10-06-12

Schrik van de moslims?

Het was de VRT die met de primeur kwam: Fouad Belkacem is bij hem thuis opgepakt. Voor wie net van mars komt: Fouad is het gezicht van de radicale moslimbeweging Sharia4Belgium. Hij was in België al eens veroordeeld, wegens het aanzetten tot haat tegen niet-moslims. Er lopen nog onderzoeken tegen hem en hij was ook in Marokko al veroordeeld.

Belkacem wordt beschouwd als de aanstoker van de rellen van vorige week in Sint-Jans-Molenbeek. Die rellen volgden op de arrestatie van een weerspannige vrouw in nikab, een kledingstuk waarmee je je in ons land niet in het openbaar mag vertonen omdat het je gezicht zo extreem bedekt dat het je onherkenbaar maakt. De vrouw in kwestie diende later klacht in tegen de politie. Ze beschuldigt de politiemannen ervan haar slagen en verwondingen te hebben toegediend en haar eerbaarheid te hebben aangerand.

Een van de collega’s waarmee ik ’s middags naar het VRT-journaal keek, zei bij het fragment over de arrestatie van Fouad meteen: ‘terecht’. Ik dacht: is dat zo? Is er voldoende grond?

Deze week struikelden politici , deskundigen en journalisten over elkaar in hun haast om Sharia4Belgium te veroordelen. Gisteren haalde premier Elio Di Rupo de voorpagina van Het Laatste Nieuws onder de kop: ‘Ook Di Rupo wil Shariah4Belgium verbieden’. Eerder deze week al viseerde minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet de organisatie. De SP.A was de minister voor: ze diende meteen een oud wetsvoorstel opnieuw in om ondemocratische groeperingen zoals Sharia4Belgium, maar ook neonazisten als Blood & Honour, te verbieden.

Bart De Wever vond natuurlijk al twee dagen geleden dat het allemaal al veel te lang duurt. De ministers Milquet en haar collega van Justitie Annemie Turtelboom moesten hun positief injunctierecht gebruiken om Belkacem achter slot en grendel te stoppen, zei de N-VA-voorzitter. De Wever heeft het al eens aan de stok gehad met enkele van die ‘gevaarlijke zotten’ die bij Sharia4Belgium zitten. ‘Bescherm mij voor deze gek’, luidde de kop in De Standaard.

En dan krijg ik Het Laatste Nieuws onder ogen. Op de voorpagina prijkt, in volle glorie met sensuele lippen, een wipneusje en ogen als een gazelle, omrand door een keurige zwarte coupe carré maar met strepen over het zwart-witte gezicht alsof het een ingescande paspoortfoto betreft, dat nikab-meisje zonder sluier. Zou ze toestemming hebben gegeven voor de publicatie, vraag ik me af. Het zou me verwonderen. En indien niet, hoe zou ze zich voelen bij het zien van de foto? En zou er een discussie ontstaan zoals met de publicatie van de foto’s van de slachtoffertjes van het dramatische busongeval in Zwitserland?

Ook de weinige omgevende tekstregels rond de foto op de voorpagina zijn om van te snoepen. De foto blijkt afkomstig uit Le Soir Magazine. De 24-jarige bekeerlinge militeert niet alleen voor Sharia4Belgium maar opereert ook als één van de minnaressen van die gevaarlijke Fouad. De nikab doet ze niet enkel uit om met hem te slapen, maar ook om te gaan werken (ze werkt dus!). Ze kleedt zich dan om in het busje dat haar komt ophalen, vertelt een buurman die bovendien weet dat ze eronder een bloesje en jeans draagt. De journalist stelt de lezers tenslotte gerust dat ze voordien niet bekendstond bij het gerecht. Maar haar moeder wel, als prostituee.

Als van links tot rechts, van boven tot onder en van de eerste tot de vierde macht eenzelfde ijver en daadkracht aan de dag wordt gelegd, krijg ik een ongemakkelijk gevoel. Argwaan bekruipt me bij zoveel exposure in de media, doortastendheid bij politie en gerecht en stoere taal in de Wetstraat. Gelukkig luiden er in onze media nog andere klokken, weliswaar op enkele opiniepagina’s, en zijn er ook politici die kanttekeningen plaatsen.

Volgens Belga verklaarde Turtelboom dat alles in het werk zal worden gesteld om een sterk dossier op te stellen tegen Fouad Belkacem, zodat zijn Belgische nationaliteit kan worden afgenomen en dat door België ingegaan kan worden op de Marokkaanse vraag om de man uit te leveren. Mijn aanvankelijke twijfel of de aanhouding terecht was, smolt weg. De minister vroeg zich ook af of een verbod op de organisatie wel zo’n goed idee is en ze wees erop dat de huidige wetgeving al ver gaat.

In De Standaard vindt Guillaume Van der Stighelen, de bekende ex-reclameman, het verbieden van Sharia4Belgium of een burka geen goed idee. Volgens hem moeten er regels zijn voor een leefbare samenleving, en moet de overheid optreden tegen groeperingen of klederdrachten die die regels overtreden. Ja Guillaume, denk ik, dat is ook makkelijker in een opiniestuk geschreven dan gedaan.

In De Morgen pleit Ayfer Erkul, een buitenlandredactrice van wie de naam een allochtone origine doet vermoeden, voor een kritische, niet hysterische houding tegenover Sharia4Belgium. Laat die clowns zeggen wat ze willen, zolang dat binnen de grenzen van de wet valt. Gaan ze daarover, voor de rechter ermee. Erkul wijst erop dat de overgrote meerderheid van moslims die Sharia4Belgium-kerels en -kerelinnen niet lust. Ze haalt een diepreligieuze en conservatieve moslim uit Brussel aan, die gekke Fouad en zijn volgelingen een bende zotten noemt, die niets van de islam hebben begrepen.

Ik voel me niet geroepen om dit te beamen of te ontkennen. Maar ik vrees dat Erful met haar conclusie wel eens gelijk kan hebben: ‘zolang die zotte Fouad in de spotlichten blijft, kunnen hij en Sharia4Belgium doen waar ze het best in zijn: de islamofobie in het land nog eens goed oppoken.’ En dat zou even contraproductief zijn als Fouad ongemoeid laten.

28-05-12

Bedenkingen bij het gerommel in Open Vld

Je kon er de voorbije dagen niet aan voorbijgaan: het was weer hommeles in Open Vld. De sociale en massamedia stonden er bol van. Mensen, partijgenoten, militanten en kiezers spreken je erover aan. Natuurlijk is niemand opgetogen over een nieuwe opstoot van een oude kwaal. Het is vooral de onvrede met het gerommel die deze dagen in de vele interne vergaderingen overal in de partij, de bovenhand voert.

Op zo’n vergadering die ik deze week bijwoonde konden sommigen hun ongenoegen over het aanhoudende getwist rond de lijstsamenstelling in Antwerpen niet onder stoelen of banken houden. Het geruzie bij de liberalen in de grootste stad van het Vlaams gewest, waar de peilingen voor de verkiezingen van 14 oktober rampzalig zijn, straalt af op de hele partij, waarschuwden ze. Het moet zo snel mogelijk stoppen. Een dag later opende een voormalig vice-premier een nieuw front. Guy Vanhengel, uit onze grootste stad, die tegelijk hoofdstad is van Vlaanderen, België en de EU, stelde via een interview In Knack dat een ploeg die blijft verliezen, best van coach verandert. Hij verwees naar Anderlecht, waar Ariël Jacobs zelf erkende dat hij volgend seizoen niet meer de juiste man op de juiste plaats is en daarom zijn ploeg overlaat aan een nieuwe trainer. “Dat is typisch aan topsport”, zegt de liberale veteraan, “als de resultaten tegenvallen, is er een wissel van trainers. Soms moet een club van coach veranderen.” Hoewel het interview genuanceerd is en veel interessante beschouwingen bevat, zindert alleen die boodschap na. Een kromme boodschap, als je het mij vraagt, want Anderlecht is net kampioen geworden.

Interne concurrentie

Even terug naar Antwerpen. Een deelnemer aan een vergadering, die de gave bezit om de zaken afstandelijk te bekijken, stelde dat de politieke concurrentie binnen elke politieke partij in een grootstad als Antwerpen veel groter en dus heftiger is dan in de meeste andere steden en gemeenten.

Immers, deze stad van een half miljoen inwoners telt 55 gemeenteraadsleden, het wettelijk maximaal toegelaten aantal, en een college van één burgemeester en acht schepenen. Ter vergelijking: de Limburgse gemeente Maasmechelen heeft met ongeveer 37.500 inwoners een gemeenteraad van 33 raadsleden en ook een college van één burgemeester en acht schepenen, dus evenveel als Antwerpen.

Toegegeven, in Maasmechelen zijn er geen districten, met hun eigen colleges en raden. Antwerpen heeft er negen. Het district Deurne telt bijvoorbeeld voor een dikke 70.000 inwoners een districtsraad van 27 leden en een college van een districtsburgemeester en vier districtsschepenen. Maar anderzijds is het politieke gewicht van de districtsorganen natuurlijk onvergelijkbaar met dat van de gemeenteraad. En is het correct te stellen dat wie zijn zinnen heeft gezet op een lokale politieke loopbaan, veel moeilijker aan de bak komt in Antwerpen dan elders.

En Brussel?

En hoe zit het dan in Brussel, vraag ik me af, een nog grotere stad dan Antwerpen? Het valt te zien hoe je meet. De 19 gemeenten van het Brussels hoofdstedelijk gewest samen tellen inderdaad een pak meer inwoners ( 1.119.000 begin 2011 volgens het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse) dan Antwerpen. Als je ze afzonderlijk telt, zijn het er minder. In 2011 telde de stad Brussel bijvoorbeeld 165.000 inwoners, een gemeenteraad van 49 leden een college van 11 leden (inclusief de burgemeester).

Het aantal gemeenteraadsleden en schepenen van de Nederlandstalige taalrol is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrij beperkt, omdat er nu eenmaal meer niet-Nederlandstaligen stemmen in Brussel dan Nederlandstaligen. In die zin is het voor een Vlaamse Brusselaar met politieke ambitie dus ook bijzonder moeilijk om tot de gemeenteraad, laat staan het college van zijn gemeente door te dringen (tenzij je je als meertalig politicus expliciet richt tot meerdere taalgroepen, desnoods vanop een kartellijst of een Franstalige lijst, zoals bijvoorbeeld de perfect tweetalige Brusselse burgemeester Freddy Thielemans van de PS dit doet).

Waarborgen op gewestniveau

De moeilijkere positie van de Vlaamse Brusselaars op lokaal vlak krijgt wel een compensatie in de sterke waarborgen op gewestniveau. In de 89 leden tellende hoofdstedelijke gewestraad mogen ze 17 zetels bezetten, los van het aantal stemmen dat ze halen. En in de Brusselse gewestregering hebben ze, als pendant voor het evenwicht tussen Franstaligen en Vlamingen in de federale regering, een pariteit gekregen die hen twee ministers en een staatssecretaris oplevert. Daarnaast krijgen de Vlaamse Brusselaars ook nog zes gewaarborgde zetels op 124 in het Vlaams Parlement en een gewaarborgde minister in de Vlaamse regering.

Vanzelfsprekend heeft de stad Antwerpen geen gewaarborgde zetels in het Vlaams Parlement of in de Vlaamse regering. De provinciale kieskring Antwerpen (met circa 1,77 miljoen inwoners) heeft in het Vlaams Parlement 33 verkozenen. Ik denk dat er toch zeker tien afkomstig zijn uit de stad Antwerpen. En de Vlaamse regering telt geen leden uit Antwerpen, wel twee uit de provincie Antwerpen (Kris Peeters en Philippe Muyters).

Anders gezegd, de Brusselse Vlamingen hebben een gewaarborgde toegang tot 23 regionale parlementszetels en vier ministerportefeuilles. Op een bevolking van meer dan een miljoen mensen die in de Vlaamse hoofdstad wonen, is dit vergelijkbaar met het aantal Vlaamse parlementszetels in de provincie Antwerpen.

Maar het is zonder Kamer, Senaat, Europees Parlement en de federale regering geteld. En daar valt voor de Vlaamse Brusselaars in de toekomst niet veel meer te rapen. Ze vrezen dat de splitsing van BHV het hen niet meer mogelijk zal maken om nog een parlementslid af te vaardigen naar de kamer (in de veronderstelling dat de huidige rechtstreeks verkozen senaat tegen dan afgeschaft is).

Dat komt omdat er in dat gewest Brussel, zonder Halle-Vilvoorde, nu eenmaal te weinig mensen op Nederlandstalige kandidaten stemmen. En dat is niet enkel voor de Kamer zo. Het Nederlandstalig electoraat schommelt zo rond de 13 procent en daalde in 2009 zelfs tot 10,7%. Dat stemt overeen met ongeveer 50.000 kiezers (let wel: niet inwoners).

Maar je kan, gezien het belang dat de Vlaamse Gemeenschap terecht aan zijn hoofdstad schenkt, nog een ander getal gebruiken om de Vlaamse vertegenwoordiging uit Brussel te verantwoorden: de 300.000 van de Brusselnorm. Vlaanderen engageert zich om in Brussel een beleid uit te stippelen dat 300.000 mensen bereikt (al lukt dit in de praktijk niet overal en op alle relevante beleidsterreinen).

En wat is nu de moraal van het verhaal?

Even samenvatten: overal te lande bereiden mandatarissen en militanten zich voor op de lokale verkiezingen van 14 oktober. Op dat ogenblik komt Open Vld in het nationale nieuws met ruzie in Antwerpen en een weinig constructieve boodschap uit Brussel. Uit Maasmechelen haalden geen liberalen het nationale nieuws (in tegenstelling tot Aalst en Oostende).

In Antwerpen, waar de politici intern in een grote concurrentiestrijd zitten voor de beschikbare portefeuilles met gewicht, draaide het geruzie over de lijstsamenstelling. Het lijkt vooral een ook in sommige andere gemeenten voorkomende interne twist die daar hoogstens het lokale nieuws of het roddelcircuit haalt.

De kritiek uit Brussel, waar er dankzij gewaarborgde zetels tussen de Vlaamse politici minder interne concurrentie bestaat in de strijd om portefeuilles met gewicht, sloeg niet op de lokale of regionale politiek maar op de figuur van de nationale partijvoorzitter en de nationale partijlijn. Die kritiek lijkt, althans voor zover dat vanop afstand kan worden beoordeeld, minder door persoonlijke belangen ingegeven en de criticus lijkt minder contournable.

Andere politieke partijen haalden deze week ook op een ongunstige wijze het nationaal nieuws: enkele compromissen op de valreep konden de stabiele perceptie van ruziënde, verdeelde en besluiteloze coalitiepartners in Peeters II niet doen wankelen. Verder was er even kritiek op de lokale machtsconcentratie in de handen van een vice-premier, al leidde de hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst die snel af naar een discussie over de journalistieke deontologie op zijn eigen redactie, dus over zijn eigen vakbekwaamheid.

Maar over de lijstsamenstelling noch over de partijkoers, uit Antwerpen, uit Brussel, noch uit andere gemeenten, kwamen andere partijen dan Open Vld de voorbije week in het nationale nieuws. Kortom, wanneer er verkiezingen in aantocht zijn, is individualisme niet de verstandigste grondslag voor het politiek handelen.

15-05-12

Verplichte euthanasie op moederdag

Moederdag vieren. Duizenden families hebben zich er het voorbije weekend mee geamuseerd. Ongetwijfeld kruidden tal van politieke en maatschappelijke discussies de met taart of ander lekkers gevulde tafels. In mijn familiekring werd een proefballonnetje opgeworpen dat ver van politiek correct was.  Hieronder een verslag. Met een voorafgaande opmerking: omdat ook de toenemende inbreuken op onze privacy in de digitale samenleving even onderwerp van gesprek waren, laat ik de namen van mijn familieleden in het ongewisse.

De aanloop

Iemand haalt een interview met Christine Van Broeckhoven in De Standaard aan. Onze veel gelauwerde Alzheimerspecialiste mag in New York weer een prestigieuze prijs voor haar onderzoek in ontvangst nemen. Enkele disgenoten weiden uit over de achteruitgang van het geheugen die ze tegenwoordig zelf aan den lijve ondervinden.

Inspirerend voor het verdere verloop van het gesprek was echter de uitsmijter van Van Broeckhoven, in de allerlaatste alinea van het interview: Van mij mag de euthanasiewet zelfs uitgebreid worden naar mensen die niet terminaal ziek zijn, maar gewoon vinden dat ze genoeg geleefd hebben. Ook dan heb je recht op die keuze. Want dat vergeten we soms: de zelfmoordcijfers bij oude mensen liggen in ons land bijzonder hoog.

Van de stelling dat veel mensen, bejaard tot hoogbejaard, vinden dat ze lang genoeg geleefd hebben, hoef je onze familie al lang niet meer te overtuigen.  Enkele opgepoetste familieverhalen illustreren dit. Telkens ik bij mijn oma kwam, vroeg ze memeisje heb je me geen koord”, vertelt de jongste schoonzus. Opa en oma hadden toch ook pilletjes liggen die de ene zou innemen als de andere zou sterven, herinnert mama ons aan de laatste dagen van onze grootouders. Mijn moeder zucht ook vaak dat ze wel een pilletje zou willen, vult een schoondochter aan. In Zwitserland bestaat al een kliniek waar je terechtkunt voor vrijwillige euthanasie, toont een van de slimste generalisten rond de tafel zich toeschietelijk.

De steen in de kikkerpoel

En dan werpt een ander familielid de steen in de kikkerpoel:  waarom zou het niet verplicht worden dat mensen op hun 85ste zo’n pilletje moeten nemen?  Verplichte euthanasie op je 85ste dus. Enkele monden vallen open.  Dat is wel erg drastisch. Dat kan je toch niet maken?  klinkt het meerstemmig.  Toch wel, meent ons het meest in staatshuishoudkunde beslagen familielid, die van jongsaf aan al moeilijk af te brengen was van een impulsief uitgesproken en niet steeds doordacht gedacht. Een karaktertrek waarmee hij overigens in de familie geen uitzondering is, geef ik even te zijner verdediging mee.

Zijn argumenten zijn economisch:  we worden met steeds meer mensen alsmaar ouder, door onze hoge levensstandaard en betere gezondheidszorg.  We gaan met pensioen na veertig jaar werken, en velen zelfs vroeger. Dat betekent dat we opschuiven naar het punt waarop we even lang werken als we gepensioneerd zijn, ergo, op kosten van de staat leven, meer zorg-, dokter-  en hulpbehoevend. Zo’n toestand blijft niet betaalbaar.  Vijfentachtig vindt hij een mooie leeftijd om te gaan.  Wie zou er op jonge leeftijd immers niet voor tekenen om 85 te kunnen worden, werpt hij in het midden.  Dan heb je na 40 jaar werken nog een dikke 20 jaar pensioen te goed. Zijn “systeem” heeft het voordeel van de duidelijkheid, meent hij, en van de gelijkheid, en van de rechtvaardigheid: voor iedereen komt het einde op 85, iedereen heeft hetzelfde perspectief, krijgt de gelegenheid op passende wijze afscheid te nemen.  Het kan zelfs een afscheidsfeest worden, voegt hij er nog aan toe. Allé ik heb dus nog iets meer dan tien jaar , breekt mama de ban.

Vragen, vragen

De franke stelling roept vele vragen op, indringende en oppervlakkige, praktische en filosofisch-ideologische. Hoe verandert het leven van mensen als je op voorhand weet wanneer het ten laatste afgelopen is? Is het wel ethisch verantwoord mensen massaal fataal af te schrijven als een perte totale? Vanuit humanitair en humanistisch oogpunt is zo’n maatregel toch een achteruitgang in plaats van een vooruitgang? Gelijkheid en rechtvaardigheid, daar is iets voor te zeggen, maar wat met de individuele vrijheid? Moeten ook mensen die nog kerngezond en levenslustig zijn, het harakiripilletje nemen (lap, daar geeft iemand de verplichte euthanasie al een naam)?  

Kan je onder bepaalde voorwaarden vrijstelling bekomen? Zo ja, wie beslist daarover? Zullen we geen steuncomités of gemediatiseerde cases krijgen voor een lieve oma of onmisbare opa? Ja, zoals de voorbije weken voor Scott Manyo? Hoe garandeer je dat niemand eraan ontsnapt? Waarom wel 85-plussers in aanmerking nemen en niet andere niet meer productieven, zoals zwaar fysiek of mentaal gehandicapten? Hoe kan een verplichte euthanasie efficiënt en praktisch worden georganiseerd? Moeten we misschien verzamelpunten oprichten? En, transport naar afscheidscentra waar de ouderlingen in groepen kunnen worden geëuthanaseerd? Mag je kiezen op welke manier je leven een einde neemt? Of moet ook dat niet best kostenefficiënt worden georganiseerd? Is gas niet goedkoper dan pilletjes? Stilte.

Zo komt een triviaal tafelgesprek op moederdag via enkele freewheelende geesten dus uit in Auschwitz. Zo bedenken keuvelende familieleden na het overhandigen van een cadeau aan hun oude moeder spelenderwijs een nieuwe misdaad tegen de menselijkheid: de geronticide.  

Wie zoals ik sarcastisch genoeg is om dat neologisme eens te googelen, stuit op meer dan 35.000 hits, inclusief een wikipedia-lemma, facebookpagina en een allesomvattend boek.  

Niets, geen vrolijke wreedheid, is een brainstormende mens vreemd.

11-05-12

De spruiten van Geert Bourgeois stinken niet

De Vlaamse minister van Inburgering Geert Bourgeois ligt onder vuur, zo staat te lezen in de media, met zijn starterskit voor nieuwe volgmigranten. Hij is die deze week gaan voorstellen in Marokko. De kit bevat (volgens de pers) een checklist voor papieren die nodig zijn, een dvd met getuigenissen, een woordenboek en een brochure. Het zijn vooral de vele grappige (volgens sommigen beledigende) zinnetjes en voorbeeldjes over Vlamingen die de pennen doen vloeien.

Heel wat politieke tegenstrevers van Bourgeois of van zijn partij genieten ervan om de minister uit te lachen voor zijn bloemkool met witte saus, zijn paraplu die je hier elke dag nodig kunt hebben of het onverwacht bezoek dat onwelkom is. Tot op zekere hoogte is dat inderdaad allemaal erg vermakelijk. En zelfs integratie-bevorderlijk: het kan nooit kwaad dat de gewoonten, normen en zeden van de Vlamingen (en de nieuwe Vlamingen) door Vlamingen én nieuwe Vlamingen in vraag en ter discussie worden gesteld.

Humor is daarvoor een goede geleider: uiteindelijk gaat het in veel van de in de pers geciteerde voorbeelden om karikaturen van de Vlaming, die het voordeel van de bevattelijkheid genieten en, ja, er zit meestal wel een grond van waarheid in: Vlamingen hebben enkele traditionele groentebereidingen als bloemkool in witte saus (die je lust of niet), een paraplu is zeker de voorbije weken een handig ding en heel wat Vlamingen leven nu eenmaal zeer georganiseerd en planmatig, zodat de bel die onverwacht gaat, in veel gezinnen wel eens gevolgd wordt door een vloek of een zucht.

Sommige reacties op het werkstuk van Bourgeois (of is het van de Koning Boudewijnstichting?) zijn vileiner. Een columnist kon zich niet bedwingen om er een collaboratiefiguur als Verschaeve en het Ubervolk bij te halen. Anderen vinden dat de brochure van de minister wemelt van de vooroordelen, over Vlamingen én over allochtonen. Beschamend, belachelijk, bullshit, koloniaal, stigmatiserend,… het kan niet op.

Mijn wedervaren als medewerker van de voorganger van Bourgeois, Marino Keulen (Open Vld), heeft me geleerd dat het voor een politicus niet eenvoudig is in de communicatie over inburgering en integratie concreet te zijn en tegelijk geen controverse op te roepen. De antwoorden op vragen als wat inburgering en integratie inhouden, met welke verschillen in cultuur vaak ongeletterde volgmigranten uit rurale streken in Vlaanderen zullen worden geconfronteerd, hoe de overheid van nieuwkomers verwacht dat zij omgaan met rechten en plichten, met de regels en de wetten die bij ons van toepassing zijn, wat er nodig is om “het samenleven in diversiteit” in Vlaanderen mogelijk te maken, … geven meestal aanleiding tot discussie en debat.

De vraag of de spruitjes van Geert Bourgeois stinken of niet, is naast de kwestie. Veel relevanter vind ik het vast te stellen dat deze N-VA-minister van Inburgering met zijn starterskit aangeeft óók (net als zijn voorganger) te beseffen dat volgmigratie nog een hele tijd voor een belangrijke instroom zal zorgen, omdat het een mensenrecht is. Maar die volgmigratie kan om twee redenen maar beter wat aan banden worden gelegd.

Alleen: dat is een federale bevoegdheid. Gelukkig rijpt op het federale niveau nu ook bij Franstalige partijen de gedachte dat die poort van volgmigratie best wat dichter wordt gemetst. Omdat massale volgmigratie van laaggeschoolden niet in het belang is van onze Belgische samenleving, die de jongste jaren en via verschillende poorten een sterke instroom van legale en illegale en veelal laaggeschoolde nieuwkomers van buiten en van binnen de EU kent. Die instroom naar steden en dorpen in Vlaanderen, Wallonië en in heel Brussel zorgt voor samenlevingsproblemen in bepaalde wijken en voor uitdagingen op het vlak van capaciteit en financies inzake onderwijs, inburgering, beroepsopleiding, OCMW’s, sociale huisvesting,…

Maar een rem op de huwelijksmigratie is vooral in het belang van de ongeletterde en kansarme aspirant-migranten. Daarom is het positief dat ze tenminste een algemeen (en natuurlijk onvolkomen en zelfs karikaturaal) beeld krijgen van de toekomstige uitdagingen en hindernissen die hen in hun nieuwe thuisland wachten. Een inburgeringsinitiatief in het land van oorsprong zelf, naar Nederlands voorbeeld, ware wellicht beter geweest maar bleek in het huidige institutionele België nog geen haalbare kaart. Vandaar dus maar de starterskit, niet als uitwas van een bekrompen nationalisme, maar als een poging tot realpolitiek die alleszins beter is dan bij de pakken blijven zitten en schimpen.

04-05-12

Het verdriet van de spaarders-vennoten van Arco

Ten laatste half mei moet de regering Di Rupo haar antwoord bezorgen op de bezwaren van de Europese Commissie tegen de waarborgregeling voor de coöperanten van Arco. Deze regeling beschouwt de Arco-coöperanten als spaarders. Ze kan de overheid tot maximaal anderhalf miljard euro kosten. De zowat 800.000 coöperanten van deze financiële instelling van de christelijke arbeidersbeweging volgen de saga met een bang hartje.

De regeling werd door de federale regering Leterme in 2008 toegestaan maar was meteen controversieel. Volgens sommigen zijn de coöperatieve aandeelhouders van Arco, dat na het failliet van Dexia in vereffening is gegaan, échte aandeelhouders. Dus dienen zij zoals de andere aandeelhouders van de over kop gegane bank hun verlies maar te incasseren. Om dit via juridische weg af te dwingen, stapte bijvoorbeeld de Vlaamse Federatie van Beleggers naar de Raad van State. En de Europese Commissie startte een onderzoek.

Vorige maand kwam Europees Commissaris Joaquin Almunia met zijn bikkelharde kritiek.  Wantrouwen wordt bij veel Arco-spaarders stilaan wanhoop. De Standaard  schreef op 14 april: De Arco-coöperanten moeten beginnen vrezen dat ze hun geld nooit of slechts gedeeltelijk zullen terugzien.

Leterme, meldde de krant verder,  verklaarde dat hij niet verbaasd was door het standpunt van Europa, al verdedigt hij wel de regeringsbeslissing met het argument dat een “run on the bank” moest worden vermeden. De ACW-minister van Financiën, Steven Vanackere, wilde niet veel commentaar kwijt. Al citeerde de krant wel zijn woordvoerder, die slechts woorden van begrip voor de positie van zijn minister aanvoerde: geen gemakkelijke klus, want de commissie heeft een duidelijk antwoord geveld. Bij het ACW kon niemand op enige reactie worden betrapt.  

Worden de Arcopar-spaarders-vennoten, onder wie ikzelf en mijn gezin van vier coöperanten, in de steek gelaten? Daar heeft het veel van weg, al zal het nog een jaar of twee, drie duren vooraleer het doek over Arco helemaal is gevallen. Eerlijk gezegd, ik was verrast te vernemen dat Arco in vereffening ging omwille van de ondergang van Dexia en meer nog, dat die oude Arcopars, waar al jarenlang geen stortingen meer op kunnen worden gedaan,  wel eens volslagen waardeloos zouden kunnen zijn.

Een liberale Arcopar-vennoot?

Eerst een woordje uitleg over hoe een liberaal in deze nest is verzeild. Het woord nest is een sleutelwoord.  In 1963 werd ik als oudste van vier geboren in een katholiek gezin zoals er toen nog zovele waren. Mijn moeder was erg actief in de lokale afdeling van de KAV, de katholieke arbeidersvrouwen. De gouden jaren zestig hebben de arbeidersgezinnen, meestal nog met één kostwinner, welvaart, welzijn en emancipatie gebracht. Ik herinner me de intrede van een reusachtige wasmachine, een diepvries, de kleurentelevisie. Ik voelde me de koning te rijk met een tweedehandse koersfiets, ook al sloeg het stuur altijd scheef, wat het me onmogelijk maakte om zoals Eddy Merckx beide handen in de lucht te steken als ik eens eerst over de streep reed. Er waren ruime sociale voorzieningen die nog openstonden voor de middenklasse, zoals sociale huisvesting of studiebeurzen. Ik heb mijn KUL-diploma aan zo’n beurs te danken.

De hogere levensstandaard van mijn ouders maakte me ook eigenaar van een spaarboekje bij de BAC, de coöperatieve bank van de christelijke arbeidersbeweging. In mijn kinderjaren fietste ik samen met mijn moeder naar Jean, om het nieuwjaarsgeld op het spaarboekje te storten.  Het bankkantoor van Jean was niet meer dan een kast en een tafel in de woonkamer van het rijhuis waar hij woonde. BAC evolueerde nadien wel tot een volbloed bank, Bacob, met zelfs een filiaal in ons dorp.

Tijdens mijn legerdienst had ik een zichtrekening nodig. Daar ontsnapte ik aan de zuil en koos voor de ASLK, omdat die bank letterlijk het meest nabij was. Een nieuwe bankkaap dient zich aan als je een hypothecaire lening moet afsluiten voor de aankoop van een woning. Mijn vader raadde me aan banken te vergelijken. ‘En ga ook eens bij Pieter op de Bacob langs’, zei mijn moeder.

De bank van Pieter won het (commerciële) pleit. Eerlijk gezegd, tot tevredenheid van mezelf en mijn vrouw, want we kenden Pieter en we vertrouwden hem. Mijn vrouw was ook uit een katholiek nest gekropen. Ze had bovendien als monitrice op de jeugdkampen van de CM (Christelijke Mutualiteiten) haar boezemvriendin Geneviève ontmoet, die bij een Bacob-kantoor in de buurt aan de slag was gegaan. Ter attentie van sommige papenvreters die de christelijke arbeidersbeweging verwarren met een broeinest van samenzweringen, nooit deed iemand er moeilijk over dat ik niet van hun gedacht was, zoals heel het dorp aan de verkiezingslijsten had gezien. De rekeningen waarop onze lonen werden gestort, moesten wel verhuizen.

Beste appeltje voor de dorst

Ergens in 1986 was ik in het bezit geraakt van de eerste coöperatieve aandelen, toen nog van Groep C.  Ze werden door Bacob verkocht als een spaarboekje met een hogere opbrengst dan een gewoon spaarboekje en veel voordelen als “coöperateur”, in die tijd voor mij een nieuw woord. Er waren aan dat coöperateurschap wel beperkingen verbonden. Je kan het gespaarde geld niet zomaar wanneer je wil terug afhalen. Je kan ook niet zomaar geld bijstorten. Elk gezinslid kan wel afzonderlijk coöperateur worden. En het dividend is beperkt tot maximaal 6 procent.

Zo lijfden Pieter, en later Veerle en Luc ons hele gezin in bij wat  nu Arco is. Vanuit een naburig Bacob-kantoor verzekerde Geneviève met een doorslaggevend argument dat de Arco’s voor ons de best mogelijke spaaroptie op langere termijn waren: wij hebben ze ook. We zagen de Arcopars als ons appeltje voor de dorst. Bruikbaar als de kinderen zouden verder studeren aan een hogeschool of universiteit. Veiliger dan een belegging in normale aandelen, want aandelen, dat vonden we een te hoog risico. Je kan er meer mee winnen, maar je kan er ook snel je zuurverdiend spaargeld mee verliezen. Wij hadden geen zin om die aandelenkoersen permanent in de gaten te moeten houden.

Concreet bezitten we Arcopar-aandelen van het type C. Of correcter: Arco-boekjes met een jaarlijks “uittreksel uit het vennotenregister”, want de Arcopars zijn geen “fysieke” aandelen. Volgens de website van Arcopar hebben ze een nominale waarden van € 49, is de onderschrijvingsperiode al verstreken sedert begin maart 2001, en kan je maximaal 35 van die aandelen bezitten. Het laatste dividend dat werd uitgekeerd, bedroeg 3% (boekjaar 2010-2011). Volgens het laatste uittreksel (van 1 april 2011, echt waar) is mijn Arco-boekje  € 3.042,36 waard. De Arcopars van mijn vrouw hebben een vergelijkbare waarde, die van de kinderen ongeveer 400 euro minder. Samen ruim € 11.000.

Vertrouwensbreuk

Ik ben kwaad op de leiding van het ACW. Die drong via Arco aan de tafel van Dexia voortdurend aan op zo hoog mogelijke dividenden en stimuleerde zo de waanzinnige risicocultuur die de laatste jaren het handelsmerk van Dexia werd, schreef Johan Van Overtveldt in Knack (25 april). De bittere waarheid zou er wel eens op kunnen uitdraaien dat onder meer de Arco-vertegenwoordigers in Dexia het zuurverdiende zogenaamd veilige spaargeld van de Arco-vennoten hebben weggespeculeerd . Dat deze vennoten stuk voor stuk piepkleine spaarders zijn, grote bedragen kon je immers niet kwijt in Arcopars, maakt het nog erger.

De Arcopar-coöperanten zijn vooral werkmensen die lang geleden via de vakbond ACV, het ziekenfonds CM, de al genoemde KAV of haar mannelijke tegenvoeter KWB, de christelijke gepensioneerdenbond of andere sociaal-christelijke verenigingen in het zakelijk web van de christelijke arbeidersbeweging verstrikt geraakten, of zich welgevallig lieten verstrikken.  Ik veronderstel dat voor deze loyale werkmensen de kortingen en voordelen bij andere zuilorganisaties die ze als Arcopar-vennoot kregen een grotere rol speelden dan bij mijzelf. Ik was al als jongvolwassene een vreemde eend in de beweging geworden en koos mijn lidmaatschappen enkel op grond van objectieve (service, kostprijs en kwaliteit) overwegingen. Op dat van CM na dan, waarvoor de emotionele binding van mijn vrouw als monitrice de doorslag gaf.

Toch voel ik me niet echt een uitzondering. Van die 800.000 coöperanten ben ik zeker niet de enige die in het stemhokje de weg naar de CVP of CD&V verloren is (eerlijk gezegd, ondanks mijn groot respect voor het engagement van vele politici van ACW-signatuur ben ik die ook nooit ingeslagen).

Revanchisme ongepast

Daarom vind ik het revanchisme en de stemmingmakerij tegen de Arco-deal die bij de concurrenten van CD&V vandaag wel eens oprispen, ongepast. Natuurlijk hebben die concurrenten bij stembusslagen, bij sociale conflicten, bij regeringsonderhandelingen of in het bestuur op elk niveau jarenlang moeten sakkeren en opboksen tegen de macht van de vertegenwoordigers van de christelijke arbeidersbeweging.  Ook nu drijft niet enkel in de politiek maar ook in de media de kritiek boven dat de waarborgregeling beklonken is in een sfeer van gekonkelfoes tussen de zuil en zijn ministers in de regering, een deal waarbij de zuil op kosten van de hele samenleving de reddingsboei kreeg voor haar eigen coöperanten. Groepsegoïsme dus.

Op grond van mijn eigen verhaal meen ik dat leedvermaak of wraakgevoelens misplaatst zijn en zelfs tegen het algemeen belang indruisen. De Arcopar-aandeelhouders bezitten die boekjes, zoals hierboven gesteld, al jaren (ikzelf sedert 1986), er kan al jaren niet meer op ingetekend worden (bij mij al niet meer sedert 2001) en de opbrengst is al jaren beperkt tot een opgespaard dividend. Ik denk dat het aantal kiezers van CVP en later van CD&V bij die 800.000 Arco-vennoten jaar na jaar is afgenomen, recht evenredig met de neergang van de Vlaamse christendemocraten in het gehele Vlaamse electoraat.

Wie dus, zoals Jan Jambon (N-VA), bij het bekendraken van de onrustwekkende mare van Almunia uitroept dat dit “goed nieuws is voor de Belgische belastingbetalers” (aangezien ze, indien de commissaris gelijk krijgt, verlost zouden zijn van de waarborg ter waarde van maximaal 1,5 miljard euro), schoffeert waarschijnlijk een flink deel van zijn eigen kiezers.

En er is nog iets: de reden die Leterme aanhaalde om de waarborgregeling toe te staan, een “run on the bank” Dexia vermijden, staat vandaag nog evengoed overeind ten aanzien van haar opvolger, de staatsbank Belfius. Het geschokt vertrouwen van de Arco-vennoten in de Arco-leiding, dus het ACW, zou wel eens kunnen uitmonden in een financiële wraak die Belfius treft. De Arco-coöperanten zouden volgens ramingen immers een kwart van het spaargeld van de gewezen Dexia Bank bezitten.  Zou het goed nieuws zijn voor de belastingbetalers indien de bedrogen Arco-spaarders-coöperanten massaal hun spaarrekeningen bij Belfius opzeggen? Nog altijd vrezen de werknemers van Belfius, die zoals zovelen in de banksector al wat herstructureringen te verwerken hebben gekregen, voor hun job.

Vertrouwen in de instellingen, zoals je bank, is een kostbaar en zeldzaam goed geworden in onze democratische samenleving die in Brussel de Europese keizers van vandaag herbergt.  De vruchtbare grond waarop de Europeanen sinds decennia vaste voet meenden te hebben, is aan het schuiven. Terwijl de wereld in een ijltempo verandert, groeien ook in Vlaanderen het onbehagen en het  wantrouwen. En wijkt het mededogen, zoals de middenklasse uit de sociale woningen. De arbeiders en hun kinderen die zich hebben opgewerkt, geëmancipeerd en ontwikkeld, dankzij een politiek die veelal gegrondvest was op de idealen en de mobilisatiekracht van de christelijke arbeidersbeweging, stellen vast dat de toekomst niet meer lacht en de leiding honteus zwijgt. Welk verhaaltje moeten Pieter, Veerle, Luc en Geneviève vandaag vertellen?

24-04-12

Bezinning na de val van Van Den Driessche

“De manier waarop deze karaktermoord in vergelijking met soortgelijke gevallen op het snijvlak van politiek en media ten uitvoer werd gebracht, slaat mij met verstomming”, antwoordde ik zondag op facebook aan een liberale vriend die meldde dat “heten Pol uit de politiek stapt, een schuldbekentenis die kan tellen”. Ik ken Pol persoonlijk. Ik ken zijn goede kanten en ook zijn kwalijke. Over het karakter van Pol is al genoeg geschreven.  Meer dan zijn goede kanten gaat die kwalijke reputatie die hem zijn lijsttrekkerschap kost, in de wereld van de politiek en de (politieke) journalisten al zowat een kwarteeuw mee.

Voor alle duidelijkheid, machogedrag tegenover vrouwen, seksuele intimidatie, seksueel ongewenste intimiteiten laat staan losse handjes, het ligt niet in mijn aard. Ik begrijp dat veel vrouwen het ronduit walgelijk vinden.   Maar wat er na de publicatie in Humo van vorige week in de media is gebeurd, verdient bezinning.

Ik heb de indruk dat de manier waarop de media de koek warm hebben gehouden, zelden voordien is vertoond. Vooral de journalisten van de nieuwsprogramma’s van de VRT toonden zich bijzonder creatief in het bedenken van nieuwe invalshoeken en interviewden ijverig een school aan deskundigen of collega’s. Nieuwe getuigen ten laste doken er na de artikelen in Humo niet op.

Ik herinner me wel  spraakmakende woorden van die verbeten auteur van de reportage in Humo. Gevraagd naar een reactie op een aangekondigde klacht wegens laster en eerroof, dreigde hij ermee om “de poorten van de hel” te openen indien die zaak “op het publieke forum” zou worden uitgevochten. Hallo zeg. De poorten van de hel? Als de Humo-journalist zicht had op de hel, waarom had hij er dan al niet meteen de poorten van geopend? Het publieke forum? Wie heeft de reputatie van Pol die tot dan enkel bekend was in de Wetstraat, op het publieke forum gegooid met voor gevolg dat, in de dagen die volgden, alle Vlamingen ervan werden voorgelicht ?

Ja maar, het gaat niet om de seks, zei de journalist en hij meende het, het gaat om het machtsmisbruik dat Pol als hoofdredacteur heeft gemaakt om ondergeschikte vrouwen seksueel te intimideren en te bepotelen.  Relevant dus, met name: wat moet dat niet worden als zo’n man het tot burgemeester van Brugge zou schoppen?

Ik heb enkele jaren op redacties gewerkt. En op kabinetten en partijen. Ik ken veel ministers en politici met een vlekkeloze reputatie. Ik ken ook een dozijn politici van verschillende kleuren waarover in de Wetstraat  al jaren geruchten circuleren over seksuele intimidaties, losse handjes en machtsmisbruik.  Zij zijn al burgemeester, parlementslid, partijvoorzitter, minister of ze zijn het geweest.  Als er van die geruchten eens iets de media haalt, volgt doorgaans geen mediastorm, maar wordt de zaak snel met een mantel der liefde bedekt. 

Wel, ik meen dat een redactie voor vrouwen een vagevuur is in vergelijking met de hel die bijvoorbeeld een ministerieel kabinet kan zijn.  Op een redactie heb je rechten, er heerst een cultuur van free speech. Kabinetsmedewerkers zijn veel sterker overgeleverd aan de willekeur van hun minister of meerdere dan journalisten aan hun hoofdredacteur of chef. Op een kabinet bestaan geen vakbonden, geen bemiddelaars of vertrouwenspersonen, geen beroepsprocedures tegen een ontslag. Wie er begint te werken, weet dat ook. Hij of zij weet ook dat het een tijdelijke opdracht is. Hij of zij weet dat absolute loyauteit, flexibiliteit en inzet wordt verwacht, en je best behoedzaam omspringt met kritiek.  Op een kabinet ben je met een vingerknip de laan uitgestuurd, zonder verhaal. En dat gebeurt ook.

Het is voor een vrouwelijke kabinetsmedewerker veel moeilijker om de avances van een hiërarchische meerdere te weerstaan dan voor een journaliste. En daarmee wil ik de getuigenissen van de ex-Nieuwsblad-journalistes niet minimaliseren.  Ik denk alleen dat een door de chef of minister begeerde prooi op een kabinet onmiddellijk voor de keuze staat: instemmen of vertrekken. Er zijn voorbeelden van vrouwen die instemmen. Sommigen van hen kennen nadien een carrièreboost. Het is meestal niet duidelijk of dat uit eigen verdienste is of een wederdienst.

Er is weinig bekend over vrouwen die niet instemmen. Ze hangen dat niet aan je neus.  Sommigen vertrekken plots, zonder aanwijsbare reden.  Ik betwijfel zelfs of er in de politiek en haar belendende percelen vrouwelijke slachtoffers van ongewenste seksuele intimiteiten bereid gevonden zouden worden om te getuigen.  Misschien dat een goede onderzoeksjournalist van Humo zo’n eitje ook wel kan pellen.   

Humo heeft de voorbije week een mediaheisa ontketend, die Van Den Driessche na enkele dagen tot overgave dwong.  Seksuele intimidatie van vrouwen op de werkvloer wordt vandaag terecht als iets verwerpelijks beschouwd. Vrouwelijke journalisten en tienduizenden vrouwen buiten de pers hebben in hun leven wel eens te maken gehad met ongewenste seksuele intimiteiten, op of buiten de werkvloer. Zij identificeren zich met de ex-journalistes van Het Nieuwsblad die meteen bij Reyers Laat hun verhaal kwam doen.  Er is geen verschoning voor zo’n vrijpostig gedrag. Maar het is lekkere kost voor elke lezer, voor elke luisteraar of kijker. 

Bovendien is Van Den Driessche in de media en ook dankzij de media een bekend figuur. Hij laat je door zijn karakter, door zijn goede en zijn kwade eigenschappen, niet onverschillig. Hij was hoofdredacteur van Het Nieuwsblad, politiek analist bij VTM, zelfs een kleurrijk woordvoerder van Cercle. Media brengen makkelijker nieuws over de media of over mediafiguren.

Elke dag werd ook het vizier gericht op N-VA, de conservatieve partij die normen en waarden belangrijk vindt en haar geloofwaardigheid als haar hoogste goed beschouwt. Steunt de partij die, tot vreugde van velen en tot weerzin van vele anderen  volgens de peilingen in oktober de machtsverhoudingen omver zal gooien, haar lijsttrekker in Brugge nog? Conflict: je bent voor of tegen Pol, voor of tegen N-VA. Dag na dag werd de zaak in de media warm gehouden, vooral op de openbare omroep, de marktleider en vaak spoortrekker inzake politieke berichtgeving. Het stopte niet meer.

Zo werd het onhoudbaar  voor Pol en zijn gezin, en ook voor N-VA. Ik wed dat het anders gelopen zou zijn indien Pol niet voor VTM maar voor de VRT zou hebben gewerkt, en hij niet de van verkiezingssucces zwangere kandidaat-burgemeester van Brugge voor N-VA zou zijn geweest. De media zijn er door deze nieuwsfactoren in geslaagd om een kandidaat-burgemeester zonder proces of juridische uitspraak, ertoe te brengen af te zien van zijn lijsttrekkerschap, zich terug te trekken van een verkiezingslijst en daarmee te verzaken aan zijn fundamenteel mensenrecht om zich kandidaat te stellen bij vrije, democratische verkiezingen. 

Gelukkig kan Humo die scalp aan zijn gordel hangen zonder dat de zaak moest uitgevochten worden op het publieke forum.     

19-04-12

DS maakt mijn dag

De Standaard heeft vandaag mijn dag weer eens een heerlijke start gegeven. Een greep uit de krant. Om te beginnen het Moment!  van Bart Dobbelaere, dat ik al niet vaak oversla maar me vandaag als erg herkenbaar treft omdat ik ook tot de kwijnende groep jongens hoor die nog man werden in het leger. Verderop schrijft Veerle Beel opnieuw een schitterende aflevering van Tussen twee huizen, haar reeks over kinderen van gescheiden ouders.  Hoe ze zich inleeft in het wereldje van de 9-jarige Vic, voor wie ‘het niet zo tof is’, mooi om lezen.

Op de opiniepagina’s een gelid van ijzersterke columnisten. Twee van hen hebben het over de stad waar ik werk, waar ik me vaak erger maar waarvan ik hou: Brussel. Luckas Van der Taelen vertelt hoe een Waalse televisiemaker allerlei drek over zich krijgt, vooral van PS-kopstuk Philippe Moureaux en ULB-docent Souhail Chichah, omdat hij een islamofobe reportage zou hebben gemaakt. De ULB-docent bestond het op te roepen tot een betoging van antiracisten voor de poorten van de RTBf. Hij richtte een facebookgroep op, met de naam van de journalist en de toevoeging Légion Wallonne, waarin hij de journalist ‘de zoon van Degrelle’ noemt en hem afbeeldt als Hitler.

Het doet me denken aan het ontslag van die chirurg van het Universitair Ziekenhuis in Brussel, omdat hij in een woedende uitval een joodse assistent neonazistische beledigingen naar het hoofd slingerde. De VUB vond dat dit niet strookte met haar kernwaarden. Ik ben eens benieuwd of de ULB in de strapatsen van haar docent ook een probleem zal zien met diezelfde kernwaarden. 

Wat verder geeft Béatrice Delvaux  ook commentaar op de zaak, in een column met de zware titel Brussel, sociale bom. Mijn respect voor de gewezen hoofdredacteur van Le Soir neemt toe, omdat ze de problemen in Brussel van langsom minder wegmoffelt en er oprecht bewogen over schrijft. Zoals vandaag:  ‘Helaas zijn Franstalige politici in Brussel te vaak geneigd om te minimaliseren, problemen onder de mat te vegen en mensen die lastige vragen stellen, van naïviteit te beschuldigen of te verwijten dat ze de Vlamingen in de kaart spelen. Dat is idioot en vooral onverantwoordelijk.’ Zelden hoor je zoiets van Franstaligen.

En tot slot is er Rik Torfs. Van mijn katholieke opvoeding heb ik onthouden dat je ijdele mensen niet te vaak mag strelen, maar hier toch mijn hoed af voor die intelligente ironie in zijn column Zero tolerance. Ik kan natuurlijk niet alles citeren, maar deze mooie (liberale) zinnen vond ik erg treffend: ‘Ik geloof eerder in de vrijheid dan in de wet. De wet is er om de vrijheid te beschermen, niet om haar te beperken. Als die voorwaarde is vervuld, kunnen we over nultolerantie spreken. Dan is ze wat ze hoort te zijn, een noodzakelijk kwaad, geen morele overwinning.’

Dank u, redactie van De Standaard. Jullie zijn vandaag in een krachttoer geslaagd: me tevreden maken dat de trein alweer eens met een kwartier vertraging in Brussel-Centraal arriveerde.

09:56 Gepost door peter in Actualiteit, Algemeen, integratie, media | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |