet naar de speciaal in het leven geroepen nieuwspagina die aan dat thema is gewijd op de site www.groeparco.be. De laatste toevoeging op die bladzijde dateert van 4 juli. In eerdere berichten wordt de vennoten aangemaand de site regelmatig te consulteren om op de hoogte te blijven van de recentste ontwikkelingen.

Nog even terug naar de korf persartikels waarin het woord Arco de jongste maanden is gevallen.  Er zit natuurlijk ook een uitspraak tussen van die onvermijdbare media-politoloog. Eind september waarschuwt hij in een interview over geloofwaardigheid de politieke partijen van de federale meerderheid in bedekte termen dat ze niet moeten schrikken van de verkiezingsuitslag, want de mensen zijn bepaalde zaken, en daarbij noemt hij Arco, nog niet vergeten. De partijen in de federale regering, die nu al geruime tijd onversaagd aan het blijven proberen is om de 3,7 miljard euro te vinden die haar begroting voor volgend jaar op koers houden, beseffen het na 14 oktober misschien iets beter.

De 800.000 Arco-coöperanten rekenen erop dat de belofte van de waarborgregeling gehouden wordt. Die kan de schatkist tot 1,5 miljard euro kosten. Maar het leeuwendeel van de Arco-coöperanten is ook klant bij de staatsbank Belfius. Volgens De Tijd zijn zij en de verschillende organisaties van het ACW goed voor 25 miljard euro deposito's bij Belfius Bank, op een totaal van 70 miljard euro. Ergens in mijn vorige blog over dit onderwerp citeerde ik een zekere Yves Leterme, die schrik had voor een run on the bank.

16:36 Gepost door peter in Actualiteit, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: arco, arcopar, acw |  Facebook | | |

22-10-12

De stoten van Léonard

Aartsbisschop André-Joseph Léonard vindt vrouwen belangrijk. Maar ze mogen geen priester worden. En hij wil dat de kerk mensen die zich nu vergeten voelen, beter zou aanspreken. Maar mensen die gescheiden zijn, blijven uitgesloten van de Heilige Communie. Soms heb ik de indruk dat Léonard het als zijn missie ziet om de kerk in Vlaanderen te hervormen tot een sekte.

Bij mijn vroegste herinneringen bevindt zich een flard van een verhaal dat mijn moeder me heeft verteld, waarin “de goede God” een rol speelde. Ondanks een katholieke opvoeding, ondanks jarenlang wekelijks volgehouden pilaarbijten, misdienen of koorgezang, waaraan ik nochtans geen trauma’s heb overgehouden, en ondanks een vorming in het katholiek onderwijs bij de Salesianen waaraan ik de beste herinneringen bewaar, heb ik in het jaar dat ik aan de Katholieke Universiteit van Leuven ben beginnen studeren mijn ouders verdriet aangedaan door de kerk mijn rug toe te draaien (op af en toe een feestdag of een rituele beleving als begrafenissen, dopen of huwelijken na) en ben ik God uit het oog verloren.

Ik ben niet anti-religieus geworden, integendeel, ik erger me vaak aan intellectuelen die zich superieur wanen aan wie in een God gelooft en zich geroepen voelen gelovigen van hun domheid te bevrijden. Laat duizend bloemen bloeien, vind ik. Wat is er menselijker dan geloof en twijfel?

Soms denk ik nog dat ik in God zou kunnen geloven. In die oude “goede God” van mijn prilste herinneringen. Die goede God zal mij mijn twijfel wel vergeven, weet ik in mijn diepste binnenste, mocht ik mezelf ooit toch onverwacht verplicht zien aan zijn hemelpoort aan te kloppen.

Maar steeds minder graten zie ik in de boodschap voor de kerk die Léonard verkondigt.

Ik heb enige bewondering voor Léonard. Omdat hij een overtuiging predikt waarmee hij als de leider van een instituut dat het grootste schandaal uit decennia nog lang niet te boven is gekomen, dapper tegen de stroom blijft roeien. Maar met de twee stoten waarmee hij dit weekend uithaalde op een persbijeenkomst naar aanleiding van de bisschoppenconferentie ter gelegenheid van 50 jaar Tweede Vaticaans Concilie, trapte de belangrijkste kerkelijke leider met zijn bewonderenswaardige moed alweer onverzettelijk op mijn hart en op het hart van velen.

Want hij gaat in tegen het beeld van de goede God. De God die oproept om je naaste te beminnen zoals je zelf, kan in zijn Huis toch niet zomaar gescheidenen uitsluiten van het intiemste ritueel tussen een gelovige en Jezus Christus?

En de vraag over het openstellen van het priesterschap voor vrouwen beantwoordt Léonard vanuit het probleem dat er een priestertekort is, waarvoor hij het geen oplossing noemt. Léonard erkende in het VRT-nieuws wel dat het theoretisch mogelijk zou zijn (wat hij daar ook mee bedoelde), maar dat het nu eenmaal niet op de agenda van de bisschoppenconferentie staat. Hij benadrukte dat vrouwen belangrijk zijn voor de kerk en dat ze heel wat zaken beter doen dan mannen. De reden waarom vrouwen geen priester kunnen worden heeft volgens Léonard te maken “met de symboliek van de priester als vertegenwoordiger van de Christus-bruidegom van de mensheid” en die reden moet de kerk beter uitleggen.

Sorry, maar die symboliek gaat op zijn beurt voorbij aan enkele maatschappelijke evoluties sedert de opschriftstelling van de bijbel. En de kwestie van het vrouwelijk priesterschap enkel afwijzen als mogelijke oplossing voor het probleem van het priestertekort gaat voorbij aan het respect voor de gelijkheid van alle mensen.

Mijn ervaring met de vrouwen waarmee ik samenleef is dat je vrouwen eerst moet respecteren voor je ze kunt beminnen. Als je vrouwen niet als de gelijken van mannen kunt beschouwen, respecteer je ze niet en kan je ze ook niet beminnen als je naaste.

Zo schiet de kerk tekort in wat ik de mooiste opdracht voor een katholieke gelovige blijf vinden en de meest waardevolle erfenis van het christendom. Tussen haakjes: geen enkel geloof dat zich hardnekkig vastklampt aan geschriften en dogma’s die eeuwen teruggaan om de evolutie en de vooruitgang van de mens te betwisten, kan vandaag nog een blijde boodschap brengen.

16:15 Gepost door peter in Actualiteit, Liefde, media | Permalink | Commentaren (0) | Tags: léonard, kerk |  Facebook | | |

28-09-12

Laat Peeters leraars (mee) betalen voor nieuwe scholen?

Dat Kris Peeters geen heldere communicator is, heeft hij lang verborgen kunnen houden maar nu begint het stilaan door te sijpelen. Soms doet hij het met opzet, vage bewoordingen gebruiken om zijn eigenlijke bedoelingen te verbergen. Neem nu de passus in de Septemberverklaring van maandag over de “inspanning” die de regering aan “onze ambtenaren en personeelsleden” vraagt: “We hebben een menu van mogelijke generieke maatregelen samengesteld om de personeelskosten te drukken met één procent, en willen hierover met de vakorganisaties onderhandelen. Het doel is de Vlaamse overheid nog slagkrachtiger te maken”. Geef toe, dit is een mistig plan. Bovendien getuigt het niet van daadkracht. En het doel dat de regering er zogezegd mee nastreeft, was volgens mij hilarisch. De vakbonden vinden het onaanvaardbaar.

Later op de dag trok de mist over de “inspanning” van Peeters wat op, bij de voorstelling door minister Philippe Muyters van het document waar wat meer aandacht aan de getalletjes van de begroting wordt geschonken. De inspanning van 100 miljoen euro is ongeveer 1% van “de door de Vlaamse overheid betaalde of gesubsidieerde lonen”. Muyters zelf liet toen als eerste verstaan dat de besparing een doelgroep voor ogen heeft van ambtenaren van de Vlaamse administratie, personeel van De Lijn, de VDAB, de VRT en het onderwijs.

Deze doelgroep telt zowat 200.000 mensen, onder wie 150.000 leraars. Van de loonmassa van die mensen wil de regering Peeters dus één procent afromen om “een structurele besparing” (dixit Geert Bourgeois) te realiseren van 100 miljoen. Per kop berekend komt dit neer op 500 euro per jaar, want het is geen eenmalige maatregel. Als je het zo berekent zou je dat bedrag, naar analogie met de afgeschafte jobkorting van de vorige regering, kunnen omschrijven als de jobtaks van Peeters II voor wie de eer geniet ambtenaar, leerkracht of personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid te zijn.

Maar even niet te snel van stapel lopen. De regering laat de vakbonden immers kiezen uit een menu, dat weliswaar 100 miljoen moet opleveren, maar ook kan bestaan uit minder personeel in plaats van minder loon. En in het debat kreeg de oppositie nog meer duidelijkheid over het menu: het bevat ook de aanpassing van het stelsel van ziekteverloven, het opschorten van de toekenning van functioneringstoeslagen, de vertraging in de toekenning van promoties en anciënniteitsverhogingen en de aanpassing van de salarisschalen. Een indexsprong, verbeterde Ingrid Lieten Kris Peeters, zit niét in het menu.

En toen spoot Peeters opnieuw mist over de doelgroep, door te verklaren dat minder personeel in het onderwijs hem niet aangewezen lijkt. Wil hij de leerkrachten enkel op dat punt ontzien, of ook op de andere delen van het menu? We tasten na een hele week van media-aandacht en een volle dag parlementair debat nog altijd in het duister.

Even terug naar de septemberverklaring. Voor het onderwijs had de minister-president opvallend gunstige en lovende woorden. Enkele voorbeelden: er is in ruimte voorzien “om een CAO onderwijs te onderhandelen”, er komt “een meer flexibel personeelsbeleid, met meer kansen voor beginnende leerkrachten” en terwijl overal werkingsmiddelen worden bevroren en beleidsuitbreiding in de koelkast gaat, trekt de regering 30 miljoen uit voor de scholenbouw. Dat laatste met de nodige poeha gelanceerde bedrag bleek ’s anderendaags volgens Vlaanderens belangrijkste onderwijsschepen, Robert Voorhamme (SP.A), al veel te weinig: Antwerpen alleen heeft 42 miljoen nodig om tegen 1 september volgend jaar plaats te bieden aan 3.400 leerlingen extra. De wierook (volgens Peeters zijn leerkrachten “gidsen voor het leven”) en de opgeklopte verwachtingen staan natuurlijk haaks op het plan om ook de leerkrachten te betrekken bij de sanering op de loonmassa van “ambtenaren en personeelsleden” en verklaren waarom Peeters eerst met opzet vaag communiceerde en de leraars niet meteen bij de doelgroep van de sanering heeft vermeld.

Áls de regering Peeters II de leerkrachten tóch mee betrekt in een soort jobtaks om aan 100 miljoen te geraken, zou ze bij de 150.000 leerkrachten liefst 75 miljoen ophalen. Een pak meer dan het dubbele dus dan ze uittrekt om veel te weinig in scholenbouw te investeren.

Ik herhaal, zover zijn we natuurlijk nog lang niet. Immers: het menu wordt onderhandeld met de vakbonden. Gelukkig “toont de Vlaamse regering zich een betrouwbare partner”, zei Peeters op het einde van zijn Septemberverklaring. Check! En minister van Onderwijs Pascal Smet, die tijdens het parlementair debat plots onwel werd, wensen we een snel herstel. Werk aan de winkel!

14:40 Gepost door peter in Actualiteit, onderwijs, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

25-09-12

Is 4 één TVeel?

Meer dan een kwarteeuw geleden maakte een van mijn medestudenten een licentiaatsverhandeling met als titel “Profiel van de niet-televisiekijker”. Ons televisielandschap zag er toen helemaal anders uit dan vandaag. Televisie was in Vlaanderen synoniem met de openbare omroep, de BRT. Commerciële of thema-zenders waren er nog niet. De eerste, VTM, zag in 1989 het levenslicht. Regionale tv-omroepen bestonden evenmin. Over computers hadden we op het departement Communicatiewetenschap al gehoord, het waren reusachtige machines waar je ponskaarten moest insteken. De personal computer (pc) bestond nog niet. Dus ook niet het internet met al zijn mediatoepassingen van vandaag.

We keken wel veel naar de Nederlandse televisie en veel vaker dan vandaag naar Franstalige, Engelse of zelfs Duitse zenders. De kleurentelevisie was al enkele jaren ingeburgerd en teletekst stond in zijn kinderschoenen. En toch waren er op dat moment, in dat magische 1984 van Big Brother, al zoveel mensen die bewust geen televisie wilden kijken om een studentje communicatiewetenschap ertoe te brengen daar zijn eindverhandeling aan te wijden.

Als er vandaag nog iemand de niet-televisiekijker wil bestuderen, stel ik me graag kandidaat als proefpersoon.

Eerlijk, ik vind het aanbod in Vlaanderen teveel van het goede (en al zeker dat we 3 tv-zenders met belastinggeld moeten bekostigen). Ik denk niet dat mijn mening iets te maken heeft met 4, al is de hype over de woestijnvis-tv (ook in de kranten, waar de van de tv afgeleide berichtgeving de voorbije jaren eveneens is geëxplodeerd) wel de aanleiding om de stoom eens af te laten. Wel televisieslaven, ik haak af, gebukt onder de overvloed.

Er zijn tegenwoordig toch digicorders om de overvloed te kanaliseren, hoor ik u denken. Juist ja. Maar die digicorder verhoogt volgens mijn wedervaren ook de stress. Ik ben tegen stress. Stress mag, moet zelfs af en toe, maar dan liefst op het werk, en ook daar nog zo weinig mogelijk. Bij mijn huisgenoten stel ik deze dagen meer en meer tv-stress vast. Teveel TV’s maken hen (en daardoor ook mij) het leven moeilijker. Elke dag moeten ze levensgrote keuzes maken, over welk kookprogramma ze rechtstreeks kijken en welke tienerserie uitgesteld. En dan moeten ze nadenken, overleggen, onderhandelen, ruziën en compromissen sluiten over wanneer ze juist uitgesteld zullen kijken zonder het tegenwoordig kijken van iemand anders te storen. Die keuzes leveren veel conflictstof op (en niet alleen opnameconflicten!).

Toch is de digicorder een vooruitgang. Het grote voordeel van die zwarte bak is dat hij toelaat weloverwogen uitgesteld te kijken, comfortabeler dan in real time, omdat je de ergerlijke reclame kunt doorspoelen. Geef toe, wie kijkt nu voor zijn plezier naar reclame? Niemand toch (behalve misschien reclamemakers van allerlei pluimage, en die zijn er natuurlijk met de jaren ook steeds meer)! De commerciële zenders zullen het niet graag horen, maar zo is het.

Nu geef ik ridderlijk toe, géén televisie in huis hebben of er niet naar kijken is vandaag sociaal ondenkbaar geworden en voor mij ook professioneel onmogelijk. Dus ben ik een trouwe kijker van nieuwsprogramma’s en politieke duiding op tv. Daar heb je tegenwoordig ook al meer dan de handen mee vol, maar gelukkig ben ik al sinds mijn jeugd nieuwsverslaafd. En af en toe kijk ik ook eens (mee) naar een goede serie, documentaire, film of voetbalmatch. Maar eigenlijk van langsom minder. Net nu er van langsom meer op die buis is. En net nu de buis in huis concurrentie heeft gekregen van een stuk of wat andere schermen waarop digitale content kan worden gekeken. Vaak zonder er content van te worden.

20:46 Gepost door peter in Actualiteit, media, televisie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |