06-12-12

Vlaams Belang blijft hardleers buitenspel lopen

Soms leert een tekst die de fractie van een politieke partij in een parlement indient, veel meer over de evolutie van die partij, of juist het gebrek daaraan, dan alle interviews met een nieuwe voorzitter of analyses waarover politieke journalisten of politologen in de media hun hersens hebben gepijnigd.

Neem nu de motie van de Vlaamse volksvertegenwoordigers van Vlaams Belang Linda Vissers, Stefaan Sintobin en hun fractievoorzitter Joris Van Hauthem tot besluit van de in de bevoegde parlementscommissie besproken beleidsbrief Inburgering en Integratie 2012-2013.

In een dergelijke motie doen de volksvertegenwoordigers namens hun partij aanbevelingen over hoe de bevoegde minister en de regering het beleid over een bepaald thema het komende jaar moeten voeren, waaraan ze prioriteit moeten verlenen, welke initiatieven ze moeten nemen. De Vlaams Belangers vragen de Vlaamse regering zes zaken. Ze moet:

- Het huidige vrijblijvende inburgeringsbeleid vervangen door een beleid gericht op assimilatie (aanpassing) aan de Vlaamse en Europese modelcultuur;

- Bij de federale regering aandringen op een verscherping van de immigratie, een beperking van de gezinshereniging, de aanpak van het misbruik van politiek asiel en het stopzetten van de regularisaties;

- Een volwaardig inburgeringsexamen invoeren en ervoor zorgen dat wie niet in dat examen slaagt, geen verblijfsvergunning krijgt;

- Naar Nederlands voorbeeld geld vragen voor wie inburgeringscursussen volgt, zodat de belastingbetaler daar niet langer voor moet opdraaien;

- Besparen in het integratiebeleid, ervoor zorgen dat de integratiesector zich volledig inschakelt in het Vlaamse aanpassingsbeleid en de subsidies schrappen voor projecten die in dat kader geen nut hebben;

- De subsidies voor de sinds 1974 wettelijk erkende islamitische godsdienst en haar erkende moskeeën stopzetten.

Met deze aanbevelingen heeft het Vlaams Belang er zorgvuldig over gewaakt zichzelf helemaal buitenspel te houden. De motie getuigt van een angstwekkende blindheid voor wat zich in Vlaanderen, in België, in Europa afspeelt. Ze bevestigt dat het Vlaams Belang nog altijd die oude anti-moslimpartij is die de zelfredzaamheid, de emancipatie, de integratie van immigranten in de Vlaamse Gemeenschap, in een relatie van wederzijds respect, waar mogelijk wil belemmeren in plaats van stimuleren. De aanbevelingen illustreren dat het Vlaams Belang liefst zo dicht mogelijk tegen de lijn blijft balanceren waarachter met zekerheid een veroordeling voor racisme wacht, een misdrijf dus.

Intussen is de helft van de bevolking van Antwerpen van niet-Belgische nationaliteit of van vreemde origine. Deze week werd in het Vlaams Parlement gedebatteerd over recordaantallen faillissementen en dus ook werklozen en jeugdwerklozen, en over armen en schoolverlaters zonder diploma en over mensen van allochtone origine, voor wie al deze alarmerende cijfers over een wankelend Vlaanderen in crisis nog een pak alarmerender zijn. Intussen stoten nieuwe Vlamingen in alle partijen op één na stilaan door tot de hoogste politieke ambten. Intussen maakt die andere partij die zich op het Vlaams-nationalisme beroept en die al honderdduizenden ex-Belangkiezers terug de warme voldoening heeft geschonken nuttig te kunnen stemmen, zich op om in eigen rangen de eerste burgemeester en districtsburgemeester van vreemde origine in Vlaanderen te vieren.

Het Vlaams Belang, met nochtans intelligente en belezen mensen in haar inmiddels uitgedunde rangen, moet nog altijd het bewijs leveren in staat te zijn zich te emanciperen van haar nu al bijna 35 jaar volgehouden, volslagen nutteloze positie naast het speelbord van de Vlaamse democratie.

16:39 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

21-11-12

Het verschil tussen november en april

Het woord april is samengesteld uit licht, vogelgezang en blijde verwachtingen. April is van alle maanden het hoopvolst. Bovendien, mijn vrouw verjaart in april. Het is zij die mij de wonderlijke schrijver Jón Kalman Stefánsson heeft aangeraden, uit wiens roman Hemel en hel ik de eerste twee zinnen hierboven heb geplukt.

Het boek beschrijft hoe een jonge man, omschreven als de jongen, zijn beste vriend verliest terwijl ze kabeljauw vissen op zee en hoe hij verder moet met dat gemis. Vorige week ben ik een jeugdvriend verloren die ik een korte tijd, zo ongeveer tussen mijn achtste en tiende levensjaar denk ik, tot we naar een ander dorp verhuisden, mijn beste vriend noemde. In een maand als november, in de gemiddelde jaren die achter me liggen van alle maanden het minst hoopvol, heeft zijn overlijden herinneringen aan mijn kindertijd omhoog gewoeld waarvan ik dacht dat ik ze al lang vergeten was.

Op latere leeftijd spreken mensen vaak over de onbezorgde en gelukkige jeugd die achter hen ligt. Pas als er opnieuw oud slib naar de oppervlakte wordt gestuwd, besef je dat je ook vaak ongelukkig bent geweest als kind, schrik had niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen, je klein en machteloos voelde, bespot en vernederd werd.  Pas nu hij er niet meer is, zie ik voorvallen terug waaraan ik in meer dan dertig jaar niet meer heb gedacht en waarin die beste vriend Dirk voor mij een steunpilaar was. Een van de vele die een jongen nodig heeft om groot en sterk te worden.

Misschien zorgt de confrontatie van de mooie woorden waarin het verhaal van de IJslandse jongen en zijn vriend gesteld is met de bewustwording over mijn eigen verlies van vorige week wel voor die paar kleine bootjes die beladen met verdriet mijn wangen omlaag drijven.  

13:43 Gepost door peter in Liefde, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jón kalman stefánsson, hemel en hel |  Facebook | | |

15-11-12

Maar buiten bleef het regenen

Vanochtend vroeg op de trein tussen Schaarbeek en Brussel-Noord las ik het volgende:

‘Hoor eens hoe het regent.’

‘Het regent hard.’

‘En je zult altijd van me houden, hé?’

‘Ja.’

‘En zal het er niets toe doen of het regent?’

‘Nee.’

‘Gelukkig. Want ik ben bang voor de regen.’

‘Waarom?’ Ik had slaap. Buiten viel de regen gestadig neer.

‘Ik weet het niet, liefje. Ik ben altijd bang geweest voor de regen.’

‘Ik houd ervan.’

‘Ik vind het fijn om erin te wandelen. Maar hij maakt het de liefde niet gemakkelijk.’

‘Ik zal altijd van je houden.’

‘Ik zal van je houden in de regen en in de sneeuw en in de hagel en… wat is er nog meer?’

‘Ik weet het niet. Ik geloof dat ik slaap heb.’

‘Ga maar slapen, liefje, en ik zal van je houden wat voor weer het ook is.’

‘Je bent niet echt bang voor de regen, hé?’

‘Niet als ik bij jou ben.’

‘Waarom ben je er bang voor?’

‘Ik weet het niet.’

‘Zeg het eens.’

‘Laat me maar.’

‘Zeg het eens.’

‘Nee.’

‘Zeg het eens.’

‘Goed. Ik ben bang voor de regen omdat ik er mezelf soms dood in zie.’

‘Nee.’

‘En soms zie ik jou er dood in.’

‘Dat is waarschijnlijker.’

‘Nee, niet waar, liefje. Omdat ik je kan beschermen. Ik weet dat ik dat kan. Maar niemand kan zichzelf helpen.’

‘Schei alsjeblieft uit. Ik wil niet dat je vannacht Schots en gek gaat doen. We zullen niet zo lang meer samen zijn.’

‘Nee, maar ik ben Schots en gek. Maar ik zal ermee uitscheiden. Het is allemaal onzin.’

‘Ja, het is allemaal onzin.’

‘Het is allemaal onzin. Het is alleen maar onzin. Ik ben niet bang voor de regen. Ik ben niet bang voor de regen. Ik ben niet bang voor de regen. O, o, God. Ik wou dat ik het niet was.’ Ze huilde. Ik troostte haar en ze hield op met huilen. Maar buiten bleef het regenen.

Toen ik dat gelezen had, moest ik het boek even neerleggen. Zo mooi. De trein stond inmiddels stil in Brussel-Noord. Ik had nog enkele pagina’s kunnen doorlezen tot in Brussel-Centraal. Maar ik wou  nog wat van die mooie woorden genieten. Toen viel me het idee te binnen om ze hier neer te schrijven. Zo. Dan zal ik nu eens beginnen aan het persoverzicht. Dat zal niet zo mooi zijn als die pagina uit Ernest Hemingway’s  Afscheid van de wapenen, de tragische liefdesgeschiedenis tussen een Amerikaanse luitenant en een Schotse verpleegster aan het Italiaanse front in de Eerste Wereldoorlog, die in 1929 voor het eerst als A farewell to arms werd gepubliceerd. Toe, lees het nog eens.

14-11-12

Het Brussels Gewest telt nog 77.000 autochtone inwoners!

Dat kan niet! Dat is onmogelijk! Het lijkt ongelofelijk, maar het staat wel impliciet in de beleidsbrief van minister Geert Bourgeois (N-VA) over Inburgering en Integratie. Ik verwees er vorige week al naar (Heel Vlaanderen is de Vlaamse Rand geworden).

Wat staat er expliciet in die beleidsbrief van Bourgeois? Een tabel getiteld Belgen met vreemde herkomst en vreemdelingen in het Vlaams en Brussels Gewest op 1/1/2011. De tabel geeft een overzicht van de doelgroep van het Vlaams integratiebeleid. Bourgeois erkent dat de cijfers niet geheel sluitend zijn, maar stelt toch dat minstens 14,6% van de inwoners in het Vlaams Gewest een vreemde herkomst heeft. In het Brussels gewest loopt dit op tot meer dan 60%.

De tabel geeft in enkele kolommen bijkomende informatie: aantal inwoners, aantal inwoners van vreemde herkomst (gedefinieerd op basis van de oudste nationaliteit van de persoon, en voor wie nog thuis woont de oudste nationaliteit van de moeder), aantal vreemdelingen, in absolute aantallen en percentages. De tabel leert dat het Brussels Gewest 1,118 miljoen inwoners telt, waarvan 688.677 (61,6%) van vreemde herkomst en 351.877 (31,5%) vreemdelingen (niet-Belgen dus, vooral uit EU-lidstaten). En impliciet leert een eenvoudig rekensommetje dan dat er nog 77.644 (6,9%) Belgen van autochtone origine in het Brussels gewest wonen.

O ja, voor ik het vergeet: er leven in Brussel ook duizenden studenten. En natuurlijk werken er op weekdagen enkele honderdduizenden pendelaars. Al die mensen (en de toeristen en bezoekers) bevolken een stad die op barsten staat en overloopt, tot Aalst, Mechelen en Leuven. Al die mensen van Brussel, binnen Brussel en buiten Brussel, houden van die stad en ergeren zich er tegelijk aan.

Over de bevolkingsexplosie van Brussel wordt al geruime tijd nagedacht. Sven Gatz schreef er bijvoorbeeld als politiek testament (samen met Luckas Van Der Taelen) de parlementaire conceptnota Vlaanderen in het Brussel van de toekomst. Brussel in het Vlaanderen van de toekomst over. Ik wil twee ideeën aan het debat toevoegen. Ze zijn controversieel, op korte termijn politiek onhaalbaar en heel misschien revolutionair. Wat ook geldt voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Mijn inspiratie haalde ik uit een hoorzitting die enkele weken geleden in het Vlaams Parlement plaatsvond met de professoren André Loeckx, Chris Kesteloot en Stijn Oosterlynck. Ze zijn de spilfiguren in een werkgroep die van de visietekst Naar een nieuwe gemeenschappelijkheid voor Brussel is bevallen.

De auteurs zoeken in die tekst o.m. naar manieren om stadsgebruikers van buiten de grenzen van de stad financieel te laten bijdragen aan het bestuur, in ruil voor politieke medezeggenschap. Een kanjer van een taboe: van grenzen, grendels en gegarandeerde vertegenwoordigingen, van alarmbellen, pariteiten, bijzondere meerderheden en evenwichten. Maar het is een feit dat Brussel, zoals alle steden, omgeven wordt door een rand, waardoor automatisch de politieke vraag rijst of de stad diensten kan verhalen op gebruikers die niet in de stad wonen. Want de stad is voor de randbewoners vaak de hoer die ze nodig hebben en verstoten, die ze haten en beminnen, maar die ze niet willen betalen.

Brussel heeft als Vlaamse, Belgische en Europese hoofdstad natuurlijk héél véél kosten. De stad krijgt daar ook speciale middelen voor, maar komt niettemin niet toe (tenminste: de gewestbegroting is nog altijd deficitair). De redenen daarvoor zijn velerlei maar hier irrelevant. Hoe dan ook dragen de niet-Brusselaars vandaag al op verschillende manieren bij aan de financiering van Brussel. Waarom zouden niet-bewoners, die allemaal tegelijk in kleine of grote mate stadsgebruikers zijn of voordelen van de stad genieten, in ruil voor een nader te objectiveren bijdrage ook geen medezeggenschap mogen hebben in het beleid van de stad?

Schrik niet, Brusselaars! Het omgekeerde gebeurt nu ook al tot op zekere hoogte: het Vlaams Parlement reserveert zes gewaarborgde zetels voor Vlaamse politici uit Brussel. Ze verpersoonlijken de band met Brussel nietwaar. Ze mogen zich alleen niet moeien met de Vlaamse gewestaangelegenheden (zoals mobiliteit en ruimtelijke ordening) en mogen alleen mee beslissen over de gemeenschapsbevoegdheden (zoals onderwijs en cultuur). Dat vind ik een verouderde en achterhaalde regeling. Waarom zouden de Vlaamse verkozenen uit Brussel hun zeg niet mogen hebben over de verkeersproblematiek op de Brusselse Ring, die hoofdzakelijk in het Vlaams Gewest ligt? Laat dus om te beginnen de Brusselaars in het Vlaams Parlement maar mee beslissen over gewestaangelegenheden.

En waarom geen volksvertegenwoordigers vanuit het Vlaams Gewest afvaardigen in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad? En vanuit Waals-Brabant in de Brusselse Gewestraad? En waarom laten we niet enkele Brusselse gewestparlementsleden toe in het Vlaams Parlement en de Waalse gewestraad? De dialoog en de samenwerking tussen het Brussels Gewest en het Vlaams (en Waals) Gewest zouden meteen permanent op de politieke agenda worden geplaatst. De Brusselse vertegenwoordigers uit Vlaanderen zouden hun kiezers in Vlaanderen een genuanceerd beeld geven over Brussel, werken aan wat ergert en hindert. En omgekeerd zouden de Brusselse parlementsleden hetzelfde doen voor hun kiezers in Brussel.

Het debat zou knetteren, maar men zou met meer kans op succes zowel de Brusselaar als de pendelaar absurditeiten besparen als de geplande drie shoppingcentra langs de rand of onmogelijke geluidsnormen voor de luchthaven die zowel de stad als de rand nodig heeft. En ja, Vlaanderen zou de impact van het uitdeinende Brussel erkennen maar die ook beter kunnen controleren en remediëren. En Brussel zou misschien beter begrepen en vanzelfsprekender gesteund worden door het ommeland.

Het tweede idee uit de visietekst betreft het onderwijs. Iedereen weet dat de bevolkingstoename ertoe leidt dat de onderwijscapaciteit in Brussel drastisch en dringend moet worden uitgebreid. En dat de kwaliteit van het onderwijs tegelijk moet verbeteren, dat er vormingen moeten komen die al dat jong geweld meer kansen bieden om gekwalificeerd de school te verlaten, zodat ze makkelijker aan een job en een toekomst geraken.

Waarom sluiten de Vlaamse Gemeenschap en de Franse (en de Cocof in Brussel) hiervoor geen nieuw Schoolpact af? Met een betere afstemming van eindtermen op competenties die maatschappelijk en economisch inzetbaar zijn en op meertaligheid, stellen de auteurs voor. Hoe makkelijk zou het niet worden om de territorialiteit in België als vanzelfsprekend te respecteren, als alle Brusselse scholen volop drie- of viertaligen zouden afleveren, maar minimaal tweetaligen Nederlands en Frans, die daardoor meteen ook toegang krijgen tot de hele arbeidsmarkt in België? Wat een mooi voorbeeld voor Europa, te realiseren in de Europese hoofdstad! Of is dat echt een droom?

Brussel zuigt, stoot en trekt aan zijn Rand, aan Vlaanderen. De mensen van de Rand vervloeken Brussel op dagen dat het spoor staakt. Ze vrezen Brussel in de donkere uren van de nacht of als de tv weer slecht nieuws over de stad brengt. En ze gooien achteloos hun peuken op straat, onderweg van en naar het Centraal Station.

Maar op andere dagen houden ze zielsveel van de stad zonder het zelf te beseffen. Ze staan in volle bewondering voor een doek van Permeke. Ze stralen van trots als oosterse toeristen het lichtspel op de Grote Markt fotograferen. Na een nu eens goed verteerbare file genieten ze van de keuze en keur op het Autosalon. Ze juichen in het Astridpark als Mbokani tegen Zenith Sint-Petersburg scoort. Ze schuifelen reikhalzend naar solden in de Nieuwstraat. Ze pochen tegen de buren over het Braziliaans restaurantje dat ze ontdekt hebben in die toch wel gezellige buurt aan het Sint-Gillis-Voorplein. Ze degusteren, consumeren en kijken zich de ogen uit de kop op de kerstmarkt.

Welk gat zou Vlaanderen zijn zonder Brussel? Op welke ramp zou Brussel afstevenen zonder Vlaanderen?

16:09 Gepost door peter in Actualiteit, integratie, politiek | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | | |

09-11-12

Goeiemorgen meneer, wij zijn van 11.11.11 en…

Het is weer zo ver: ik maak me op om een koude novemberochtend te spenderen aan het bedelen om geld van mijn dorpsgenoten  voor ontwikkelingssamenwerking, euro’s  van mensen die ik ken voor mensen in een ver land die niemand kent. Eerlijk gezegd, er zijn leukere dingen om in je vrije tijd te doen.  Toch draag ik dat kruisje, nu toch al ettelijke jaren na elkaar, op vraag van de gangmaker die tegelijk mijn schoonbroer is. Dat maakt die berg wat makkelijker te beklimmen.  Ik kijk er ook naar uit om Hein weer terug te zien, die knorrige oude vriend die het contact heeft laten uitdoven, op dat jaarlijkse rituele weerzien ter ere van de Derde Wereld na.

Nog vorige week zat ik op een vervelende bestuursvergadering wat te smiespelen met een buurvrouw die ik graag heb. Ik herinner me niet meer hoe we op dat onderwerp kwamen, maar ze bekende dat ze redelijk rechts is en dus bijvoorbeeld niets wil geven aan de Derde Wereld. Toen ik haar onvergeeflijk streng aankeek en opbiechtte dat ik elk jaar mee geld inzamel voor 11.11.11, trachtte ze zich eruit te redden door te zeggen dat ze wel doneert aan de Vierde Wereld, bijvoorbeeld door in Delhaize zo’n voedselpakket te kopen. Ze moest eens weten hoe vaak ik dat excuus al heb gehoord.

Na afloop van een andere vergadering vroeg iemand me wat ik dacht van de besparingen die alweer de ontwikkelingssamenwerking boven het hoofd hangen. Kan je niet helpen om een manier te bedenken waarop we die kunnen vermijden, vroeg ze. Maar mijn creativiteit schoot op dat moment spijtig genoeg te kort, zoals vaak wanneer er onverhoeds  en dringend een beroep wordt op gedaan.

In een opiniebijdrage in de krant De Standaard erkent zelfs een tiental derdewereld-organisaties dat ze “uiteraard” begrijpen dat ontwikkelingssamenwerking een steentje moet bijdragen als er bespaard moet worden in de begroting. Ze schuiven twee bedenkingen naar voren: dat de bevolking van het zuiden geen tweemaal de dupe kan zijn van de crisis in het noorden. Ontwikkelingssamenwerking heeft vorig jaar al een onevenredig groot deel van de besparingen gedragen. En dat het niet kan dat nagenoeg de volledige Belgische humanitaire hulp zou drooggelegd worden.

Inderdaad: het is grote crisis in België, in Europa. Nog steeds onversaagd zoekt onze federale regering  verder naar manieren en miljarden om het strenge begrotingspad te volgen dat de Europese Unie haar lidstaten oplegt. Maar. We hebben het hier nog altijd veel beter dan die mensen in het zuiden. Die mensen waarvan we in tal van verklaringen en verdragen in theorie erkennen en belijden dat ze stuk voor stuk dezelfde individuele fundamentele rechten hebben en vrijheden genieten als wij.

Die theoretische erkenning en herhaaldelijke belijdenis vergen wat mij betreft ook enig praktisch gevolg. Onder de vorm van solidariteit en samenwerking via overheden en niet-gouvernementele organisaties.  En ook onder de vorm van mijn persoonlijke bijdrage, hoe gering ook, een persoonlijke moeite, zoals dit tekstje schrijven, of zoals een uur of twee de straten van het dorp afschuimen om te bedelen.  

Te bedelen?  Dat is wellicht een te sterk woord. Beter is: geld in te zamelen en mensen te overtuigen voor dat goede doel. En bij het horen van de voorspelbare excuses te bedenken en te voelen hoeveel beter dat is dan te moeten bedelen om te overleven.    

12:06 Gepost door peter in Actualiteit, ontwikkelingssamenwerking | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 11.11.11 |  Facebook | | |

06-11-12

Heel Vlaanderen is Vlaamse Rand geworden

Op 7 november bespreekt de bevoegde commissie in het Vlaams Parlement de beleidsbrief 2012-13 ‘Vlaamse Rand’. De Vlaamse Rand is het gebied rond Brussel waar jaarlijks de Gordel doorheen fietst. Zoals de Gordel is het beleid in de Vlaamse Rand aan een grondige hertekening toe.  Met een klein beetje overdrijving kan je immers stellen dat vandaag heel Vlaanderen Vlaamse Rand is geworden.

Een rapport van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (De Vlaamse Rand: socio-economisch profiel en een blik op het Vlaams karakter) schudde politiek Vlaanderen in mei 2009 wakker: een nieuwe immigratiegolf zorgt voor een bevolkingsexplosie in het Brussels Gewest, die op haar beurt voor inwijkingsgolven zorgt, niet enkel in de klassieke Vlaamse Rand van negentien gemeenten rond dat Brussels gewest,  maar ook ver daarbuiten, van Aalst over Mechelen tot Leuven, inmiddels het ‘Brussel buiten Brussel’ genaamd.  De nieuwe inwijking is veelkleurig en veeltalig.  In navolging van de verfransing van vorige eeuw, maakte een nieuw woord zijn intrede: ontnederlandsing.

Het regeerakkoord van Peeters II dat na de verkiezingen van 2009 tot stand kwam, de beleidsnota van de nieuwe minister voor de Vlaamse Rand, N-VA’er Geert Bourgeois, en diens opeenvolgende beleidsbrieven erkenden de grote uitdagingen, maar staken tot mijn ontgoocheling verder de kop in het zand.  

Er kwamen geen nieuwe maatregelen, buiten de verderzetting van de pas gestarte inburgering en het al uitgeleefde Vlaamse Rand-beleid van de jaren negentig van vorige eeuw.

Al van ver in de vorige eeuw waarschuwden Vlaamsgezinde politici van buiten Brussel voor de Brusselse olievlek. De Vlaamse Rand rond Brussel, onze Vlaamse hoofdstad maar ook een institutioneel stevig vastgeriemd gewest van negentien gemeenten waarvan er enkelen strikt genomen tegelijk tot de grootste steden van de Vlaamse Gemeenschap behoren, moest beschermd worden tegen die overlopende olie-mensen uit Brussel.

De groene gordel rond Brussel hoorde groen te blijven. Het gezapige breugeliaanse platteland mocht niet ten prooi vallen aan de stad. De autochtone bewoners kregen goedkopere grond om niet te worden verdreven door rijke Franstalige bourgeois die de rust van het groen zochten. Het Nederlands, in de meeste gevallen slechts officieel de taal van de autochtonen, moest hoog gehouden, beschermd, gerespecteerd, gepromoot en gelukkig uiteindelijk ook aangeleerd worden. Kortom, het beleid om het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand te bewaren en verstevigen werd uitgerold.

De nieuwe immigratiegolf en de problemen die ze veroorzaakt, is helemaal anders dan de verfransende olie uit Brussel waartegen destijds het Randbeleid werd ontwikkeld.  Die nieuwe immigratiegolf wordt sinds enkele jaren binnen beheersbare oevers gedwongen door de verplichte inburgering voor nieuwkomers die minister Marino Keulen vorige regeerperiode pionierde. En door een integratiebeleid, dat weliswaar dringend gecibleerder en gestructureerder moet, maar ook daaraan wordt inmiddels gewerkt.  

Inburgering betekent Nederlands leren, een cursus maatschappelijke oriëntatie volgen (praktische zaken maar ook normen en waarden), een job zoeken of een geschikte opleiding vinden. En gelijktijdig en nog lang daarna volgt het integreren, een opdracht voor de nieuwe én voor de oude Vlamingen, waarin het onderwijs een cruciale omgevingsfactor vormt. Omdat de nieuwe Vlamingen de kans krijgen om samen met hun kinderen spelenderwijs Nederlands te leren,  en omdat de oude dankzij de nieuwe vriendjes van hun kinderen sneller openstaan voor de diverse wereld die in steden en gemeenten oprukt.

Schepenen van Vlaamse Zaken of Vlaams Karakter heeft Vlaanderen vandaag niet meer nodig, Schepenen van Onthaal en Integratie des te meer.  Zelfs in de Rand. Vermits heel Vlaanderen vandaag Vlaamse Rand lijkt, kan het budget om het Vlaams karakter van de Rand te versterken, worden overgedragen naar de budgetten voor onderwijs, voor beroepsopleiding, voor onthaal en integratie.

Met uitzondering van het budget voor de gemeenschapscentra in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel. Die centra moeten nog altijd in de plaats treden van onwillige gemeentebesturen. De in het oud België verstokte tweetalige Franstaligen die er de plak zwaaien, kunnen zich niet neerleggen bij het feit dat Vlaanderen een deelstaat is.  Ze menen dat ze immuun zijn voor Vlaamse regels. Sterker nog,  omdat ze blijven dromen van een Bruxelles à papa menen ze ook hun niet-Nederlandstalige inwoners te moeten onttrekken aan de regels van de Vlaamse overheid. Maar daardoor ontzeggen ze hen ook kansen op een groter welzijn, op emancipatie, op ontplooiing in een steeds diverser en meertaliger Vlaanderen.

Enkele burgemeesters bleven daarom een hele gemeentelijke legislatuur terecht onbenoemd. Intussen is de stad en de wereld (urbi et orbi) fundamenteel veranderd. In het Brussels gewest leven, volgens heel recente gegevens van de Studiedienst van de Vlaamse Regering waarnaar minister Geert Bourgeois verwijst in zijn beleidsbrief Inburgering,  meer dan 1 miljoen inwoners (93,1%) die vreemdeling (dus niet-Belg) of Belg van vreemde herkomst zijn, naast een kleine 78.000 Belgen van autochtone afkomst.

PS Net op het moment dat deze bijdrage klaar was, bereikte me een persbericht van minister Bourgeois, getiteld: ‘Bourgeois lanceert leidraad voor een goed Vlaams beleid’. Daarin maakt de minister bekend dat hij de recent verkozen mandatarissen in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand een pocket toestuurt om hen te ondersteunen bij het werken aan het Nederlandstalig karakter.  Nil novi sub soli.

15:46 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

02-11-12

Stilte rond Arco

Aan de oppervlakte is het stil rond Arco, de financiële poot van de christelijke arbeidersbeweging die in de poel van Dexia roemloos verzonken op de bodem ligt. Onder de oppervlakte woeden gevaarlijke kolken die ook de wereld buiten de poel grote financiële, politieke en maatschappelijke schade kunnen berokkenen.

Enkele dagen geleden kreeg ik een berichtje van een vrouw die me liet weten dat er nu een facebookpagina bestaat onder de naam: ARCOPAR: geef ons beloofde geld terug.  Ze heeft mijn persoonlijk verhaal van 4 mei over Arco gelezen op de blogs op www.dewereldmorgen.be of op http://peterdejaegher.skynetblogs.be. Geïnteresseerden kunnen die blogs herlezen indien ze het droevig verhaal van de Arco-spaarders-vennoten niet kennen. De vrouw roept me op lid te worden van de groep, wat ik prompt gedaan heb. De groep telt op dit moment nog maar 428 leden. Een schijntje van de naar schatting 800.000 coöperanten van Arco die er volgens de media zijn.

Het loont de moeite om de verhalen en boodschappen te lezen die de leden op die pagina hebben gepost. Mensen die zich bedrogen voelen door hun bank, door hun vakbond, door hun partij. Mensen die kwaad zijn en bezorgd. Mensen voor wie het heus een verschil maakt of ze die paar duizenden euro’s spaargeld (al konden die met meerdere gezinsleden als vennoot wel flink boven de tienduizend euro klimmen) kwijt zullen zijn of niet. Mensen die daarover nu al meer dan een jaar in onzekerheid vertoeven (mijn laatste uittreksel dateert van 1 april 2011). Die volgens verklaringen van de vereffenaars in het beste geval nog twee tot drie jaar zullen moeten wachten op een terugbetaling door de garantieregeling, als die dan tenminste niet vernietigd is door Europa of de Raad van State.

Mensen die zich radeloos voelen, hulpeloos en vermalen. Boven die pagina zie je hun profielfoto’s, een staalkaart van Vlaanderen: vrouwen die er opgewekt met hun kinderen op staan, fiere vaders met een pet of met een baby, ernstige mensen, grappenmakers, oud en jong. Ze voelen zich beroofd, niet door kwaadwillige, misdadige of vijandige organisaties of mensen van wie ze zoiets konden vrezen of verwachten, maar door instanties in wie ze een leven lang meenden alle vertrouwen te mogen hebben.

Sedert 4 mei hebben zich in het dossier van Arco eigenlijk geen nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. De zoekterm Arco invoeren in de persdatabank Mediargus levert nochtans tientallen hits op. We leren bijvoorbeeld uit De Tijd dat de Nationale Bank de regering had gewaarschuwd dat Europa wel eens bezwaren zou kunnen hebben tegen de waarborgregeling voor Arco die te elfder ure was uitgevaardigd. We lezen in tal van media dat Europa intussen nog altijd die waarborgregeling aan het onderzoeken is. In zijn woord vooraf schrijft een vooraanstaand Knack-journalist, die intussen in een journalistiek maquis ondergedoken lijkt, dat de CD&V, ‘door de ACW –holding Arco in de heilloze redding van Dexia te betrekken, haar belangrijkste steunbeer, de christelijke arbeidersbeweging, in de grootst mogelijke verlegenheid heeft gebracht’.

Op de website van het ACW verneem je niets meer over het standpunt van de beweging in de hele saga. Het lijkt wel of sedert Arco in vereffening is gegaan, de christelijke arbeidersbeweging niet langer nog iets te maken wil hebben met het onzekere lot dat het spaargeld van honderdduizenden spaarders-vennoten uit haar zuil boven het hoofd hangt.

Wie meer wil weten over het ontbindingsproces van Arco, moet naar de speciaal in het leven geroepen nieuwspagina die aan dat thema is gewijd op de site www.groeparco.be. De laatste toevoeging op die bladzijde dateert van 4 juli. In eerdere berichten wordt de vennoten aangemaand de site regelmatig te consulteren om op de hoogte te blijven van de recentste ontwikkelingen.

Nog even terug naar de korf persartikels waarin het woord Arco de jongste maanden is gevallen.  Er zit natuurlijk ook een uitspraak tussen van die onvermijdbare media-politoloog. Eind september waarschuwt hij in een interview over geloofwaardigheid de politieke partijen van de federale meerderheid in bedekte termen dat ze niet moeten schrikken van de verkiezingsuitslag, want de mensen zijn bepaalde zaken, en daarbij noemt hij Arco, nog niet vergeten. De partijen in de federale regering, die nu al geruime tijd onversaagd aan het blijven proberen is om de 3,7 miljard euro te vinden die haar begroting voor volgend jaar op koers houden, beseffen het na 14 oktober misschien iets beter.

De 800.000 Arco-coöperanten rekenen erop dat de belofte van de waarborgregeling gehouden wordt. Die kan de schatkist tot 1,5 miljard euro kosten. Maar het leeuwendeel van de Arco-coöperanten is ook klant bij de staatsbank Belfius. Volgens De Tijd zijn zij en de verschillende organisaties van het ACW goed voor 25 miljard euro deposito's bij Belfius Bank, op een totaal van 70 miljard euro. Ergens in mijn vorige blog over dit onderwerp citeerde ik een zekere Yves Leterme, die schrik had voor een run on the bank.

16:36 Gepost door peter in Actualiteit, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: arco, arcopar, acw |  Facebook | | |