22-10-12

De stoten van Léonard

Aartsbisschop André-Joseph Léonard vindt vrouwen belangrijk. Maar ze mogen geen priester worden. En hij wil dat de kerk mensen die zich nu vergeten voelen, beter zou aanspreken. Maar mensen die gescheiden zijn, blijven uitgesloten van de Heilige Communie. Soms heb ik de indruk dat Léonard het als zijn missie ziet om de kerk in Vlaanderen te hervormen tot een sekte.

Bij mijn vroegste herinneringen bevindt zich een flard van een verhaal dat mijn moeder me heeft verteld, waarin “de goede God” een rol speelde. Ondanks een katholieke opvoeding, ondanks jarenlang wekelijks volgehouden pilaarbijten, misdienen of koorgezang, waaraan ik nochtans geen trauma’s heb overgehouden, en ondanks een vorming in het katholiek onderwijs bij de Salesianen waaraan ik de beste herinneringen bewaar, heb ik in het jaar dat ik aan de Katholieke Universiteit van Leuven ben beginnen studeren mijn ouders verdriet aangedaan door de kerk mijn rug toe te draaien (op af en toe een feestdag of een rituele beleving als begrafenissen, dopen of huwelijken na) en ben ik God uit het oog verloren.

Ik ben niet anti-religieus geworden, integendeel, ik erger me vaak aan intellectuelen die zich superieur wanen aan wie in een God gelooft en zich geroepen voelen gelovigen van hun domheid te bevrijden. Laat duizend bloemen bloeien, vind ik. Wat is er menselijker dan geloof en twijfel?

Soms denk ik nog dat ik in God zou kunnen geloven. In die oude “goede God” van mijn prilste herinneringen. Die goede God zal mij mijn twijfel wel vergeven, weet ik in mijn diepste binnenste, mocht ik mezelf ooit toch onverwacht verplicht zien aan zijn hemelpoort aan te kloppen.

Maar steeds minder graten zie ik in de boodschap voor de kerk die Léonard verkondigt.

Ik heb enige bewondering voor Léonard. Omdat hij een overtuiging predikt waarmee hij als de leider van een instituut dat het grootste schandaal uit decennia nog lang niet te boven is gekomen, dapper tegen de stroom blijft roeien. Maar met de twee stoten waarmee hij dit weekend uithaalde op een persbijeenkomst naar aanleiding van de bisschoppenconferentie ter gelegenheid van 50 jaar Tweede Vaticaans Concilie, trapte de belangrijkste kerkelijke leider met zijn bewonderenswaardige moed alweer onverzettelijk op mijn hart en op het hart van velen.

Want hij gaat in tegen het beeld van de goede God. De God die oproept om je naaste te beminnen zoals je zelf, kan in zijn Huis toch niet zomaar gescheidenen uitsluiten van het intiemste ritueel tussen een gelovige en Jezus Christus?

En de vraag over het openstellen van het priesterschap voor vrouwen beantwoordt Léonard vanuit het probleem dat er een priestertekort is, waarvoor hij het geen oplossing noemt. Léonard erkende in het VRT-nieuws wel dat het theoretisch mogelijk zou zijn (wat hij daar ook mee bedoelde), maar dat het nu eenmaal niet op de agenda van de bisschoppenconferentie staat. Hij benadrukte dat vrouwen belangrijk zijn voor de kerk en dat ze heel wat zaken beter doen dan mannen. De reden waarom vrouwen geen priester kunnen worden heeft volgens Léonard te maken “met de symboliek van de priester als vertegenwoordiger van de Christus-bruidegom van de mensheid” en die reden moet de kerk beter uitleggen.

Sorry, maar die symboliek gaat op zijn beurt voorbij aan enkele maatschappelijke evoluties sedert de opschriftstelling van de bijbel. En de kwestie van het vrouwelijk priesterschap enkel afwijzen als mogelijke oplossing voor het probleem van het priestertekort gaat voorbij aan het respect voor de gelijkheid van alle mensen.

Mijn ervaring met de vrouwen waarmee ik samenleef is dat je vrouwen eerst moet respecteren voor je ze kunt beminnen. Als je vrouwen niet als de gelijken van mannen kunt beschouwen, respecteer je ze niet en kan je ze ook niet beminnen als je naaste.

Zo schiet de kerk tekort in wat ik de mooiste opdracht voor een katholieke gelovige blijf vinden en de meest waardevolle erfenis van het christendom. Tussen haakjes: geen enkel geloof dat zich hardnekkig vastklampt aan geschriften en dogma’s die eeuwen teruggaan om de evolutie en de vooruitgang van de mens te betwisten, kan vandaag nog een blijde boodschap brengen.

16:15 Gepost door peter in Actualiteit, Liefde, media | Permalink | Commentaren (0) | Tags: léonard, kerk |  Facebook | | |

12-10-12

Mia en andere weldaden van het feminisme

In Boortmeerbeek stappen ’s ochtends vier dames op de drukke piekuurtrein die van Leuven over Mechelen naar Brussel rijdt. Af en toe zijn ze met vijf, ze werken immers niet allemaal voltijds, of toch niet volgens hetzelfde uurschema. En al wisselt de samenstelling van het kwartet daardoor al eens, ze proberen elke keer bij elkaar te zitten. Ten laatste in het station van Mechelen, waar veel reizigers afstappen vooraleer er nieuwe opstappen, lukt de gezellige vereniging. Soms help ik hen door een plaatsje op te schuiven of zo.

Ze hebben elkaar altijd veel te vertellen. Af en toe vang ik wat op. Zo kom ik aan de weet dat een van hen een weekendje is gaan shoppen in Londen, het bewijs trots aan de voeten. Of ik verneem dat er op het werk van een andere een nieuwe collega is aangeworven, waarmee het lastig opschieten is. Ik leef mee met de jonge moeder, die in paniek schiet als iemand vertelt dat het kleuterschooltje in het dorp bijna vol zit en ze zich realiseert dat het tegenwoordig nodig is om je kind tijdig in te schrijven.

Merkwaardig hoe je op grond van niet meer dan een sporadische, zij het herhaalde blootstelling aan mensen op een trein toch diep kan doordringen in hun levens. En in hun karakters. Want het vrouwenclubje van Boortmeerbeek is diverser dan je zou denken. Het rimpeligste lid heeft een aardige wipneus en een eeuwige glimlach. Ze is altijd rustig, praat stil en luistert met grote empathie. Dan flikkeren haar ogen gretig. Ze roepen de herinnering op aan een aantrekkingskracht die voor praatvaren van mannen vroeger moeilijk te weerstaan moet zijn geweest.

De melkmuil is juf in een Nederlandstalige school in Brussel. Ze draagt haar platinablond haar, dat wegens tijdgebrek ’s morgens geen borstel lijkt te hebben gevoeld, met een eenvoudig elastiekje in een paardenstaart. Ze heeft meestal een nauwsluitende jeansbroek en een blauwe regenjas aan. Ze flipflopt de ene vrolijke anekdote na de andere en lacht schattige kuiltjes in haar wangen.

De derde is ook nog jong en wisselt paardenstaarten af met het haar los. Zij is introverter, een beetje meer het dromerige type dan de spring in ’t veld, met haar donkere melancholische ogen en de iets te forse benen om met succes aan missverkiezingen te kunnen deelnemen.

De vierde is wat molliger geworden met het rijpen naar de middelbare leeftijd. Zij straalt het zelfvertrouwen uit van een vriendelijke directiesecretaresse die er haar hand niet voor omdraait om gendarm te spelen als ze de baas of bazin voor beuzelarijen meent te moeten behoeden. Het is meestal zij die eerst opstapt en bepaalt waar het gezelschap zo dicht mogelijk in elkaars buurt neerstrijkt.

De laatste is ook jonger dan ikzelf. Ze compenseert haar door een dik omlijste rechthoekige bril nog geaccentueerde strenge uiterlijk met frivole laarsjes en stijlvolle mantelpakjes. Ook aan de flair waarmee ze parmantig met haar neus een tikje teveel in de lucht over het perron loopt, zie ik bij haar de ambitie branden van het creatieve en commerciële talent dat dringend hogerop moet.

Het gekwebbel van dit zelfbewuste vrouwelijke treingezelschap stemt me goedgezind, zelfs als ik me stil, met mijn hoofdtelefoon op om door de koffieklets zonder koffie niet afgeleid te worden, blijf verdiepen in de romans die ik tijdens mijn gependel verslind. De weldaden van het feminisme geven ook mannen veel vreugde, besef ik. Dertig jaar geleden telde de vroege piekuurtrein veel minder vrouwvolk.

De eerste vrouw van het gezelschap stapt af in Vilvoorde. En daar doet zich een wijziging in de tableau vivant voor. Er schuift schuchter een muisje van een vrouwtje de wagon in die haar plaats inneemt. De nieuwkomer begroet steevast uitgebreid, overvriendelijk en eerst de vrouw die ik als “directiesecretaresse” heb getypeerd. In het Frans. En dat is het sein waarmee de taal van de gesprekken die voor alle oren in de club zijn bestemd, verandert. Tot het einde van de reis, in Brussel-Noord, waar er nog twee (of drie) afstappen, en uiteindelijk tot Brussel-Centraal, waar de nieuwkomer alleen overblijft met de juf en haar hobbelige kennis van het Frans.

En daarom denk ik aan Mia. De zelfbewuste en feministische grande dame die ik jaren geleden als journalist bij De Standaard heb leren kennen. Niemand zal de kosmopolitische barones, als redactrice en buitenlands correspondente begiftigd met een uitmuntende gave voor het gesproken, geschreven en getoonzet woord en experte op zowat elk internationaal en nationaal terrein dat ze betrad, vandaag nog van N-VA-sympathieën verdenken, wellicht eerder het tegendeel.

Mia Doornaert is fier op haar moedertaal die ze met grote liefde spreekt. Ik zag haar vorige week nog aan het werk in Terzake, waar ze Kathleen Cools terechtwees omdat ze Vlaams verwarde met Nederlands. Mia staat erop Nederlands te spreken in Brussel, vindt het maar logisch dat nieuwkomers in Vlaanderen Nederlands leren en is diep doordrongen van het besef dat de Vlamingen van de Franstaligen in België pas respect voor hun taal zullen krijgen als ze dit ook afdwingen.

Waarom niet beginnen op de trein, dames?

25-09-12

Is 4 één TVeel?

Meer dan een kwarteeuw geleden maakte een van mijn medestudenten een licentiaatsverhandeling met als titel “Profiel van de niet-televisiekijker”. Ons televisielandschap zag er toen helemaal anders uit dan vandaag. Televisie was in Vlaanderen synoniem met de openbare omroep, de BRT. Commerciële of thema-zenders waren er nog niet. De eerste, VTM, zag in 1989 het levenslicht. Regionale tv-omroepen bestonden evenmin. Over computers hadden we op het departement Communicatiewetenschap al gehoord, het waren reusachtige machines waar je ponskaarten moest insteken. De personal computer (pc) bestond nog niet. Dus ook niet het internet met al zijn mediatoepassingen van vandaag.

We keken wel veel naar de Nederlandse televisie en veel vaker dan vandaag naar Franstalige, Engelse of zelfs Duitse zenders. De kleurentelevisie was al enkele jaren ingeburgerd en teletekst stond in zijn kinderschoenen. En toch waren er op dat moment, in dat magische 1984 van Big Brother, al zoveel mensen die bewust geen televisie wilden kijken om een studentje communicatiewetenschap ertoe te brengen daar zijn eindverhandeling aan te wijden.

Als er vandaag nog iemand de niet-televisiekijker wil bestuderen, stel ik me graag kandidaat als proefpersoon.

Eerlijk, ik vind het aanbod in Vlaanderen teveel van het goede (en al zeker dat we 3 tv-zenders met belastinggeld moeten bekostigen). Ik denk niet dat mijn mening iets te maken heeft met 4, al is de hype over de woestijnvis-tv (ook in de kranten, waar de van de tv afgeleide berichtgeving de voorbije jaren eveneens is geëxplodeerd) wel de aanleiding om de stoom eens af te laten. Wel televisieslaven, ik haak af, gebukt onder de overvloed.

Er zijn tegenwoordig toch digicorders om de overvloed te kanaliseren, hoor ik u denken. Juist ja. Maar die digicorder verhoogt volgens mijn wedervaren ook de stress. Ik ben tegen stress. Stress mag, moet zelfs af en toe, maar dan liefst op het werk, en ook daar nog zo weinig mogelijk. Bij mijn huisgenoten stel ik deze dagen meer en meer tv-stress vast. Teveel TV’s maken hen (en daardoor ook mij) het leven moeilijker. Elke dag moeten ze levensgrote keuzes maken, over welk kookprogramma ze rechtstreeks kijken en welke tienerserie uitgesteld. En dan moeten ze nadenken, overleggen, onderhandelen, ruziën en compromissen sluiten over wanneer ze juist uitgesteld zullen kijken zonder het tegenwoordig kijken van iemand anders te storen. Die keuzes leveren veel conflictstof op (en niet alleen opnameconflicten!).

Toch is de digicorder een vooruitgang. Het grote voordeel van die zwarte bak is dat hij toelaat weloverwogen uitgesteld te kijken, comfortabeler dan in real time, omdat je de ergerlijke reclame kunt doorspoelen. Geef toe, wie kijkt nu voor zijn plezier naar reclame? Niemand toch (behalve misschien reclamemakers van allerlei pluimage, en die zijn er natuurlijk met de jaren ook steeds meer)! De commerciële zenders zullen het niet graag horen, maar zo is het.

Nu geef ik ridderlijk toe, géén televisie in huis hebben of er niet naar kijken is vandaag sociaal ondenkbaar geworden en voor mij ook professioneel onmogelijk. Dus ben ik een trouwe kijker van nieuwsprogramma’s en politieke duiding op tv. Daar heb je tegenwoordig ook al meer dan de handen mee vol, maar gelukkig ben ik al sinds mijn jeugd nieuwsverslaafd. En af en toe kijk ik ook eens (mee) naar een goede serie, documentaire, film of voetbalmatch. Maar eigenlijk van langsom minder. Net nu er van langsom meer op die buis is. En net nu de buis in huis concurrentie heeft gekregen van een stuk of wat andere schermen waarop digitale content kan worden gekeken. Vaak zonder er content van te worden.

20:46 Gepost door peter in Actualiteit, media, televisie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | | |

06-09-12

Smet: enerveren in plaats van realiseren

Nog meer dan voorgaande jaren was Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) tijdens de eerste schoolweek te zien, te horen en te lezen. Hij bracht (voor zover ik dat kon traceren) schoolbezoeken in Deinze, Zemst, Antwerpen-Noord, Arendonk en Geel.  Ongetwijfeld volgt nog een zwik terrein- en studiobezoeken als de aula’s van onze hogescholen en universiteiten terug opengaan.  Het lijkt erop dat de Brusselse minister een grenzeloze belangstelling opbrengt voor wat leerlingen, studenten, leerkrachten of directies bezighoudt. Vergis u niet. Hij stelt zich in steden en gemeenten vooral op als mobiele socialistische verkiezingsaffiche.

Dit moet de eerste minister van Onderwijs zijn die zoveel lawaai maakt en zo weinig klaar krijgt. Hij wordt wel eens geprezen omdat hij op het Duracell-konijn lijkt, met zijn hyperkinetische, voluntaristische en impulsieve karakter. Maar dat karakter heeft niets te maken met de belangrijkste eigenschap van het Duracell-konijn zoals ik me het herinner uit de reclamespotjes:  langer dan de andere konijntjes driftig met het kopje zwaaien en op een trommeltje slaan, zonder verder te bewegen. Wat Smet nu al drie schooljaren volhoudt.

Overdreven, denkt u. Ja, ik geef het toe: de minister krijgt af en toe wel iets klaar. Vorig jaar slaagde hij er bijvoorbeeld tijdig in om voldoende containerklassen te laten bouwen, om alle leerlingen in Vlaanderen onder een schooldak te krijgen. Maar dat let niet dat het wachten blijft op resultaten bij de grote uitdagingen waar hij voor staat.

Zo kan het toch niet de bedoeling zijn onze kinderen tot in de eeuwigheid school te laten lopen in containers?  Uit zijn vele interviews leerden we deze week dat hij de opdracht om de fenomenale achterstand weg te werken in de scholenbouw (de kostprijs voor de bouwdossiers die liggen te wachten bedraagt over alle onderwijsnetten samen een kleine € 5 miljard), nu al doorschuift naar de volgende regering.  Hij is wel bereid in de tijd die hem rest ‘de lijnen uitzetten’. Ja, zo is het wel gemakkelijk.

Het al jaren dreigende tekort aan leerkrachten vormt nog zo’n uitdaging. Smet trommelde enkele ideetjes rond over zij-instromers die hij wil toelaten anciënniteitsjaren mee te nemen en over jonge leerkrachten die sneller een contract van onbepaalde duur zullen krijgen. Voornemens en ideetjes alweer,  geen realisaties.  Opvallend minder wijdverspreid in de media pikten we nog ergens op dat de dringende maatregelen die hij had aangekondigd voor het buitengewoon onderwijs,  weer  worden uitgesteld. Tja, spijtig, van de lessen Latijn en de toekomst van het ASO liggen blijkbaar meer mensen wakker dan van al die types in het BUSO.

De derde werf is inderdaad de hervorming van het secundair onderwijs, waarover Smet voor het reces ideeën wereldkundig maakte, die meteen werden neergesabeld, met opmerkelijke wellust zelfs door een coalitiepartner. In de media maakte hij zich de voorbije dagen echter alweer sterk: het debat wordt de komende maanden afgerond, en dan ‘kan ik slagen in wat mijn voorgangers de laatste 20 jaar niet is gelukt’.  Als ik zoiets lees, komen mijn stekels recht. Grootspraak is in de politiek vaak de snelste weg naar mislukking, wist Steve Stevaert al met zijn bekende boutade over wie op jacht gaat met de fanfare op kop.

En dan is er nog het laatste monster waarover Smet veel spreekt maar dat nog niemand heeft gezien: het loopbaanpact. Ook daarvan zegt hij al enkele jaren met de regelmaat van de klok dat hij er druk mee bezig is, dit keer achter de schermen om de slaagkansen niet te verkwanselen. Maar evengoed zonder merkbaar resultaat. Nu roffelt de konijnentrom dat het pact er komt eind dit jaar, begin volgend jaar. Eerst zien.

Het wordt dus een cruciaal schooljaar voor minister Smet.  Zal hij in staat zijn op even kordate manier te beslissen als aan te kondigen? Zal hij daarbij de regering mee krijgen?  Ik betwijfel het.  En al zeker als ik lees dat de minister zich ‘niet kan indenken dat een regeringspartner niet wil investeren in onderwijs’. Regeringspartners reageren meestal gecrispeerd als anderen hun via de media komen vertellen wat ze moeten denken, doen en laten. Het is dus maar de vraag of de Vlaamse coalitiepartners Smet nog iets gunnen.  

Bovendien: hoeveel macht heeft de SP.A na 14 oktober nog in de Vlaamse regering? En misschien bovenal: hoe zwaar weegt Smet nog in zijn eigen partij? Willen zijn collega’s Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche dat Duracell-konijn uit Brussel de macht en de middelen (vooropgesteld dat die nog voorhanden zijn) toeschuiven om hem een goed rapport te laten halen, indien het voor iedereen in de SP.A binnenkort wel eens sauve qui peut zou kunnen worden? Hebben Van den Bossche, bijvoorbeeld met de inhaaloperatie in de sociale huisvesting, en Lieten, bijvoorbeeld met het uitgavenpad inzake wetenschappelijk onderzoek, niet ook nog hun katjes te geselen?  

De geweldige media-week van Pascal Smet heeft mij alvast iets duidelijk gemaakt. Dat de Brusselse minister, ondanks het brokkenparcours uit zijn politiek verleden, nog niet geleerd heeft dat te lang alleen blijven trommelen iedereen op de zenuwen werkt.

 

21:11 Gepost door peter in Actualiteit, media, onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pascal smet, vlaamse regering, sp.a |  Facebook | | |

20-08-12

Rood rockt!

Mijn vrouw leest in de krant meestal de helft die ik oversla en omgekeerd.  Goed gemaakt, inderdaad, De Standaard, want beide geslachten komen gelijk aan hun trekken. Maar zo komt het dat de advertentie voor een actie van Liefmans die mijn echtgenote uit de dikke weekendkrant had geknipt en voor mijn neus heen en weer wapperde terwijl ik in de schaduw net aan het genieten was van het schitterende About a boy van Nick Hornby, me volslagen onbekend voorkwam.

Het was in feite een advertentie voor een facebook-actie voor een gratis Liefmans rocks of zo van de kriekbierbrouwer. Ik haat commerciële facebook-acties. Als je eraan deelneemt, maak je je gewoonlijk onbeschrijfelijk belachelijk vind ik, want dan verschijnt er van alles op je startpagina waarmee je je helemaal niet wil vereenzelvigen.  Ik kan het af en toe niet laten mijn goede vrienden die zich voor zo’n fb-gat hebben laten vangen, virtueel uit te lachen.

Ik leg dat mijn vrouw uit, maar ik wist al op voorhand dat ik hier het onderspit zou delven. Zij zit namelijk niet op facebook (waarvoor ik me dikwijls gelukkig prijs). En ik schrijf dit toch hoewel ik nu al weet dat minstens één van mijn goede fb-vriendinnen haar wel prompt zal melden dat ik weer over haar geblogd heb. Mijn blogs bij mijn vrienden, collega’s en fans kunnen aankondigen, en pas met vertraging bij mijn vrouw, dat is nu eens een voordeel dat facebook mij biedt.

De krantenadvertentie voor een gratis Liefmans vraagt te surfen naar een website en die dan op facebook te liken. Wedden dat dan al mijn vrienden op fb zich een kriek zullen lachen omdat ik me door Liefmans heb laten vangen, probeer ik nog. Moest het nu nog Orval, Omer of Duvel zijn! Maar nee dus. Sinds gisteren prijkt Liefmans on the rocks tot tweemaal toe op mijn startpagina als iets dat ik leuk vind.

Vrienden, niet geloven dus!!!

Om een gratis Liefmans-drankje te krijgen moet je je dan nog naar een drankgelegenheid begeven waar ze Liefmans schenken (en vermits ik geen kriekliefhebber ben, weet ik er zo direct geen), en moet je een codezin tegen de barman roepen, want in een café hoort een barman je anders zelden. En hoe denk je dat die codezin luidt? Rood rocks.

Rood rocks! Kan je je dat voorstellen! En kan je je inbeelden dat ik, die door het leven ga als een blauwe woordvoerder, in het café moet beginnen roepen hoe leuk ik de roden vind om aan een drankje te geraken dat ik eigenlijk van in het begin nooit heb gewild? No way dus. Bovendien wil ik niet ontslagen worden, vandaar deze blog om me alvast bij mijn bazen en hun spionnen op facebook te verontschuldigen voor alle rood rocks-meldingen die nog op mijn startpagina zouden kunnen opduiken.

Maar bij nader toezien, wat een oenen zijn dat toch bij Liefmans? Wie haalt het nu in zijn hoofd om zo politiek kleur te bekennen?  En dan nog tijdens Pukkelpop, waar niet enkel een overdosis hete zon het publiek martelde, maar ook een hoop roden, aangevoerd door Chokri, Lieten en Hilde Claes, die van alle beschikbare schermen in koele huiskamers misbruik maken om te doen alsof ze cool zijn door in die hitte op een wei in Hasselt rond te struinen.

Tenslotte, het verbaast me met de dag minder en minder dat facebook het op de beurs zo slecht doet.

16:20 Gepost door peter in literatuur, media, Muziek, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liefmans, pukkelpop, facebook |  Facebook | | |

12-06-12

Schrik van de moslims? (2)

De Kamer beleefde vorige week hoogdagen met tien actuele vragen over hetzelfde onderwerp: onze opruiende en geweld predikende vriend Fouad en zijn volgelingen van Sharia4Belgium. De persbanken zaten vol, journalisten, fotografen en cameramensen verdrongen elkaar om maar niets te missen. Bij de politici, hun medewerkers en woordvoerders stroomde de adrenaline. De politiek donderde vorige donderdag iets harder dan op de normale donderdagen dat Villa Politica het parlementair theater uit de Kamer in de huiskamers brengt. Tussen haakjes: de onvolprezen Linda De Win van Villa Politica zorgt op woensdag voor hetzelfde effect in het Vlaams Parlement. Daar haalden de stand up comedians onder de politici vorige week zelfs De Tijd met hun running gags over Uplace.

Vorige week woonde ik in het Vlaams Parlement een hoorzitting bij die ik persoonlijk maatschappelijk minstens even relevant vond als de nog altijd durende mediahysterie rond Belkacem. Maar er zat maar één journalist in de zaal, ik kan me dus vergissen. Het betrof een hoorzitting in de commissie Onderwijs, in het kader van een voorstel van resolutie van de meerderheidsparlementsleden Ludo Sannen (SP.A), Ward Kennes (CD&V) en Kris Van Dijck (N-VA) betreffende de inrichting van een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen. Akkoord, het gaat maar om een resolutie, als ze goedgekeurd wordt zal het nog lang duren vooraleer die academische opleiding daadwerkelijk boven de doopvont wordt gehouden. Waarom die opleiding toch hoogdringend is, daarover wil ik het hebben.

Dreiging van een expansieve islam?

Als eerste spreker op de hoorzitting gaf Meryem Kanmaz een overzicht van de islamitische aanwezigheid in Vlaanderen. Ze stelde zichzelf voor als inhoudelijk expert van vzw Mana, het Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen. Kanmaz is doctor in de sociale wetenschappen en was ook een tijdje redactrice bij De Standaard. De gelovige moslims maken op dit moment 5 procent van de Belgische bevolking uit, vertelde ze. Ze zijn met 500.000, na de katholieken de godsdienst met de meeste gelovigen. Ze komen vooral uit Marokko (200.000) en Turkije (130.000). Van dat half miljoen woont 40% in het Vlaams gewest, 40% in het Brussels (waar ze 20% van de bevolking uitmaken) en 20% in het Waals.

Terwijl ik Kanmaz deze cijfers hoorde debiteren, dacht ik terug aan een interview dat begin juni in De Morgen verscheen. Wouter Verschelden, de hoofdredacteur van die krant, trad er in een twistgesprek met de bekende filosoof Etienne Vermeersch. Het onderwerp van het interview was de vraag of we er wijs aan doen de burka (en nikab) te verbieden. Verschelden was zo ongeveer de eerste journalist in Vlaanderen die zich tegen het burka-verbod heeft afgezet, en hij stuitte daarvoor op protest van onder meer Vermeersch en Dirk Verhofstadt. Niets beters dus dan een interview om de zaak even uit te klaren.

Het was de eerste zin van Vermeersch uit het interview die terug door mijn hoofd schoot: ‘We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen’. De islam is inderdaad een groeigodsdienst in België, via inwijking maar ook via bekering. Vlaanderen zal tot grote frustratie van ongelovige intellectuelen als Vermeersch nog lang veel gelovigen onder zijn burgers tellen.

Kanmaz wees erop dat de officiële erkenning van de islamitische eredienst in ons land al van 1974 dateert. Maar lokale moskeeën, in het jargon islamitische geloofsgemeenschappen, werden in Vlaanderen pas voor het eerst erkend in 2007, onder toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld). Aan die erkenning hangt ook financiële ondersteuning vast: van infrastructuursubsidies tot de betaling van de wedde van de imam als de bedienaar van de eredienst, zoals dat historisch was gegroeid met de katholieke parochies, de kerkfabrieken en priesters. Met de erkenning van moskeeën koesterde de Vlaamse overheid grote verwachtingen. De moskeeën moesten hedendaagse, moderne en professionele gebedshuizen worden en zich eindelijk eens ontpoppen als pleisterplekken waar moslims verder konden integreren in onze westerse samenleving. Naast criteria in verband met (brand-)veiligheid en bedrijfsvoering moet een moskee (zoals alle lokale geloofsgemeenschappen van wettelijk erkende religies) ook het Nederlands als voertaal aanvaarden (behalve waar de islamitische liturgie het anders voorschrijft) en er mogen geen extremistische standpunten worden ingenomen of criminele activiteiten plaatsvinden (de Staatsveiligheid maakt daar een rapport over). En nieuwe import-imams zouden een inburgeringscursus moeten volgen, Nederlands leren dus en de Vlaamse samenleving met haar normen en waarden leren kennen. Inclusief het setje liberale grondrechten en vrijheden (zoals vrije meningsuiting, pluralisme, gelijkheid van man en vrouw of non-discriminatie,…).

Ik ben geen moskeeganger maar meen wel dat de erkenning van moskeeën ertoe bijdraagt dat zij een overwegend constructieve rol spelen bij de integratie van de moslims in de westerse cultuur. Belangrijker is echter dat een meerderheid van moslims zelf bereid is inspanningen te leveren tot een grotere integratie en openheid naar niet-moslims toe (en vice versa natuurlijk). En daarvoor zijn ook andere sleutelfiguren dan imams van cruciaal belang, zoals de leerkrachten islamitische godsdienst of alternatieve religieuze leiders.

Manazine

De lectuur van het recentste nummer van Manazine, het blad van de hierboven al aangehaalde Mana vzw, dat handelt over ‘islamitisch leiderschap’, heeft me opgebeurd. Van de pagina’s spat de wil van moslim(-leider)s om deel uit te kunnen maken van onze westerse samenleving, met al haar rechten en plichten, verantwoordelijkheden en vrijheden, jawel, zeker en vast. De nood bij de gelovigen van de tweede en derde generatie aan leermeesters die hen begeleiden om een goede moslim te blijven in een overwegend niet-islamitische omgeving, is groot. In de moskee vinden ze die leermeesters te weinig. Het zou me te ver leiden dieper in te gaan op de verschillende manieren waarop de verschillende strekkingen van de moskeeën in Vlaanderen op dit moment hun imams rekruteren. Een rode draad is wel dat de huidige imams, heel vaak geïmporteerd uit het land van herkomst, in veel gevallen de taal niet spreken van hun gelovigen (letterlijk én figuurlijk) en niet vertrouwd zijn met hun leefwereld.

Veel jonge moslims gaan daarom zelf op zoek naar alternatieve kanalen voor de antwoorden op hun geloofsvragen. En ze vinden ook alternatieve religieuze leiders. Dat kunnen islamleerkrachten zijn, of geestelijke leiders die zich buiten de muren van de moskee manifesteren. Via het internet hebben die nieuwe religieuze leiders ook vanuit het buitenland invloed. Manazine stelt enkele van die alternatieve leiders voor, zoals de Nederlander Mohammed Cheppih, die ervan droomt dat de moslims via participatie, integratie en liberaal burgerschap in Nederland tot poldermoslims zullen uitgroeien, of de Zwitser Tariq Ramadan, die de Europese moslims voorhoudt zich aan de wet van het land te houden en die de multipele identiteiten van moslims door hun religie, door hun band met het land van herkomst en door hun nieuwe nationaliteit als een verrijking voor Europa omschrijft.

Het blad geeft ook veel ruimte aan de Turkse Gülenbeweging rond prediker, schrijver en denker Fethullah Gülen. Bert Anciaux (SP.A) vat in Manazine de man en zijn beweging samen in de kernwoorden interculturaliteit, radicale democratie, gemeenschapszin en een erg humane islamovertuiging. Anciaux besluit dat Gülen oprecht gelooft ‘in democratie, maatschappelijk engagement en onwrikbaar respect voor mensenrechten en het daarbij horende actief pluralisme. Als diepgelovige moslim vindt hij in zijn geloof alle kracht en waarden om zich complexloos in een democratische, open samenleving te enten, meer nog te engageren. Dat hij daarbij armoede en onwetendheid als grootste vijanden beschouwt, siert hem.’

De Gülenbeweging is vandaag de snelst groeiende binnen de Turkse gemeenschap. De Lucernacolleges horen bvb bij deze beweging, die in België uitgebouwd werd als Federatie van Actieve Verenigingen van België (Fedactio), met een uitgebreide achterban van vrouwenverenigingen tot zakenmensen en ondernemers. Positief is tot slot dat deze beweging zich dankzij een leerstoel aan de KU Leuven (onder de academische supervisie van Johan Leman) in het academische landschap heeft gewaagd met onderzoek naar interculturaliteit.

Koranverzen bij een epilepsie-aanval

Vanuit de Vlaamse moslimwereld is er dus heel wat in beweging dat veel minder de media haalt dan de gevaarlijke provocateurs van Sharia4Belgium. Donderdagnamiddag staat op de agenda van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement de bespreking en stemming over de resolutie waarover ik het in het begin van deze blog had. Het stuk dat de enige aanwezige journalist op de hoorzitting hierover schreef, verscheen het afgelopen weekend in de Standaard onder de titel ‘En toen begon hij koranverzen te reciteren’.

Auteur Joël De Ceulaer leidde een reportage over islamleraars in met enkele primeurs over incidenten in het Vlaams gemeenschapsonderwijs in Brussel. Het ging over islamleraars die koranverzen opdreunden bij een epilepsie-aanval in plaats van gepaste hulp te bieden, en een islamleerkracht die aan zijn directeur vertelde dat hij homoseksuele leerlingen naar de imam zou verwijzen voor een duiveluitdrijving. Kortom, met zo’n incidenten is het niet zo moeilijk om het beeld te boetseren dat de kwaliteit van de huidige generatie islamleraars te wensen overlaat. Die grote nood aan goede islamleraars bleek ook uit de getuigenissen tijdens de hoorzitting, zij het minder tot de verbeelding sprekend dan de primeurs van De Standaard. En daarvoor heb je dus eerst een academische richting islamitische godsdienstwetenschappen nodig, waaruit je onder meer universitaire islamleerkrachten kunt rekruteren die als geboren en getogen moslim tegelijk uit de Vlaamse klei zijn getrokken.

Ik hoop dat het debat over de oprichting van een academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen deze week wat meer pers naar de banken lokt dan vorige week. Maar ik weet dat die kans klein is: op donderdag jaagt Linda De Win de Kamer weer op. Misschien nog altijd met een zekere Fouad in een glansrol.

10-06-12

Schrik van de moslims?

Het was de VRT die met de primeur kwam: Fouad Belkacem is bij hem thuis opgepakt. Voor wie net van mars komt: Fouad is het gezicht van de radicale moslimbeweging Sharia4Belgium. Hij was in België al eens veroordeeld, wegens het aanzetten tot haat tegen niet-moslims. Er lopen nog onderzoeken tegen hem en hij was ook in Marokko al veroordeeld.

Belkacem wordt beschouwd als de aanstoker van de rellen van vorige week in Sint-Jans-Molenbeek. Die rellen volgden op de arrestatie van een weerspannige vrouw in nikab, een kledingstuk waarmee je je in ons land niet in het openbaar mag vertonen omdat het je gezicht zo extreem bedekt dat het je onherkenbaar maakt. De vrouw in kwestie diende later klacht in tegen de politie. Ze beschuldigt de politiemannen ervan haar slagen en verwondingen te hebben toegediend en haar eerbaarheid te hebben aangerand.

Een van de collega’s waarmee ik ’s middags naar het VRT-journaal keek, zei bij het fragment over de arrestatie van Fouad meteen: ‘terecht’. Ik dacht: is dat zo? Is er voldoende grond?

Deze week struikelden politici , deskundigen en journalisten over elkaar in hun haast om Sharia4Belgium te veroordelen. Gisteren haalde premier Elio Di Rupo de voorpagina van Het Laatste Nieuws onder de kop: ‘Ook Di Rupo wil Shariah4Belgium verbieden’. Eerder deze week al viseerde minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet de organisatie. De SP.A was de minister voor: ze diende meteen een oud wetsvoorstel opnieuw in om ondemocratische groeperingen zoals Sharia4Belgium, maar ook neonazisten als Blood & Honour, te verbieden.

Bart De Wever vond natuurlijk al twee dagen geleden dat het allemaal al veel te lang duurt. De ministers Milquet en haar collega van Justitie Annemie Turtelboom moesten hun positief injunctierecht gebruiken om Belkacem achter slot en grendel te stoppen, zei de N-VA-voorzitter. De Wever heeft het al eens aan de stok gehad met enkele van die ‘gevaarlijke zotten’ die bij Sharia4Belgium zitten. ‘Bescherm mij voor deze gek’, luidde de kop in De Standaard.

En dan krijg ik Het Laatste Nieuws onder ogen. Op de voorpagina prijkt, in volle glorie met sensuele lippen, een wipneusje en ogen als een gazelle, omrand door een keurige zwarte coupe carré maar met strepen over het zwart-witte gezicht alsof het een ingescande paspoortfoto betreft, dat nikab-meisje zonder sluier. Zou ze toestemming hebben gegeven voor de publicatie, vraag ik me af. Het zou me verwonderen. En indien niet, hoe zou ze zich voelen bij het zien van de foto? En zou er een discussie ontstaan zoals met de publicatie van de foto’s van de slachtoffertjes van het dramatische busongeval in Zwitserland?

Ook de weinige omgevende tekstregels rond de foto op de voorpagina zijn om van te snoepen. De foto blijkt afkomstig uit Le Soir Magazine. De 24-jarige bekeerlinge militeert niet alleen voor Sharia4Belgium maar opereert ook als één van de minnaressen van die gevaarlijke Fouad. De nikab doet ze niet enkel uit om met hem te slapen, maar ook om te gaan werken (ze werkt dus!). Ze kleedt zich dan om in het busje dat haar komt ophalen, vertelt een buurman die bovendien weet dat ze eronder een bloesje en jeans draagt. De journalist stelt de lezers tenslotte gerust dat ze voordien niet bekendstond bij het gerecht. Maar haar moeder wel, als prostituee.

Als van links tot rechts, van boven tot onder en van de eerste tot de vierde macht eenzelfde ijver en daadkracht aan de dag wordt gelegd, krijg ik een ongemakkelijk gevoel. Argwaan bekruipt me bij zoveel exposure in de media, doortastendheid bij politie en gerecht en stoere taal in de Wetstraat. Gelukkig luiden er in onze media nog andere klokken, weliswaar op enkele opiniepagina’s, en zijn er ook politici die kanttekeningen plaatsen.

Volgens Belga verklaarde Turtelboom dat alles in het werk zal worden gesteld om een sterk dossier op te stellen tegen Fouad Belkacem, zodat zijn Belgische nationaliteit kan worden afgenomen en dat door België ingegaan kan worden op de Marokkaanse vraag om de man uit te leveren. Mijn aanvankelijke twijfel of de aanhouding terecht was, smolt weg. De minister vroeg zich ook af of een verbod op de organisatie wel zo’n goed idee is en ze wees erop dat de huidige wetgeving al ver gaat.

In De Standaard vindt Guillaume Van der Stighelen, de bekende ex-reclameman, het verbieden van Sharia4Belgium of een burka geen goed idee. Volgens hem moeten er regels zijn voor een leefbare samenleving, en moet de overheid optreden tegen groeperingen of klederdrachten die die regels overtreden. Ja Guillaume, denk ik, dat is ook makkelijker in een opiniestuk geschreven dan gedaan.

In De Morgen pleit Ayfer Erkul, een buitenlandredactrice van wie de naam een allochtone origine doet vermoeden, voor een kritische, niet hysterische houding tegenover Sharia4Belgium. Laat die clowns zeggen wat ze willen, zolang dat binnen de grenzen van de wet valt. Gaan ze daarover, voor de rechter ermee. Erkul wijst erop dat de overgrote meerderheid van moslims die Sharia4Belgium-kerels en -kerelinnen niet lust. Ze haalt een diepreligieuze en conservatieve moslim uit Brussel aan, die gekke Fouad en zijn volgelingen een bende zotten noemt, die niets van de islam hebben begrepen.

Ik voel me niet geroepen om dit te beamen of te ontkennen. Maar ik vrees dat Erful met haar conclusie wel eens gelijk kan hebben: ‘zolang die zotte Fouad in de spotlichten blijft, kunnen hij en Sharia4Belgium doen waar ze het best in zijn: de islamofobie in het land nog eens goed oppoken.’ En dat zou even contraproductief zijn als Fouad ongemoeid laten.