08-02-10

De grote Luc Van den Brande-show!

De sympathieke gewezen Vlaamse minister-president Luc Van den Brande wordt de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT. Een betere voordracht kon CD&V niet doen. Van den Brande is in de ogen van velen dan misschien een politicus uit het verleden, maar ik verzeker u, met een door weinigen vermoede toekomst voor zich.

 

Wie de man als geestig tafelcauseur heeft meegemaakt op de asperge-feestdissen voor de Wetstraat-pers (ik geef het toe, de VTM had toen nog zijn plechtige communie niet gedaan), weet dat hij als stand up comedian een veel groter talent was dan zijn opvolgers als minister-president. Hij was ongetwijfeld beter dan Yves Leterme, wiens hilarische blunders iedereen nog wel kent, maar die nooit heeft leren acteren. En Van den Brande zou zelfs Kris Peeters achter zich laten in de Comedy Casino Cup. Al zou die laatste het wel beter doen in een wedstrijd naäpen zoals Michael op de VTM, bijvoorbeeld van George Clooney.

 

Het probleem waar de politicus in minister-president Luc Van den Brande toen, in de tijd dat Jean-Luc Dehaene nog premier was, vooral mee worstelde, was een beetje te vergelijken met het probleem van de Open Vld vandaag, voor wie tenminste Bart Brinckman van De Standaard ernstig neemt: “helaas hecht niemand geloof aan haar communautaire standpunten”. Maar zijn disgenoten aan het lachen brengen, dat kon Van den Brande als de beste!

 

De komiek in Van den Brande had spijtig genoeg ook een handicap: stop een micro onder zijn neus, zet een camera op zijn gezicht, en hij verkrampt. Dan krijgt hij alleen nog wetstratees uit zijn keel geperst, trekt hij zijn gezicht in een onsympathieke serieux zoals hij meent dat het een Leider past, laat hij zijn hond tijdens het interview ongestraft rollebollen met een rubberen haan, enfin wordt hij de Vlaamse Gauleiter zoals de kwade tongen in de Wetstraatpers hem zeer ten onrechte noemden.

 

Als voorzitter van de VRT krijgt hij nu elke gelegenheid om zich te oefenen in micro- en camerabestendigheid. En krijgt hij ook een forum om Vlaanderen en de wereld kennis te laten maken met zijn grote inzichten en geweldige uitzichten. Totnogtoe kreeg hij die grote inzichten en uitzichten alleen kwijt in het Comité van de Regio’s, een orgaan dat ergens opereert onder de vleugels van de Europese Unie en waar totnogtoe weinigen buiten de Wetstraat van hadden gehoord.

 

In de Wetstraat is het al lang geweten wat een grote staatsman Van den Brande wel is. Ter illustratie raden we u stellig de lectuur aan van een recente vierkleurenbrochure uitgegeven door dit Comité van de Regio’s, getiteld “Politieke resultaten van het Comité van de Regio’s onder het voorzitterschap van Luc Van den Brande”. Het eerste deel van de titel, tot en met het woordje Regio’s is vet gedrukt, de rest, bescheiden als Van den Brande van nature is, staat vanzelfsprekend magertjes op de voorpagina gedrukt.

 

De brochure telt liefst 20 pagina’s vol politieke resultaten, afgewisseld met 26 foto’s. Op vijf van die foto’s is Luc Van den Brande niét herkenbaar terug te vinden, althans niet met onze ogen die zich al door een leesbril laten bijstaan. Geef toe, een score van meer dan 80%, waarmee hij zeker een grote onderscheiding zou hebben behaald in het rapport van De Standaard over de Vlaamse politici! Toch tenminste op het onderdeel "communicatie".

Maar wat een formidabele politicus moet Luc wel niet geweest zijn, daar in dat Europese gremium, als dit beslist een brochure aan je voorzitterschap te wijden! En wat een geweldige tijden staan de VRT nu met zo’n voorzitter te wachten, eens hij voldoende geoefend is om zijn cameraverlamming te overwinnen. Eindelijk een alternatief voor de heruitzendingen van “De Jos Bosmans Show” uit het Peulengaleis!

15:36 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

28-01-10

Laffe Peumans en moedige De Crem

Zou ik eens een stukje schrijven over hoe laf ik het vind dat de voorzitter van het Vlaams Parlement zijn republikeinse overtuiging en vooral anti-Belgische sentimenten laat voorgaan op zijn ambtelijke plicht om de democratische instelling die hij voorzit te vertegenwoordigen op de receptie van de zogenaamde gestelde lichamen in een paleis van een ondemocratische instelling?

Of zou ik eens een stukje schrijven over hoe moedig ik het vind van een minister om ons leger grondig te herstructureren, zonder zich daarbij te laten beïnvloeden door argumenten betreffende de geschiedenis, de paraatheid, de taalrol, de legerplaats, of de operationele inzet van de eenheden, waarvan de militairen zelfs tot in het verre Afghanistan, op missie in opdracht van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie van vrije westerse democratiën, beperkingen krijgen opgelegd aan grondwettelijke vrijheden?

10:57 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

21-01-10

Een pintje is hier een primus

Als Haachtenaar hoor je primus te drinken. En hoor je Stella te verafschuwen. Nu meer dan ooit is dat het geval. De manier waarop AB InBev in Leuven een herstructurering tracht door te voeren terwijl de gigant reusachtige winsten maakt, vindt geen genade bij de publieke opinie, laat staan bij de bierdrinkers, laat staan in Haacht en omstreken, waar dat kleine broertje van de Stella al jaren in de schaduw van de grote broer overleeft.

Ik ben opgegroeid in de schaduw van de Primus Haacht Brouwerij. Om 12 u en op de andere uren van de brouwerij-shifts wedijverden de klokkentoren van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Gedurige-Bijstand-kerk en de stoomfluit om de aandacht van het gehucht Haacht-Station. Ik zat in de klas met zonen en dochters van mannen die in de brouwerij werkten. De Brigands, de scoutsvereniging waar we allemaal bij waren, mocht als lokaal een oude brouwerijwoning gebruiken. Veel jongens gingen in de brouwerij hun eerste vakantiejob doen. Het was een stuk van ons, die Primus, een stuk om trots op te zijn.

Voor mij, en ik vermoed voor nog heel wat andere gemeentenaren, was Stella niet enkel slecht omdat Primus van Haacht was. Dat had ook te maken de grote eigenaar van de Stella, ook een dorpsgenoot. Eén met een eeuwenlange traditie zelfs: de adellijke familie de Spoelberch. Een grootgrondbezitter met een reusachtig domein dat langs de vaart Leuven-Mechelen ligt en met zijn poortgebouw bijna de Sint-Hubertuskerk van de Haachtse deelgemeente Wespelaar binnenvalt.

Als kind maakte ik kampen en boomhutten in dat domein, sloeg ik op de vlucht voor de boswachter, ging ik vogels kijken door de verrekijker, exploreerde ik de ijskelders, besloop ik de familievilla’s verspreid over het domein, onderzocht ik er de avonturige bezienswaardigheden zoals de vervallen orangerie of een gammele brug over vijvers. Het arboretum van het domein geniet enige faam en op het internet vind je zelfs sporen van een “vzw stichting arboretum wespelaar” terug, met een Engelstalige website.

En dat stoort me nu, zie. Zo’n familie die volgens het weekblad Humo de rijkste is van het land. Zo’n familie met een kleine de. Zo’n familie met praalgraven op het kerkhof van Wespelaar waar ook mijn vader ligt. Zo’n graaf waar je als jeugdleider in het Frans moest gaan smeken aan de poort om met je welpen of jongverkenners een bosspel in zijn ondoordringbaar bos te mogen spelen. Zo’n graaf met een gigantisch domein, amper toegankelijk voor het publiek. Met open monumentendag, ja, in een publicatie van een heemkundige kring, ja.

En dan is er nog het verhaal van de moord op het domein, dat de gemeente verkilde. Ik vind er weinig van terug op de encyclopdie van tegenwoordig, het internet, en doe dus een beroep op mijn geheugen. In mijn herinnering werd er _ in het begin van de jaren negentig? _ een twaalfjarig meisje gewurgd met een elektriciteitskabel aangetroffen. Ze zou haar plechtige communie doen in Tildonk, nog een deelgemeente van Haacht waaraan het domein paalt. De dader, een nazaat van de graaf, werd aangehouden, schuldig bevonden, ontoerekeningsvatbaar verklaard, zou al lang terug op vrije voeten zijn. Op internet ontdekte ik wel dat twee senatoren naar Noblesse Oblige en dit misdrijf verwezen in een “wetsvoorstel tot opheffing van diverse bepalingen inzake de adel” van 15 januari 2002.

In Haacht smaakt de Stella dus even goed als de verbrandingsoven. Waarvan de volksmond er gerust op is dat hij er niet zal komen. Omdat de graaf er tegen is, naar verluidt.

 

 

15:55 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook | | |

20-01-10

1Para ontbinden?

 

 

Pieter De Crem is vorige week ingegaan op de vraag om de kazernes van Aarlen en Bastenaken in weerwil van zijn oorspronkelijk hervormingsplan waaraan geen komma zou veranderd worden, toch open te houden. De minister van Landsverdediging zwichtte volgens eigen verklaringen voor de historische waarde van Bastenaken, van waar de Amerikaanse generaal Arthur Mc Auliffe, de bevelhebber van de 101st Airborne Division, in 1944 het geallieerde bevel voerde tegen het Duitse Ardennenoffensief.

 

Voor de historische waarde van de Belgische troepen die deelnamen aan dit Ardennenoffensief, heeft de minister niet het minste begrip. Hun eenheid, het 1ste bataljon Para, dat zich op het moment van de beslissing ver van huis op operatie in Afghanistan bevindt, wordt ontbonden. Hun kazerne, de als monument beschermde Citadel van Diest, gaat dicht.

 

De wortels van 1 Para liggen bij het Belgisch SAS-eskadron dat meevocht in het Von Rundstedt-offensief in de Belgische Ardennen. Het Belgisch eskadron maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog onder leiding van Eddy Blondeel, deel uit van de Britse SAS (Special Air Service) Brigade. De parachutisten namen deel aan operaties in Frankrijk, België en Nederland. Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste geallieerde eenheid die voet op Belgische grond zette.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werden de Belgische SAS-parachutisten de ruggengraat van het 1ste bataljon Parachutisten, dat in 1953 zijn intrek neemt in de Citadel van Diest. Het 1ste Para nam de rode muts en het kenteken van de SAS over, het gevleugelde zwaard met de leuze ‘who dares wins’. Om die historische redenen wordt 1 Para het moederbataljon van de Belgische paracommando’s genoemd.

 

Terwijl De Crem officieel begrip toont voor de historische waarde van een kelder van waar een Amerikaans generaal de geallieerde troepen commandeerde, blijft hij vasthouden aan zijn beslissing om de moedereenheid te ontbinden die de tradities en symbolen bewaart van de Belgische soldaten die in Bastenaken mee hebben gevochten voor de bevrijding van Europa van het nazisme. Moest ik oudstrijder zijn, ik zou me diep beledigd voelen.

 

Er zijn nochtans alternatieven voor het begraven van 1Para, zelfs indien er een van de drie bataljons van de paracommando’s moet sneuvelen, en het afstoten van de Citadel. Dat beschermd monument binnen de stadskern van Diest is er trouwens niet zo slecht aan toe als De Crem het voorstelde in de commissie Landsverdediging. Volgens de bronnen in de kazerne loog De Crem daar het Parlement voor over tal van zogenaamde mankementen aan het kwartier. Een bezoek van de commissie Landsverdediging aan Diest zou al veel ophelderen. Bovendien biedt het nabijgelegen Trainingscentrum voor Parachutisten in Schaffen vele mogelijkheden tot gezamenlijk gebruik door 1 Para.

 

Een herbestemming van de Citadel is niet evident, door de bescherming als monument. Maar wat let de Vlaamse en de federale overheid om rond de tafel te gaan zitten? Het moet mits wat goede wil, logistieke en legistieke creativiteit mogelijk zijn om de enige citadel die Vlaanderen nog telt in stand te houden, ze in een ruime mate toegankelijk te maken voor het publiek, bijvoorbeeld via de uitbouw van het Pegasusmuseum over de geschiedenis van de parachutisten dat er nu reeds is ondergebracht, en het gebouw dienst te laten blijven doen als de thuis van het moederbataljon van onze para’s. Samenwerkingsfederalisme, heet zoiets sinds kort.

21:47 Gepost door peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |