13-09-12

Een duivels avondje

Met gemiddeld  1.136.121 kijkers voor België-Kroatië en een piek van 1.367.215 aan het einde van de wedstrijd, hebben de Rode Duivels hun hoogste kijkscore behaald sinds 14 november 2001. Toen won België met 0-1 van Tsjechië en plaatsten de Duivels zich voor het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea. Dat lees ik in Het Laatste Nieuws.

Met zeven stuks van de dinsdagavond-vrienden bevond ik me bij het meer dan een miljoen supporters. Aan de voordeur van de Winnie, de jongste dinsdagavond-vriend bij wie we hadden afgesproken, hing een groot wit papier met deze boodschap: Rode Duivels-fans langs achter, Kroatië-fans hiernaast bellen en wachten tot er opengedaan wordt. De sfeer zat erin. Voor alle duidelijkheid: zoals verder zal blijken is het geen toeval dat de bijnaam Winnie niet afkomstig is van die oude gewezen zuurpruim van die nog oudere Nelson Mandela, het is gewoon een afkorting van de familienaam Winnelinckx.

De Winnie had dankzij de beamer van de scouts waarover hij waakt, zijn huiskamer tot home cinema omgetoverd. Het rijtje mini-schoenen aan het tuinraam en de plastic bakken speelgoed (was het lego of playmobil?) waarop de beamer perfect gericht klaarstaat, wekken weemoedige herinneringen aan de tijd dat mijn jongvolwassen dochters kleuters waren. Waar is de tijd? Gelukkig helpt dan meestal een goudgele Duvel.

Het nationaal volkslied. Natuurlijk zingt niemand mee. Zelfs prins Filip niet. Premier Di Rupo bazelt wat, in het Nederlands of het Frans, dat is niet duidelijk maar we hebben een vermoeden. Eerste pass van Gillet. De mist in. Ik bedenk een running gag die na enkele keren overgenomen wordt. Telkens Gillet in de buurt van de bal komt, of zelfs dreigt te komen, lever ik kritiek op de Anderlecht-speler. Ik ben namelijk supporter van Club Brugge, een ploeg die (net als alle andere ploegen van de Jupiler League op Anderlecht na) niemand op het veld heeft staan om aan te moedigen. Wel een ex-speler: Perisic. Geen wonder dat hij na zes minuten scoorde. Ik geef het toe, spijtig genoeg voor Kroatië.

De Winnie, die er zoals gewoonlijk in is geslaagd zich naast mij te wurmen, krijgt het van mij op zijn heupen. Daarvoor doe ik het immers. ‘Wanneer gaat gij eens ophouden met uw negatieve opmerkingen?’ De jongste dinsdagavond-vriend is namelijk een echte Rode Duivelsfan. Met duimspijkers hangt er een poster van de nationale ploeg op een deur in zijn living. Echt waar. Hij leeft mee met de duivelsuitdagingen, iets waarvan ik alleen maar heb gehoord.

Het is bijna half time. België krijgt in de 46ste minuut of zo een allerlaatste hoekschop. De bal wordt uit het strafschopgebied weggewerkt. Daar vlamt een Rode Duivel hem in de rebound recht in de winkelhaak. Gillet! Gejuich! Wereldgoal!

Wat een afgang. Gelukkig zorgt in de rust een filmpje met premier Di Rupo in de hoofdrol voor welkome afleiding. Achternagelopen door een raadselachtige lange rijzige man in een lange grijze jas die ook al naast hem zat op de tribune, en die niemand kent, in tegenstelling tot de partner van Kompany, neemt de premier een bain de foule. Rode Rode Duivelsfans omstuwen hem. ‘De nationale ploeg is heel, heel belangrijk voor ons land’, zegt Di Rupo glunderend. Iemand zet hem een knalgeel petje op zijn hoofd met daarop:  I am a rockstar. De dinsdagavond-vrienden schateren. ‘Ik dacht even dat er opstond: Vlaanderen onafhankelijk!’, zeg ik. ‘Eerst in 2014 naar Brazilië’, antwoordt iemand.

’s Anderendaags merk ik op facebook een post van de Winnie: een foto van een plateau lege Duvel-, Hopus-, Primus- en Chimay-flesjes. En de boodschap: ‘de Gillet-fanclub heeft genoten’. Vind ik leuk.

21:15 Gepost door peter in Actualiteit, sport, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rode duivels, kroatië, gillet, di rupo |  Facebook | | |

06-09-12

Smet: enerveren in plaats van realiseren

Nog meer dan voorgaande jaren was Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) tijdens de eerste schoolweek te zien, te horen en te lezen. Hij bracht (voor zover ik dat kon traceren) schoolbezoeken in Deinze, Zemst, Antwerpen-Noord, Arendonk en Geel.  Ongetwijfeld volgt nog een zwik terrein- en studiobezoeken als de aula’s van onze hogescholen en universiteiten terug opengaan.  Het lijkt erop dat de Brusselse minister een grenzeloze belangstelling opbrengt voor wat leerlingen, studenten, leerkrachten of directies bezighoudt. Vergis u niet. Hij stelt zich in steden en gemeenten vooral op als mobiele socialistische verkiezingsaffiche.

Dit moet de eerste minister van Onderwijs zijn die zoveel lawaai maakt en zo weinig klaar krijgt. Hij wordt wel eens geprezen omdat hij op het Duracell-konijn lijkt, met zijn hyperkinetische, voluntaristische en impulsieve karakter. Maar dat karakter heeft niets te maken met de belangrijkste eigenschap van het Duracell-konijn zoals ik me het herinner uit de reclamespotjes:  langer dan de andere konijntjes driftig met het kopje zwaaien en op een trommeltje slaan, zonder verder te bewegen. Wat Smet nu al drie schooljaren volhoudt.

Overdreven, denkt u. Ja, ik geef het toe: de minister krijgt af en toe wel iets klaar. Vorig jaar slaagde hij er bijvoorbeeld tijdig in om voldoende containerklassen te laten bouwen, om alle leerlingen in Vlaanderen onder een schooldak te krijgen. Maar dat let niet dat het wachten blijft op resultaten bij de grote uitdagingen waar hij voor staat.

Zo kan het toch niet de bedoeling zijn onze kinderen tot in de eeuwigheid school te laten lopen in containers?  Uit zijn vele interviews leerden we deze week dat hij de opdracht om de fenomenale achterstand weg te werken in de scholenbouw (de kostprijs voor de bouwdossiers die liggen te wachten bedraagt over alle onderwijsnetten samen een kleine € 5 miljard), nu al doorschuift naar de volgende regering.  Hij is wel bereid in de tijd die hem rest ‘de lijnen uitzetten’. Ja, zo is het wel gemakkelijk.

Het al jaren dreigende tekort aan leerkrachten vormt nog zo’n uitdaging. Smet trommelde enkele ideetjes rond over zij-instromers die hij wil toelaten anciënniteitsjaren mee te nemen en over jonge leerkrachten die sneller een contract van onbepaalde duur zullen krijgen. Voornemens en ideetjes alweer,  geen realisaties.  Opvallend minder wijdverspreid in de media pikten we nog ergens op dat de dringende maatregelen die hij had aangekondigd voor het buitengewoon onderwijs,  weer  worden uitgesteld. Tja, spijtig, van de lessen Latijn en de toekomst van het ASO liggen blijkbaar meer mensen wakker dan van al die types in het BUSO.

De derde werf is inderdaad de hervorming van het secundair onderwijs, waarover Smet voor het reces ideeën wereldkundig maakte, die meteen werden neergesabeld, met opmerkelijke wellust zelfs door een coalitiepartner. In de media maakte hij zich de voorbije dagen echter alweer sterk: het debat wordt de komende maanden afgerond, en dan ‘kan ik slagen in wat mijn voorgangers de laatste 20 jaar niet is gelukt’.  Als ik zoiets lees, komen mijn stekels recht. Grootspraak is in de politiek vaak de snelste weg naar mislukking, wist Steve Stevaert al met zijn bekende boutade over wie op jacht gaat met de fanfare op kop.

En dan is er nog het laatste monster waarover Smet veel spreekt maar dat nog niemand heeft gezien: het loopbaanpact. Ook daarvan zegt hij al enkele jaren met de regelmaat van de klok dat hij er druk mee bezig is, dit keer achter de schermen om de slaagkansen niet te verkwanselen. Maar evengoed zonder merkbaar resultaat. Nu roffelt de konijnentrom dat het pact er komt eind dit jaar, begin volgend jaar. Eerst zien.

Het wordt dus een cruciaal schooljaar voor minister Smet.  Zal hij in staat zijn op even kordate manier te beslissen als aan te kondigen? Zal hij daarbij de regering mee krijgen?  Ik betwijfel het.  En al zeker als ik lees dat de minister zich ‘niet kan indenken dat een regeringspartner niet wil investeren in onderwijs’. Regeringspartners reageren meestal gecrispeerd als anderen hun via de media komen vertellen wat ze moeten denken, doen en laten. Het is dus maar de vraag of de Vlaamse coalitiepartners Smet nog iets gunnen.  

Bovendien: hoeveel macht heeft de SP.A na 14 oktober nog in de Vlaamse regering? En misschien bovenal: hoe zwaar weegt Smet nog in zijn eigen partij? Willen zijn collega’s Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche dat Duracell-konijn uit Brussel de macht en de middelen (vooropgesteld dat die nog voorhanden zijn) toeschuiven om hem een goed rapport te laten halen, indien het voor iedereen in de SP.A binnenkort wel eens sauve qui peut zou kunnen worden? Hebben Van den Bossche, bijvoorbeeld met de inhaaloperatie in de sociale huisvesting, en Lieten, bijvoorbeeld met het uitgavenpad inzake wetenschappelijk onderzoek, niet ook nog hun katjes te geselen?  

De geweldige media-week van Pascal Smet heeft mij alvast iets duidelijk gemaakt. Dat de Brusselse minister, ondanks het brokkenparcours uit zijn politiek verleden, nog niet geleerd heeft dat te lang alleen blijven trommelen iedereen op de zenuwen werkt.

 

21:11 Gepost door peter in Actualiteit, media, onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pascal smet, vlaamse regering, sp.a |  Facebook | | |

12-07-12

Meerderheid bevalt dan toch van miserietaks

Het gebeurt dat een minister, soms zelfs een hele regering, het glas heft na de goedkeuring van een wet of decreet door het parlement. Ik verwacht niet dat de Vlaamse regering, of minister-president Peeters of zijn vakminister van Financiën Muyters, gevierd zullen hebben dat het decreet dat het verdeelrecht verhoogt, een belasting die beter bekendstaat als de miserie- of scheidingstaks, werd goedgekeurd. De verdeeltaks is de belasting die moet worden betaald wanneer een onroerend goed wordt verdeeld, bijvoorbeeld wanneer bij een scheiding een van de partners de gezinswoning wil overkopen.

Van in het begin verzette de oppositie in het Vlaams Parlement zich bijzonder hardnekkig tegen de plannen om (meer dan) dubbel zoveel geld te kloppen uit de zakken van partners en hun kinderen die door een mislukte relatie in de miserie en vaak ook in de armoede verzeilen. Ik heb over de scheidingstaks al geblogd en zal hier niet in herhaling vallen. En voor wie nog meer wil weten: de creativiteit van Peeters II om munt te slaan uit een vaak voorkomende vorm van menselijke ellende is dankzij hoorzittingen die het Vlaams Parlement aan het thema heeft gewijd, ook in de parlementaire annalen beter en duidelijker blootgelegd dan in de media.

Waarom houdt een nochtans democratisch gelegitimeerde regering dan toch vast aan haar plan?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit partijen die beweren het op te nemen voor maatschappelijke emancipatie van kansarmen en minderbedeelden, voor gezins- en christelijke waarden of voor de kracht van een verandering die Vlaanderens toekomst roze en welvarend zou kleuren?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die zich voldoende sociaal en geëngageerd vinden om op straat te komen voor een Afghaanse minderjarige die wordt uitgewezen?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die in een vorige legislatuur een voorstel hebben ingediend om die verdeeltaks net af te schaffen in plaats van (meer dan) te verdubbelen?
Waarom doet een meerderheid dat, die bestaat uit mensen die daarmee regelrecht ingaan tegen hun partijprogramma?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit ministers, gesteund door intelligente volksvertegenwoordigers, die maar al te goed weten (en indien niet: de Raad van State heeft hun gewaarschuwd) dat hun decreet door de discriminatie tussen gehuwden en feitelijk samenwonenden en voor scheidende koppels met gehandicapte kinderen de toets van het Grondwettelijk Hof wellicht niet zal doorstaan?

Ik schreef het al eerder: omdat een gat in de begroting moet gevuld worden.
Sterker nog, omdat de opbrengst van deze perverse scheidingstaks nodig is om de huisvrede op het Martelaarsplein af te kopen met een kindpremie voor de ene, een kinderzender voor de andere en een extra kindercreche voor de derde.
Omdat de regering met die belastingverhoging dacht makkelijk te kunnen wegkomen, want veel mensen die straks die hogere scheidingstaks zullen moeten betalen, weten dat vandaag nog niet omdat de ellende van een echtscheiding hen nog niet als een koude douche is overvallen.
Omdat een bond van toekomstige echtgescheidenen nog niet bestaat.
En omdat een regering die al van haar eedaflegging geteisterd wordt door geruzie en verdeeldheid, op den duur enkel nog uit therapeutische hardnekkigheid bij elkaar blijft en de eensgezindheid enkel nog met de karwats door het Parlement krijgt gejaagd.

En dat bedroevend spektakel viel het huis te beurt waar de vertegenwoordigers van het Vlaamse volk vergaderden, een dag na de viering van de feestdag van dat volk. “De meerderheid liet de kritiek over zich heen rollen en toonde zich bijzonder spaarzaam met commentaar en weerwerk”, noteerde de verslaggever van Belga neutraal en tegelijk veelzeggend.

Bevoegd minister Muyters beklemtoonde dat de nieuwe verdeeltaks nodig is om de begroting van 2012 in evenwicht te houden. Minister-president Peeters zei slechts dat hij alles al eens had gezegd. Vice-minister-president Lieten, die het decreet mee had ondertekende, zei niets en lachte schaapachtig. Van de “Socialistische Partij Anders” verwaardigde zich zelfs niemand tijdens het plenaire debat om, al was het maar met een zin, een woord, een letter, het woord te vragen om namens de kiezers te spreken die ze in het Vlaams Parlement toch heet te vertegenwoordigen.
Geheel in navolging van de tsjeventaal waarvoor haar partij wel eens over de hekel wordt gehaald, legde een CD&V-vertegenwoordigster de schuld voor de zwijgkracht waarin de meerderheid zich had veranderd zelfs bij de oppositie, die het had aangedurfd om zich zo hard tegen de nieuwe belastingverhoging te verzetten, dat de discussie in de bevoegde commissie wel een half jaar had aangesleept, een tijdsspanne waarin alles, echt waar, al eens was gezegd, zodat nu enkel nog een duw op het stemknopje in de plenaire vergadering nodig was.

Maar zelfs die minimale beweging kreeg de meerderheid niet georchestreerd. Te weinig parlementsleden van de meerderheid waren opgedaagd om het vereiste aantal te bereiken voor een correcte stemming. De oppositie verliet het halfrond, het was tenslotte niet haar idee om mensen met een belastingverhoging van 150 procent nog wat dieper in de miserie te storten, en parlementsvoorzitter Peumans zag zich genoodzaakt de vergadering een uur te schorsen, zodat wat spijbelende vertegenwoordigers van het volk gevorderd konden worden om hun mandaat dringend te komen invullen.

Open Vld-fractievoorzitter Sas van Rouveroij had zijn betoog even voordien besloten met de bede de verhoging van het verdeelrecht te vervangen door de afschaffing ervan. “Als u dit niet doet, is dit een dag van schaamte”, besloot hij. Het was op 12 juli 2012 in Vlaanderen een dag van schaamte. Voor de Vlaamse ministers, voor de Vlaamse meerderheidspartijen en voor hun Vlaamse volksvertegenwoordigers.

03-07-12

De vernielde hoop van Timboektoe

Wat is er niet allemaal slechter en lelijker geworden sedert 1999! Neem nu Timboektoe.

Deze mythische woestijnstad in Mali is vandaag het slachtoffer van de islamistische groepering Ansar Dine. Met militaire precisie vernielen deze fundamentalistische moslims het karakteristieke culturele erfgoed van Timboektoe. Ansar Dine beweert dat de islamitische wetgeving bepaalt dat graven niet langer mogen zijn dan vijftien centimeter, leer ik uit De Tijd. Daarom maakt Ansar Dine unieke graven en mausolea wat beter met de grond gelijk. Timboektoe is (zoals Brugge) Unesco-werelderfgoed, sedert 1988. En omdat de burgeroorlog die sedert enkele maanden in Mali woedt de behartigers van werelderfgoed zorgen baarde, erkende de Unesco Timboektoe vorige week nog als “bedreigd werelderfgoed”. Het maakte blijkbaar weinig indruk. Of de actie van Unesco zorgde net voor wat meer ijver bij de afbraakwerkers.

Toppunt is dat Timboektoe, vermoedelijk in de 12de eeuw gesticht door de Toearegs, niet enkel een historisch handelsknooppunt en pleisterplaats was voor woestijnkaravanen, maar ook het centrum voor de verspreiding van de islam in Afrika. De stad met zijn typische lemen constructies telt prachtige moskeeën uit de vijftiende en zestiende eeuw en bracht in de zestiende en zeventiende eeuw toonaangevende islamitische geleerden voort.

Wat heeft dit dan te maken met 1999?

In de jaren negentig was het Afrikaanse Mali een baken van hoop in Afrika. Het land was onder de leiding van president Alpha Oumar Konare de motor van een coalitie van zestien West-Afrikaanse landen die ijverden voor ontwapening – de regio was toen vergeven van naar schatting 15 miljoen “kleine wapens” zoals men kalasjnivkovs of FAL-geweren omschrijft. Uit mijn militaire dienst weet ik nog dat je met zo’n Belgische FAL van FN op 200 meter iemands arm los van zijn lijf knalt. Konare sloot een vredesakkoord met opstandige Toearegs in het noorden van Mali, hij stelde een gedragscode in tussen leger en civiele maatschappij in Mali en hij voerde actieve diplomatieke strijd tegen het ronselen van kindsoldaten.

Bij het vredesakkoord met de Toearegs in ’95 werden in Timboektoe in plaats van mausolea en moskeeën nog drieduizend lichte wapens feestelijk in de as gelegd. Dit vreugdevuur werd jarenlang herdacht. Maar vooral met het “Mali-moratorium” sprak Konare tot de verbeelding. Tot in België. Daar was op dat moment een zekere Réginald Moreels als staatssecretaris bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking. Deze merkwaardige man die ik hoogacht, is niet in één zin te portretteren. Laat me volstaan te melden dat de voormalige Arts zonder Grenzen, bezield was van pacifisme, van ontwapening voor ontwikkeling, zoals Konare, die er als president op stond de Belgische staatssecretaris lange tijd in audiëntie te ontvangen.

Voor een blitzbezoek in het kader van dit “Mali-moratorium” trok Moreels einde maart 1999 naar Timboektoe. Met mij als buitenland-journalist van De Standaard in zijn zog. Zoals tientallen ministers en ambassadeurs plantte Moreels in Timboektoe een vredesboom in wat een vredesbos moest worden. Wat zou er nog van overschieten?

Zoals het een westerse messias betaamt, had Moreels een cheque mee van omgerekend een half miljoen euro. Voor projecten die in de praktijk van ontwapening naar ontwikkeling moesten leiden. Welke resultaten zouden die projecten opgeleverd hebben?

De tegenkrachten oorlog en vernieling blijken deze dagen alleszins weer sterker. De hoop op een betere wereld die op het eind van vorige eeuw hoog opflakkerde in La Flamme de la Paix in Timboektoe en bloeide in het vredesbos in de woestijn is gevlucht voor puinhopen, barbarij en kogels van FN-geweren.

20-06-12

Wagonautisten op wereldvluchtelingendag

Een wagonautist. Dat ben ik, volgens mijn oudste dochter. Ze pendelt mee naar Brussel, met de vroege trein van 7:02 u. Ze zwoegt op de laatste examenweek van haar eerste bachelor.  Gedurende de vijftig minuten die we samen sporen leest ze nog driftig nota’s en samenvattingen na.

Ja, ik geef het toe, ik ben een wagonautist. Ik hou ervan elke ochtend in dezelfde wagon op te stappen. Ik kijk uit naar de mensen die er al zitten, die ik herken maar, een uitzondering daargelaten, niet ken. Ik kijk uit naar en ik kijk uit voor mensen die op de volgende haltes van de boemelende P-trein naar Brussel opstappen. Sommige mensen die ik niet ken heb ik namelijk liever niet in mijn buurt. Ik heb geleerd hoe je tot op zekere hoogte mensen ertoe kunt brengen niét naast je of rechtover je te komen zitten.

Andere mensen heb ik wel graag in mijn buurt. Ik tracht dan verwelkomend en gastvrij over te komen, leg mijn tas onder mijn bank in plaats van naast me, hou mijn knieën tegen de zetelrand geklemd om zo weinig mogelijk beenruimte in te nemen.

Doorgaans lees ik op de trein een boek. Als ik praters rond me heb zitten die me uit mijn concentratie brengen, zet ik een dikke hoofdtelefoon op en luister ik onder het lezen naar mijn favoriete muziek. Soms luister ik wel noodgedwongen of belangstellend naar een conversatie of een telefoongesprek tussen onbekenden.

Zo leer ik de onbekenden kennen. Zoals de onaantrekkelijke vriendelijke vrouw die haar elke ochtend ongeborstelde en toch zo mooie vriendin vertelt dat ze een weekend gaat shoppen in Londen. De steelse trots waarmee het lelijke meisje de maandag daarop naar haar glanzende, exclusieve sandalen in krokodillenleer met een hoge hak gluurt.

De vervelendste medepassagiers zijn de oudere man die het nieuws van de dag voordien lijzig nakauwt voor zijn zwijgende jonge collega met oorbel en baseballpet en de vrouw van middelbare leeftijd die wel elke dag haar collega en de omzittenden verveelt met klachten over haar man die de verwachtingen weer niet heeft ingelost. Ik kan ze helaas niet steeds vermijden.

Mijn dochter fluistert dat ze zich niet kan concentreren met die babbelkonten achter ons.  ‘Zet je hoofdtelefoon op’, raad ik haar aan. Misschien is ze ook wel een wagonautist, denk ik. Ik zwijg erover, ze moet zich kunnen concentreren. Wat later in Brussel-Centraal wens ik haar veel geluk met het examen.

Aan de uitgang waar Brussel-Centraal elke ochtend de pendelaars uitbraakt als water dat kolkend bergop vloeit, stopt een vrouw me een kaartje in de handen. ‘Niemand vlucht uit vrije wil’, staat erop geschreven. ‘Vluchtelingen laten alles en iedereen achter om te ontsnappen aan geweld. Niet uit opportunisme, maar om te overleven.’ Het is wereld-vluchtelingendag. Wat mag een mens zich toch gelukkig prijzen als hij ongestoord de wagonautist kan uithangen.

15:36 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vluchtelingen, pendelaars |  Facebook | | |

Schrik van de moslims? (3)

Op de hoorzitting over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen kwam ook een zekere Abdul Shattour aan het woord. Hetgeen deze islamleraar in Limburg in de parlementscommissie vertelde, was verbazend. Van de ongeveer 300 leerkrachten islamitische godsdienst die Vlaanderen vandaag telt, hebben er maar 6 à 7 een universitair diploma, zei hij. Enkelen hebben een universitair diploma, bijvoorbeeld van de universiteit van Kaïro, dat bij ons niet erkend is.  Vlaanderen heeft volgens Shattour meer nood aan goed opgeleide leerkrachten dan aan imams. En ja, heeft hij geen punt: is het eerlijk dat Vlaamse leerlingen zedenleer of katholieke godsdienst wel goed opgeleide leerkrachten hebben en moslimleerlingen voor hun islamitisch levensbeschouwelijk vak niet? 

Twee wegen leiden vandaag naar een loopbaan als islamleerkracht. Een opleiding op bachelorniveau kan vandaag aan verschillende instellingen als de Erasmushogeschool Brussel of Groep T Leuven. De tweede weg loopt via een examen bij de Moslimexecutieve.

Die Moslimexecutieve is volgens Shattour dringend aan hervorming toe. ‘De verkiezingen van de moslimraad verlopen volgens islamitische culturen en passen niet in de traditie van vrije verkiezingen in onze democratie’, zegt Shattour. ‘De Moslimexecutieve telt bijvoorbeeld mensen die dag en nacht in een moskee verblijven en niet vertrouwd zijn met de buitenwereld, de normen en waarden in de samenleving, laat staan de taal die er gesproken wordt’, klaagt hij. ‘Hoe kan zo iemand de opdracht uitvoeren waarvoor hij verkozen is, namelijk deel uitmaken van de spreekbuis van de moslims in België met de politieke overheden?’

De islamleraar heeft nog wat uitspraken in petto die je niet vaak van een moslim hoort. Hij bepleit moskeeën met een preek in het Nederlands en de samenvatting in het Arabisch (in het beste geval is het nu omgekeerd).  Hij ijvert voor een Europese, zelfs  Vlaamse islam. Hij zegt dat gemengde huwelijken het beste glijmiddel voor integratie vormen. Hij hekelt de huidige inspecties voor het islamonderricht, waarin Marokkaanse islamleerkrachten Marokkaanse inspecteurs kunnen vragen, en Turkse leerkrachten Turkse inspecteurs. Hij onthult dat bepaalde inspecteurs in het actuele islamonderricht amper het Nederlands machtig zijn.

Ook in de reportage van Joël De Ceulaer in De Standaard van 2 juni staat de directeur van het Koninklijk Atheneum Anderlecht aan de klaagmuur: ‘De pas afgestudeerde islamleerkrachten lijken mij inderdaad fanatieker’, wordt hij geciteerd. Deze directeur krijgt bijval van de algemeen directeur van de Scholengroep Brussel. Hij hamert erop dat zijn jongens en meisjes geïntegreerd moeten raken via het onderwijs. En dat gaat verder dan de hoofddoek op het hoofd, een debat dat in Brussel niet meer leeft. ‘Maar de dingen die sommige islamleerkrachten verkondigen zijn nog veel erger dan die hoofddoek, ze gaan om wat er in je hoofd zit. Daarom ben ik vragende partij voor een degelijke opleiding islamitische godsdienstwetenschappen.’

In het artikel van Joël De Ceulaer komt ook minister van Onderwijs Pascal Smet aan het woord. Volgens hem komt de islamopleiding aan de hoge onderwijsinstellingen er vanaf 2014. Er komt bovendien een nieuw decreet op de inspectie van levensbeschouwelijke vakken, dat tot meer inspecteurs islam moet leiden. En Smet onderzoekt tenslotte of er geen algemene competenties moeten komen voor leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. De aanvaarding van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou daarvan dan deel kunnen uitmaken.

De stemming over de resolutie van Ludo Sannen e.a. moest vorige donderdag uitgesteld worden. Het Vlaams Belang begon te filibusteren. De partij tracht de jongste weken haar blazoen van anti-islampartij op te poetsen met het verstoren van een halal barbecue op een lagere school, met een affichecampagne en met parlementaire tussenkomsten waarmee ze meteen ook aantoont dat ze nog altijd discrimineert en grondwettelijke vrijheden zoals de godsdienstvrijheid niet aanvaardt.

Gisteren stond in De Morgen dat minister van Binnenlandse Zaken Milquet klaar is met haar anti-Sharia4Belgiumwet. Deze nieuwe wet om private milities te verbieden zou vrijdag op de ministerraad komen. 

Gisteren  ook keurde de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de resolutie van Sannen e.a.  goed. Ook oppositiepartijen Groen (Elisabeth Meuleman) en Open Vld (Khadija Zamouri) stemden mee, na het aanvaarden van hun amendementen door de meerderheid. Alleen het Vlaams Belang stemde tegen.

15:34 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

12-06-12

Schrik van de moslims? (2)

De Kamer beleefde vorige week hoogdagen met tien actuele vragen over hetzelfde onderwerp: onze opruiende en geweld predikende vriend Fouad en zijn volgelingen van Sharia4Belgium. De persbanken zaten vol, journalisten, fotografen en cameramensen verdrongen elkaar om maar niets te missen. Bij de politici, hun medewerkers en woordvoerders stroomde de adrenaline. De politiek donderde vorige donderdag iets harder dan op de normale donderdagen dat Villa Politica het parlementair theater uit de Kamer in de huiskamers brengt. Tussen haakjes: de onvolprezen Linda De Win van Villa Politica zorgt op woensdag voor hetzelfde effect in het Vlaams Parlement. Daar haalden de stand up comedians onder de politici vorige week zelfs De Tijd met hun running gags over Uplace.

Vorige week woonde ik in het Vlaams Parlement een hoorzitting bij die ik persoonlijk maatschappelijk minstens even relevant vond als de nog altijd durende mediahysterie rond Belkacem. Maar er zat maar één journalist in de zaal, ik kan me dus vergissen. Het betrof een hoorzitting in de commissie Onderwijs, in het kader van een voorstel van resolutie van de meerderheidsparlementsleden Ludo Sannen (SP.A), Ward Kennes (CD&V) en Kris Van Dijck (N-VA) betreffende de inrichting van een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen. Akkoord, het gaat maar om een resolutie, als ze goedgekeurd wordt zal het nog lang duren vooraleer die academische opleiding daadwerkelijk boven de doopvont wordt gehouden. Waarom die opleiding toch hoogdringend is, daarover wil ik het hebben.

Dreiging van een expansieve islam?

Als eerste spreker op de hoorzitting gaf Meryem Kanmaz een overzicht van de islamitische aanwezigheid in Vlaanderen. Ze stelde zichzelf voor als inhoudelijk expert van vzw Mana, het Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen. Kanmaz is doctor in de sociale wetenschappen en was ook een tijdje redactrice bij De Standaard. De gelovige moslims maken op dit moment 5 procent van de Belgische bevolking uit, vertelde ze. Ze zijn met 500.000, na de katholieken de godsdienst met de meeste gelovigen. Ze komen vooral uit Marokko (200.000) en Turkije (130.000). Van dat half miljoen woont 40% in het Vlaams gewest, 40% in het Brussels (waar ze 20% van de bevolking uitmaken) en 20% in het Waals.

Terwijl ik Kanmaz deze cijfers hoorde debiteren, dacht ik terug aan een interview dat begin juni in De Morgen verscheen. Wouter Verschelden, de hoofdredacteur van die krant, trad er in een twistgesprek met de bekende filosoof Etienne Vermeersch. Het onderwerp van het interview was de vraag of we er wijs aan doen de burka (en nikab) te verbieden. Verschelden was zo ongeveer de eerste journalist in Vlaanderen die zich tegen het burka-verbod heeft afgezet, en hij stuitte daarvoor op protest van onder meer Vermeersch en Dirk Verhofstadt. Niets beters dus dan een interview om de zaak even uit te klaren.

Het was de eerste zin van Vermeersch uit het interview die terug door mijn hoofd schoot: ‘We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen’. De islam is inderdaad een groeigodsdienst in België, via inwijking maar ook via bekering. Vlaanderen zal tot grote frustratie van ongelovige intellectuelen als Vermeersch nog lang veel gelovigen onder zijn burgers tellen.

Kanmaz wees erop dat de officiële erkenning van de islamitische eredienst in ons land al van 1974 dateert. Maar lokale moskeeën, in het jargon islamitische geloofsgemeenschappen, werden in Vlaanderen pas voor het eerst erkend in 2007, onder toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld). Aan die erkenning hangt ook financiële ondersteuning vast: van infrastructuursubsidies tot de betaling van de wedde van de imam als de bedienaar van de eredienst, zoals dat historisch was gegroeid met de katholieke parochies, de kerkfabrieken en priesters. Met de erkenning van moskeeën koesterde de Vlaamse overheid grote verwachtingen. De moskeeën moesten hedendaagse, moderne en professionele gebedshuizen worden en zich eindelijk eens ontpoppen als pleisterplekken waar moslims verder konden integreren in onze westerse samenleving. Naast criteria in verband met (brand-)veiligheid en bedrijfsvoering moet een moskee (zoals alle lokale geloofsgemeenschappen van wettelijk erkende religies) ook het Nederlands als voertaal aanvaarden (behalve waar de islamitische liturgie het anders voorschrijft) en er mogen geen extremistische standpunten worden ingenomen of criminele activiteiten plaatsvinden (de Staatsveiligheid maakt daar een rapport over). En nieuwe import-imams zouden een inburgeringscursus moeten volgen, Nederlands leren dus en de Vlaamse samenleving met haar normen en waarden leren kennen. Inclusief het setje liberale grondrechten en vrijheden (zoals vrije meningsuiting, pluralisme, gelijkheid van man en vrouw of non-discriminatie,…).

Ik ben geen moskeeganger maar meen wel dat de erkenning van moskeeën ertoe bijdraagt dat zij een overwegend constructieve rol spelen bij de integratie van de moslims in de westerse cultuur. Belangrijker is echter dat een meerderheid van moslims zelf bereid is inspanningen te leveren tot een grotere integratie en openheid naar niet-moslims toe (en vice versa natuurlijk). En daarvoor zijn ook andere sleutelfiguren dan imams van cruciaal belang, zoals de leerkrachten islamitische godsdienst of alternatieve religieuze leiders.

Manazine

De lectuur van het recentste nummer van Manazine, het blad van de hierboven al aangehaalde Mana vzw, dat handelt over ‘islamitisch leiderschap’, heeft me opgebeurd. Van de pagina’s spat de wil van moslim(-leider)s om deel uit te kunnen maken van onze westerse samenleving, met al haar rechten en plichten, verantwoordelijkheden en vrijheden, jawel, zeker en vast. De nood bij de gelovigen van de tweede en derde generatie aan leermeesters die hen begeleiden om een goede moslim te blijven in een overwegend niet-islamitische omgeving, is groot. In de moskee vinden ze die leermeesters te weinig. Het zou me te ver leiden dieper in te gaan op de verschillende manieren waarop de verschillende strekkingen van de moskeeën in Vlaanderen op dit moment hun imams rekruteren. Een rode draad is wel dat de huidige imams, heel vaak geïmporteerd uit het land van herkomst, in veel gevallen de taal niet spreken van hun gelovigen (letterlijk én figuurlijk) en niet vertrouwd zijn met hun leefwereld.

Veel jonge moslims gaan daarom zelf op zoek naar alternatieve kanalen voor de antwoorden op hun geloofsvragen. En ze vinden ook alternatieve religieuze leiders. Dat kunnen islamleerkrachten zijn, of geestelijke leiders die zich buiten de muren van de moskee manifesteren. Via het internet hebben die nieuwe religieuze leiders ook vanuit het buitenland invloed. Manazine stelt enkele van die alternatieve leiders voor, zoals de Nederlander Mohammed Cheppih, die ervan droomt dat de moslims via participatie, integratie en liberaal burgerschap in Nederland tot poldermoslims zullen uitgroeien, of de Zwitser Tariq Ramadan, die de Europese moslims voorhoudt zich aan de wet van het land te houden en die de multipele identiteiten van moslims door hun religie, door hun band met het land van herkomst en door hun nieuwe nationaliteit als een verrijking voor Europa omschrijft.

Het blad geeft ook veel ruimte aan de Turkse Gülenbeweging rond prediker, schrijver en denker Fethullah Gülen. Bert Anciaux (SP.A) vat in Manazine de man en zijn beweging samen in de kernwoorden interculturaliteit, radicale democratie, gemeenschapszin en een erg humane islamovertuiging. Anciaux besluit dat Gülen oprecht gelooft ‘in democratie, maatschappelijk engagement en onwrikbaar respect voor mensenrechten en het daarbij horende actief pluralisme. Als diepgelovige moslim vindt hij in zijn geloof alle kracht en waarden om zich complexloos in een democratische, open samenleving te enten, meer nog te engageren. Dat hij daarbij armoede en onwetendheid als grootste vijanden beschouwt, siert hem.’

De Gülenbeweging is vandaag de snelst groeiende binnen de Turkse gemeenschap. De Lucernacolleges horen bvb bij deze beweging, die in België uitgebouwd werd als Federatie van Actieve Verenigingen van België (Fedactio), met een uitgebreide achterban van vrouwenverenigingen tot zakenmensen en ondernemers. Positief is tot slot dat deze beweging zich dankzij een leerstoel aan de KU Leuven (onder de academische supervisie van Johan Leman) in het academische landschap heeft gewaagd met onderzoek naar interculturaliteit.

Koranverzen bij een epilepsie-aanval

Vanuit de Vlaamse moslimwereld is er dus heel wat in beweging dat veel minder de media haalt dan de gevaarlijke provocateurs van Sharia4Belgium. Donderdagnamiddag staat op de agenda van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de bespreking en stemming over de resolutie waarover ik het in het begin van deze blog had. Het stuk dat de enige aanwezige journalist op de hoorzitting hierover schreef, verscheen het afgelopen weekend in de Standaard onder de titel ‘En toen begon hij koranverzen te reciteren’.

Auteur Joël De Ceulaer leidde een reportage over islamleraars in met enkele primeurs over incidenten in het Vlaams gemeenschapsonderwijs in Brussel. Het ging over islamleraars die koranverzen opdreunden bij een epilepsie-aanval in plaats van gepaste hulp te bieden, en een islamleerkracht die aan zijn directeur vertelde dat hij homoseksuele leerlingen naar de imam zou verwijzen voor een duiveluitdrijving. Kortom, met zo’n incidenten is het niet zo moeilijk om het beeld te boetseren dat de kwaliteit van de huidige generatie islamleraars te wensen overlaat. Die grote nood aan goede islamleraars bleek ook uit de getuigenissen tijdens de hoorzitting, zij het minder tot de verbeelding sprekend dan de primeurs van De Standaard. En daarvoor heb je dus eerst een academische richting islamitische godsdienstwetenschappen nodig, waaruit je onder meer universitaire islamleerkrachten kunt rekruteren die als geboren en getogen moslim tegelijk uit de Vlaamse klei zijn getrokken.

Ik hoop dat het debat over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen deze week wat meer pers naar de banken lokt dan vorige week. Maar ik weet dat die kans klein is: op donderdag jaagt Linda De Win de Kamer weer op. Misschien nog altijd met een zekere Fouad in een glansrol.