22-10-12

De stoten van Léonard

Aartsbisschop André-Joseph Léonard vindt vrouwen belangrijk. Maar ze mogen geen priester worden. En hij wil dat de kerk mensen die zich nu vergeten voelen, beter zou aanspreken. Maar mensen die gescheiden zijn, blijven uitgesloten van de Heilige Communie. Soms heb ik de indruk dat Léonard het als zijn missie ziet om de kerk in Vlaanderen te hervormen tot een sekte.

Bij mijn vroegste herinneringen bevindt zich een flard van een verhaal dat mijn moeder me heeft verteld, waarin “de goede God” een rol speelde. Ondanks een katholieke opvoeding, ondanks jarenlang wekelijks volgehouden pilaarbijten, misdienen of koorgezang, waaraan ik nochtans geen trauma’s heb overgehouden, en ondanks een vorming in het katholiek onderwijs bij de Salesianen waaraan ik de beste herinneringen bewaar, heb ik in het jaar dat ik aan de Katholieke Universiteit van Leuven ben beginnen studeren mijn ouders verdriet aangedaan door de kerk mijn rug toe te draaien (op af en toe een feestdag of een rituele beleving als begrafenissen, dopen of huwelijken na) en ben ik God uit het oog verloren.

Ik ben niet anti-religieus geworden, integendeel, ik erger me vaak aan intellectuelen die zich superieur wanen aan wie in een God gelooft en zich geroepen voelen gelovigen van hun domheid te bevrijden. Laat duizend bloemen bloeien, vind ik. Wat is er menselijker dan geloof en twijfel?

Soms denk ik nog dat ik in God zou kunnen geloven. In die oude “goede God” van mijn prilste herinneringen. Die goede God zal mij mijn twijfel wel vergeven, weet ik in mijn diepste binnenste, mocht ik mezelf ooit toch onverwacht verplicht zien aan zijn hemelpoort aan te kloppen.

Maar steeds minder graten zie ik in de boodschap voor de kerk die Léonard verkondigt.

Ik heb enige bewondering voor Léonard. Omdat hij een overtuiging predikt waarmee hij als de leider van een instituut dat het grootste schandaal uit decennia nog lang niet te boven is gekomen, dapper tegen de stroom blijft roeien. Maar met de twee stoten waarmee hij dit weekend uithaalde op een persbijeenkomst naar aanleiding van de bisschoppenconferentie ter gelegenheid van 50 jaar Tweede Vaticaans Concilie, trapte de belangrijkste kerkelijke leider met zijn bewonderenswaardige moed alweer onverzettelijk op mijn hart en op het hart van velen.

Want hij gaat in tegen het beeld van de goede God. De God die oproept om je naaste te beminnen zoals je zelf, kan in zijn Huis toch niet zomaar gescheidenen uitsluiten van het intiemste ritueel tussen een gelovige en Jezus Christus?

En de vraag over het openstellen van het priesterschap voor vrouwen beantwoordt Léonard vanuit het probleem dat er een priestertekort is, waarvoor hij het geen oplossing noemt. Léonard erkende in het VRT-nieuws wel dat het theoretisch mogelijk zou zijn (wat hij daar ook mee bedoelde), maar dat het nu eenmaal niet op de agenda van de bisschoppenconferentie staat. Hij benadrukte dat vrouwen belangrijk zijn voor de kerk en dat ze heel wat zaken beter doen dan mannen. De reden waarom vrouwen geen priester kunnen worden heeft volgens Léonard te maken “met de symboliek van de priester als vertegenwoordiger van de Christus-bruidegom van de mensheid” en die reden moet de kerk beter uitleggen.

Sorry, maar die symboliek gaat op zijn beurt voorbij aan enkele maatschappelijke evoluties sedert de opschriftstelling van de bijbel. En de kwestie van het vrouwelijk priesterschap enkel afwijzen als mogelijke oplossing voor het probleem van het priestertekort gaat voorbij aan het respect voor de gelijkheid van alle mensen.

Mijn ervaring met de vrouwen waarmee ik samenleef is dat je vrouwen eerst moet respecteren voor je ze kunt beminnen. Als je vrouwen niet als de gelijken van mannen kunt beschouwen, respecteer je ze niet en kan je ze ook niet beminnen als je naaste.

Zo schiet de kerk tekort in wat ik de mooiste opdracht voor een katholieke gelovige blijf vinden en de meest waardevolle erfenis van het christendom. Tussen haakjes: geen enkel geloof dat zich hardnekkig vastklampt aan geschriften en dogma’s die eeuwen teruggaan om de evolutie en de vooruitgang van de mens te betwisten, kan vandaag nog een blijde boodschap brengen.

16:15 Gepost door peter in Actualiteit, Liefde, media | Permalink | Commentaren (0) | Tags: léonard, kerk |  Facebook | | |

18-10-12

Ze werden veertig en vonden het fantastisch

De meesten had ik in 23 jaar niet gezien. Hun namen kreeg ik niet allemaal meer uit mijn geheugen opgediept, behalve de namen van mijn dorpsgenoten. Die kende ik al van jongsaf en ik liep ze nadien soms nog tegen het lijf, in het station, op café, op een of andere fuif voor oudere mensen, en een robbedoesje heeft het zelfs tot schoonzus geschopt. Deze blog draag ik op aan Peggy, van wie ik ’s anderendaags hoorde dat ze ziek thuis haar kas zat op te fretten.

De vier co-begeleiders zijn vanzelfsprekend op de mooiste plaatsen in mijn memorie gegrift. Natuurlijk, mijn broer was erbij.  Achteraf bekeken deden we dat heerlijke jaar volgens mij voor het eerst samen iets dat we alle twee belangrijk vonden, zonder dat ik me zes jaar ouder moest voelen, voor mij was dat het laatste jaar, hij deed er nog enkele bij. Ook met de andere drie vond ik bij elk sporadisch weerzien in die kleine kwarteeuw snel de vertrouwde golflengte terug van uitgelaten geborgenheid die zo ingetogen voelt en met een simpel woord vriendschap heet. 

Iemand had voor wat dia’s gezorgd en een beamer. De mooiste vond ik de ordeloze veelkleurige troep slaapzakken op een dik, bruin, zacht bed van naalden in het ochtendlicht onder hoge dennenkruinen. Hoewel je het op de dia niet kon zien hoorde ik nog wat lager de Semois ruisen. En ’s morgens werden we gewekt door wandelaars die de GR langs de rivier volgden.

Dia’s van kajaks, van een partijtje catch met bruine zeep, een death ride bij de para’s, een hoop mensen op elkaar in een spel dat boortoren heet. Jonge mannen en vrouwen klimmend op de rotsen, gesticulerend voor hun tent, zittend op elkaars schoot, ad fundums van het leven drinkend op de tournée générale die een scoutskamp op die wonderlijke leeftijd is.

Kijk, zei nog iemand, ik heb mijn konijntje aan. Het betrof een hangertje met een glanzend zwart beeldje van een konijn aan. Zegt het je niets? Ik fronste. Intussen werd de groepsfoto geprojecteerd.  Teveel mensen om toeval te zijn droegen een gifgroene sweater. Ach ja, die uniformsweater. Met het konijn op dat waf! zegt. Het zal de enige dia zijn waarop ik mezelf herken, nog met een veel te grote uilenbril.

Een van de meisjes heeft ook een bril op. Ik herinner me niet meer of dat toen ook al zo was.  De manier waarop ze lacht en haar grappige wipneus herken ik wel. En ook de manier waarop ze danst, heftig, hoekig, vrijgevochten, nog altijd een lust voor het oog.

Een ander zie ik terug voor me zonder haar. Verloren bij het kruipen door het oog van een naald met leukemie, vertelt ze lichtvoetig als ging het om een verkoudheid, en dat haar is nooit teruggekeerd. Ze kan er mee lachen want nu voelt ze zich lekker en ze koestert hoge verwachtingen van de volgende dag. Ik ook.

