20-09-12

Vijftig tinten en altijd iets

De jonge vrouw die rechtover me zat te lezen op de trein van 7 u 02 droeg een gele Jack Wolfskin-jas, een sjaal met felle kleuren, een donkerblauwe jeans en lage fuck me-laarsjes. Ze droeg haar haar in een paardenstaart en had op de zetel naast haar een goedgevulde rugzak staan. Ze was niet bepaald een schoonheid maar ook niet lelijk. Er straalde een lastig te definiëren aantrekkingskracht van haar af. De schittering van haar jeugd, zo vroeg op de morgen op een trein vol werkvolk dat nog niet naar het zweet stonk? Of het zichtbare, ingetogen plezier waarmee ze aan het lezen was?  Glurend over de rand van mijn eigen boek kon ik een flard van de titel lezen: Fifty shades of… Het verwonderde me dat zo’n jong ding een Engels boek aan het lezen was.

Enkele stations verder stapte een vrouw op van middelbare leeftijd of daaromtrent, tegenwoordig moet je voorzichtig zijn met het schatten van vrouwenleeftijden. Ze had mooi halflang geblondeerd haar. De trein was inmiddels al veel voller en het meisje met de gele jas nam de rugzak van de zetel weg en zette hem tussen haar benen. De blonde vrouw nam dankbaar de vrijgekomen plaats in. Ze droeg een witlederen getailleerd jasje met daaronder ook een jeansbroek. Vanuit de gunstige positie waarin ik me bevond, was het eenvoudig vast te stellen dat in vergelijking met die van het meisje haar benen, billen en heupen heel wat omvangrijker waren. Ze zag er nochtans uit alsof ze vroeger ook zo slank was. Ze haalde een boek uit haar handtas en begon te lezen. Vijftig tinten grijs. Het trof me dat deze vrouw een boek las dat ze, toen ze zo jong was als haar buurmeisje, op de trein wellicht niet had durven bovenhalen.

Ik betrapte de blik van herkenning in de ogen van het meisje toen ze bemerkte dat haar buurvrouw hetzelfde boek aan het lezen was, weliswaar in het Nederlands. Ze tuurde zelfs ingespannen op het opengeslagen boek, vermoedelijk om uit te vissen waar de vrouw naast haar net in het verhaal zat. In Vilvoorde stapte het jonge ding spijtig genoeg af.

De blonde vrouw las onbewogen verder. Ik bedoel maar:  haar gezicht waarop wel al wat rimpels waren verschenen, vertoonde geen spoor van leesgenot, niet eens een lichte trilling van emotie in de rimpel aan haar mondhoek. Zou dat te maken hebben met de leeftijd, vroeg ik me af. Worden mensen van middelbare leeftijd minder makkelijk geraakt door wat ze lezen, of hebben ze geleerd de emoties die neergeschreven zinnen soms kunnen teweegbrengen niet in hun lichaamstaal te laten doorschemeren? Of zat de vrouw gewoon in een vervelend hoofdstuk?

Ik droomde weg bij de mooie zonsopgang boven de weiden waar nog mist over hing als een deken. De debuutroman die op mijn schoot lag, bevat niet zoveel seks als de vijftig tinten. Ik had het boek gekozen omdat het redelijk welwillend was onthaald. Het is getiteld Altijd iets en speelt zich af in Vlaanderen. De korte hoofdstukjes lezen vlot weg. Maar wereldliteratuur of een spannende pageturner  is het niet. De achterflap omschrijft het debuut als Groenten uit Balen, the next generation, en inderdaad, het verhaal is in Vlaamse klei geworteld.

Auteur Joachim Pohlmann heeft net als ik pol&soc gedaan aan de KUL. Maar naast mijn bijna vijftig tinten grijs is hij een heel stuk jonger. En hij werkt in Brussel als speechschrijver voor Bart De Wever. Vandaar het welwillend onthaal? In alle geval, een dikke proficiat voor de auteur, om zo jong te worden uitgegeven. Misschien schrijft hij ooit wel een prachtig boek over vijftig tinten van iets, dat jonge en minder jonge vrouwen in vuur en vlam zet, literaire prijzen verzamelt en nog beter verkoopt dan Het regime van Bart De Wever.   

13-09-12

Een duivels avondje

Met gemiddeld  1.136.121 kijkers voor België-Kroatië en een piek van 1.367.215 aan het einde van de wedstrijd, hebben de Rode Duivels hun hoogste kijkscore behaald sinds 14 november 2001. Toen won België met 0-1 van Tsjechië en plaatsten de Duivels zich voor het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea. Dat lees ik in Het Laatste Nieuws.

Met zeven stuks van de dinsdagavond-vrienden bevond ik me bij het meer dan een miljoen supporters. Aan de voordeur van de Winnie, de jongste dinsdagavond-vriend bij wie we hadden afgesproken, hing een groot wit papier met deze boodschap: Rode Duivels-fans langs achter, Kroatië-fans hiernaast bellen en wachten tot er opengedaan wordt. De sfeer zat erin. Voor alle duidelijkheid: zoals verder zal blijken is het geen toeval dat de bijnaam Winnie niet afkomstig is van die oude gewezen zuurpruim van die nog oudere Nelson Mandela, het is gewoon een afkorting van de familienaam Winnelinckx.

De Winnie had dankzij de beamer van de scouts waarover hij waakt, zijn huiskamer tot home cinema omgetoverd. Het rijtje mini-schoenen aan het tuinraam en de plastic bakken speelgoed (was het lego of playmobil?) waarop de beamer perfect gericht klaarstaat, wekken weemoedige herinneringen aan de tijd dat mijn jongvolwassen dochters kleuters waren. Waar is de tijd? Gelukkig helpt dan meestal een goudgele Duvel.

Het nationaal volkslied. Natuurlijk zingt niemand mee. Zelfs prins Filip niet. Premier Di Rupo bazelt wat, in het Nederlands of het Frans, dat is niet duidelijk maar we hebben een vermoeden. Eerste pass van Gillet. De mist in. Ik bedenk een running gag die na enkele keren overgenomen wordt. Telkens Gillet in de buurt van de bal komt, of zelfs dreigt te komen, lever ik kritiek op de Anderlecht-speler. Ik ben namelijk supporter van Club Brugge, een ploeg die (net als alle andere ploegen van de Jupiler League op Anderlecht na) niemand op het veld heeft staan om aan te moedigen. Wel een ex-speler: Perisic. Geen wonder dat hij na zes minuten scoorde. Ik geef het toe, spijtig genoeg voor Kroatië.

De Winnie, die er zoals gewoonlijk in is geslaagd zich naast mij te wurmen, krijgt het van mij op zijn heupen. Daarvoor doe ik het immers. ‘Wanneer gaat gij eens ophouden met uw negatieve opmerkingen?’ De jongste dinsdagavond-vriend is namelijk een echte Rode Duivelsfan. Met duimspijkers hangt er een poster van de nationale ploeg op een deur in zijn living. Echt waar. Hij leeft mee met de duivelsuitdagingen, iets waarvan ik alleen maar heb gehoord.

Het is bijna half time. België krijgt in de 46ste minuut of zo een allerlaatste hoekschop. De bal wordt uit het strafschopgebied weggewerkt. Daar vlamt een Rode Duivel hem in de rebound recht in de winkelhaak. Gillet! Gejuich! Wereldgoal!

Wat een afgang. Gelukkig zorgt in de rust een filmpje met premier Di Rupo in de hoofdrol voor welkome afleiding. Achternagelopen door een raadselachtige lange rijzige man in een lange grijze jas die ook al naast hem zat op de tribune, en die niemand kent, in tegenstelling tot de partner van Kompany, neemt de premier een bain de foule. Rode Rode Duivelsfans omstuwen hem. ‘De nationale ploeg is heel, heel belangrijk voor ons land’, zegt Di Rupo glunderend. Iemand zet hem een knalgeel petje op zijn hoofd met daarop:  I am a rockstar. De dinsdagavond-vrienden schateren. ‘Ik dacht even dat er opstond: Vlaanderen onafhankelijk!’, zeg ik. ‘Eerst in 2014 naar Brazilië’, antwoordt iemand.

’s Anderendaags merk ik op facebook een post van de Winnie: een foto van een plateau lege Duvel-, Hopus-, Primus- en Chimay-flesjes. En de boodschap: ‘de Gillet-fanclub heeft genoten’. Vind ik leuk.

21:15 Gepost door peter in Actualiteit, sport, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rode duivels, kroatië, gillet, di rupo |  Facebook | | |

06-09-12

Smet: enerveren in plaats van realiseren

Nog meer dan voorgaande jaren was Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) tijdens de eerste schoolweek te zien, te horen en te lezen. Hij bracht (voor zover ik dat kon traceren) schoolbezoeken in Deinze, Zemst, Antwerpen-Noord, Arendonk en Geel.  Ongetwijfeld volgt nog een zwik terrein- en studiobezoeken als de aula’s van onze hogescholen en universiteiten terug opengaan.  Het lijkt erop dat de Brusselse minister een grenzeloze belangstelling opbrengt voor wat leerlingen, studenten, leerkrachten of directies bezighoudt. Vergis u niet. Hij stelt zich in steden en gemeenten vooral op als mobiele socialistische verkiezingsaffiche.

Dit moet de eerste minister van Onderwijs zijn die zoveel lawaai maakt en zo weinig klaar krijgt. Hij wordt wel eens geprezen omdat hij op het Duracell-konijn lijkt, met zijn hyperkinetische, voluntaristische en impulsieve karakter. Maar dat karakter heeft niets te maken met de belangrijkste eigenschap van het Duracell-konijn zoals ik me het herinner uit de reclamespotjes:  langer dan de andere konijntjes driftig met het kopje zwaaien en op een trommeltje slaan, zonder verder te bewegen. Wat Smet nu al drie schooljaren volhoudt.

Overdreven, denkt u. Ja, ik geef het toe: de minister krijgt af en toe wel iets klaar. Vorig jaar slaagde hij er bijvoorbeeld tijdig in om voldoende containerklassen te laten bouwen, om alle leerlingen in Vlaanderen onder een schooldak te krijgen. Maar dat let niet dat het wachten blijft op resultaten bij de grote uitdagingen waar hij voor staat.

Zo kan het toch niet de bedoeling zijn onze kinderen tot in de eeuwigheid school te laten lopen in containers?  Uit zijn vele interviews leerden we deze week dat hij de opdracht om de fenomenale achterstand weg te werken in de scholenbouw (de kostprijs voor de bouwdossiers die liggen te wachten bedraagt over alle onderwijsnetten samen een kleine € 5 miljard), nu al doorschuift naar de volgende regering.  Hij is wel bereid in de tijd die hem rest ‘de lijnen uitzetten’. Ja, zo is het wel gemakkelijk.

Het al jaren dreigende tekort aan leerkrachten vormt nog zo’n uitdaging. Smet trommelde enkele ideetjes rond over zij-instromers die hij wil toelaten anciënniteitsjaren mee te nemen en over jonge leerkrachten die sneller een contract van onbepaalde duur zullen krijgen. Voornemens en ideetjes alweer,  geen realisaties.  Opvallend minder wijdverspreid in de media pikten we nog ergens op dat de dringende maatregelen die hij had aangekondigd voor het buitengewoon onderwijs,  weer  worden uitgesteld. Tja, spijtig, van de lessen Latijn en de toekomst van het ASO liggen blijkbaar meer mensen wakker dan van al die types in het BUSO.

De derde werf is inderdaad de hervorming van het secundair onderwijs, waarover Smet voor het reces ideeën wereldkundig maakte, die meteen werden neergesabeld, met opmerkelijke wellust zelfs door een coalitiepartner. In de media maakte hij zich de voorbije dagen echter alweer sterk: het debat wordt de komende maanden afgerond, en dan ‘kan ik slagen in wat mijn voorgangers de laatste 20 jaar niet is gelukt’.  Als ik zoiets lees, komen mijn stekels recht. Grootspraak is in de politiek vaak de snelste weg naar mislukking, wist Steve Stevaert al met zijn bekende boutade over wie op jacht gaat met de fanfare op kop.

En dan is er nog het laatste monster waarover Smet veel spreekt maar dat nog niemand heeft gezien: het loopbaanpact. Ook daarvan zegt hij al enkele jaren met de regelmaat van de klok dat hij er druk mee bezig is, dit keer achter de schermen om de slaagkansen niet te verkwanselen. Maar evengoed zonder merkbaar resultaat. Nu roffelt de konijnentrom dat het pact er komt eind dit jaar, begin volgend jaar. Eerst zien.

Het wordt dus een cruciaal schooljaar voor minister Smet.  Zal hij in staat zijn op even kordate manier te beslissen als aan te kondigen? Zal hij daarbij de regering mee krijgen?  Ik betwijfel het.  En al zeker als ik lees dat de minister zich ‘niet kan indenken dat een regeringspartner niet wil investeren in onderwijs’. Regeringspartners reageren meestal gecrispeerd als anderen hun via de media komen vertellen wat ze moeten denken, doen en laten. Het is dus maar de vraag of de Vlaamse coalitiepartners Smet nog iets gunnen.  

Bovendien: hoeveel macht heeft de SP.A na 14 oktober nog in de Vlaamse regering? En misschien bovenal: hoe zwaar weegt Smet nog in zijn eigen partij? Willen zijn collega’s Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche dat Duracell-konijn uit Brussel de macht en de middelen (vooropgesteld dat die nog voorhanden zijn) toeschuiven om hem een goed rapport te laten halen, indien het voor iedereen in de SP.A binnenkort wel eens sauve qui peut zou kunnen worden? Hebben Van den Bossche, bijvoorbeeld met de inhaaloperatie in de sociale huisvesting, en Lieten, bijvoorbeeld met het uitgavenpad inzake wetenschappelijk onderzoek, niet ook nog hun katjes te geselen?  

De geweldige media-week van Pascal Smet heeft mij alvast iets duidelijk gemaakt. Dat de Brusselse minister, ondanks het brokkenparcours uit zijn politiek verleden, nog niet geleerd heeft dat te lang alleen blijven trommelen iedereen op de zenuwen werkt.

 

21:11 Gepost door peter in Actualiteit, media, onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pascal smet, vlaamse regering, sp.a |  Facebook | | |

04-09-12

Septemberstress

Er zijn zo van die dagen. Jij hoort niet wat ik zeg, zei mijn zus eerst. En een dag later zei mijn vrouw het ook nog eens. Ze hebben gelijk, vaak, de vrouwen in mijn omgeving. Ik kan geconcentreerd het journaal op tv volgen, helemaal verdiept zitten in een boek of achter de pc en letterlijk onbereikbaar nabij zijn. Zo ben ik nu eenmaal, luidt al jaren mijn excuus.

En als je me hoort, luister je niet, voegde mijn vrouw er op de koop aan toe. Ik kon, na bijna 20 jaar huwelijk geconditioneerd, het vervolg zelf aanvullen, in gedachten: en als je luistert, onthou je niet wat ik heb gezegd. En als je hebt onthouden wat ik zei, begrijp je het niet.

Het was gisteren de eerste schooldag. Ik weet wat de achterliggende onvrede was. En moest ik het nog niet hebben geweten, het werd me meteen toegeschreeuwd, wellicht om zeker te zijn dat ik het zou horen, toen ik thuis kwam: geen belletje, geen sms-je. Lap, ik heb weer eens te weinig aandacht gegeven, meende ik voorzichtig te begrijpen.  Voor mijn wederhelft was het ook de eerste schooldag. Ik antwoordde impulsief en defensief:  ja zeg, jij hebt toch ook niet gebeld of gesmst, het was ook mijn eerste werkdag.

 Wel, ik kan je verzekeren, dat was een goed fout antwoord. Terwijl ik aan het strijken ben – wellicht was dat geen toeval – vertel ik mijn wedervaren aan mijn dochter die haar boeken kaft. Papa, heb jij misschien een midlife crisis of zo, vraagt ze. Dat denk ik niet, antwoord ik, ik dacht dat ik die al achter me had. Maar zeker weet ik dat niet. Wat weet een man nog zeker, deze dagen?

Ik zet mijn ipod op. Die staat permanent op shuffle, dus ik heb het er echt niet om gedaan. Ik hoor Green Day zingen: wake me up when september ends.

13:42 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

29-08-12

Kamperen aan de Semois

Niets heerlijkers dan een paar dagen comfortloos kamperen aan de Semois met mijn jongste om de vakantie af te sluiten. In de diepe Ardennen wanen we ons in een buitenland dat helemaal anders is dan het drukke, dichtbevolkte en overgereglementeerde Vlaanderen. Het plekje waar ons gezinnetje van oudsher zijn tentje opslaat, heet Herbeumont, aan de oevers van de Semois. Dwars over de langgerekte kampeerweide beneden in het dal strekt zich van heuvelrug naar heuvelrug een oude bakstenen spoorbrug uit. Vandaag bezorgt ze wandelaars, mountainbikers en joggers ontspanning en drukt ze haar romantische stempel op de camping. Vroeger zorgde de spoorbedding dankzij een kilometerlange tunnel ook nog voor gezellig gegriezel met de kinderen, maar de treinpijp op enkele steenworpen van de brug is al enkele jaren geleden om veiligheidsredenen afgesloten.

De wijde omgeving is ongerepte natuur zoals je die in het vlakke Vlaanderen mist. Op onze langste wandeling dwaalden we er vijftien kilometer in rond en kwamen enkel op het laatste stuk drie mensen tegen, toen de weg al verhard was. Voor een prikje huurden we kajaks waarmee we de rivier afdaalden in het prachtige decor, met af en toe een visser en een reiger die ons nieuwsgierig met brede klapwieken vooropvloog. Waar in Vlaanderen valt  honderd meter verder een rode wouw uit de lucht om naar de flits van een forel te duiken?  Of word je nog koud gepakt zoals aan de barrage aan de Rocher du Chat, die de neus van de kajak diep in de rivier duwt en de bodem van boot en mens onder water zet?

Op de camping leven zoals altijd de meest verscheiden mensen op een kluitje bij elkaar. Opgedeeld per tent, camper of caravan ontsteken ze ’s avonds op een langgerekt rijtje langs de oever hun eigen houtvuur, zonder zich zoals in Vlaanderen zorgen te maken over de CO2-uitstoot. Een groepje jongeren met hanenkammen, piercings en tatoeages  zont, zwemt en feest het weekend door en slaapt zijn roes uit in smijt- en gooitentjes.

Waalse marginalen luieren de dag door, stappen plots in een gammele berlingo en komen terug met blikjes bier en kratjes duvel. Maar pas op voor het cliché: je herkent ze ook in volle concentratie over een spelletje schaak, op het terras van de taverne bij een Orval. Ze hebben een radio waarop alleen rockmuziek van de jaren zeventig te horen is. Ze geloven dat het hun opdracht is dj te spelen voor de hele camping. Af en toe zingen ze uit volle borst mee. Nights in white satin, A whiter shade of pale.

Ook Vlaamse marginalen zijn er vaste klant. Op krukken en met een zaag trekt er een het bos in, zogezegd om sprokkelhout, dat ze wat later aan hun caravan met een elektrische kettingzaag op maat van hun vuurkorf zagen. Zo kunnen ze tot een stuk in de nacht onder de magistrale maar koude Waalse sterrenhemel behaaglijk uno spelen, elk met een lamp op hun hoofd. Van kou rillend in onze oude aldi-slaapzakken horen we hen vloeken en lachen.

Nederlanders slagen er ondanks hun luxueuze uitrusting maar amper in de vlam in hun kampvuur te krijgen. Als ik ’s morgens vroeg zorgelijk naar de wolkenhemel sta te kijken, verzekert onze buur me met zijn Hollandse arrogantie dat de buienradar de hele dag droog weer geeft. Om het te kunnen bewijzen heeft hij zijn ipad in de hand, maar ik ontneem hem zijn glorie door hem voetstoots te geloven. ‘Ik kan wel niet garanderen dat de zon zal schijnen, dat vertelt de buienradar niet’, lacht hij. Als het een kwartier later pijpenstelen regent schuilt superman in zijn caravan.

Regen of geen regen, een jonge Duitser staat de hele dag met heuplaarzen in de Semois ingespannen te vliegvissen, zonder iets te vangen. ‘Het is een passie’, verzekert hij. Een Waals gezin met drie jengelende kinderen denkt dat de hele camping hun terrein is. Af en toe komen hun ouders, welwillend bonjour zeggend, ze terug wegplukken van de kampeertafel achter onze tent. Die staat, toegegeven, uitgerekend aan het meest kindvriendelijke dammetje met de meeste wilde eenden opgesteld.

De gasten vinden de camping van Arno geweldig. Ik ken Arno al zo’n dertien jaar, ongeveer van toen hij met de camping begon. In die tijd kwamen er op zijn camping een vrouw en kinderen bij, een taverne en een frituur en een sanitaire blok die er intussen alweer verloederd bijligt, net als zijn bureau, zijn materiaalhok, de afvalcontainerhoek,... laat het ons voor de welvoeglijkheid hier bij houden. Maar het Nederlands van Arno is over de jaren fel verbeterd terwijl mijn Frans nog is verslechterd.

Als hij ons in zijn jeep met een trailer kajaks erachter naar de vertrekplaats voor de kajakvaart brengt, klaagt Arno steen en been over de toenemende stroom aan Waalse reglementeringen waar hij zich moet naar trachten te schikken. Ik frons. Hij krijgt regelmatig inspectie van de bevoegde Waalse gewestdiensten. Er scheelt altijd wel iets maar wat er dan precies moet veranderen, daar hebben de inspecteurs nooit een concreet antwoord op, zo beweert hij althans. 

‘Stel je voor, nu willen ze dat ik meer groen aanplant. Maar mijn camping ligt te midden van het groen, als je vanuit de diepte van dit dal rond je kijkt zie je niets anders dan bossen, bijna tot aan de hemel.’ Volgende week komt de  inspectie terug langs. Hij moet tegen dan zijn standplaatsen afgebakend hebben met bordjes. ‘Mais je m’en fous’,  klopt hij zich op de borst.  ‘Als ik daarmee begin, verander ik het karakter van mijn camping, met veel doortrekkers en waar de vrijheid regeert.’ Dat is waar, denk ik, met alle voor- en nadelen.

Maar wat als ze je vergunning intrekken, vraag ik hem. ‘Oh, on verra, on verra.’ Hij trekt zijn handrem op omdat er enkele koeien over de weg lopen en toetert hen luid terug de wei in. Als hij mijn vragende blik ziet, lacht hij. ‘Oh ja, mijn rem is kapot en in de garage konden ze hem niet onmiddellijk repareren. Dus rem ik maar met de handrem.’ Wat een vrij land van plantrekkers is dit toch, zo anders dan Vlaanderen en toch zo vertrouwd. 

19:51 Gepost door peter in reizen, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

20-08-12

Rood rockt!

Mijn vrouw leest in de krant meestal de helft die ik oversla en omgekeerd.  Goed gemaakt, inderdaad, De Standaard, want beide geslachten komen gelijk aan hun trekken. Maar zo komt het dat de advertentie voor een actie van Liefmans die mijn echtgenote uit de dikke weekendkrant had geknipt en voor mijn neus heen en weer wapperde terwijl ik in de schaduw net aan het genieten was van het schitterende About a boy van Nick Hornby, me volslagen onbekend voorkwam.

Het was in feite een advertentie voor een facebook-actie voor een gratis Liefmans rocks of zo van de kriekbierbrouwer. Ik haat commerciële facebook-acties. Als je eraan deelneemt, maak je je gewoonlijk onbeschrijfelijk belachelijk vind ik, want dan verschijnt er van alles op je startpagina waarmee je je helemaal niet wil vereenzelvigen.  Ik kan het af en toe niet laten mijn goede vrienden die zich voor zo’n fb-gat hebben laten vangen, virtueel uit te lachen.

Ik leg dat mijn vrouw uit, maar ik wist al op voorhand dat ik hier het onderspit zou delven. Zij zit namelijk niet op facebook (waarvoor ik me dikwijls gelukkig prijs). En ik schrijf dit toch hoewel ik nu al weet dat minstens één van mijn goede fb-vriendinnen haar wel prompt zal melden dat ik weer over haar geblogd heb. Mijn blogs bij mijn vrienden, collega’s en fans kunnen aankondigen, en pas met vertraging bij mijn vrouw, dat is nu eens een voordeel dat facebook mij biedt.

De krantenadvertentie voor een gratis Liefmans vraagt te surfen naar een website en die dan op facebook te liken. Wedden dat dan al mijn vrienden op fb zich een kriek zullen lachen omdat ik me door Liefmans heb laten vangen, probeer ik nog. Moest het nu nog Orval, Omer of Duvel zijn! Maar nee dus. Sinds gisteren prijkt Liefmans on the rocks tot tweemaal toe op mijn startpagina als iets dat ik leuk vind.

Vrienden, niet geloven dus!!!

Om een gratis Liefmans-drankje te krijgen moet je je dan nog naar een drankgelegenheid begeven waar ze Liefmans schenken (en vermits ik geen kriekliefhebber ben, weet ik er zo direct geen), en moet je een codezin tegen de barman roepen, want in een café hoort een barman je anders zelden. En hoe denk je dat die codezin luidt? Rood rocks.

Rood rocks! Kan je je dat voorstellen! En kan je je inbeelden dat ik, die door het leven ga als een blauwe woordvoerder, in het café moet beginnen roepen hoe leuk ik de roden vind om aan een drankje te geraken dat ik eigenlijk van in het begin nooit heb gewild? No way dus. Bovendien wil ik niet ontslagen worden, vandaar deze blog om me alvast bij mijn bazen en hun spionnen op facebook te verontschuldigen voor alle rood rocks-meldingen die nog op mijn startpagina zouden kunnen opduiken.

Maar bij nader toezien, wat een oenen zijn dat toch bij Liefmans? Wie haalt het nu in zijn hoofd om zo politiek kleur te bekennen?  En dan nog tijdens Pukkelpop, waar niet enkel een overdosis hete zon het publiek martelde, maar ook een hoop roden, aangevoerd door Chokri, Lieten en Hilde Claes, die van alle beschikbare schermen in koele huiskamers misbruik maken om te doen alsof ze cool zijn door in die hitte op een wei in Hasselt rond te struinen.

Tenslotte, het verbaast me met de dag minder en minder dat facebook het op de beurs zo slecht doet.

16:20 Gepost door peter in literatuur, media, Muziek, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liefmans, pukkelpop, facebook |  Facebook | | |

18-08-12

De plage of de plas?

Een samenloop van omstandigheden bracht ons de voorbije dagen zowel in Hofstade Plage als de Plas van Rotselaar. Deze zwemgelegenheden hebben tegenwoordig andere namen maar ik hou eraan de namen uit mijn jeugd in ere te houden. Vandaag kom je er niet meer gratis binnen, tenzij je inwoner bent van de gemeente of andere manieren weet om de ingangsprijs van 5 euro te ontlopen. In Hofstade vragen ijverige medewerkers van Securitas aan de strandingang zelfs je identiteitskaart. ‘Ga maar door’, zei de Securitas-agent, ‘ik zie ze al zitten’, toen ik mijn portefeuille opensloeg. Het gaf me een ongemakkelijk gevoel. Ofwel controleer je, en dan controleer je iedereen, ofwel controleer je niet. Vóór mij mochten allochtonen niet zo makkelijk door. Op de plage hoorden we veel Frans, Arabische en Slavische klanken, opvallend meer dan aan de Plas.

Hofstade was zover mijn herinnering reikt een badplaats die veel weg had van de zee en een meer waarrond we vader en moeder en vaak zelfs ook nonkels en tantes met neefjes en nichtjes moesten uitlaten vooraleer we naar de speeltuin mochten of in het zand en water mochten spelen. Hofstade had vroeger een luxueus openluchtzwembad, vandaag een parkkanker. Ik heb daar nog in gezwommen, vertelde ik mijn dochter. Toen ik een jaar of tien was fietsten we er die kleine tien kilometer met de welpen heen, zoals we ’s winters ook naar de schaatsbaan van Heist-op-den-Berg fietsten. Voor de scouts van tegenwoordig lijken dat onoverbrugbare afstanden, tenzij met oudervervoer.

Van onder de parasol op de plage, veilig achter mijn zonnebrilglazen tuurde ik dromerig naar de mooie, jonge meisjes in bikini, toen me een kinderherinnering te binnen schoot. Het viel in die zwoele jaren zeventig al voor dat meisjes op een badhanddoek lagen te zonnebaden langs dat luxueus openluchtzwembad van Hofstade, met een  half oog gericht op de jonge mannenlijven die hen vanop de duiktoren trachtten te imponeren. Een van de welpen, ik ben zijn naam vergeten,  had in het zwembadwater een verdronken muis opgevist. Het kadavertje was al wat heen en weer gevlogen, tot onze leider Baloe, hij moet toen een universiteitsstudent zijn geweest realiseer ik me vandaag, de horde tot de orde riep. Hij fluisterde ons in twee mooie meisjes op hun handdoek te besluipen en de muis op hun zachtgebruinde ruggetje te deponeren. Baloe was in die tijd wel voor meer van die geweldige geintjes te vinden. Als jurist maakte hij later carrière in de bankwereld, maar ik hoorde enkele jaren terug dat hij, ontevreden over zijn bedroevend soortelijk geluk in die sector, Europa aan het rondstruinen was als vrachtwagenchauffeur. Respect. Voor een scout loert het avontuur overal maar zelden in een kantoor.

Mijn eerste herinneringen aan de Plas van Rotselaar zijn wat jonger. Het meer van het buurdorpje van het wereldberoemde Werchter werd geschapen in de lang vervlogen tijd dat in Vlaanderen nog grote infrastructuurwerken werden uitgevoerd, zoals de bouw van een autoweg van Brussel via Leuven naar het verre Limburg. Het meer lag er op zekere dag en niemand deed er aanvankelijk iets mee. Er was geen strand die naam waardig, er lag enkel een pad rond.

Dat pad maakte het mogelijk met een eendagslief de eenzaamheid van de verre oevers te gaan opzoeken voor een privé zwempartijtje en wat gefriemel op het zachte gras tussen de rietkragen. Of ’s nachts te gaan skinny dippen, een kampvuur aan te steken en een bachanaal aan te richten waar niemand nog van wakker lag. Vandaag moet je een fles rosé voorbij de toegangscontrole smokkelen want alcohol is verboden in de afgebakende zwemzone.  Ik kan het de bewakers maar eerlijk bekennen: zelfs autochtone veertigers schrikken daar tegenwoordig niet voor terug. Maar je kan nu wel echt naar het toilet, echt douchen, echt een ijsje eten of buiten de strandzone een terrasje doen waar je dan wel een biertje mag drinken. En als je dreigt te verdrinken mag je hopen dat een echte redder je opvist voor je een kadaver bent. Binnen de werkuren weliswaar.

19:10 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |