07-08-12

Vannacht kwam Raf langs…

Vannacht kwam Raf langs. Het was ergens in een café zonder naam waar ik aan het praten was met mensen die er niet toe doen. Ik herkende hem al van ver aan zijn manier van gaan. Hij zag me zitten en hij stak zijn hand op. Ik sprong recht en liep op hem af. Ik viel hem in de armen. ‘Raf, hoe is dit mogelijk?’

 

Meer dan dertig jaar geleden leerde ik Raf kennen bij de scouts. Hij liep al lang in de groep rond, maar omdat hij enkele jaren jonger was dan mij, had ik niet zoveel contact met hem. Dat veranderde toen we samen leiding gaven aan de welpen. Ik zie hem nog altijd slungelachtig komen aanwandelen, de linkerhand in zijn broekzak, in zijn rechter een sigaret, met die verlegen, verontschuldigende lach op zijn gezicht. Zou het kunnen dat hij te laat was?

 

We beleefden heerlijke jaren. Maar hij ergerde me ook af en toe: ik kon niet altijd op hem rekenen, hij kwam vaak te laat, daagde soms al eens niet op, en gsm’s bestonden nog niet. Pas veel later vertelde hij me over de nesten waarin hij in die periode, ver buiten de veilige haven van de scouts, verzeild was. Ik ben blij dat ik Raf niet heb losgelaten, dat ik probeerde om hem bij de groep te houden, bij mij, ook de vele jaren na het passeren van het warme scoutsstation. Want ergens wist ik dat er op Raf natuurlijk wel te rekenen valt. En ik kreeg gelijk. Hij is uitgegroeid tot een steunpilaar voor de welpen. En in zijn verdere leven voor zoveel mensen. Ook voor mij.

 

We hadden bij de welpen een jaar lang een gehandicapte jongen, Jeroen. Hij kon amper lopen en zat in een driewieler. Hoe betrek je zo’n jongen in een dagtocht? Hoe laat je hem mee genieten van een bosspel? Hoe zorg je ervoor dat de andere jongens hem niet altijd zien als het lastpak dat de groep hindert of ophoudt? Hoe breng je de andere jongens ertoe ook voor hem respect en af en toe eens bewondering op te brengen? Dat was allemaal niet zo evident.

 

We zagen het als een grote uitdaging om het toch te proberen. Het was vooral Raf die daar zijn schouders onder zette. Om te beginnen letterlijk. Kilometers lang heeft hij Jeroen op zijn rug gedragen. Hij nam Jeroen bij zich op een post, hij bedacht opdrachtjes die ook Jeroen een aandeel in het spel gaven, hij zorgde ervoor dat Jeroen hardop mee joelde als zijn ploeg won, en dat hij mee kwaad en ontgoocheld was omdat zijn ploeg verloor.  

 

We namen Jeroen mee op kerstweekend naar de Kluis in Sint-Joris-Weert. Het sneeuwde en het was bar koud. Ik zie Jeroen nog zitten rillen op Rafs rug, diep ingeduffeld met zijn muts aan, zijn sjaal, zijn wanten, zijn dikke trui, zijn winterjas. Jeroen rilde voortdurend van de kou. Maar hij rilde ook van geluk. Jeroens mama stuurde ons na het kerstweekend een ontroerend dankuwelkaartje. Raf ontving van Jeroen zelf een briefje waarin hij schreef hoe leuk hij het bij de welpen vond.

 

Ergens vorig jaar liep ik Jeroens jongere broer Michiel op het lijf. Hij zei dat Jeroen het goed maakt in de instelling, want zijn handicap maakt het niet mogelijk om zelfstandig te leven. En dan vroeg Michiel me hoe het met Raf was, en hij vertelde dat Jeroen het nog vaak over Raf had en over zijn tijd bij de welpen, al die jaren geleden. Raf had van Jeroen een echte welp gemaakt onder de welpen. Hij was er in geslaagd Jeroen te laten vergeten wat hem zo anders maakte.

 

Toen ik na 2 jaar naar een andere scoutstak overstapte, werd Raf de Akela van onze welpengroep. Hij was daar fier op en ik ook. Na de scouts bleven we elkaar opzoeken. Sommige jaren zagen we elkaar maar één keer, soms twee keer. Niet meer. De laatste jaren zagen of hoorden we elkaar weer meer. Als het een maand of twee geleden was, begon het te kriebelen. Dan voelden we dat het weer hoog tijd werd om ons een avond en een stuk van de nacht af te zonderen, met onze heilige Bob Dylan op de achtergrond en een fles goede wijn of twee op de voorgrond. We leerden elkaar doorheen die lange jaren de geweldigste boeken kennen. Ik dank het aan Raf dat José Saramago en vooral Mario Vargas Llosa nu al jaren mijn leven verrijken. Van zodra ik Llosa’s laatste boek, De droom van de Ier, uit had, heb ik Raf gesmst dat de Mario zich weer overtroffen heeft.   

 

Wat een bevredigende gesprekken voerden we toch telkens opnieuw. Over onszelf, over onze vele stommiteiten, over de familie en onze naasten, over de wereld en de politiek, over het leven. Raf en ik verschilden enorm: in onze familiale achtergrond, in de milieus waarin we vertoefden, in onze denkbeelden. We waren het dus vaak oneens. Gloeiend, niet alleen over futiliteiten maar over de meest fundamentele levensvragen. Maar op het einde van de avond waren we altijd weer gelukkig omdat we elkaar beter hadden begrepen, zonder dat we het over alles eens moesten zijn. We voelden ons rijker omdat we onszelf dankzij elkaar hadden gerelativeerd. We voelden ons wijzer omdat we onze meningen wat beter konden nuanceren.

 

Zo werd Raf mijn beste vriend terwijl ik toch slechts een klein schuifje in de grote ladenkast van zijn leven was. Een schuifje dat maar af en toe openging. Maar ik durf wedden dat de schuiven van die kast barstensvol mensen zitten die Raf hun beste vriend noemen.

 

‘Alles is toch mogelijk?’, antwoordde Raf gibberend. Maar dat is niet waar. Ik herinner me dat ik dacht, neen, dit kan niet, jij bent toch dood, en dat ik hem dat om een of andere reden niet wilde verklappen. In die levensechte droom waarin Raf me vannacht bezocht, iets langer dan een jaar na zijn plotse dood, stelde hij me aan iemand voor. Een jongen, zo ongeveer van de leeftijd van Jeroen. ‘Dat is mijn zoon’, zei hij fier. Ja, onmiskenbaar, ik herkende de trekken van Raf. In zijn leven heeft Raf nooit een zoon of kinderen gehad. Maar voor de meisjes die met hun moeder bij Raf hebben geleefd, was hij wel een schitterende papa. Dat is zeker waar.

10:14 Gepost door peter | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook | | |

12-07-12

Meerderheid bevalt dan toch van miserietaks

Het gebeurt dat een minister, soms zelfs een hele regering, het glas heft na de goedkeuring van een wet of decreet door het parlement. Ik verwacht niet dat de Vlaamse regering, of minister-president Peeters of zijn vakminister van Financiën Muyters, gevierd zullen hebben dat het decreet dat het verdeelrecht verhoogt, een belasting die beter bekendstaat als de miserie- of scheidingstaks, werd goedgekeurd. De verdeeltaks is de belasting die moet worden betaald wanneer een onroerend goed wordt verdeeld, bijvoorbeeld wanneer bij een scheiding een van de partners de gezinswoning wil overkopen.

Van in het begin verzette de oppositie in het Vlaams Parlement zich bijzonder hardnekkig tegen de plannen om (meer dan) dubbel zoveel geld te kloppen uit de zakken van partners en hun kinderen die door een mislukte relatie in de miserie en vaak ook in de armoede verzeilen. Ik heb over de scheidingstaks al geblogd en zal hier niet in herhaling vallen. En voor wie nog meer wil weten: de creativiteit van Peeters II om munt te slaan uit een vaak voorkomende vorm van menselijke ellende is dankzij hoorzittingen die het Vlaams Parlement aan het thema heeft gewijd, ook in de parlementaire annalen beter en duidelijker blootgelegd dan in de media.

Waarom houdt een nochtans democratisch gelegitimeerde regering dan toch vast aan haar plan?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit partijen die beweren het op te nemen voor maatschappelijke emancipatie van kansarmen en minderbedeelden, voor gezins- en christelijke waarden of voor de kracht van een verandering die Vlaanderens toekomst roze en welvarend zou kleuren?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die zich voldoende sociaal en geëngageerd vinden om op straat te komen voor een Afghaanse minderjarige die wordt uitgewezen?
Waarom doet een meerderheid dat, waar mensen deel van uitmaken die in een vorige legislatuur een voorstel hebben ingediend om die verdeeltaks net af te schaffen in plaats van (meer dan) te verdubbelen?
Waarom doet een meerderheid dat, die bestaat uit mensen die daarmee regelrecht ingaan tegen hun partijprogramma?
Waarom doet een regering dat, die bestaat uit ministers, gesteund door intelligente volksvertegenwoordigers, die maar al te goed weten (en indien niet: de Raad van State heeft hun gewaarschuwd) dat hun decreet door de discriminatie tussen gehuwden en feitelijk samenwonenden en voor scheidende koppels met gehandicapte kinderen de toets van het Grondwettelijk Hof wellicht niet zal doorstaan?

Ik schreef het al eerder: omdat een gat in de begroting moet gevuld worden.
Sterker nog, omdat de opbrengst van deze perverse scheidingstaks nodig is om de huisvrede op het Martelaarsplein af te kopen met een kindpremie voor de ene, een kinderzender voor de andere en een extra kindercreche voor de derde.
Omdat de regering met die belastingverhoging dacht makkelijk te kunnen wegkomen, want veel mensen die straks die hogere scheidingstaks zullen moeten betalen, weten dat vandaag nog niet omdat de ellende van een echtscheiding hen nog niet als een koude douche is overvallen.
Omdat een bond van toekomstige echtgescheidenen nog niet bestaat.
En omdat een regering die al van haar eedaflegging geteisterd wordt door geruzie en verdeeldheid, op den duur enkel nog uit therapeutische hardnekkigheid bij elkaar blijft en de eensgezindheid enkel nog met de karwats door het Parlement krijgt gejaagd.

En dat bedroevend spektakel viel het huis te beurt waar de vertegenwoordigers van het Vlaamse volk vergaderden, een dag na de viering van de feestdag van dat volk. “De meerderheid liet de kritiek over zich heen rollen en toonde zich bijzonder spaarzaam met commentaar en weerwerk”, noteerde de verslaggever van Belga neutraal en tegelijk veelzeggend.

Bevoegd minister Muyters beklemtoonde dat de nieuwe verdeeltaks nodig is om de begroting van 2012 in evenwicht te houden. Minister-president Peeters zei slechts dat hij alles al eens had gezegd. Vice-minister-president Lieten, die het decreet mee had ondertekende, zei niets en lachte schaapachtig. Van de “Socialistische Partij Anders” verwaardigde zich zelfs niemand tijdens het plenaire debat om, al was het maar met een zin, een woord, een letter, het woord te vragen om namens de kiezers te spreken die ze in het Vlaams Parlement toch heet te vertegenwoordigen.
Geheel in navolging van de tsjeventaal waarvoor haar partij wel eens over de hekel wordt gehaald, legde een CD&V-vertegenwoordigster de schuld voor de zwijgkracht waarin de meerderheid zich had veranderd zelfs bij de oppositie, die het had aangedurfd om zich zo hard tegen de nieuwe belastingverhoging te verzetten, dat de discussie in de bevoegde commissie wel een half jaar had aangesleept, een tijdsspanne waarin alles, echt waar, al eens was gezegd, zodat nu enkel nog een duw op het stemknopje in de plenaire vergadering nodig was.

Maar zelfs die minimale beweging kreeg de meerderheid niet georchestreerd. Te weinig parlementsleden van de meerderheid waren opgedaagd om het vereiste aantal te bereiken voor een correcte stemming. De oppositie verliet het halfrond, het was tenslotte niet haar idee om mensen met een belastingverhoging van 150 procent nog wat dieper in de miserie te storten, en parlementsvoorzitter Peumans zag zich genoodzaakt de vergadering een uur te schorsen, zodat wat spijbelende vertegenwoordigers van het volk gevorderd konden worden om hun mandaat dringend te komen invullen.

Open Vld-fractievoorzitter Sas van Rouveroij had zijn betoog even voordien besloten met de bede de verhoging van het verdeelrecht te vervangen door de afschaffing ervan. “Als u dit niet doet, is dit een dag van schaamte”, besloot hij. Het was op 12 juli 2012 in Vlaanderen een dag van schaamte. Voor de Vlaamse ministers, voor de Vlaamse meerderheidspartijen en voor hun Vlaamse volksvertegenwoordigers.

03-07-12

De vernielde hoop van Timboektoe

Wat is er niet allemaal slechter en lelijker geworden sedert 1999! Neem nu Timboektoe.

Deze mythische woestijnstad in Mali is vandaag het slachtoffer van de islamistische groepering Ansar Dine. Met militaire precisie vernielen deze fundamentalistische moslims het karakteristieke culturele erfgoed van Timboektoe. Ansar Dine beweert dat de islamitische wetgeving bepaalt dat graven niet langer mogen zijn dan vijftien centimeter, leer ik uit De Tijd. Daarom maakt Ansar Dine unieke graven en mausolea wat beter met de grond gelijk. Timboektoe is (zoals Brugge) Unesco-werelderfgoed, sedert 1988. En omdat de burgeroorlog die sedert enkele maanden in Mali woedt de behartigers van werelderfgoed zorgen baarde, erkende de Unesco Timboektoe vorige week nog als “bedreigd werelderfgoed”. Het maakte blijkbaar weinig indruk. Of de actie van Unesco zorgde net voor wat meer ijver bij de afbraakwerkers.

Toppunt is dat Timboektoe, vermoedelijk in de 12de eeuw gesticht door de Toearegs, niet enkel een historisch handelsknooppunt en pleisterplaats was voor woestijnkaravanen, maar ook het centrum voor de verspreiding van de islam in Afrika. De stad met zijn typische lemen constructies telt prachtige moskeeën uit de vijftiende en zestiende eeuw en bracht in de zestiende en zeventiende eeuw toonaangevende islamitische geleerden voort.

Wat heeft dit dan te maken met 1999?

In de jaren negentig was het Afrikaanse Mali een baken van hoop in Afrika. Het land was onder de leiding van president Alpha Oumar Konare de motor van een coalitie van zestien West-Afrikaanse landen die ijverden voor ontwapening – de regio was toen vergeven van naar schatting 15 miljoen “kleine wapens” zoals men kalasjnivkovs of FAL-geweren omschrijft. Uit mijn militaire dienst weet ik nog dat je met zo’n Belgische FAL van FN op 200 meter iemands arm los van zijn lijf knalt. Konare sloot een vredesakkoord met opstandige Toearegs in het noorden van Mali, hij stelde een gedragscode in tussen leger en civiele maatschappij in Mali en hij voerde actieve diplomatieke strijd tegen het ronselen van kindsoldaten.

Bij het vredesakkoord met de Toearegs in ’95 werden in Timboektoe in plaats van mausolea en moskeeën nog drieduizend lichte wapens feestelijk in de as gelegd. Dit vreugdevuur werd jarenlang herdacht. Maar vooral met het “Mali-moratorium” sprak Konare tot de verbeelding. Tot in België. Daar was op dat moment een zekere Réginald Moreels als staatssecretaris bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking. Deze merkwaardige man die ik hoogacht, is niet in één zin te portretteren. Laat me volstaan te melden dat de voormalige Arts zonder Grenzen, bezield was van pacifisme, van ontwapening voor ontwikkeling, zoals Konare, die er als president op stond de Belgische staatssecretaris lange tijd in audiëntie te ontvangen.

Voor een blitzbezoek in het kader van dit “Mali-moratorium” trok Moreels einde maart 1999 naar Timboektoe. Met mij als buitenland-journalist van De Standaard in zijn zog. Zoals tientallen ministers en ambassadeurs plantte Moreels in Timboektoe een vredesboom in wat een vredesbos moest worden. Wat zou er nog van overschieten?

Zoals het een westerse messias betaamt, had Moreels een cheque mee van omgerekend een half miljoen euro. Voor projecten die in de praktijk van ontwapening naar ontwikkeling moesten leiden. Welke resultaten zouden die projecten opgeleverd hebben?

De tegenkrachten oorlog en vernieling blijken deze dagen alleszins weer sterker. De hoop op een betere wereld die op het eind van vorige eeuw hoog opflakkerde in La Flamme de la Paix in Timboektoe en bloeide in het vredesbos in de woestijn is gevlucht voor puinhopen, barbarij en kogels van FN-geweren.

20-06-12

Wagonautisten op wereldvluchtelingendag

Een wagonautist. Dat ben ik, volgens mijn oudste dochter. Ze pendelt mee naar Brussel, met de vroege trein van 7:02 u. Ze zwoegt op de laatste examenweek van haar eerste bachelor.  Gedurende de vijftig minuten die we samen sporen leest ze nog driftig nota’s en samenvattingen na.

Ja, ik geef het toe, ik ben een wagonautist. Ik hou ervan elke ochtend in dezelfde wagon op te stappen. Ik kijk uit naar de mensen die er al zitten, die ik herken maar, een uitzondering daargelaten, niet ken. Ik kijk uit naar en ik kijk uit voor mensen die op de volgende haltes van de boemelende P-trein naar Brussel opstappen. Sommige mensen die ik niet ken heb ik namelijk liever niet in mijn buurt. Ik heb geleerd hoe je tot op zekere hoogte mensen ertoe kunt brengen niét naast je of rechtover je te komen zitten.

Andere mensen heb ik wel graag in mijn buurt. Ik tracht dan verwelkomend en gastvrij over te komen, leg mijn tas onder mijn bank in plaats van naast me, hou mijn knieën tegen de zetelrand geklemd om zo weinig mogelijk beenruimte in te nemen.

Doorgaans lees ik op de trein een boek. Als ik praters rond me heb zitten die me uit mijn concentratie brengen, zet ik een dikke hoofdtelefoon op en luister ik onder het lezen naar mijn favoriete muziek. Soms luister ik wel noodgedwongen of belangstellend naar een conversatie of een telefoongesprek tussen onbekenden.

Zo leer ik de onbekenden kennen. Zoals de onaantrekkelijke vriendelijke vrouw die haar elke ochtend ongeborstelde en toch zo mooie vriendin vertelt dat ze een weekend gaat shoppen in Londen. De steelse trots waarmee het lelijke meisje de maandag daarop naar haar glanzende, exclusieve sandalen in krokodillenleer met een hoge hak gluurt.

De vervelendste medepassagiers zijn de oudere man die het nieuws van de dag voordien lijzig nakauwt voor zijn zwijgende jonge collega met oorbel en baseballpet en de vrouw van middelbare leeftijd die wel elke dag haar collega en de omzittenden verveelt met klachten over haar man die de verwachtingen weer niet heeft ingelost. Ik kan ze helaas niet steeds vermijden.

Mijn dochter fluistert dat ze zich niet kan concentreren met die babbelkonten achter ons.  ‘Zet je hoofdtelefoon op’, raad ik haar aan. Misschien is ze ook wel een wagonautist, denk ik. Ik zwijg erover, ze moet zich kunnen concentreren. Wat later in Brussel-Centraal wens ik haar veel geluk met het examen.

Aan de uitgang waar Brussel-Centraal elke ochtend de pendelaars uitbraakt als water dat kolkend bergop vloeit, stopt een vrouw me een kaartje in de handen. ‘Niemand vlucht uit vrije wil’, staat erop geschreven. ‘Vluchtelingen laten alles en iedereen achter om te ontsnappen aan geweld. Niet uit opportunisme, maar om te overleven.’ Het is wereld-vluchtelingendag. Wat mag een mens zich toch gelukkig prijzen als hij ongestoord de wagonautist kan uithangen.

15:36 Gepost door peter in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vluchtelingen, pendelaars |  Facebook | | |

Schrik van de moslims? (3)

Op de hoorzitting over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen kwam ook een zekere Abdul Shattour aan het woord. Hetgeen deze islamleraar in Limburg in de parlementscommissie vertelde, was verbazend. Van de ongeveer 300 leerkrachten islamitische godsdienst die Vlaanderen vandaag telt, hebben er maar 6 à 7 een universitair diploma, zei hij. Enkelen hebben een universitair diploma, bijvoorbeeld van de universiteit van Kaïro, dat bij ons niet erkend is.  Vlaanderen heeft volgens Shattour meer nood aan goed opgeleide leerkrachten dan aan imams. En ja, heeft hij geen punt: is het eerlijk dat Vlaamse leerlingen zedenleer of katholieke godsdienst wel goed opgeleide leerkrachten hebben en moslimleerlingen voor hun islamitisch levensbeschouwelijk vak niet? 

Twee wegen leiden vandaag naar een loopbaan als islamleerkracht. Een opleiding op bachelorniveau kan vandaag aan verschillende instellingen als de Erasmushogeschool Brussel of Groep T Leuven. De tweede weg loopt via een examen bij de Moslimexecutieve.

Die Moslimexecutieve is volgens Shattour dringend aan hervorming toe. ‘De verkiezingen van de moslimraad verlopen volgens islamitische culturen en passen niet in de traditie van vrije verkiezingen in onze democratie’, zegt Shattour. ‘De Moslimexecutieve telt bijvoorbeeld mensen die dag en nacht in een moskee verblijven en niet vertrouwd zijn met de buitenwereld, de normen en waarden in de samenleving, laat staan de taal die er gesproken wordt’, klaagt hij. ‘Hoe kan zo iemand de opdracht uitvoeren waarvoor hij verkozen is, namelijk deel uitmaken van de spreekbuis van de moslims in België met de politieke overheden?’

De islamleraar heeft nog wat uitspraken in petto die je niet vaak van een moslim hoort. Hij bepleit moskeeën met een preek in het Nederlands en de samenvatting in het Arabisch (in het beste geval is het nu omgekeerd).  Hij ijvert voor een Europese, zelfs  Vlaamse islam. Hij zegt dat gemengde huwelijken het beste glijmiddel voor integratie vormen. Hij hekelt de huidige inspecties voor het islamonderricht, waarin Marokkaanse islamleerkrachten Marokkaanse inspecteurs kunnen vragen, en Turkse leerkrachten Turkse inspecteurs. Hij onthult dat bepaalde inspecteurs in het actuele islamonderricht amper het Nederlands machtig zijn.

Ook in de reportage van Joël De Ceulaer in De Standaard van 2 juni staat de directeur van het Koninklijk Atheneum Anderlecht aan de klaagmuur: ‘De pas afgestudeerde islamleerkrachten lijken mij inderdaad fanatieker’, wordt hij geciteerd. Deze directeur krijgt bijval van de algemeen directeur van de Scholengroep Brussel. Hij hamert erop dat zijn jongens en meisjes geïntegreerd moeten raken via het onderwijs. En dat gaat verder dan de hoofddoek op het hoofd, een debat dat in Brussel niet meer leeft. ‘Maar de dingen die sommige islamleerkrachten verkondigen zijn nog veel erger dan die hoofddoek, ze gaan om wat er in je hoofd zit. Daarom ben ik vragende partij voor een degelijke opleiding islamitische godsdienstwetenschappen.’

In het artikel van Joël De Ceulaer komt ook minister van Onderwijs Pascal Smet aan het woord. Volgens hem komt de islamopleiding aan de hoge onderwijsinstellingen er vanaf 2014. Er komt bovendien een nieuw decreet op de inspectie van levensbeschouwelijke vakken, dat tot meer inspecteurs islam moet leiden. En Smet onderzoekt tenslotte of er geen algemene competenties moeten komen voor leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. De aanvaarding van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou daarvan dan deel kunnen uitmaken.

De stemming over de resolutie van Ludo Sannen e.a. moest vorige donderdag uitgesteld worden. Het Vlaams Belang begon te filibusteren. De partij tracht de jongste weken haar blazoen van anti-islampartij op te poetsen met het verstoren van een halal barbecue op een lagere school, met een affichecampagne en met parlementaire tussenkomsten waarmee ze meteen ook aantoont dat ze nog altijd discrimineert en grondwettelijke vrijheden zoals de godsdienstvrijheid niet aanvaardt.

Gisteren stond in De Morgen dat minister van Binnenlandse Zaken Milquet klaar is met haar anti-Sharia4Belgiumwet. Deze nieuwe wet om private milities te verbieden zou vrijdag op de ministerraad komen. 

Gisteren  ook keurde de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de resolutie van Sannen e.a.  goed. Ook oppositiepartijen Groen (Elisabeth Meuleman) en Open Vld (Khadija Zamouri) stemden mee, na het aanvaarden van hun amendementen door de meerderheid. Alleen het Vlaams Belang stemde tegen.

15:34 Gepost door peter in Actualiteit, integratie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

18-06-12

En dat op heilige grond

 

‘Wat een verzameling oude zakken’, zuchtte ik met het eerste glas cava in mijn handen. ‘Ja, wat had je dan gedacht’, lacht iemand, ‘je bent hier wel op de verjaardagsfuif van zeven vijftigers hoor!’ Dat is het natuurlijk: die vijftigers van vandaag gedragen zich alsof ze de jeugd nog altijd in pacht hebben, alleen zien sommigen onder hen er niet langer zo uit.

 

De muziek was alleszins fantastisch: lekker ouderwets. De oude liedjes woelen verre herinneringen op. Plots krijg ik het warm van de eerste gitaarklanken van ‘Like a rolling stone’ van Dylan, mijn absolute idool. Veel toehoorders kennen de klassieker en, ongelofelijk maar waar, enkele rijpere dames wagen zich al op de houten dansvloer terwijl het nog niet eens helemaal donker is. Ik niet. Ik heb het veel te druk met praten. ‘En pinten drinken’, voegt mijn vrouw daar in die typisch vrouwelijke verwijtende toon aan toe.

 

De vriend die me als een van de feestvarkens heeft uitgenodigd geeft wat uitleg bij de unieke locatie van de feesttent met aanpalende frituur, pizza-bar, shelters, toiletcaravan en partytenten voor wie even een rustig gesprek wil voeren – vijftigers zijn wat luxe gewend. ‘Hier vonden de eerste edities van Rock Werchter plaats’, weet hij. Hier is een uitgestrekt weidelandschap met wat canadabossen buiten de dorpskom van Werchter, waar mijn vriend opgegroeid is. ‘Was jij daar dan bij’, vraag ik. Mijn herinneringen over Werchter gaan ook vele jaren terug, maar ze vinden hun oorsprong wel uitsluitend op de grond waar het festival tot heden de geschiedenis schrijft waarvan ooit mijn dochters verhalen zullen vertellen.

 

Ik herinner me van op Don Bosco wel hoe sommige klasgenoten, vooral van Werchter en Rotselaar, vertelden over die eerste jaren, toen Rock Werchter nog het Rock & Blues Festival Werchter heette. Kaarten kon je toen in Haacht bij café Claude kopen. Maar mijn ouders vonden me nog te jong (ik ben een jaar jonger als mijn Werchterse vriend). Ik moest wachten tot ik 17 was. Niet omdat de tocht van vier kilometer van Haacht-Station naar Werchter lang en gevaarlijk was, denk ik, maar vooral omdat ze me nog te groen vonden om te kunnen weerstaan aan de vele verboden verlokkingen die naar verluidt op een festival de jeugd bedierven.

 

Ineens realiseer ik me dat de mensen die in levende lijve in Werchter vóór het podium (toen was er nog maar één) de geboorte van het festival hebben meegemaakt en het gaandeweg mee hebben zien groeien tot een van de beste en succesvolste festivals ter wereld, vandaag tot de generatie van de vijftigers behoren. Met Rock Werchter identificeren ze zich een beetje alsof ze in de kraamkamer persoonlijk geassisteerd hebben bij de bevalling van een wonderkind. En daarom bevind ik me op dit moment haast op een heilige grond.

 

‘Ik heb hier voor het eerst Talking Heads gezien’, roept mijn vriend boven het oorstrelende ‘The healer’ van John Lee Hooker. Terwijl de duisternis valt en de kleurrijke spots voor verlichting zorgen loopt de tent voller met zilvergrijze en wijkende kapsels en glimmende schedels die nu veel andere vrienden van vroeger teisteren. Het werk, de kinderen, de politiek, de hoor-jij-nog-iets-van…-vragen passeren de revue. Op een bepaald moment sta ik met een flesje jupiler en een glas primus in één hand en een sigaret in de andere. Ik denk, straks moet ik toch ook eens een watertje drinken.

 

Tot mijn verbazing zie ik de moeder van een vriendin van mijn dochter binnenkomen, zij werd blijkbaar uitgenodigd door een ander feestvarken. Aan de lichtjes in haar ogen merk je wel dat ook zij vanavond het feestbeest wil uithangen. ‘Eigenlijk vind ik dit leuker dan een trouwfeest’, verklapt ze me. In het begin van de avond gingen de rokers nog netjes buitenstaan. Hoe later het wordt, hoe minder rokers zich schromen om binnen in de tent hun stinkstok op te steken. Ik doe gretig mee, het is lang geleden dat ik op één avond nog zoveel tabak verbrand heb.

 

Net als ik een cola heb besteld, zegt de vriend met een bob die me thuis zou afzetten dat het tijd is om te vertrekken. We delen de cola en ik volg hen door de tent naar buiten. ‘The passenger’ van Iggy Pop schalt door de boxen. Straf, denk ik, nooit eerder ben ik op een fuif weggegaan zonder hierop te dansen. Op de dansvloer zie ik een voormalige klasgenote zwierig zwaaien. Een wonderlijke flits van herkenning: zij danst nog net als vroeger. Zij wel, ja.

 

19:45 Gepost door peter in Muziek, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rock werchter, dylan, john lee hooker, iggy pop |  Facebook | | |

12-06-12

Schrik van de moslims? (2)

De Kamer beleefde vorige week hoogdagen met tien actuele vragen over hetzelfde onderwerp: onze opruiende en geweld predikende vriend Fouad en zijn volgelingen van Sharia4Belgium. De persbanken zaten vol, journalisten, fotografen en cameramensen verdrongen elkaar om maar niets te missen. Bij de politici, hun medewerkers en woordvoerders stroomde de adrenaline. De politiek donderde vorige donderdag iets harder dan op de normale donderdagen dat Villa Politica het parlementair theater uit de Kamer in de huiskamers brengt. Tussen haakjes: de onvolprezen Linda De Win van Villa Politica zorgt op woensdag voor hetzelfde effect in het Vlaams Parlement. Daar haalden de stand up comedians onder de politici vorige week zelfs De Tijd met hun running gags over Uplace.

Vorige week woonde ik in het Vlaams Parlement een hoorzitting bij die ik persoonlijk maatschappelijk minstens even relevant vond als de nog altijd durende mediahysterie rond Belkacem. Maar er zat maar één journalist in de zaal, ik kan me dus vergissen. Het betrof een hoorzitting in de commissie Onderwijs, in het kader van een voorstel van resolutie van de meerderheidsparlementsleden Ludo Sannen (SP.A), Ward Kennes (CD&V) en Kris Van Dijck (N-VA) betreffende de inrichting van een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen. Akkoord, het gaat maar om een resolutie, als ze goedgekeurd wordt zal het nog lang duren vooraleer die academische opleiding daadwerkelijk boven de doopvont wordt gehouden. Waarom die opleiding toch hoogdringend is, daarover wil ik het hebben.

Dreiging van een expansieve islam?

Als eerste spreker op de hoorzitting gaf Meryem Kanmaz een overzicht van de islamitische aanwezigheid in Vlaanderen. Ze stelde zichzelf voor als inhoudelijk expert van vzw Mana, het Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen. Kanmaz is doctor in de sociale wetenschappen en was ook een tijdje redactrice bij De Standaard. De gelovige moslims maken op dit moment 5 procent van de Belgische bevolking uit, vertelde ze. Ze zijn met 500.000, na de katholieken de godsdienst met de meeste gelovigen. Ze komen vooral uit Marokko (200.000) en Turkije (130.000). Van dat half miljoen woont 40% in het Vlaams gewest, 40% in het Brussels (waar ze 20% van de bevolking uitmaken) en 20% in het Waals.

Terwijl ik Kanmaz deze cijfers hoorde debiteren, dacht ik terug aan een interview dat begin juni in De Morgen verscheen. Wouter Verschelden, de hoofdredacteur van die krant, trad er in een twistgesprek met de bekende filosoof Etienne Vermeersch. Het onderwerp van het interview was de vraag of we er wijs aan doen de burka (en nikab) te verbieden. Verschelden was zo ongeveer de eerste journalist in Vlaanderen die zich tegen het burka-verbod heeft afgezet, en hij stuitte daarvoor op protest van onder meer Vermeersch en Dirk Verhofstadt. Niets beters dus dan een interview om de zaak even uit te klaren.

Het was de eerste zin van Vermeersch uit het interview die terug door mijn hoofd schoot: ‘We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen’. De islam is inderdaad een groeigodsdienst in België, via inwijking maar ook via bekering. Vlaanderen zal tot grote frustratie van ongelovige intellectuelen als Vermeersch nog lang veel gelovigen onder zijn burgers tellen.

Kanmaz wees erop dat de officiële erkenning van de islamitische eredienst in ons land al van 1974 dateert. Maar lokale moskeeën, in het jargon islamitische geloofsgemeenschappen, werden in Vlaanderen pas voor het eerst erkend in 2007, onder toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld). Aan die erkenning hangt ook financiële ondersteuning vast: van infrastructuursubsidies tot de betaling van de wedde van de imam als de bedienaar van de eredienst, zoals dat historisch was gegroeid met de katholieke parochies, de kerkfabrieken en priesters. Met de erkenning van moskeeën koesterde de Vlaamse overheid grote verwachtingen. De moskeeën moesten hedendaagse, moderne en professionele gebedshuizen worden en zich eindelijk eens ontpoppen als pleisterplekken waar moslims verder konden integreren in onze westerse samenleving. Naast criteria in verband met (brand-)veiligheid en bedrijfsvoering moet een moskee (zoals alle lokale geloofsgemeenschappen van wettelijk erkende religies) ook het Nederlands als voertaal aanvaarden (behalve waar de islamitische liturgie het anders voorschrijft) en er mogen geen extremistische standpunten worden ingenomen of criminele activiteiten plaatsvinden (de Staatsveiligheid maakt daar een rapport over). En nieuwe import-imams zouden een inburgeringscursus moeten volgen, Nederlands leren dus en de Vlaamse samenleving met haar normen en waarden leren kennen. Inclusief het setje liberale grondrechten en vrijheden (zoals vrije meningsuiting, pluralisme, gelijkheid van man en vrouw of non-discriminatie,…).

Ik ben geen moskeeganger maar meen wel dat de erkenning van moskeeën ertoe bijdraagt dat zij een overwegend constructieve rol spelen bij de integratie van de moslims in de westerse cultuur. Belangrijker is echter dat een meerderheid van moslims zelf bereid is inspanningen te leveren tot een grotere integratie en openheid naar niet-moslims toe (en vice versa natuurlijk). En daarvoor zijn ook andere sleutelfiguren dan imams van cruciaal belang, zoals de leerkrachten islamitische godsdienst of alternatieve religieuze leiders.

Manazine

De lectuur van het recentste nummer van Manazine, het blad van de hierboven al aangehaalde Mana vzw, dat handelt over ‘islamitisch leiderschap’, heeft me opgebeurd. Van de pagina’s spat de wil van moslim(-leider)s om deel uit te kunnen maken van onze westerse samenleving, met al haar rechten en plichten, verantwoordelijkheden en vrijheden, jawel, zeker en vast. De nood bij de gelovigen van de tweede en derde generatie aan leermeesters die hen begeleiden om een goede moslim te blijven in een overwegend niet-islamitische omgeving, is groot. In de moskee vinden ze die leermeesters te weinig. Het zou me te ver leiden dieper in te gaan op de verschillende manieren waarop de verschillende strekkingen van de moskeeën in Vlaanderen op dit moment hun imams rekruteren. Een rode draad is wel dat de huidige imams, heel vaak geïmporteerd uit het land van herkomst, in veel gevallen de taal niet spreken van hun gelovigen (letterlijk én figuurlijk) en niet vertrouwd zijn met hun leefwereld.

Veel jonge moslims gaan daarom zelf op zoek naar alternatieve kanalen voor de antwoorden op hun geloofsvragen. En ze vinden ook alternatieve religieuze leiders. Dat kunnen islamleerkrachten zijn, of geestelijke leiders die zich buiten de muren van de moskee manifesteren. Via het internet hebben die nieuwe religieuze leiders ook vanuit het buitenland invloed. Manazine stelt enkele van die alternatieve leiders voor, zoals de Nederlander Mohammed Cheppih, die ervan droomt dat de moslims via participatie, integratie en liberaal burgerschap in Nederland tot poldermoslims zullen uitgroeien, of de Zwitser Tariq Ramadan, die de Europese moslims voorhoudt zich aan de wet van het land te houden en die de multipele identiteiten van moslims door hun religie, door hun band met het land van herkomst en door hun nieuwe nationaliteit als een verrijking voor Europa omschrijft.

Het blad geeft ook veel ruimte aan de Turkse Gülenbeweging rond prediker, schrijver en denker Fethullah Gülen. Bert Anciaux (SP.A) vat in Manazine de man en zijn beweging samen in de kernwoorden interculturaliteit, radicale democratie, gemeenschapszin en een erg humane islamovertuiging. Anciaux besluit dat Gülen oprecht gelooft ‘in democratie, maatschappelijk engagement en onwrikbaar respect voor mensenrechten en het daarbij horende actief pluralisme. Als diepgelovige moslim vindt hij in zijn geloof alle kracht en waarden om zich complexloos in een democratische, open samenleving te enten, meer nog te engageren. Dat hij daarbij armoede en onwetendheid als grootste vijanden beschouwt, siert hem.’

De Gülenbeweging is vandaag de snelst groeiende binnen de Turkse gemeenschap. De Lucernacolleges horen bvb bij deze beweging, die in België uitgebouwd werd als Federatie van Actieve Verenigingen van België (Fedactio), met een uitgebreide achterban van vrouwenverenigingen tot zakenmensen en ondernemers. Positief is tot slot dat deze beweging zich dankzij een leerstoel aan de KU Leuven (onder de academische supervisie van Johan Leman) in het academische landschap heeft gewaagd met onderzoek naar interculturaliteit.

Koranverzen bij een epilepsie-aanval

Vanuit de Vlaamse moslimwereld is er dus heel wat in beweging dat veel minder de media haalt dan de gevaarlijke provocateurs van Sharia4Belgium. Donderdagnamiddag staat op de agenda van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de bespreking en stemming over de resolutie waarover ik het in het begin van deze blog had. Het stuk dat de enige aanwezige journalist op de hoorzitting hierover schreef, verscheen het afgelopen weekend in de Standaard onder de titel ‘En toen begon hij koranverzen te reciteren’.

Auteur Joël De Ceulaer leidde een reportage over islamleraars in met enkele primeurs over incidenten in het Vlaams gemeenschapsonderwijs in Brussel. Het ging over islamleraars die koranverzen opdreunden bij een epilepsie-aanval in plaats van gepaste hulp te bieden, en een islamleerkracht die aan zijn directeur vertelde dat hij homoseksuele leerlingen naar de imam zou verwijzen voor een duiveluitdrijving. Kortom, met zo’n incidenten is het niet zo moeilijk om het beeld te boetseren dat de kwaliteit van de huidige generatie islamleraars te wensen overlaat. Die grote nood aan goede islamleraars bleek ook uit de getuigenissen tijdens de hoorzitting, zij het minder tot de verbeelding sprekend dan de primeurs van De Standaard. En daarvoor heb je dus eerst een academische richting islamitische godsdienstwetenschappen nodig, waaruit je onder meer universitaire islamleerkrachten kunt rekruteren die als geboren en getogen moslim tegelijk uit de Vlaamse klei zijn getrokken.

Ik hoop dat het debat over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen deze week wat meer pers naar de banken lokt dan vorige week. Maar ik weet dat die kans klein is: op donderdag jaagt Linda De Win de Kamer weer op. Misschien nog altijd met een zekere Fouad in een glansrol.