Op een dia staat een zwartharige met een gebruind velletje zo mooi  als alleen jonge meisjes dat kunnen te lachen naar het leven dat haar wacht. Haar haar is nog even zwart en haar huid nog donker als ze plots naast me opduikt op de dansvloer. Ze danst niet veel maar uitgelaten, losgebroken. Kijk daar, wijs ik naar haar dia. Ze lacht terug. Je lacht nog altijd jong denk ik, maar wellicht heeft je leven je inmiddels omsingeld.

Dat is het verschil met 23 jaar geleden. Hun leven is al dan niet bewust, al dan niet gewild een richting uitgevloeid waarvan geen weg terug bestaat. Drie kinderen heeft de ene intussen, vier de andere. Sommigen hebben peuters, anderen hebben al een humaniorastudent, of twee, de meesten een loopbaan die niet langer alle kanten uit kan. De spring-in-t-velds van toen kregen moederheupen. Een schelmse jongenslach schuilt nog onder een schitterende schedel.

Zo spijtig dat Wim niet kon komen. Een van de meisjes nam de foto van de leiding van de districtsjin uit 1989-1990 dan maar met vier in plaats van vijf. Nu die geweldige groep van 17- en 18-jarigen van toen veertig is geworden, ziet deze gewezen scoutsleider de vijftig naderen. Nog altijd met dromen en grote verwachtingen.

21:30 Gepost door peter in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | | |

12-10-12

Mia en andere weldaden van het feminisme

In Boortmeerbeek stappen ’s ochtends vier dames op de drukke piekuurtrein die van Leuven over Mechelen naar Brussel rijdt. Af en toe zijn ze met vijf, ze werken immers niet allemaal voltijds, of toch niet volgens hetzelfde uurschema. En al wisselt de samenstelling van het kwartet daardoor al eens, ze proberen elke keer bij elkaar te zitten. Ten laatste in het station van Mechelen, waar veel reizigers afstappen vooraleer er nieuwe opstappen, lukt de gezellige vereniging. Soms help ik hen door een plaatsje op te schuiven of zo.

Ze hebben elkaar altijd veel te vertellen. Af en toe vang ik wat op. Zo kom ik aan de weet dat een van hen een weekendje is gaan shoppen in Londen, het bewijs trots aan de voeten. Of ik verneem dat er op het werk van een andere een nieuwe collega is aangeworven, waarmee het lastig opschieten is. Ik leef mee met de jonge moeder, die in paniek schiet als iemand vertelt dat het kleuterschooltje in het dorp bijna vol zit en ze zich realiseert dat het tegenwoordig nodig is om je kind tijdig in te schrijven.

Merkwaardig hoe je op grond van niet meer dan een sporadische, zij het herhaalde blootstelling aan mensen op een trein toch diep kan doordringen in hun levens. En in hun karakters. Want het vrouwenclubje van Boortmeerbeek is diverser dan je zou denken. Het rimpeligste lid heeft een aardige wipneus en een eeuwige glimlach. Ze is altijd rustig, praat stil en luistert met grote empathie. Dan flikkeren haar ogen gretig. Ze roepen de herinnering op aan een aantrekkingskracht die voor praatvaren van mannen vroeger moeilijk te weerstaan moet zijn geweest.

De melkmuil is juf in een Nederlandstalige school in Brussel. Ze draagt haar platinablond haar, dat wegens tijdgebrek ’s morgens geen borstel lijkt te hebben gevoeld, met een eenvoudig elastiekje in een paardenstaart. Ze heeft meestal een nauwsluitende jeansbroek en een blauwe regenjas aan. Ze flipflopt de ene vrolijke anekdote na de andere en lacht schattige kuiltjes in haar wangen.

De derde is ook nog jong en wisselt paardenstaarten af met het haar los. Zij is introverter, een beetje meer het dromerige type dan de spring in ’t veld, met haar donkere melancholische ogen en de iets te forse benen om met succes aan missverkiezingen te kunnen deelnemen.

De vierde is wat molliger geworden met het rijpen naar de middelbare leeftijd. Zij straalt het zelfvertrouwen uit van een vriendelijke directiesecretaresse die er haar hand niet voor omdraait om gendarm te spelen als ze de baas of bazin voor beuzelarijen meent te moeten behoeden. Het is meestal zij die eerst opstapt en bepaalt waar het gezelschap zo dicht mogelijk in elkaars buurt neerstrijkt.

De laatste is ook jonger dan ikzelf. Ze compenseert haar door een dik omlijste rechthoekige bril nog geaccentueerde strenge uiterlijk met frivole laarsjes en stijlvolle mantelpakjes. Ook aan de flair waarmee ze parmantig met haar neus een tikje teveel in de lucht over het perron loopt, zie ik bij haar de ambitie branden van het creatieve en commerciële talent dat dringend hogerop moet.

Het gekwebbel van dit zelfbewuste vrouwelijke treingezelschap stemt me goedgezind, zelfs als ik me stil, met mijn hoofdtelefoon op om door de koffieklets zonder koffie niet afgeleid te worden, blijf verdiepen in de romans die ik tijdens mijn gependel verslind. De weldaden van het feminisme geven ook mannen veel vreugde, besef ik. Dertig jaar geleden telde de vroege piekuurtrein veel minder vrouwvolk.

De eerste vrouw van het gezelschap stapt af in Vilvoorde. En daar doet zich een wijziging in de tableau vivant voor. Er schuift schuchter een muisje van een vrouwtje de wagon in die haar plaats inneemt. De nieuwkomer begroet steevast uitgebreid, overvriendelijk en eerst de vrouw die ik als “directiesecretaresse” heb getypeerd. In het Frans. En dat is het sein waarmee de taal van de gesprekken die voor alle oren in de club zijn bestemd, verandert. Tot het einde van de reis, in Brussel-Noord, waar er nog twee (of drie) afstappen, en uiteindelijk tot Brussel-Centraal, waar de nieuwkomer alleen overblijft met de juf en haar hobbelige kennis van het Frans.

En daarom denk ik aan Mia. De zelfbewuste en feministische grande dame die ik jaren geleden als journalist bij De Standaard heb leren kennen. Niemand zal de kosmopolitische barones, als redactrice en buitenlands correspondente begiftigd met een uitmuntende gave voor het gesproken, geschreven en getoonzet woord en experte op zowat elk internationaal en nationaal terrein dat ze betrad, vandaag nog van N-VA-sympathieën verdenken, wellicht eerder het tegendeel.

Mia Doornaert is fier op haar moedertaal die ze met grote liefde spreekt. Ik zag haar vorige week nog aan het werk in Terzake, waar ze Kathleen Cools terechtwees omdat ze Vlaams verwarde met Nederlands. Mia staat erop Nederlands te spreken in Brussel, vindt het maar logisch dat nieuwkomers in Vlaanderen Nederlands leren en is diep doordrongen van het besef dat de Vlamingen van de Franstaligen in België pas respect voor hun taal zullen krijgen als ze dit ook afdwingen.

Waarom niet beginnen op de trein, dames?

04-10-12

De ware liberaal

Vrijheid is het eerste woord in het woordenboek van de ware liberaal. Vrijheid is de beste voedingsbodem voor ontwikkeling, voor vooruitgang, voor emancipatie, voor ontplooiing. Dat geldt voor individuen, voor groepen, voor bedrijven, voor gemeenschappen, voor staten. Maar vrijheid is ook een gevaarlijk goed. Een goed dat verstandig en verantwoordelijk moet worden gebruikt en toegepast omdat het nooit absoluut is. De ware liberaal houdt van de vrijheid maar maakt er sober, verdraagzaam, genereus en bedachtzaam gebruik van, indien hij succesvol wil zijn. In woorden en daden, in doen en laten.

Wie zegt dat hij de vrijheid liefheeft en er zoveel van pakt als hij kan, ze gebruikt om te pronken of zichzelf op de borst te kloppen, ze afschermt en afsluit voor anderen, haalt zich problemen op de hals. Niemand gelooft mensen die zeggen de vrijheid als hoogste goed te beschouwen, maar dat enkel in de praktijk brengen voor zichzelf. Van de vrijheid houden, geeft je net de verantwoordelijkheid om ook de vrijheid voor anderen dan jezelf te waarborgen, te verrijken en te verbeteren.

Neem nu het recht op vrije meningsuiting. Het laat burgers toe op te komen voor hun standpunten en opinies, hun ideeën en voorstellen. Op die manier kunnen burgers medestanders vinden waarmee ze zich kunnen verenigen. Het recht op vrije meningsuiting impliceert dat er ook andere meningen bestaan. Burgers met andere meningen hebben evengoed het recht om voor hun mening op te komen. Ze verdienen het hierin te worden gestimuleerd.

De ware liberaal juicht het bestaan van verschillende meningen toe omdat hierdoor een debat ontstaat. Want in zo’n debat kan je mensen trachten te overtuigen van je ideeën en argumenten. De ware liberaal respecteert de mening van wie niet liberaal is. Hij maakt niet-liberalen niet belachelijk, beschouwt hen niet als idioot, gevaarlijk of minderwaardig, snoert hen niet de mond, gebruikt zijn vrijheid van meningsuiting niet om hen te beledigen of te kwetsen in hun geloof, hun afkomst, hun toestand, hun geaardheid of overtuiging. Wederzijds respect, het was de titel van een boek dat Patrick Dewael (Open Vld) schreef toen hij nog minister-president van de Vlaamse regering was, is het motto van de ware liberaal, het is een missie voor het leven.

Ook in het politieke debat dus. Politieke tegenstrevers van alle gezindten hebben recht op het respect van de ware liberaal. Dat geldt in alle omstandigheden, maar zeker als de peilingen slecht weer voorspellen. Ware liberalen schofferen zeker dan hun tegenstanders niet, omdat ze wijs genoeg zijn te beseffen dat ze daarmee deuren verder dichtmetselen in plaats van open wrikken, niet enkel bij de geviseerde tegenstanders, maar bij iedereen die het leest of hoort. Het zijn geen kruistochten tegen het nationalisme, het extremisme of tegen godsdiensten die mensen terug warm maken voor het liberalisme, maar verhalen van ware liberalen die doen dromen over vrijheid. Want als de maag gevuld is, droomt elke mens over vrijheid. De wereld is morgen alleen mooi, als de mensen vrij zijn als de ware liberaal.

28-09-12

Laat Peeters leraars (mee) betalen voor nieuwe scholen?

Dat Kris Peeters geen heldere communicator is, heeft hij lang verborgen kunnen houden maar nu begint het stilaan door te sijpelen. Soms doet hij het met opzet, vage bewoordingen gebruiken om zijn eigenlijke bedoelingen te verbergen. Neem nu de passus in de Septemberverklaring van maandag over de “inspanning” die de regering aan “onze ambtenaren en personeelsleden” vraagt: “We hebben een menu van mogelijke generieke maatregelen samengesteld om de personeelskosten te drukken met één procent, en willen hierover met de vakorganisaties onderhandelen. Het doel is de Vlaamse overheid nog slagkrachtiger te maken”. Geef toe, dit is een mistig plan. Bovendien getuigt het niet van daadkracht. En het doel dat de regering er zogezegd mee nastreeft, was volgens mij hilarisch. De vakbonden vinden het onaanvaardbaar.

Later op de dag trok de mist over de “inspanning” van Peeters wat op, bij de voorstelling door minister Philippe Muyters van het document waar wat meer aandacht aan de getalletjes van de begroting wordt geschonken. De inspanning van 100 miljoen euro is ongeveer 1% van “de door de Vlaamse overheid betaalde of gesubsidieerde lonen”. Muyters zelf liet toen als eerste verstaan dat de besparing een doelgroep voor ogen heeft van ambtenaren van de Vlaamse administratie, personeel van De Lijn, de VDAB, de VRT en het onderwijs.

Deze doelgroep telt zowat 200.000 mensen, onder wie 150.000 leraars. Van de loonmassa van die mensen wil de regering Peeters dus één procent afromen om “een structurele besparing” (dixit Geert Bourgeois) te realiseren van 100 miljoen. Per kop berekend komt dit neer op 500 euro per jaar, want het is geen eenmalige maatregel. Als je het zo berekent zou je dat bedrag, naar analogie met de afgeschafte jobkorting van de vorige regering, kunnen omschrijven als de jobtaks van Peeters II voor wie de eer geniet ambtenaar, leerkracht of personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid te zijn.

Maar even niet te snel van stapel lopen. De regering laat de vakbonden immers kiezen uit een menu, dat weliswaar 100 miljoen moet opleveren, maar ook kan bestaan uit minder personeel in plaats van minder loon. En in het debat kreeg de oppositie nog meer duidelijkheid over het menu: het bevat ook de aanpassing van het stelsel van ziekteverloven, het opschorten van de toekenning van functioneringstoeslagen, de vertraging in de toekenning van promoties en anciënniteitsverhogingen en de aanpassing van de salarisschalen. Een indexsprong, verbeterde Ingrid Lieten Kris Peeters, zit niét in het menu.

En toen spoot Peeters opnieuw mist over de doelgroep, door te verklaren dat minder personeel in het onderwijs hem niet aangewezen lijkt. Wil hij de leerkrachten enkel op dat punt ontzien, of ook op de andere delen van het menu? We tasten na een hele week van media-aandacht en een volle dag parlementair debat nog altijd in het duister.

Even terug naar de septemberverklaring. Voor het onderwijs had de minister-president opvallend gunstige en lovende woorden. Enkele voorbeelden: er is in ruimte voorzien “om een CAO onderwijs te onderhandelen”, er komt “een meer flexibel personeelsbeleid, met meer kansen voor beginnende leerkrachten” en terwijl overal werkingsmiddelen worden bevroren en beleidsuitbreiding in de koelkast gaat, trekt de regering 30 miljoen uit voor de scholenbouw. Dat laatste met de nodige poeha gelanceerde bedrag bleek ’s anderendaags volgens Vlaanderens belangrijkste onderwijsschepen, Robert Voorhamme (SP.A), al veel te weinig: Antwerpen alleen heeft 42 miljoen nodig om tegen 1 september volgend jaar plaats te bieden aan 3.400 leerlingen extra. De wierook (volgens Peeters zijn leerkrachten “gidsen voor het leven”) en de opgeklopte verwachtingen staan natuurlijk haaks op het plan om ook de leerkrachten te betrekken bij de sanering op de loonmassa van “ambtenaren en personeelsleden” en verklaren waarom Peeters eerst met opzet vaag communiceerde en de leraars niet meteen bij de doelgroep van de sanering heeft vermeld.

Áls de regering Peeters II de leerkrachten tóch mee betrekt in een soort jobtaks om aan 100 miljoen te geraken, zou ze bij de 150.000 leerkrachten liefst 75 miljoen ophalen. Een pak meer dan het dubbele dus dan ze uittrekt om veel te weinig in scholenbouw te investeren.

Ik herhaal, zover zijn we natuurlijk nog lang niet. Immers: het menu wordt onderhandeld met de vakbonden. Gelukkig “toont de Vlaamse regering zich een betrouwbare partner”, zei Peeters op het einde van zijn Septemberverklaring. Check! En minister van Onderwijs Pascal Smet, die tijdens het parlementair debat plots onwel werd, wensen we een snel herstel. Werk aan de winkel!

14:40 Gepost door peter in Actualiteit, onderwijs, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

27-09-12

Een ontmoeting op de trein

Reizen met de trein levert mij vaak inspirerende ontmoetingen op.  Zoals op de trein uit Nederland die ik uitzonderlijk nam in Mechelen om 7.21 u. Ondanks het vroege uur zat hij tjokvol. Ik weet niet goed waarom, maar iets spoorde me aan om me er niet bij neer te leggen te moeten rechtstaan. Ik wandelde twee lange wagons door zonder een leeg zitplaatsje te vinden, maar op de allerlaatste rij van de laatste wagon had ik toch succes. De vriendelijke oude dame die er aan het raam zat, leek me op te wachten. Nog voor ik iets kon vragen, zette ze het kleine zwarte koffertje dat de lege zetel naast het gangpad blokkeerde, voor haar eigen benen, die ze nu niet meer kon strekken.

De vriendelijke oude dame was opmerkelijk uitgedost. Ze droeg ouderwetse zwarte schoenen die evengoed aan mannenvoeten hadden kunnen zitten. Daar bovenop rustte de zoom van een diep zwart habijt. Op haar hoofd en tot diep over haar schouders was een zwarte hoofddoek gedrapeerd, afgebiesd met een wit boordje. Toen ik me naast haar had neer gevleid, was in het profiel naast me maar een heel klein stukje gezicht achter de witte rand te zien, met de helft van een ouwe neus en een vredige glimlach.

Een nonnetje! Hoe lang was het geleden dat ik nog zo dicht in de nabijheid was geweest van een vertegenwoordiger van deze althans in het straatbeeld nagenoeg uitgestorven beroepscategorie, in vol ornaat dan nog?

Zuster Odilia en zuster Hadewijch werkten zich vanuit de diepte van mijn geheugen naar boven. De eerste bemoederde me als kleuter in de kleuterklas, de tweede onderwees me in de Sint-Lambertusschool in Nossegem. Van de kleuterjuf herinner ik me alleen dat ze dik, rood en hartstochtelijk vriendelijk was. En verduiveld goed poppenkast kon spelen. Van de tweede weet ik nog dat ze vel over been was, maar wat kon ze vertellen, met die fonkelende karbonkels van ogen die in mijn jonge hoofd een eeuwigdurende belangstelling voor de boeiende geschiedenis van Vlaanderen hebben gewekt. De twee zusters waren al niet meer zo jong toen, ik hoop voor hen dat ze intussen in de hemel zijn.

En nu zit ik hier weer naast zo’n exemplaar met een vredige glimlach op het gelaat. Zou ze gelukkig zijn, vraag ik me af. Hoeveel jaren geleden heeft ze ervoor gekozen haar leven te wijden aan Onze Lieve Heer? Was dat leven tot nog toe bevredigend? Of beklaagt ze zich haar keuze? En doorstaat ze de gevolgen van die levensbepalende keuze in de hoop, in het geloof straks naast Jezus in de hemel te mogen vertoeven? Lukt het haar nog, haar leven lang geven om na haar dood te krijgen?

Mijn God, denk ik, hoe ver verwijderd van hier ligt die wereld waarin jonge vrouwen en mannen zo’n keuze maakten? Een keuze voor een sober leven in armoede, in seksuele onthouding, in blinde gehoorzaamheid, in een gemeenschap van gelijkgestemden, in het teken van een God wiens bestaan niet berust op bewijs maar op geloof? Een leven lang!

Hoe moeilijk hebben mensen het vandaag om zich aan keuzen te houden die in de jeugdjaren van het nonnetje nog voor eeuwenlang levensbepalend leken te zijn, zoals een religieuze roeping, of evengoed de keuze van een partner? Hoe moeilijk vallen mij al de keuzen van elke dag: het roken van één of twee sigaretten laten? In plaats van de auto toch eens de fiets nemen om naar het station te rijden, anderhalve kilometer verder?

Voorbij Vilvoorde diept het oude, vriendelijke nonnetje uit een of andere habijtzak een mapje op waarin haar ticket zit.  Zoals dat tegenwoordig gaat, gesponsord met reclame langs de binnenkant. Weelderig lui zie ik een naakte vrouw haar wulpse vormen aanprijzen, met op de voorgrond een flesje parfum (ik heb niet op de naam van het parfum gelet). Wat een stijlbreuk. Wat zou het nonnetje nu denken? Of zou ze het model niet eens hebben opgemerkt? Die kans is groot.

Ik hoop ineens dat ze in haar leven heel veel gekregen heeft. Dat ze veel liefde heeft mogen ontvangen van de mensen rond haar heen. Haar vredig gezicht in dat afschrikwekkend zwarte kraaienpakje verdient dat.

In Brussel-Noord moet ze afstappen. Ik haast me voorkomend recht te staan en mijn hart wil haar nog een heel prettige dag toewensen. Maar ik kom niet verder dan een zo vriendelijk mogelijke glimlach. En daar heb ik meteen spijt van als ik haar over het perron zie schuifelen, met als metgezel dat doofstomme zwarte koffertje, gehoorzaam en gedienstig haar eindbestemming tegemoet.

15:26 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

25-09-12

Is 4 één TVeel?

Meer dan een kwarteeuw geleden maakte een van mijn medestudenten een licentiaatsverhandeling met als titel “Profiel van de niet-televisiekijker”. Ons televisielandschap zag er toen helemaal anders uit dan vandaag. Televisie was in Vlaanderen synoniem met de openbare omroep, de BRT. Commerciële of thema-zenders waren er nog niet. De eerste, VTM, zag in 1989 het levenslicht. Regionale tv-omroepen bestonden evenmin. Over computers hadden we op het departement Communicatiewetenschap al gehoord, het waren reusachtige machines waar je ponskaarten moest insteken. De personal computer (pc) bestond nog niet. Dus ook niet het internet met al zijn mediatoepassingen van vandaag.

We keken wel veel naar de Nederlandse televisie en veel vaker dan vandaag naar Franstalige, Engelse of zelfs Duitse zenders. De kleurentelevisie was al enkele jaren ingeburgerd en teletekst stond in zijn kinderschoenen. En toch waren er op dat moment, in dat magische 1984 van Big Brother, al zoveel mensen die bewust geen televisie wilden kijken om een studentje communicatiewetenschap ertoe te brengen daar zijn eindverhandeling aan te wijden.

Als er vandaag nog iemand de niet-televisiekijker wil bestuderen, stel ik me graag kandidaat als proefpersoon.

Eerlijk, ik vind het aanbod in Vlaanderen teveel van het goede (en al zeker dat we 3 tv-zenders met belastinggeld moeten bekostigen). Ik denk niet dat mijn mening iets te maken heeft met 4, al is de hype over de woestijnvis-tv (ook in de kranten, waar de van de tv afgeleide berichtgeving de voorbije jaren eveneens is geëxplodeerd) wel de aanleiding om de stoom eens af te laten. Wel televisieslaven, ik haak af, gebukt onder de overvloed.

Er zijn tegenwoordig toch digicorders om de overvloed te kanaliseren, hoor ik u denken. Juist ja. Maar die digicorder verhoogt volgens mijn wedervaren ook de stress. Ik ben tegen stress. Stress mag, moet zelfs af en toe, maar dan liefst op het werk, en ook daar nog zo weinig mogelijk. Bij mijn huisgenoten stel ik deze dagen meer en meer tv-stress vast. Teveel TV’s maken hen (en daardoor ook mij) het leven moeilijker. Elke dag moeten ze levensgrote keuzes maken, over welk kookprogramma ze rechtstreeks kijken en welke tienerserie uitgesteld. En dan moeten ze nadenken, overleggen, onderhandelen, ruziën en compromissen sluiten over wanneer ze juist uitgesteld zullen kijken zonder het tegenwoordig kijken van iemand anders te storen. Die keuzes leveren veel conflictstof op (en niet alleen opnameconflicten!).

Toch is de digicorder een vooruitgang. Het grote voordeel van die zwarte bak is dat hij toelaat weloverwogen uitgesteld te kijken, comfortabeler dan in real time, omdat je de ergerlijke reclame kunt doorspoelen. Geef toe, wie kijkt nu voor zijn plezier naar reclame? Niemand toch (behalve misschien reclamemakers van allerlei pluimage, en die zijn er natuurlijk met de jaren ook steeds meer)! De commerciële zenders zullen het niet graag horen, maar zo is het.

Nu geef ik ridderlijk toe, géén televisie in huis hebben of er niet naar kijken is vandaag sociaal ondenkbaar geworden en voor mij ook professioneel onmogelijk. Dus ben ik een trouwe kijker van nieuwsprogramma’s en politieke duiding op tv. Daar heb je tegenwoordig ook al meer dan de handen mee vol, maar gelukkig ben ik al sinds mijn jeugd nieuwsverslaafd. En af en toe kijk ik ook eens (mee) naar een goede serie, documentaire, film of voetbalmatch. Maar eigenlijk van langsom minder. Net nu er van langsom meer op die buis is. En net nu de buis in huis concurrentie heeft gekregen van een stuk of wat andere schermen waarop digitale content kan worden gekeken. Vaak zonder er content van te worden.

20:46 Gepost door peter in Actualiteit, media, televisie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |